Home | Publicaties | SER-adviezen | 2000 - 2009 | 2002 | Duurzame ontwikkeling

Nationale strategie voor duurzame ontwikkeling

Advies 2002/07 - 17 mei 2002

Het kabinet heeft de SER gevraagd om advies uit te brengen over de Verkenning van het Rijksoverheidsbeleid in het kader van de Nationale Strategie voor Duurzame Ontwikkeling (kortweg aan te duiden als ‘NSDO-verkenning’). De nationale strategie wordt opgesteld met het oog op de VN Conferentie over Duurzame Ontwikkeling die in september 2002 in Johannesburg wordt gehouden. Met respect voor de internationale context wil de SER de NSDO-verkenning toch vooral zien als de aanzet voor een Nederlandse strategie voor duurzame ontwikkeling en daarom beoordelen op de meerwaarde voor de oordeels- en besluitvorming in ons land over duurzaamheidsvraagstukken.

Download:Volledig advies (1337 kB)Samenvatting (82 kB)

Samenvatting


Het kabinet heeft de SER gevraagd om advies uit te brengen over de Verkenning van het Rijksoverheidsbeleid in het kader van de Nationale Strategie voor Duurzame Ontwikkeling (kortweg aan te duiden als ‘NSDO-verkenning’). De nationale strategie wordt opgesteld met het oog op de VN Conferentie over Duurzame Ontwikkeling die in september 2002 in Johannesburg wordt gehouden. Met respect voor de internationale context wil de SER de NSDO-verkenning toch vooral zien als de aanzet voor een Nederlandse strategie voor duurzame ontwikkeling en daarom beoordelen op de meerwaarde voor de oordeels- en besluitvorming in ons land over duurzaamheidsvraagstukken.

Algemene beoordeling
De SER stemt in met het streven naar duurzame ontwikkeling en hanteert daarbij in dit advies het duurzaamheidsbegrip zoals in de NSDO-verkenning omschreven. Het gaat om het evenwichtig en in samenhang beheren van financieel-economische ( profit ), sociaal-culturele ( people ) en ecologische ( planet ) voorraadgrootheden, niet alleen in het ‘hier en nu’, maar ook met het oog op ‘daar’ (internationaal, met bijzondere aandacht voor ontwikkelingslanden) en ‘later’ (voor komende generaties). De opgave van het afwegen van verschillende aspecten en het voorkomen van afwenteling wordt trefzeker verbeeld in de volgende 3x3 matrix:

Samenhang bevorderen met het oog op economische aspecten sociaal-culturele aspecten ecologische aspecten
Hier en nu      
Daar      
Later      


Het is aan de overheid om de randvoorwaarden waarbinnen de samenleving keuzen zal moeten maken, helder aan te geven. Die randvoorwaarden behoren de beperkingen in de onderlinge uitwisselbaarheid van voorraadgrootheden – zoals de grenzen aan de belastbaarheid van ecosystemen – te weerspiegelen. Van een verkenning naar een nationale strategie voor duurzame ontwikkeling verwacht de SER een heldere aanduiding van te maken strategische keuzen, van sociale dilemma’s die het maken van keuzen bemoeilijken, en van mogelijke oplossingsrichtingen.

De nu voorliggende NSDO-verkenning voldoet helaas niet aan deze verwachtingen. De afwegingen die gemaakt moeten worden om duurzaamheid in haar verschillende dimensies te realiseren blijven grotendeels buiten beeld; de noodzaak om vervolgens te kiezen blijft onderbelicht. De verkenning wekt te veel de indruk dat het gaat om het zo hier en daar wat bijsturen binnen bestaande structuren. Een ‘sense of urgency’ ontbreekt; er wordt gén richting gegeven aan een maatschappelijke discussie over lastige duurzaamheidsvraagstukken. Daarmee wordt een stap teruggezet ten opzichte van het NMP4 dat spreekt over de noodzaak van structurele aanpassingen in de economische en sociale orde en dat inzet op een drietal transities naar duurzaamheid. De verkenning zou uitdrukkelijk aandacht moeten geven aan spanningen en knelpunten op de weg naar duurzaamheid en aan handelingsperspectieven en oplossingsrichtingen die een begaanbare uitweg bieden. Lastige keuzen worden nu ontlopen of als dilemma’s ‘geparkeerd’. Daardoor worden problemen afgewenteld: op anderen, op ‘later’ en/of op ‘daar’.

De vijf thema’s die de NSDO-verkenning afzonderlijk behandelt – bevolking, klimaat, water, biodiversiteit en kennis – zijn stellig alle essentieel voor duurzame ontwikkeling. Daarnaast zou afzonderlijke aandacht voor onder meer mobiliteit en voor ruimte op zijn plaats zijn. Door de indeling naar beleidsthema’s blijven themadoorsnijdende vraagstukken onderbelicht. Uiteindelijk zijn veel duurzaamheidsvraagstukken – zeker op het snijvlak van economie en ecologie – te herleiden tot gedrag van, en de interactie tussen, consumenten en producenten. De SER wil daarom in het bijzonder aandacht vragen voor de verduurzaming van consumptie- en productiepatronen.

Samenhang en samenwerking
De NSDO-verkenning noemt terecht grotere samenhang, internationale samenwerking en samenwerking met maatschappelijke actoren als uitgangspunten voor het verder ontwikkelen van de strategie voor duurzame ontwikkeling.
De SER onderstreept het belang van een grotere samenhang in het beleid. Duurzame ontwikkeling vereist integrale afwegingen en integraal beleid. Door het ontbreken van een duidelijke samenhang met de reeks toekomstverkenningen die het kabinet vorig jaar heeft laten verschijnen en met de huidige ronde van investeringen in de economische structuur van ons land (de ICES-operatie) wekt de NSDO-verkenning de indruk een op zichzelf staande exercitie te zijn, die los staat van de strategische besluitvorming over het te voeren beleid.
Het komt juist aan op het systematisch verankeren van het duurzaamheidsstreven in zowel de strategische beleidsvorming als de uitvoering van beleid dat raakt aan duurzame ontwikkeling (en welk beleid doet dat niet?). De mogelijkheden die de NSDO-verkenning daarvoor noemt – het aanhaken bij de VBTB-systematiek voor een meer transparante rijksbegroting, het opnemen van een toelichting over duurzame ontwikkeling in elk van de departementale begrotingen, en het opzetten van een interdepartementale doorlichting van beleid met het oog op duurzame ontwikkeling – wil de SER ondersteunen. Hij stemt ook graag in met het pleidooi van de Zweedse en Nederlandse regering om een ‘duurzaamheidseffectanalyse’ tot integraal onderdeel van de beleidsontwikkeling te maken.

Internationale samenwerking is nodig. Aan de ene kant vanwege het grensoverschrijdende karakter van veel milieuvraagstukken en vanwege de internationale verwevenheid van onze economie en samenleving. Aan de andere kant met het oog op armoede in veel ontwikkelingslanden. Armoede is zowel een verschijningsvorm als een bron van niet-duurzaamheid.

De SER onderschrijft ook het derde uitgangspunt, de cruciale betekenis van samenwerking tussen overheden, bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties voor het organiseren van transities naar duurzaamheid. Interactieve beleidsontwikkeling, coproductie van beleid en maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn daarbij belangrijke trefwoorden. De SER verwijst in dit verband naar zijn advies over het NMP4 met betrekking tot het ‘samenspel’ dat de transitie naar een duurzame energiehuishouding moet dragen.

Indicatoren voor duurzame ontwikkeling
De SER beschouwt indicatoren als een belangrijk hulpmiddel om transities naar duurzame ontwikkeling te begeleiden. Indicatoren dienen de vorderingen op weg naar duurzaamheid goed in beeld te brengen. Het dynamische, procesmatige karakter van duurzame ontwikkeling moet in de keuze van indicatoren – en in het presenteren van bepaalde vooruitberekeningen – tot uitdrukking komen. Indicatoren voor duurzame ontwikkeling moeten vooral zeggingskracht hebben doordat ze:
  • zich lenen voor een eenduidige interpretatie en goed in verband zijn te brengen met belangrijke duurzaamheidsvraagstukken;
  • nauw aansluiten bij breed aanvaarde streefbeelden en doelstellingen die zijn opgenomen in de nationale strategie voor duurzame ontwikkeling;
  • aangrijpingspunten bevatten voor gerichte actie vanuit Nederland en voor het elkaar aanspreken op verantwoordelijkheden.
Waar een vastomlijnde doelstelling nog ontbreekt, kan een goed gekozen, aansprekende en veelzeggende indicator de nodige impulsen geven door mensen te confronteren met de gevolgen van het uitblijven van maatschappelijke keuzen over duurzaamheidsvraagstukken.