Home | Publicaties | SER-adviezen | 2000 - 2009 | 2002 | Sociaal-economisch beleid 2002-2006

Sociaal-economisch beleid 2002-2006

Advies nr. 2002/08 - 17 mei 2002

Een nieuw kabinet moet zich vooral gaan inzetten voor een grotere arbeidsparticipatie en een hogere arbeidsproductiviteit, vindt de SER.

De Sociaal-Economische Raad (SER) reageert met dit advies op de adviesaanvraag van 25 oktober 2001 over het sociaal-economische beleid op de middellange termijn 2002-2006. In deze adviesaanvraag constateert het kabinet dat de Nederlandse economie er in menig opzicht gunstig voorstaat, maar dat de vooruitzichten voor de korte termijn minder reden tot optimisme geven. Het kabinet doelt hierbij op de nasleep van de terreuraanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 alsook op afvlakkende conjuncturele ontwikkeling die zich ook daarvoor al in de wereldeconomie aftekende. In dit verband spreekt het kabinet zijn zorgen uit over de loon- en prijsontwikkeling.

Download:Advies (zonder bijlagen) (4795 kB)Samenvatting (1310 kB)Leeswijzer (25 kB)

Leeswijzer

Het voorliggende SER-advies heeft een tweeledige functie: het beantwoorden van de adviesvragen en het presenteren van bouwstenen voor het komende regeerakkoord. Het advies bestaat uit vijf delen: een algemeen deel (A), drie delen die ingaan op de thema’s uit de adviesaanvraag (delen B, C en D) en een afsluitend deel (E) waarin de belangrijkste SER-aanbevelingen voor de komende kabinetsperiode aan bod komen. Deel E fungeert tevens als samenvatting.
  • Deel A bevat naast de inleiding (hoofdstuk 1) een schets van de beleidscontext van het voorliggende advies (hoofdstuk 2).
  • Deel B richt zich op het adviesthema werk en inkomen . Twee onderwerpen staan hierbij centraal: een activerend arbeidsmarktbeleid (hoofdstuk 3) en de aanpak van de armoedeval (hoofdstuk 4).
  • Deel C heeft betrekking op het bewerkstelligen van een hogere productiviteitsgroei , het tweede thema uit de adviesaanvraag. Dit deel begint met een analytisch hoofdstuk (5), waarin de achtergronden van de achterblijvende productiviteitsgroei in ons land worden beschreven; het hoofdstuk eindigt met de formulering van een productiviteitsagenda, die in de hoofdstukken 6 tot en met 8 nader uitgewerkt wordt.
  • Hoofdstuk 6 gaat in op de beleidsmogelijkheden om in Nederland een beter innovatieklimaat te creëren.
  • Hoofdstuk 7 is gewijd aan verbeteringen in de fysieke infrastructuur en formuleert de beleidsagenda voor de verkeers- en communicatie-infrastructuur.
  • Een betere kwaliteit van de overheid en van het overheidsbeleid staat centraal in hoofdstuk 8. Het gaat hierbij vooral om de vraag hoe tot ‘lerend beleid’ te komen.
  • Deel D bevat de SER-opvattingen over het budgettaire beleid in de komende kabinetsperiode; dit deel valt samen met hoofdstuk 9.
  • Deel E vat de SER-aanbevelingen voor de komende kabinetsperiode samen. Na een korte beschrijving van de beleidscontext (par. 10.1), passeren vervolgens de aanbevelingen van de respectievelijke adviesthema’s de revue (par. 10.2 tot en met 10.4). Tot slot behandelt paragraaf 10.5 een aantal recente SERadviezen over belangrijke sociaal-economische onderwerpen, die in het voorliggende mlt-advies slechts zijdelings of in het geheel niet aan de orde zijn geweest, maar nog steeds actueel zijn. Zij vormen derhalve eveneens bouwstenen voor het sociaal-economisch beleid in de komende kabinetsperiode.