Home | Publicaties | SER-adviezen | 2000 - 2009 | 2001 | Instelling van een Hoofdbedrijfschap Afbouw

Advies van de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad tot instelling van een Hoofdbedrijfschap Afbouw en tot opheffing van het Bedrijfschap voor het Schilders- en Afwerkingsbedrijf en het Bedrijfschap voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf

17 juli 2001

Download:Briefadvies (32 kB)

Op 3 april 1997 zond de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) het kabinetsstandpunt over de toekomst van het stelsel van bedrijfslichamen aan de Tweede Kamer (2) . Het kabinet stelde in zijn standpunt onder meer dat het wenselijk was te komen tot een reductie van het aantal bedrijfslichamen door onder meer een hergroepering van de huidige schappen. Als argumenten voor hergroepering voerde het kabinet onder andere aan de verwantschap die er tussen verschillende schappen bestaat, het feit dat schappen bij dezelfde problematiek betrokken zijn en dat delen van het bedrijfsleven met verschillende schappen te maken hebben. De bedrijfslichamen werd in dit verband gevraagd om zelf passende voornemens kenbaar te maken.

De in de afbouw- en afwerksector van de bouw actieve bedrijfschappen (3) hebben vervolgens de wens geuit in het kader van de hergroeperingsoperatie één nieuw bedrijfslichaam te gaan vormen. Besloten is te komen tot een hoofdbedrijfschap met commissies ex artikel 88a van de Wet bo. Vooruitlopend op een volledige fusie is eind 1997 een gemeenschappelijk federatiesecretariaat ingesteld door middel van een gemeenschappelijke voorziening als bedoeld in artikel 110 van de Wet bo.

In de aanloop naar de totstandkoming van dit advies hebben in september 2000 de in het bestuur van het Bedrijfschap voor het Natuursteenbedrijf participerende werknemersorganisaties (4) de Bestuurskamer verzocht te bevorderen dat het bedrijfschap wordt opgeheven. De aanleiding voor dit verzoek vormt het structurele verschil van inzicht dat is ontstaan tussen bedoelde werknemersorganisaties en de betrokken ondernemersorganisaties (5) over de door het bedrijfschap in het kader van de hergroepering te volgen koers. De Bestuurskamer heeft met betrekking tot dit verzoek inmiddels een eerste advies (6) aan de minister van SZW uitgebracht, aangezien nader overleg tussen ondernemers- en werknemersorganisaties over voortzetting van deelname van het bedrijfschap in de federatie geen resultaat heeft opgeleverd. (7)

Ondanks de uittreding van het Bedrijfschap voor het Natuursteenbedrijf blijven het Bedrijfschap voor het Schilders- en Afwerkingsbedrijf en het Bedrijfschap voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf hechten aan de vorming van een nieuw hoofdbedrijfschap. De betrokken organisaties van ondernemers en van werknemers, genoemd in bijlage a, hebben bij de Bestuurskamer voorstellen ingediend om te komen tot de instelling van een Hoofdbedrijfschap Afbouw en de gelijktijdige opheffing van de twee bedrijfschappen.

Dit advies strekt ertoe te bevorderen dat op basis van artikel 67 van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wet bo) bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) een Hoofdbedrijfschap Afbouw wordt ingesteld en op grond van artikel 70, eerste lid, juncto artikel 70A van de Wet bo, bij AMvB de hiervoor genoemde twee bedrijfschappen worden opgeheven.

Bij dit advies zijn de volgende ontwerpen gevoegd:
  • Besluit van … (datum) houdende de instelling van een hoofdbedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van het Afbouwbedrijf (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Afbouw);
  • Besluit van … (datum) houdende opheffing Bedrijfschap voor het Schilders- en Afwerkingsbedrijf en Bedrijfschap voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf.

De Bestuurskamer heeft bij machtiging van de Sociaal-Economische Raad dit advies bij besluit van 17 juli 2001 vastgesteld.

  1. Beide genoemde bedrijfschappen zijn ingesteld bij verordening van de raad op 15 januari 1999 en in werking getreden op 3 april 1999 (Staatscourant en Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie van 1 april 1999).
  2. Tweede Kamer, vergaderjaar 1996-1997, 25 091, nr. 2.
  3. Het Bedrijfschap voor het Natuursteenbedrijf, het Bedrijfschap voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf en het Bedrijfschap voor het Schilders- en Afwerkingsbedrijf.
  4. De Nederlandse Bond voor de Bouw- en Houtnijverheid (Bouw- en Houtbond FNV) en de Nederlandse Christelijke Bond van Werknemers In de Hout- en Bouwnijverheid (Hout- en Bouwbond CNV).
  5. Algemene Bond van Natuursteenbedrijven (ABN) en Vereniging Nederlandse Natuursteen Importeurs (VNNI).
  6. Advies van 19 december 2000.
  7. De huidige stand van zaken is dat ondernemers- en werknemersorganisaties ernaar streven de taken van het bedrijfschap die betrekking hebben op voorlichtings- en promotieactiviteiten op pbo-basis voort te zetten in een nieuw te vormen commissie van het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA). De overige taken zullen grotendeels op private basis worden voortgezet.