Home | Publicaties | SER-adviezen | 1990 - 1999 | 1999 | Samenstelling SER 1 april 2000 - 1 april 2002

Samenstelling SER 1 april 2000 - 1 april 2002

Advies 1999/19 - 17 december 1999

Bij brief van 30 september 1999 (1) heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de raad verzocht advies uit te brengen over de volgende twee vragen inzake de samenstelling van de ondernemers- en werknemersgeleding van de raad voor de periode 1 april 2000 tot 1 april 2002:

  • “of er grond bestaat wijziging te brengen in de aanwijzing van organisaties welke gerechtigd zijn tot het benoemen van leden en plaatsvervangende leden van de raad”;
  • “of er grond bestaat wijziging te brengen in het aantal leden, dat elke organisatie kan benoemen”.



Download:Volledig advies (984 kB)

Inleiding


Bij brief van 30 september 1999 (1) heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de raad verzocht advies uit te brengen over de volgende twee vragen inzake de samenstelling van de ondernemers- en werknemersgeleding van de raad voor de periode 1 april 2000 tot 1 april 2002:
  • “of er grond bestaat wijziging te brengen in de aanwijzing van organisaties welke gerechtigd zijn tot het benoemen van leden en plaatsvervangende leden van de raad”;
  • “of er grond bestaat wijziging te brengen in het aantal leden, dat elke organisatie kan benoemen”.

Conform de daarvoor geldende procedure heeft de algemeen secretaris op 15 oktober 1999 in de Staatscourant en op dezelfde datum tevens in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie het verzoek van de minister bekend gemaakt. Daarbij zijn organisaties die voor de komende zittingsperiode voor benoemingsrecht in aanmerking willen komen uitgenodigd, deze wens uiterlijk 26 november 1999 bij de secretaris van de Bestuurskamer schriftelijk kenbaar te maken. Voorts zijn de thans zitting hebbende organisaties rechtstreeks aangeschreven onder vermelding van voornoemde vragen. Na het verstrijken van de gestelde termijn is gebleken dat geen andere dan de organisaties die voor de huidige zittingsperiode zijn aangewezen, zich hebben aangemeld. De Bestuurskamer heeft het voorliggende advies voorbereid, mede aan de hand van de daarvoor relevante richtlijnen, vervat in het SER-besluit Richtlijnen representativiteit organisaties (2).
Zie bijlage 2 voor de samenstelling van de Bestuurskamer.

De raad heeft het advies vastgesteld in zijn openbare vergadering van 17 december 1999. Het verslag van deze vergadering is te verkrijgen bij het secretariaat van de raad.


  1. Kenmerk: AV/A&M/99/56932; zie bijlage 1.
  2. Tweede herziene druk, maart 1997.