Home | Publicaties | SER-adviezen | 1990 - 1999 | 1999 | Uitbreiding van de EU met Midden- en Oost-Europese landen

Uitbreiding van de EU met Midden- en Oost-Europese landen

Advies 1999/16 -  10 november 1999

De jongste aflevering van De Staat van de Europese Unie – de jaarlijkse publicatie door het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Europese agenda vanuit Nederlands perspectief – vraagt aandacht voor de stroomversnelling waarin het uitbreidingsproces in de nasleep van de crisis om Kosovo terecht is gekomen. Gesteld wordt dat het uitbreidingsproces in een cruciale fase komt. De Europese Raad van Helsinki zal in december 1999 besluiten over het tempo en de voortgang van de toetredingsonderhandelingen.
Voor de Commissie Internationale Sociaal-Economische Aangelegenheden (ISEA) van de SER vormden het dringende karakter van de besluitvorming en de mogelijk verstrekkende institutionele en sociaal-economische implicaties ervan, aanleiding om op 1 oktober 1999 te besluiten op korte termijn een kort initiatiefadvies voor te bereiden. Daarvoor is een kleine werkgroep ad hoc ingesteld, bestaande uit de volgende leden van de Commissie ISEA: prof.mr. F.H.J.J. Andriessen (voorzitter), drs. L.A.G. Mesman (FNV) en mr. W.L.E. Quaedvlieg (VNO-NCW). Bij de opstelling van het advies kon rekening worden gehouden met de voorstellen over de uitbreiding die de Europese Commissie op 13 oktober 1999 aan de Europese Raad heeft gedaan.

Download:Volledig advies (278 kB)

Inleiding


Dit beknopte advies bouwt voort op een reeks adviezen die de SER in de afgelopen jaren over de sociaal-economische relaties met Midden- en Oost-Europa en over vraagstukken van uitbreiding van en toetreding tot de EU heeft uitgebracht  (1). Het advies wil nadrukkelijk aandacht vragen voor de sociaal-economische risico’s die zijn verbonden aan een eenzijdig politiek georiënteerde benadering van de uitbreiding van de EU. Ook van de kant van de SER wordt het grote belang onderkend van de veiligheidspolitieke overwegingen die aan de huidige versnelling van het toetredingsproces ten grondslag liggen. Het blijft echter nodig een balans te vinden tussen het politiek wenselijke en het economisch mogelijke, en tussen de snelheid en de kwaliteit van het uitbreidingsproces. De recente politieke dynamiek maakt het in dat licht gewenst, om eerder door de SER ingenomen posities nogmaals te doordenken en op hun realiteitsgehalte te toetsen. Dit advies geeft de voorlopige resultaten van dat denkproces binnen de Commissie ISEA weer.

Het advies is als volgt opgebouwd.
Paragraaf 2 vestigt de aandacht op een aantal risico’s die zijn verbonden aan een versnelling van (onderhandelingen over) toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU en aan het vastleggen van toetredingsdata. De paragraaf eindigt met een korte beschouwing over de motieven voor vervroeging van toetredingsonderhandelingen waaruit naar voren komt dat de toetredingsstrategie versterking behoeft.
In paragraaf 3 doet de Commissie ISEA, voortbouwend op eerdere SER-advisering over de uitbreiding van de Europese Unie, voorstellen voor een dergelijke versterking. Tot de aangereikte ‘bouwstenen’ behoort de suggestie van de invoering van een gedeeltelijk lidmaatschap; dit zou voor bepaalde kandidaat-lidstaten als een opstap naar het volledig lidmaatschap kunnen fungeren.
In de slotparagraaf wordt nog nader ingegaan op enkele voors en tegens van een gedeeltelijk lidmaatschap.
Dit advies is vastgesteld in de vergadering van de Commissie ISEA op 10 november 1999.

(1) Zie in het bijzonder de SER-adviezen Sociaal-economische betrekkingen met Midden- en Oost-Europa (publicatienr. 93/16), Uitbreiding en verdere ontwikkeling Europese Unie (publicatienr. 95/09) en Agenda 2000: de uitbreiding en financiering van de Europese Unie (publicatienr. 98/04).