Home | Publicaties | SER-adviezen | 1990 - 1999 | 1997 | Preventie Organisch Psychosyndroom

Preventie Organisch Psychosyndroom

Advies 1997/33 - 15 mei 1997
Commissie Arbeidsomstandigheden

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft op 16 april 1996 aan de Commissie Arbeidsomstandigheden van de Sociaal-Economische Raad (SER) advies gevraagd over zijn beleidsvoornemens ten aanzien van de aanpak van blootstelling aan organische oplosmiddelen in de arbeidssituatie, omdat deze blootstelling kan leiden tot het ontstaan van het organisch psychosyndroom (OPS).

Download:Volledig advies (1552 kB)

Samenvatting


In de adviesaanvraag wordt aangegeven dat het organisch psychosyndroom (OPS) een ernstige vorm van beschadiging van het zenuwstelsel is, die kan leiden tot concentratiestoornis, geheugenverlies en persoonlijkheidsverandering. Het ziektebeeld heeft niet alleen grote consequenties voor de betrokken werknemer zelf, maar ook voor diens gezin en sociale omgeving. De ernst van het effect van blootstelling aan organische oplosmiddelen, het aantal mogelijk regelmatig blootgestelde werknemers (volgens de staatssecretaris wordt het aantal geschat op 500 duizend werknemers) en het aantal OPS-gevallen dat te verwachten is als het huidige beleid niet wordt gewijzigd (door hem geschat op 100 tot 200 per jaar), zijn voor de staatssecretaris aanleiding een aanpak voor te stellen ter beheersing van de OPS-problematiek.
Deze aanpak omvat:
  • het vastleggen in beleidsregels van de te treffen maatregelen voor die situaties waarin de blootstelling in principe met adequate technische en/of organisatorische maatregelen beheersbaar is;
  • een verplichte vervanging van het organisch oplosmiddel dan wel oplosmiddel bevattend product door een minder gezondheidsschadelijke stof of product in situaties die bijzonder risicovol zijn en waarin de blootstelling niet of slechts bijzonder lastig beheersbaar is.
  • Ter ondersteuning van deze aanpak stelt de staatssecretaris een flankerend beleid voor.

Binnen de commissie wordt verschillend gedacht over de omvang van de OPS-problematiek en daarmee ook over de wijze van aanpak.

Een deel van de commissie(1)
erkent dat blootstelling aan organische oplosmiddelen oorzaak kan zijn van ernstige gedragsveranderingen, maar pas na langdurige en herhaalde blootstelling aan zeer hoge concentraties.
Blootstelling aan hoge concentraties moet worden voorkomen; reductie van de blootstelling is dan ook gewenst. Dit deel van de commissie constateert dat er onduidelijkheden zijn ten aanzien van de definitie van het ziektebeeld, de diagnose, de omvang van de OPS-problematiek, de effecten van blootstelling, de wetenschappelijke validiteit van onderzoek en onderzoeksrapporten.
Ten aanzien van de definiëring van risicovolle situaties wijst dit deel op het instrument van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE; verplicht sinds 1 januari 1994), goed onderbouwde blootstellingslimieten (MAC-waarden) en het feit dat slechts indicatieve schattingen van blootstellingsniveaus beschikbaar zijn.
Dit deel van de commissie stelt voor om prioriteiten te stellen aan het nader definiëren van risicovolle situaties op basis van een indeling op geschatte verbruiksvolumina en geschatte blootstelling.
Met betrekking tot de voorgestelde maatregelen vindt dit deel dat vervanging moet worden beschouwd als de uitkomst van de arbeidshygiënische strategie en niet als een vaststaande conclusie. Dit deel pleit dan ook voor een risicobenadering, waarbij niet alleen wordt gelet op het intrinsieke gevaar van de stof, maar ook op de kans op werkelijke blootstelling én het daaraan verbonden werkelijke arbeidsgezondheidskundige risico, alsmede voor een aanpak gericht op toepassingen.
Dit deel van de commissie stelt de volgende maatregelen voor:

  • een gefaseerde aanpak van de mogelijk risicovolle situaties, beginnend met de toepassingen waarbij sprake is van hoge gebruiksvolumina en een grote kans op blootstellingsniveaus vér boven goed onderbouwde blootstellingslimieten. Dit deel noemt een aantal sectoren waarvoor met prioriteit plannen tot reductie van de blootstelling moeten worden opgesteld. Het betreft vier toepassingssituaties met vaste werkplekken (autoreparatie, handmatige schoonmaakwerkzaamheden in offset- en zeefdrukkerijen, schoenreparaties en lederwarenindustrie) en twee toepassingssituaties met mobiele werkplekken (binnenhuisschilderwerk en vloeren en tapijt leggen);
  • een verbetering van de uitvoering van de RIE;
  • invoering van persoonsgerichte periodieke controles op chronische effecten (PAGO-vragenlijsten);
  • verbeteren van grenswaarden.

Dit deel van de commissie stelt voor dat de overheid een indeling opstelt van risicovolle situaties en gesprekken aangaat met betrokken brancheorganisaties. Deze organisaties kunnen dan, al dan niet in overleg met de overheid en/of vakbonden, initiatieven ontplooien tot een aanpak van de problematiek. In bijlage 4 bij het advies geeft dit deel van de commissie aan welke initiatieven al door verschillende organisaties zijn genomen.
Indien uit de aanpak blijkt dat een adequate beheersing van de blootstelling alleen haalbaar en controleerbaar is als een beleidsregel wordt opgesteld dan wel als sprake is van een verplichte vervanging, dient naar de mening van dit deel van de commissie het Ministerie van SZW daartoe het initiatief te nemen.

Een ander deel van de commissie(2)
is met de staatssecretaris van mening dat beroepsmatige blootstelling aan organische oplosmiddelen tot ernstige gezondheidsklachten, waaronder OPS, kan leiden. Dit deel vindt dat, gelet op de ramingen van de omvang van de OPS-problematiek, het probleem onderschat wordt en dat er meer slachtoffers te verwachten zijn. Dit deel wijst erop dat het beleid ter preventie van OPS, ­ondanks initiatieven van werkgevers en werknemers­, onvoldoende van de grond is gekomen en dat op korte termijn aanvullende maatregelen dienen te worden getroffen.
De relatie tussen blootstelling en effect is volgens dit deel afdoende aangetoond; evenals de relatie tussen de grenswaarde, piekblootstelling en het risico op OPS.
Dit deel benadrukt dat blootstelling aan oplosmiddelen naast de OPS- problematiek ook andere gevaren voor de gezondheid oplevert. Deze leden verwachten dat aanpak van de OPS-problematiek ook zal leiden tot een vermindering van die andere gezondheidsrisico's. Dit deel van de commissie heeft gelet op de risicovolle situaties en daaraan verbonden maatregelen, alle branches en sectoren waarin toepassingen van organische oplosmiddelen plaatsvinden, onderverdeeld in drie categorieën:

  • branches/sectoren met duidelijk aantoonbare risicovolle werksituaties;
  • branches/sectoren waar aanwijzingen zijn dat er mogelijk risicovolle werksituaties voorkomen;
  • branches/sectoren waar onvoldoende bekend is over risicovolle situaties.

Voor de eerste groep van situaties worden door dit deel concrete voorstellen gedaan.
Dit deel van de commissie onderschrijft de voorstellen van de staatssecretaris ten aanzien van situaties waarvoor beleidsregels zouden moeten worden opgesteld en ten aanzien van situaties waarbij van een verplichte vervanging sprake zou moeten zijn. Dit deel vindt echter dat voor een aantal situaties waarin de staatssecretaris wil volstaan met het ontwikkelen van beleidsregels, toch een vervanging zou moeten worden voorgeschreven. Enerzijds omdat geschikte alternatieven beschikbaar zijn. Anderzijds omdat de kosten van het treffen van voorzieningen en beheersmaatregelen om aan de beleidsregels te voldoen doorgaans hoger zullen zijn dan de kosten van vervanging. In bijlage 7 bij het advies worden de voorstellen van dit deel van de commissie verder uitgewerkt.
Dit deel is verder van mening dat voor die situaties waarvoor nu reeds een geschikt alternatief voorhanden is, een termijn van een halfjaar tot twee jaar voldoende is om bedrijven de gelegenheid te bieden de bedrijfsvoering aan te passen.
Ook dit deel gaat ervan uit dat het Ministerie van SZW het initiatief neemt tot het opstellen van beleidsregels ­ en zo nodig tot een verplichte vervanging ­en de werkgevers en werknemers in de betrokken branche of sector daarbij betrekt.

Ten aanzien van het flankerend beleid is het advies op een aantal onderdelen unaniem en op een aantal andere onderdelen verdeeld.
Unanimiteit bestaat over de voorstellen van de staatssecretaris ten aanzien van het geven van voorlichting aan werkgevers, werknemers, Arbodiensten, bedrijfsartsen en huisartsen, ten aanzien van het versterken van de voorbeeldfunctie van de overheid, ten aanzien van inspectieprojecten en monitoring van ontwikkelingen.
Verschil van mening bestaat er ten aanzien van de bevordering van wetgeving in Europees verband, het stimuleren van bedrijfstakregelingen voor onderzoek en diagnostiek van OPS. Verder geeft een deel van de commissie (3) aan dat ook aan een aantal andere voorwaarden moet zijn voldaan wil het voorgenomen beleid succesvol zijn. Daarbij denkt dit deel aan etikettering, verstrekking van informatie over vervangingsmogelijkheden, fiscale maatregelen, ontwikkeling van oplosmiddelvrije producten.


(1) Bestaande uit de ondernemersleden.
(2) Bestaande uit de werknemersleden en onafhankelijke leden.
(3) Bestaande uit de werknemersleden en onafhankelijke leden.