Home | Publicaties | SER-adviezen | 1970 - 1979 | 1979 | Advies over de positie van de gehuwde vrouw in de volksverzekeringen, met name in de algemene arbeidsongeschiktheidswet

Advies over de positie van de gehuwde vrouw in de volksverzekeringen, met name in de algemene arbeidsongeschiktheidswet

Adviesnr. 1979/05 - 20 april 1979

Het aanvaarde amendement Rietkerk/Barendregt schrijft voor dat uiterlijk per 1 januari 1979 de werkende gehuwde vrouw bij arbeidsongeschiktheid een zelfstandig uitkeringsrecht krijgt, onder voorbehoud van een minimum aantal gewerkte uren.
De voorwaarden van feitelijke inkomensderving en aantal reeds gewerkte uren geldt niet voor de overige verzekerden.

Download:Volledig advies (1816 kB)

De raad is akkoord met het criterium van feitelijke inkomensderving voor het recht op AAW, alsmede ten aanzien van verzelfstandiging van man en vrouw in de AAW.
De raad heeft echter bezwaar tegen de uitwerking en ontwikkelt een tweetal alternatieven, waarvan hij zelf de variant 'B' het meest elegant vindt. Dit houdt in dat iedere verzekerde, man of vrouw, gehuwd of ongehuwd, bij volledige arbeidsongeschiktheid in beginsel recht heeft op een uitkering ter hoogte van de bestaande ongehuwden uitkering van de AAW, de 70% individuele uitkering.
Hiervan afgeleid, rechten bij gedeeltelijke invaliditeit, plafonnering en regels voor uitkeringen ingeval de partner geen of weinig inkomen heeft.