Home | Publicaties | SER-adviezen | 1960 - 1969 | 1966 | Verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd voor de ongehuwde vrouw in de algemene ouderdomswet

Advies inzake verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd voor de ongehuwde vrouw in de algemene ouderdomswet

Adviesnr. 1966/11 - 21 oktober 1966

De raad is van mening dat een verlaging van de pensioenleeftijd voor de ongehuwde vrouw in de AOW - Motie Roolvink, 10-11-1964 - niet kan worden gemotiveerd met de in de adviesaanvraag genoemde argumenten

Download:Volledig advies (1541 kB)

In veel landen is de pensioenleeftijd voor staatspensioen voor vrouwen lager.

De kans op vervroegd pensioen wegens invaliditeit ten aanzien van 60-65 jarigen is bij ongehuwde vrouwen hoger dan bij mannen. Hetzelfde geldt m.b.t het werkloosheidsrisico.
De ongehuwde werkende vrouw voert in 't algemeen tevens haar eigen huishouden en deze taak wordt zwaarder naarmate zij ouder wordt.
Oudere ongehuwde vrouwen zijn achtergesteld bij weduwen van gelijke leeftijd, die in 't algemeen AWW pensioengerechtigd zijn. De raad wijst erop dat krachtens Ziektewet en WAO betere voorzieningen voor loonderving mogelijk zijn dan via een verlaging van de pensioenleeftijd AOW kan worden bereikt.
Ten slotte bespreekt de raad de samenhang met andere sociale verzekeringswetten van zo'n verlaging.