Home | Publicaties | SER-adviezen | 1960 - 1969 | 1965 | Toepassing van artikel 1a, achtste lid, van de ziektewet per 1 januari 1966 en de hoogte van het maximumdagloon, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de coördinatiewet sociale verzekering

Advies inzake toepassing van artikel 1a, achtste lid, van de ziektewet per 1 januari 1966 en de hoogte van het maximumdagloon, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de coördinatiewet sociale verzekering

Adviesnr. 1965/08 - 24 september 1965

Advies uitgebracht naar aanleiding van de aanvaarding door de Tweede Kamer van het afschaffen van de loongrens in de ziekengeldverzekering. Een loongrens geldt nu alleen nog in de ziekenfondswet.

Download:Volledig advies (322 kB)

Het oordeel van de raad wordt gevraagd over of de ontwikkeling van het aantal verzekerden zodanig is, dat een artikel 1a, achtste lid, van de Ziektewet toegepast dient te worden.
Tevens werd verzocht om te adviseren over het bedrag waarop het maximumdagloon als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, dient te worden gesteld.

Er bestaat een ontsnappingsclausule voor het geval van een te grote toeloop, casu quo afname van het aantal verzekerden, waarmee de hoogte van de loongrens en dus het aantal verzekerden kan worden geregeld.
De raad adviseert een loongrens van 11.500 gulden per 1 januari 1966. Ten aanzien van het maximumdagloon, normaal circa 85% van de loongrens, stelt de raad dat genoemde extra verhoging van de loongrens niet in het maximumdagloon moet doorwerken.
Per 1 januari 1966 derhalve 30 gulden.