Home | Publicaties | SER-adviezen | 1960 - 1969 | 1964 | Advies inzake wijziging van de prijzenwet

Advies inzake wijziging van de prijzenwet

Adviesnr. 1964/16 - 18 december 1964

De raad is geplaatst voor de vraag of uitbreiding van de in de Prijzenwet, 1 mei 1964, vervatte bevoegdheid om prijzenmaatregelen te nemen t.o.v. afzonderlijke ondernemingen c.q. personen, een permanent karakter moet krijgen, dan wel of de wet anderszins gewijzigd moet worden om een zo effectief mogelijk prijsbeleid te waarborgen. De bestaande regeling loopt op 1 januari af.

Download:Volledig advies (759 kB)

De raad vraagt zich af of individuele prijsvoorschriften wel een voorwaarde zijn voor zo'n prijsbeleid. Verder, of zoiets past in het Nederlandse Sociaal-Economische bestel. Het antwoord is nog steeds ontkennend (zie advies d.d. 13 mei 1955, de wenselijkheid van een nieuwe prijswetgeving, verschenen als bijlage bij de MvT, Tweede Kamer 1958-1959, 5439, 4).
Tot dusverre, ook in tijden van spanning, heeft men het zonder kunnen doen. De principiële bezwaren van de raad gaan zover dat hij ook een bijzondere bepaling (omtrent een dusdanige bevoegdheid alleen in een situatie van bijzondere hoogconjunctuur) afwijst.

Een minderheid, groot aantal leden, meent met de regering dat wel op afzonderlijke ondernemingen gerichte prijsmaatregelen dienstig zijn; voorbeelden uit de bestaande wetgeving, bijvoorbeeld vergunningen/ontheffingen, tonen aan dat de overheid reeds op ander gebied bij individuele bedrijven kan ingrijpen.