Home | Publicaties | SER-adviezen | 1951 - 1959 | 1959 | Advies over de premie voor de verplichte ziekenfondsverzekering voor 1960

Advies over de premie voor de verplichte ziekenfondsverzekering voor 1960

Adviesnr. 1959/06 - 13 november 1959

Dit jaar is de Commissie Premie Ziekenfondsverzekering niet tot overeenstemming gekomen ten aanzien van de premiehoogte voor 1960. De raad neemt de advisering over.

Download:Volledig advies (1404 kB)

De cijfers die de Ziekenfondsraad verstrekt en waarop de raad zijn advies baseert, gaan uit van beginselen waaromtrent in de kring van de SER onvoldoende inzicht bestaat. Dit geldt met name voor de uitgavenkant.
De Ziekenfondsraad stelt zich achter het standpunt van de commissie.

De commissie vindt dat het adviseren door de Sociaal-Economische Raad alleen zin heeft, als deze zal overgaan tot een meer omvattende studie van de verplichte ziekenfondsverzekering. Een steeds toenemend deel van de loonsom - en dus van het nationale inkomen - wordt door de verplichte ziekenfondsverzekering opgeslokt. De raad wil graag nagaan waar de grens moet liggen aangezien er nog meer sociale wenselijkheden liggen.
Niettemin is de raad ook nu weer bereid een advies voor te leggen. Uitgaande van de gegevens van de ziekenfondsraad zou bij een premiepercentage van 4,8% voor 1960, een sluitende exploitatierekening kunnen worden verkregen. De reserve van het vereveningsfonds blijft dan circa 32 miljoen gulden. De Ziekenfondsraad wil middels 5% naar 55 miljoen gulden.
De raad concludeert dat het percentage voor 1960 4,9 moet zijn waardoor de reserve met circa 7,5 miljoen gulden vermeerdert. Een deel van de raad adviseert 4,8% zolang het eigen onderzoek nog niet is geschied.