Home | Publicaties | SER-adviezen | 1951 - 1959 | 1954 | Advies inzake het voorontwerp landbouwwet

Advies inzake het voorontwerp landbouwwet

Adviesnr. 1954/06 - 11 juni 1954

Beschouwing van de grondslagen van het voorontwerp landbouwwet.
De doeleinden van de wet worden in twee onderdelen samengevat, te weten het landbouwbeleid en het voedselvoorzieningsbeleid.

Download:Volledig advies (4341 kB)

De raad is met de regering van mening dat de Landbouwcrisiswet 1933, in strekking verruimd door de Wet van 30 september 1938, het Voedselvoorzieningsbesluit 1940 en het Monopoliebesluit Voedselvoorziening 1941 aan vervanging toe zijn.
Vooral ook gezien de nieuwe situatie die is ontstaan door de Wet op de bedrijfsorganisatie en de instelling van de schappen.
Het is zowel in het belang van boeren en vissers, als van consument en exporteur, dat de overheid ordenend kan optreden ter bevordering van de voortbrenging, de afzet en een redelijke prijsvorming.
De raad heeft er ernstig bezwaar tegen dat het totale beleid in handen komt van één minister - soms met de minister van Economische Zaken - en vindt dat de hoofdlijnen het hele kabinet aangaan.
Tevens dient het parlement niet buitenspel gezet te worden. Ook acht hij (behoudens een minderheid) het ongewenst, dat het beleid tot in details in wetten wordt vastgelegd. Voorts meent de raad dat de Memorie van Toelichting, de raakpunten met handel, industrie en ambacht onderschat.
Het advies vervolgt met een beschouwing over:
- de plaats van het georganiseerde bedrijfsleven,
- wijze van uitoefening van de bevoegdheden van de overheid (ondermeer het horen van de Sociaal-Economische Raad),
- de verhouding tot de autonome verordende bevoegdheid van de bedrijfslichamen en het medebewind daarvan.
Het  Landbouwegalisatiefonds, het Inkoopbureau, de landbouwtelling alsmede artikelgewijze opmerkingen ronden het advies af.

In de Minderheidsnota nemen enige leden stelling tegen het perfectionistische en blijvende karakter van de wet en het ingrijpen in niet agrarische sectoren. Zij willen meer bevoegdheden toekennen aan de productschappen.