Home | Publicaties | SER-adviezen | 1951 - 1959 | 1954 | Advies inzake het vraagstuk der kwaliteitsregeling van landbouwproducten

Advies inzake het vraagstuk der kwaliteitsregeling van landbouwproducten

Adviesnr. 1956/04 - 10 april 1954

Advies over de plaats, welke het bedrijfsleven in het kader van de regeling van de kwaliteit van landbouwproducten dient in te nemen.

Download:Volledig advies (1405 kB)

Er is een omvangrijk maar onoverzichtelijk systeem van kwaliteitsregelingen gegroeid ten aanzien van landbouwproducten in de ruimste zin, zowel wat juridische basis als wat de uitvoering betreft.
Eisen worden vastgesteld door de centrale overheid, door de bedrijfschappen voedselvoorziening en door controle-instellingen, waarbij opvalt dat de overheid de naleving van een deel van de eigen voorschriften laat controleren door anderen.

De Commissie meent dat, ook al is optreden van de centrale overheid absoluut noodzakelijk, op het terrein van kwaliteitsregeling haar rol tot het strikt noodzakelijke beperkt moet blijven. De Commissie denkt hierbij aan een zeer algemeen opgestelde machtigingswet, waarvan de uitvoering in handen wordt gelegd van het bedrijfsleven. Een minderheid wil niet zover gaan en wenst een vooroverleg met het bedrijfsleven, dat dan eventueel zelf met een regeling kan komen. De Commissie gaat uitvoerig in op de vraag hoe het bedrijfsleven bij de uitvoering betrokken moet worden. Ook gaat de Commissie in op de juridisch zwakke basis ten aanzien van de tuchtrechtspraak, over de (onvrijwillig) aangesloten bedrijfsgenoten en verdere juridische en praktische aangelegenheden.
In haar slotopmerking beveelt de Commissie de instelling aan van een Commissie voor kwaliteitsregelingen.