Fieke van der Lecq, nieuwe voorzitter Stichting SCOOR: ‘Goede opleiding OR is maatschappelijk belang’

Ondernemingsraden opereren effectiever als zij goed zijn opgeleid. Kroonlid Fieke van der Lecq is sinds een halfjaar voorzitter van de Stichting Certificering Opleiding Ondernemingsraden (SCOOR).
Dorine van Kesteren

Affiniteit met medezeggenschap heeft ze zeker. SER-kroonlid Fieke van der Lecq, in het dagelijks leven deeltijdhoogleraar Pensioenmarkten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en toezichthouder bij diverse financiële ondernemingen en pensioenfondsen, zat ooit in het leerlingenparlement en de medezeggenschapsraad van haar middelbare school, en volgde in die hoedanigheid ook een cursus aan de volkshogeschool. ‘Daar maakten we kennis met de wetgeving over medezeggenschap op scholen, de bevoegdheden van de medezeggenschapsraad en vergadertechnieken. Dat was spannend en leuk om mee te maken’, herinnert ze zich.

Ook als commissaris zoekt ze bewust het contact met de ondernemingsraad (OR) op. ‘Ik vind het belangrijk dat iedereen zijn zegje kan doen. Medewerkers zien namelijk andere dingen dan de directie; met elkaar kom je tot een completer beeld over wat goed is voor de organisatie.’

De econome is pas een halfjaar voorzitter van SCOOR, maar vindt al aardig haar weg in de wereld van OR-scholing. ‘Ik ben getroffen door de toewijding en het enthousiasme in de sector. Opleidingsorganisaties doen veel aan kennisontwikkeling en -deling, in allerlei samenwerkingsverbanden. Dat is inspirerend.’

Scholingsrecht

Het scholingsrecht van OR-leden is vastgelegd in de Wet op de ondernemingsraden (Wor). Werkgevers zijn verplicht hen een aantal dagen per jaar gelegenheid te bieden om zich te laten scholen, onder werktijd en met behoud van loon. OR-leden bepalen zelf welke training of cursus zij willen volgen. De wet geeft een minimumaantal scholingsdagen; werkgever en OR bepalen samen het precieze aantal.

Van der Lecq benadrukt het belang van scholing voor OR-leden. ‘Als commissaris heb ik weleens OR’s meegemaakt die niet of minder effectief opereerden. Dat is een gemiste kans. Scholing helpt ORleden om beter in hun rol te groeien: dan weten ze wat de bevoegdheden van de OR inhouden, leren ze om te gaan met jaarcijfers en begrotingen en krijgen ze meer inzicht in relevante actuele thema’s, zoals duurzame inzetbaarheid. Een goede opleiding voor OR-leden is dus een maatschappelijk belang.’

Certificering

De Stichting SCOOR, die in 2013 door de SER is opgericht, certificeert opleidingsinstituten die cursussen en trainingen aanbieden aan ondernemingsraden. Op deze manier wil SCOOR ervoor zorgen dat de opleidingen van goede kwaliteit zijn. Zo krijgen niet alleen de leden van de ondernemingsraad de garantie dat ze een goede opleiding krijgen, maar ook de bestuurders van ondernemingen. De opleidingskosten komen immers volledig voor hun rekening, dus moeten ze erop kunnen vertrouwen dat de scholing daadwerkelijk zinvol is en bijdraagt aan constructief overleg in de onderneming.

Opleidingsorganisaties die een certificaat aanvragen, worden geauditeerd. Hiervoor werkt SCOOR samen met een extern, professioneel auditbureau. De auditprocedure duurt tussen de drie en de zes maanden. Het aanvragen van het certificaat kost eenmalig 1750 euro; daarna betalen de organisaties jaarlijks een bijdrage die afhankelijk is van de omzet die zij genereren met de OR-scholingsactiviteiten.

Naamsbekendheid

Sinds de oprichting van SCOOR hebben twaalf van de circa 35 opleidingsorganisaties een certificaat gekregen, en van nog eens acht instituten loopt de aanvraagprocedure. ‘SCOOR staat op de kaart’, concludeert Van der Lecq. ‘De naamsbekendheid groeit. SCOOR staat bekend als betrouwbaar kwaliteitskeurmerk. Organisaties zijn trots op hun certificaat en vermelden dat ook op hun website. Dat heeft mijn voorganger, kroonlid Evert Verhulp, voor elkaar gekregen en ik hoop dit verder uit te bouwen.’

SCOOR staat bekend als
betrouwbaar kwaliteitskeurmerk


Het belangrijkste doel dat Van der Lecq zichzelf als voorzitter van SCOOR heeft gesteld, is dat het certificaat betekenisvol blijft. ‘Het certificaat moet een goede weergave zijn van het verschil tussenkwaliteit en onvoldoende kwaliteit. Dat kan betekenen dat niet iedereen het krijgt. Op zichzelf is het dus geen doelstelling om alle OR-opleidingsorganisaties in Nederland gecertificeerd te krijgen.’

Eenpitters

Het aandeel eenpitters in de scholingsmarkt groeit. Voor Van der Lecq is dit aanleiding om in de strategische toekomstagenda van SCOOR aandacht te besteden aan de specifieke positie van zzp’ers. ‘Misschien is het een goed idee om verschillende soorten certificaten in het leven te roepen voor verschillende soorten opleiders. Zzp’ers werken heel anders dan een instituut met twintig opleiders in loondienst. Daarom gaan we onderzoeken tegen welke praktische problemen zzp’ers aanlopen in de huidige auditprocedure en hoe we die kunnen oplossen. Let wel: het is niet de bedoeling om een soort light-versie van het certificaat te ontwikkelen. De kwaliteit van de opleiding van iedere aanbieder moet aan dezelfde eisen blijven voldoen.’

Het certificaat moet een goede weergave zijn van
het verschil tussen kwaliteit en onvoldoende kwaliteit


SCOOR-certificering is niet verplicht. Dat betekent dat ook instituten zonder certificaat hun opleidingen kunnen blijven aanbieden aan OR’s. Van der Lecq: ‘Of een niet-gecertificeerd instituut uiteindelijk levensvatbaar is, moet de markt bepalen. Wij merken wel dat steeds meer OR’s die op zoek zijn naar een opleidingsinstituut, van tevoren informeren of dit wel SCOOR-gecertificeerd is. Het certificaat is dus onderdeel van het selectieproces geworden. Daarnaast zien we dat certificering opleidingsorganisaties blijvend stimuleert om hun zaken nog beter op orde te krijgen, ook nadat de procedure is afgerond. Dat is goed voor de concurrentie en dynamiek in de sector.’