Home | Educatie | SER Scriptieprijs 2008 | Rede jury-voorzitter

Rede jury-voorzitter Alexander Rinnooy Kan bij uitreiking SER Scriptieprijs 2008

16 mei 2008

Dames en heren,

Laat ik beginnen met de vraag te stellen: waarom heeft de SER een prijsvraag voor de beste scripties gehouden? Het antwoord op deze vraag is niet moeilijk te bedenken.

Voor de toekomst van Nederland is talent van cruciaal belang. Een sterke kenniseconomie vraagt erom alle beschikbare, individuele talenten – jong en oud − maximaal te ontwikkelen en maatschappelijk in te zetten. Daarbij gaat het niet alleen om technische of communicatieve, maar ook om creatieve, artistieke, sociale, sportieve en andere talenten. Jong talent vormt zich tijdens de school- en studiejaren. Velen beschouwen deze jaren als bepalend voor de maatschappelijke loopbaan van jonge mensen. Uit ervaring weten we dat deze jaren vooral richtinggevend zijn. Ze kunnen ook de basis vormen voor uiteindelijk een geheel andere maatschappelijke ontwikkeling. Talent steekt namelijk altijd de kop op!

De SER hecht zeer aan talentontwikkeling. Graag levert de raad hieraan ook zelf een actieve bijdrage. Talent ontwikkelt zich als het wordt uitgedaagd. Mede om die reden is de SER Scriptieprijs in het leven geroepen. Welke student gebruikt zijn talent om ons nieuwe inzichten te verschaffen in sociaal-economische vraagstukken?

De SER Scriptieprijs bevordert op deze manier de kennisuitwisseling tussen de SER en talentvolle studenten. De SER krijgt een beeld van de sociaal-economische onderwerpen waarmee studerend Nederland zich bezighoudt. Tegelijkertijd biedt de prijs ons een uitgelezen kans om het werk en de kennis van de SER via onze scriptieservice op universiteiten en hogescholen onder de aandacht te brengen.

Het resultaat mag er zijn, als ik kijkt naar het hoge aantal inzendingen dat voor de prijs binnenstroomde! De jury was aangenaam verrast door het niveau en de onderwerpkeuze van de inzendingen. We hebben ze beoordeeld op originaliteit, beleidsrelevantie, analytisch niveau en leesbaarheid, en ik kan u verklappen dat deze vier genomineerden ruimschoots aan die criteria voordoen. Het is dan ook met veel genoegen dat ik de genomineerden voor de SER Scriptieprijs 2008 aan u voorstel. Vier getalenteerde studenten met vier interessante en lezenswaardige scripties: talent dat klaar staat om een bijdrage te leveren aan onze maatschappij. Opvallend is daarbij dat drie van de vier genomineerden sterke buitenlandse banden hebben, wat iets zegt over de internationale gerichtheid van het Nederlandse hoger onderwijs.

Maike Schroers komt uit Mönchengladbach en heeft aan de Fontys Hogeschool in Venlo de richting Economie gestudeerd. Naar ik heb begrepen heeft ze de smaak van het Nederlandse hoger onderwijs te pakken en zet ze haar studie voort aan de Universiteit van Maastricht.

Maike heeft voor haar − in prima Engels geschreven – afstudeerscriptie onderzoek gedaan bij een middelgrote distributeur van chemicaliën en mineralen. Dit bedrijf bestaat 130 jaar. Gestart als familiebedrijf heeft het zich de laatste tien jaar ontwikkeld tot een internationale holding met dochters in ruim tien Europese landen. Deze internationalisering heeft echter problemen in de interne organisatie met zich meegebracht. In haar scriptie Improvement of the internal organisation of a middle-sized distributor analyseert ze de kernproblemen, brengt de consequenties ervan in beeld en doet aanbevelingen voor verbetering. Daarbij past ze diverse theorieën op het gebied van interne organisatie op een zorgvuldige en originele wijze toe in de concrete bedrijfspraktijk.

Maike is de enige genomineerde in de categorie hbo.

In de categorie wetenschappelijk onderwijs hebben we drie genomineerden. Ik stel ze aan u voor.

Raphie Hayat is van Pakistaanse origine en schreef zijn scriptie aan de faculteit Economie van de Vrije Universiteit Amsterdam, inmiddels hofleverancier van politieke leiders. Voor zijn scriptie Dutch offshoring to and trade with China: a quantitative analysis deed hij kwantitatief onderzoek naar de sterk groeiende handel tussen Nederland en China. Hij gaat na in hoeverre deze groei verklaard kan worden uit toenemende Nederlandse offshoring naar China en welke andere factoren daarnaast verantwoordelijk zijn voor de groei van de im- en export. Zijn analyse is van hoog niveau en gebaseerd op geavanceerde kwantitatieve technieken. Het onderwerp sluit goed aan bij de actuele discussie over de sociaal-economische gevolgen van globalisering.

Daniël Spoormans is onze derde kandidaat met buitenlandse banden – hij heeft een Duitse achtergrond. Zijn scriptie De toegang van de werknemer tot het enquêterecht schreef Daniël aan de Rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Groningen.

Centraal staat hierin de vraag of werknemers in de huidige wettelijke regeling voldoende toegang hebben tot het enquêterecht. Daniël Spoormans analyseert uitvoerig de positie van de vakbonden en de functie van de Advocaat-Generaal als het gaat om het enquêterecht. Hij constateert dat vakbonden en AG slechts sporadisch van dit recht gebruikmaken en komt op basis daarvan tot de conclusie dat de OR een enquêtebevoegdheid zou moeten worden toegekend. Ook stelt hij op basis van zijn analyse dat een algemeen informatierecht voor vakbonden betreffende het beleid van ondernemingen hun toegang tot het enquêterecht zou verbeteren. De scriptie van Daniël Spoormans kenmerkt zich door een zeer consistente en logische opbouw en een grondige analyse van literatuur, jurisprudentie en informatie uit interviews.

Sytske Besemer schreef haar scriptie The relationship between the quantity of non-parental child care, family factors and children’s aggression aan de Rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam en aan de Universiteit van Cambridge.

Zij onderzoekt de relatie tussen de hoeveelheid eerder genoten kinderopvang en de mate van directe, fysieke en indirecte, relationele agressiviteit op 7-jarige leeftijd. Ze maakt voor haar onderzoek gebruik van de gegevens die werden verzameld in het kader van een longitudinale studie onder 1000 jonge kinderen in Zurich. Haar bevinding is dat alleen kinderen die vijf dagen per week of meer van kinderopvang gebruik maakten, meer agressief gedrag vertoonden. Dit geldt alleen voor recente kinderopvangervaring en niet voor opvang tijdens de eerste twee levensjaren. Dit verband blijft ook bestaan als rekening gehouden wordt met andere voor agressie relevante factoren, zoals etniciteit, geslacht, opleiding van de moeder en sociaal-economische status.

De studie van Sytske Besemer is tegelijkertijd compact en zeer gedegen. Ze biedt een helder overzicht van eerder verricht onderzoek naar deze relatie, leidt daaruit onderzoeksvragen en hypotheses af, definieert zorgvuldig de onafhankelijke en afhankelijke variabelen, beschrijft de meetinstrumenten, toetst de hypotheses en bespreekt de resultaten. En dat allemaal in 31 pagina’s.

Dames en heren, het wordt de hoogste tijd om tot de uitreiking van de prijzen over te gaan, te beginnen met de SER Scriptieprijs voor de categorie hbo.

Haar scriptie geeft een voorbeeld van de manier waarop relatief kleine, doch internationaal opererende organisaties nog beter kunnen presteren door een goede interne organisatie en verantwoordelijkheidsverdeling. Daarbij heeft ze diverse theorieën op het gebied van interne organisatie op een zorgvuldige en originele wijze toegepast in de concrete bedrijfspraktijk. Voor het bedrijf in kwestie heeft dit geleid tot zeer bruikbare aanbevelingen, waarvan een belangrijk deel - naar wij begrepen - inmiddels is opgevolgd.

Volgens de scriptiebegeleider viel ze op door haar gestructureerde projectplan, het evenwicht in haar onderzoek tussen theorie en praktijk en de zorgvuldige wijze waarop ze informatie binnen het bedrijf heeft verzameld en geanalyseerd. Bovendien is zij erin geslaagd om de bedrijfsleiding te overtuigen van een moeilijke boodschap: de noodzaak van substantiële verandering op een aantal fronten.

Dames en heren, het zal u niet verrassen: de winnares van de SER Scriptieprijs 2008 in de categorie hbo is: 

Maike Schroers met haar scriptie Improvement of the internal organisation of a middle-sized distributor.

Ik vind het ook erg leuk een prijs uit te reiken aan een Duitse studente die in Nederland studeert. Op dit moment studeren 12.000 Duitsers in Nederland. Doordat Nederland zich redelijk snel heeft aangepast aan het bachelor master-systeem (inclusief Engelstalig onderwijs) is het een interessant hogeronderwijsland geworden in de globaliserende wereld. Het is mooi om ook in onze raadzaal hier de vruchten van te laten zien.

Ik ga over tot de winnaar in de categorie wetenschappelijk onderwijs – en daarbij wordt het voor u dus weer spannender:

Volgens de scriptiebegeleider heeft de winnaar bij het schrijven van de scriptie blijk gegeven van een grote zelfstandigheid. Nadat de scriptiebegeleider een suggestie had gedaan voor een onderwerp en een aanpak, viel er een stilte van een half jaar, maar daarna verscheen er opeens een concept dat vervolgens bijna ongewijzigd kon worden vastgesteld. Het belang van het onderwerp en van de resultaten van deze scriptie kunnen worden geïllustreerd door het feit dat de scriptie vrijwel direct in de download-top 10 van het Tinbergen Instituut terechtkwam. De resultaten van zijn onderzoek kunnen een wezenlijke bijdrage leveren aan de discussie die ons bezighoudt. Geruststellend is bijvoorbeeld de conclusie dat verplaatsing van de productie van Nederland naar China inderdaad op grote schaal plaatsvindt, maar dat dit per saldo niet leidt tot verlies van werkgelegenheid of verzwakking van de Nederlandse concurrentiepositie.

De winnaar van de SER Scriptieprijs 2008 in de categorie wetenschappelijk onderwijs is:

Raphie Hayat voor zijn scriptie Dutch offshoring to and trade with China: a quantitative analysis.

Er kan maar één hoofdprijs zijn. Het is niet anders. Maar ik wil graag benadrukken dat de prestaties van Sytske Besemer en Daniël Spoormans er niet minder om zijn.

Het onderzoek van Sytske Besemer ligt niet alleen op het terrein van de SER, maar heeft ook actualiteitswaarde. Waar de SER adviseert om de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen en daartoe kinderopvangvoorzieningen beter beschikbaar te maken (SER-advies Welvaartsgroei door en voor iedereen), is het van belang om zicht te krijgen op eventuele negatieve bijeffecten van kinderopvang voor individuele kinderen en de samenleving. Dat kinderopvang van minder dan vijf dagen per week - zoals in Nederland gebruikelijk is – niet gerelateerd is aan agressief gedrag, stelt gerust.

Daniël Spoormans schreef een scriptie die heel dicht bij de kern van het SER-werk ligt. Zijn scriptie voorziet ook eerdere SER-adviezen over het betreffende onderwerp van een kritische reflectie. Voor zijn onderzoek maakte hij onder meer gebruik van een enquête onder vakbonden en bij het ministerie van Justitie en een interview met de Advocaat-Generaal. Volgens zijn scriptiebegeleider is dit een onder rechtenstudenten zeer ongebruikelijk aanpak, die Spoormans zelf heeft voorgesteld en volledig zelfstandig heeft uitgevoerd.

Ook de andere genomineerden laten we niet met lege handen naar huis gaan. Hun nominatie is niet alleen een blijk van de hoge prestatie die ook zij hebben neergezet, maar laat zich ook omzetten in klinkende munt. Ook voor u is een felicitatie – en meer dan dat − op haar plaats.
 
SER-Scriptieprijs voor Raphie Hayat (WO) en Maike Schroers (HBO)