Lancering van het Sociaal Economisch Netwerk Waterweg Noord

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij Lancering van het Sociaal Economisch Netwerk Waterweg Noord.

10 oktober 2018
Het gesproken woord geldt.

Goedemiddag allemaal ik voel mij vereerd, hier te midden van kopstukken uit het bedrijfsleven, de gemeente, maatschappelijke organisaties en onderwijsinstellingen. Samen lanceert u vandaag het Sociaal Economisch Netwerk Waterweg Noord. Graag lever ik daar een bijdrage aan met deze toespraak.

Inwoner Maassluis

Zoals u waarschijnlijk wel weet heb ik een persoonlijke relatie met deze gemeente. Als inwoner van Maassluis vind ik het heel leuk om hier bij te zijn. Maar ook omdat ik de drie gemeenten – Maassluis, Vlaardingen en Schiedam goed ken vanuit mijn regionale Kamerlidmaatschap in het verleden. Daarom vind ik het belangrijk en heel bijzonder om voor u een bijdrage te leveren, samen met Hans de Boer en uiteraard burgemeester Edo Haan.

Hans en ik zijn goede collega’s in het hart van de overlegeconomie. Iedere laatste vrijdag van de maand vergaderen wij in de Sociaal-Economische Raad, met vertegenwoordigers van de werkgeverskoepels, van de vakbeweging en met de kroonleden, de onafhankelijke deskundigen. Het feit dat u hier in de regio een eigen Sociaal-Economisch Netwerk initieert, juichen wij daarom zeker toe. 

Dialoog, consensus en samenwerking

Dit initiatief laat zien dat ook u de samenwerking tussen sociale partners stimuleert en het belang van samenwerking onderkent. Daar is de basis van de SER ook op gebaseerd. Laat ik u even meenemen in de geschiedenis van de SER. In 1950 is de wet tot stand gekomen waarmee de SER werd gevormd. Aan de wet was lang gewerkt. In de periode na de oorlog groeide de overtuiging dat de samenwerking tussen werkgevers en werknemers die de wederopbouw zo succesvol maakte, een vervolg verdiende in de SER.

Werkgevers en werknemers zouden hun particuliere belangen overstijgen, hierbij geholpen door de kroonleden. Economische groei en werkgelegenheid zouden worden bevorderd door samen te zoeken naar effectieve oplossingen voor lastige sociaal-economische problemen. Niet door conflict en strijd, maar door dialoog, consensus en samenwerking.

Sociaal economisch én duurzaam

De SER is opgericht als adviesorgaan voor de regering. De raad streeft naar vergroting van de welvaart in de brede zin van het woord: zowel welstand als productiegroei, zowel sociale als economische vooruitgang. Binnen de SER wordt er hard gewerkt om een juist evenwicht te borgen. En een ambitie die de SER ook al decennia heeft: een goede kwaliteit van de leefomgeving. Dus de kernwaarden zijn: sociaal economisch én duurzaam. Niet onbelangrijk om te vermelden, zeker op een dag als vandaag: de Dag van de Duurzaamheid.

De SER verricht veel denkwerk, maar dialoog is een belangrijk onderdeel dat ik bij het aantreden als voorzitter heb toegevoegd. We vinden het belangrijk om in dialoog te zijn. Niet alleen met de drie geleden van de raad – werkgevers, werknemers en kroonleden – maar ook met andere relevante partijen. Een gezamenlijke analyse van werkgevers en vakbonden is belangrijk.

Gelijker speelveld op de arbeidsmarkt

Kijkend naar de arbeidsmarkt staat Nederland er goed voor, er zijn volop kansen. Maar die zijn niet voor iedereen merkbaar. Voor grote groepen mensen bestaat veel onzekerheid. Er zijn risico’s aan werknemerszijde: zoals onzekerheid, korte contracten en daarmee druk op contracten onbepaalde tijd. En er zijn risico’s aan werkgeverszijde: sterke concurrentie door globalisering en flexibilisering en stapeling van verantwoordelijkheden. We pleiten daarom voor een gelijker speelveld op de arbeidsmarkt, zoals bijvoorbeeld het gemakkelijker kunnen aannemen van mensen in vaste dienst.

Daarbij is binnen de SER een grote bereidheid om met elkaar voor de langere termijn tot overeenstemming te komen. Onze basishouding: gemeenschappelijk belang = eigen belang. Soms lijkt het er wel eens op dat partijen niet tot elkaar willen komen, maar we blijven wel met elkaar het inhoudelijke gesprek voeren. Er zijn theorieën dat die basis gelegd is in onze strijd tegen het water. Een strijd die we alleen samen, met elkaar, konden winnen. We werken daar als gemeenschap in samen. En dat dat in onze genen is gaan zitten dat we niets anders kunnen dan polderen. We hebben elkaar nodig.

In gesprek zijn met elkaar

Dat in gesprek zijn met elkaar, dat doen heel veel andere landen ons niet na. Ik krijg dan ook bijna elke maand wel een internationale delegatie op bezoek. Die komt dan van de Nederlandse SER afkijken hoe je dat toch doet: dat tot elkaar komen van partijen met in beginsel grote tegenstellingen.

Ik wil daarmee niet zeggen dat wij Nederlanders een beter soort mensen zijn dan mensen in culturen waarvan de samenleving minder gebouwd is op solidariteit. Ik wil hiermee wel zeggen dat wij in Nederland een andere invulling geven van het begrip eigen belang dan in andere landen. Ik voel me er daarbij heel erg in thuis dat we het eigen belang dienen door solidair te zijn met andere mensen. Dat we het belang dienen van de anderen in onze samenleving. Dat we kiezen voor een inclusieve samenleving waarin voor iedereen een plekje is.

Terug naar uw lancering van het Sociaal-Economisch Netwerk. Daarbij wil ik ingaan op drie thema’s:

  • Het belang van regionale netwerken met het verbinden van economie en arbeidsmarkt;
  • Het belang van inclusie: hoe helpen we kwetsbare groepen aan werk;
  • En de inspirerende kant van sociaal ondernemerschap: hoe zorgen we dat we aandacht hebben en hóuden voor onze omgeving en de mensen die hier werken.

Regionale sociaal-economische netwerken

Eerst het belang van regionale sociaal-economische netwerken. De SER vindt zo’n gezamenlijke sociaal economische agenda in een regio van groot belang. In een aantal sectoren is - zoals velen van u al merken - sprake van grote tekorten aan vakmensen. Dat speelt bij technisch personeel maar ook bij zorg en onderwijs. Het wordt steeds tastbaarder in de eigen omgeving. Wie kent er geen verhalen uit directe omgeving over het niet kunnen ontvangen van noodzakelijke thuiszorg vanwege gebrek aan personeel?

Tegelijkertijd is er nog steeds een grote groep mensen die nog geen werkplek vindt. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met arbeidsbeperkingen of mensen die al langere tijd naast het arbeidsproces staan. Bijvoorbeeld vanwege hogere leeftijd en verouderde vaardigheden. Soms weten mensen wel werk te verwerven, maar dat werk blijkt dan niet altijd even duurzaam te zijn waardoor mensen terugvallen. Voor de kortere termijn biedt de economische groei kansen om zo veel mogelijk mensen aan werk te helpen.

Voor de langere termijn wijs ik op de veranderende arbeidsmarkt waarin digitalisering leidt tot het veranderen van huidige beroepen. Ook de energietransitie is zo’n beweging waar we de gevolgen van gaan merken voor de arbeidsmarkt. We zullen ons nieuwe competenties eigen moeten gaan maken. We moeten zorgen voor voldoende arbeidskrachten. Als we dat niet doen kan zelfs het realiseren van de klimaatdoelstellingen in gevaar komen, want wie gaan de windmolens plaatsen en huisaanpassingen uitvoeren?

Leven lang ontwikkelen

We kunnen slim inzetten door nu volop in te zetten op een leven lang ontwikkelen. Daar moeten we ons met ons allen op instellen. De SER neemt hiertoe ook de nodige initiatieven trouwens. Ik verwacht dat u ons nog gaat tegenkomen de komende tijd in verband met de actieagenda leven lang ontwikkelen. We moeten daarbij goed oog hebben voor draagvlak in de maatschappij en werknemers in het bijzonder. Er zijn mensen die de omslag niet zo maar kunnen maken. Iemand herplaatsen naar een andere baan is een complexe zaak met soms diepe impact op je leven en je gezin.

Juist nu zijn er kansen om verbindingen tussen het sociale en het economische domein te vinden en verder te brengen. Juist omdat het zo voor de wind gaat kunnen we meer samenwerking en regie tot stand brengen. Er zouden wat mij betreft overal sociaal economische agenda’s moeten worden gemaakt en worden uitgevoerd.

Ik begrijp dat de agenda van het SEN nog gevuld gaat worden. Ik ben zo vrij om alvast een paar tips te geven voor het verdere proces. Samenwerking tussen gemeenten, ondernemers en onderwijs is weerbarstig, dat weet u ook. De SER heeft niet lang geleden een advies uitgebracht over regionale samenwerking in de driehoek economie, onderwijs en arbeidsmarkt. We hebben de praktijk van regionale netwerken uitvoerig bestudeerd en met vele partijen gesproken.

Samenwerking beginnen bij inhoud

We zien een groot aantal samenwerkingsverbanden in de regio’s. Alleen de gemeente Maassluis is, meen ik, al onderdeel van meer dan 30 regio’s, zoals arbeidsmarktregio, jeugdzorg, regionale uitvoeringsdienst en ga zo maar door. En dat is alleen nog maar tussen gemeenten onderling. Een essentiële les is dat samenwerking moet beginnen bij de inhoud en dat de structuur daar dan vaak vanzelf bij volgt. Een belangrijke gegeven is dat men er soms verschillende visies op na houdt over die inhoud. Die visies hangen vaak samen met belangen. Het gaat er dan vooral om hoe je omgaat met de belangen en wie dan de regie kan of mag nemen. Ik bespeur een enorme behoefte aan overleg en netwerken, maar we moeten tegelijkertijd waken voor bestuurlijke drukte.

Het doel is een vrijwillige maar niet vrijblijvende samenwerking. Ik ben blij dat Edo Haan daarom al ervaring heeft met een vergelijkbaar netwerk, de Sociaal-Economische Agenda in Zoetermeer. Ik hoop dat hij hier in de zogeheten Waterweggemeenten tot dezelfde concrete afspraken kan komen. De agenda’s van verschillende netwerken moeten goed op elkaar worden afgestemd. In dit kader vind ik de city deals en regiodeals mooie ontwikkelingen waar ook nationale en regionale agenda’s met elkaar worden verbonden. De meerwaarde zie ik vooral in het verbinden van verschillende beleidsterreinen.

Specifieke DNA van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam

Ik neem aan dat dat op de agenda komt te staan van het SEN, in goede verbinding met agenda’s van bijvoorbeeld een metropoolregio. Maassluis, Vlaardingen en Schiedam kiezen er in dit netwerk voor om ook op sub regionaal niveau de handen uit de mouwen te steken. Dat kan ik me gezien het specifieke DNA van deze steden en de geografische ligging wel voorstellen. We hebben Nederland weliswaar ingedeeld in 35 arbeidsmarktregio’s maar daarbinnen kan het meerwaarde hebben om nauwere lokale verbindingen aan te gaan. Vaak is er op lokaal niveau sprake van clusters van een specifieke industrie of werkgelegenheid. Ook is het arbeidsaanbod vaak sub regionaal anders dan in de grotere regio.

Edo Haan heeft het dus al in Zoetermeer meegemaakt, en elders in het land kennen we ook al langer netwerken op sub regionaal niveau. Die bieden kansen voor een goede profilering en effectieve samenwerking. Zoals bijvoorbeeld het agrifood cluster in de regio Noord-Oost Brabant, daar zijn ook goede ervaringen bekend.

Ook voor kwetsbare groepen

Het SEN gaat zich richten op een goed vestigingsklimaat en daarbij nadrukkelijk aandacht besteden aan inclusiviteit begrijp ik. Dat lijkt mij bijzonder kansrijk omdat mensen zich op het lokale niveau direct betrokken voelen bij het wel en wee van medeburgers die hier wonen en werken.

Daarmee kom ik op het tweede aspect: het participatiebedrijf voor kwetsbare groepen.
Ik vind het lovenswaardig dat Stroomopwaarts het initiatief heeft genomen om het sociaal-economisch netwerk in deze regio aan te jagen.

Er zijn al veel contacten tussen overheid, ondernemers en onderwijs, en concrete projecten om mensen aan het werk te helpen die dat zonder ondersteuning niet lukt. Maar ik begrijp ook dat dat vaak tijdelijke samenwerkingen zijn. En dat de regelgeving dermate complex is, dat samenwerkingen niet makkelijk tot stand komen. Wat we willen, is uiteraard een duurzame samenwerking. Daarvoor is een sluitende sociale infrastructuur nodig. De SER heeft over dit onderwerp een aantal adviezen gegeven, die ook deze maand nog aan de orde kwamen in het debat over de miljoenennota.

Duurzame samenwerking

Voor het scheppen van werk voor kwetsbare groepen is een nauw samenspel tussen werkgevers, gemeenten en Sociale werkbedrijven bedrijven wenselijk. Dat vraagt om samenwerking voor een langere termijn. Er zijn wat de SER betreft in alle regio’s tenminste zes onmisbare “functionaliteiten”, zeg maar algemene voorzieningen, nodig om kwetsbare groepen aan het werk te helpen. Hiermee worden werkgevers optimaal geholpen en wordt aan de mensen een sluitend vangnet geboden.

Die zes functionaliteiten zijn dat:

  • werkgevers geholpen worden bij werkprocessen op maat,
  • dat er een uitstekende matching en begeleiding beschikbaar is,
  • dat er een detacheringsfaciliteit is want niet iedereen kan in dienst bij de betreffende werkgever komen,
  • dat mensen startklaar worden gemaakt,
  • dat er een voorziening is voor beschut werk. 
  • En last but not least :een goed werkend regionaal werkgeversnetwerk.

Ik kan dit ook relateren aan het voorbeeld van mijn broer. Zoals u wellicht weet heeft mijn broer tot aan zijn pensioen bij Stroomopwaarts gewerkt. Dankzij hem heb ik veel geleerd over hoe iedereen een talent heeft. Ik heb gezien hoe hij bij Stroomopwaarts dat talent - met hun begeleiding - heeft kunnen ontwikkelen. Als hij één taak oppakt, kan hij dat super goed. Maar als hij te veel tegelijk moet doen, wordt dat lastig voor hem. Stroomopwaarts heeft hem geleerd daar mee om te gaan.

Mijn indruk is dat Stroomopwaarts een goed voorbeeld is van hoe de traditionele sociale werkvoorzieningsbedrijven zich doorontwikkelen tot sociale werkbedrijven. Dat juist Stroomopwaarts zich inzet voor een Sociaal Economisch Netwerk vind ik dan ook mooi passen in de visie die de SER heeft.

Noodzaak van sociaal ondernemerschap

Tot slot wil ik u de noodzaak voorhouden van sociaal ondernemerschap. Vandaag worden ook sociale ondernemers in het zonnetje gezet. Een uitstekend initiatief, ook omdat hiermee inspirerende voorbeelden gedeeld worden, waar andere ondernemers hun licht bij kunnen opsteken. De SER vindt ondernemerschap en maatschappelijk verantwoorden ondernemen belangrijk. Het is wenselijk dat ondernemers steeds meer rekening houden met maatschappelijke effecten.

De SER behandelt steeds meer thema’s die hierover gaan, zoals circulaire economie en (internationaal) maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik ben ervan overtuigd dat bedrijven bij uitstek in staat zijn om maatschappelijke problemen op te lossen, ondernemerschap is de motor om ideeën om te zetten in oplossingen die waarde creëren voor zover ondernemers, werknemers als de maatschappij.

Overheid belangrijke partner

De SER heeft een tijdje geleden al geconstateerd dat sociaal ondernemerschap een van de vele verschijningsvormen is waarbij maatschappelijke impact voorop staat. Sociaal ondernemerschap is onderdeel van een breder spectrum van activiteiten van ondernemingen die maatschappelijk relevant en verantwoord zijn. De overheid kan het sociaal ondernemerschap verder stimuleren, bijvoorbeeld via impact meting en het verbeteren van de zichtbaarheid van sociale ondernemingen. De overheid is een belangrijke partner voor veel sociale ondernemers.

Maar het blijft hoe dan ook een grote kunst om die werkwijze duurzaam en goed in de bedrijfsprocessen te verankeren. De sluitende sociale infrastructuur die ik zo even heb beschreven zal daaraan ook bijdragen. Als we oog hebben voor sociaal ondernemerschap en een goede infrastructuur kan het goed gaan werken en brengen we de inclusieve arbeidsmarkt echt vooruit.

Helden die regio naar hoger plan tillen

Ik kom tot een afronding.
Ik wil u, helden uit het bedrijfsleven, de overheid, het onderwijs en het maatschappelijk veld, van harte succes wensen. Ik noem u specifiek helden. Ik vind u moedig. U durft de krachten te bundelen, de maatschappelijk verantwoordelijkheid te nemen en net dat stapje extra te zetten om de regio naar een hoger plan te tillen. Ik hoop dat u het SEN en zijn werkzaamheden tot bloei brengt. Door te verbinden met netwerken in de regio, komt u samen tot oplossingen. En daar wordt de samenleving rijker van. Niet alleen omdat daarmee het vestigingsklimaat in de regio verbetert, niet alleen omdat er dan meer werkgelegenheid is en het beter gaat met de steden hier. Maar vooral omdat iedereen dan mee kan doen, daar wordt de samenleving pas echt rijker van.

Succes!

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Scholing en ontwikkeling.