Het belang van een leven lang ontwikkelen voor een vitaal Gelderland

Keynote voor Kennisfestival ‘Vitaal Gelderland Werkt’

20 september 2018
Uitgesproken door Arnold Devreese (directeur Sociale Zaken), namens SER-voorzitter Mariëtte Hamer
Het gesproken woord geldt.

We zijn hier in Papendal in een prachtige omgeving waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, kunnen werken, ontspannen, sporten, eten en drinken. Een goede combinatie om met elkaar tot een mooi resultaat te komen. Het past ook uitstekend bij de titel van deze dag: ‘Vitaal Gelderland Werkt’.

Als ik naar het programma van deze dag kijk, dan zie ik die onderdelen allemaal terugkomen. Er is ruime gelegenheid om elkaar te ontmoeten en kennis uit te wisselen, voor de inwendige mens wordt gezorgd en er is zelfs mogelijkheid om het boogschieten te beoefenen. Bovendien bruist het programma van de initiatieven waarin samenwerking in de regio centraal staat met als doel een vitaal Gelderland. Het is heel goed en belangrijk dat jullie hier vandaag allemaal zijn om met elkaar te werken aan de schijf van vijf voor een vitaal Gelderland.

Het regionaal organiseren en verbinden van oplossingen is ook het uitgangspunt van het project ‘Leven lang ontwikkelen’ waarin de SER de rol van aanjager heeft. Ik zal u daar zo wat meer over vertellen. Maar eerst zal ik ingaan op de vraag waarom het zo belangrijk is om vitaal te zijn en te blijven op de arbeidsmarkt van de toekomst.

Arbeidsmarkt en samenleving worden steeds complexer

Fundamentele veranderingen in de samenleving hebben grote invloed op onze wijze van leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren. En omgekeerd geldt dat de manier waarop en de mate waarin mensen leren, arbeid verrichten en zorg krijgen ook weer invloed heeft op diezelfde ontwikkelingen. Ik zal daar een aantal voorbeelden van geven, u zult ze vast in meer of mindere mate herkennen:

In de eerste plaats hebben nieuwe technologieën enorme invloed op zo mogelijk alle facetten van het leven. U kunt zich daar uiteraard allemaal een voorstelling bij maken. Op de arbeidsmarkt zien we dat technologische ontwikkelingen invloed hebben op de vraag naar werk, de inhoud van het werk en de manier waarop we werk organiseren. Bij de SER is daar natuurlijk veel aandacht voor. De SER-verkenning Mens en technologie is inmiddels alweer twee jaar oud. Maar hij is nog steeds zeer actueel. Hij laat zien dat technologisering kansen biedt maar constateert ook een aantal belangrijke aandachtspunten. Bijvoorbeeld ten aanzien van het combineren van werken en leven en de benodigde vaardigheden voor de toekomst.

Een tweede ‘cluster van veranderingen’ is te scharen onder de noemer sociaal-culturele ontwikkelingen. Daarbij kunt u denken aan de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens, de sterk toegenomen participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt en de diversiteit in levensloop van mensen.

Ten derde is er veel gaande in de richting van een meer duurzame samenleving. Zo wordt op dit moment gewerkt aan een breed gedragen Klimaatakkoord. Om de klimaatdoelstellingen mogelijk te maken zijn tienduizenden extra vakkrachten nodig zoals netbeheerders, installateurs en mensen in de bouw. Die zijn nu al niet makkelijk te vinden. Bovendien wordt een beroep gedaan op andere vaardigheden, zoals IT- en technische vaardigheden. Daarmee zal ook de behoefte aan middelbaar opgeleiden groeien.

Tot slot is er sprake van toenemende onzekerheid door de flexibilisering op de arbeidsmarkt. Mensen hebben steeds minder vaak een vast contract. We werken vaker in tijdelijke verbanden of als zzp-er. Gedurende hun loopbaan wisselen mensen ook veel vaker van baan. De verwachting is zelfs dat de gemiddelde student van nu - voordat hij of zij 38 is - 10 tot 14 banen zal hebben gehad!

Aanpassingsvermogen

Kortom, de arbeidsmarkt en de samenleving worden steeds complexer. Dat stelt het aanpassingsvermogen van mensen en bedrijven enorm op de proef. Op de arbeidsmarkt ontstaat een mismatch van vraag en aanbod. Ook voor de provincie Gelderland kan op korte termijn een spanning op de arbeidsmarkt ontstaan. Een recente quickscan van het Planbureau voor de Leefomgeving over de werkgelegenheidsgevolgen van de energietransitie laat dat zien. De extra vraag naar werkkrachten die zal ontstaan als gevolg van de energietransitie, zal naar verwachting groter zijn dan het extra aanbod. In hoeverre die verwachting werkelijkheid zal worden is afhankelijk van de omvang van de extra investeringen en van het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt. Welke aanpassingen dan nodig zijn is verschillend per provincie, maar ook per sector en per regio. Oftewel, een flink aantal onzekerheden voor de toekomst van de arbeidsmarkt.

Moet u dat dan maar lijdzaam afwachten? Nee, natuurlijk niet en dat doet u ook niet. Dat blijkt al uit het feit dat u deze dag organiseert en de inspirerende initiatieven die op uw programma staan. Ik wil enkele daarvan zo dadelijk nog benoemen. Maar eerst sta ik graag met u stil bij het belang van een leven lang ontwikkelen.

Het belang van een leven lang ontwikkelen

Ik schetste u zojuist een aantal ontwikkelingen die onze samenleving fundamenteel veranderen. Die ontwikkelingen bieden ons kansen om de dingen morgen beter en slimmer te doen dan vandaag: ze bieden bijvoorbeeld mogelijkheden voor snellere dienstverlening, betere zorg, duurzame energie en gezonder werken. Ze bieden ook kansen en mogelijkheden voor iedereen persoonlijk om nieuwe paden te bewandelen en jezelf verder te ontwikkelen.

Aan de andere kant brengen deze ontwikkelingen risico’s met zich mee. Zoals gezegd stelt de toegenomen dynamiek op de arbeidsmarkt het aanpassingsvermogen van mensen en bedrijven enorm op de proef. Er zijn groepen burgers, werkenden en (met name) kleinere ondernemers voor wie het lastig is om alle veranderingen bij te houden.

De vraag is: Hoe kan Nederland voorop blijven lopen in het bijhouden van de veranderingen? En op een manier dat we iedereen daarin meenemen?

‘Het’ antwoord bestaat wellicht niet. Maar ik zie in ieder geval drie belangrijke onderdelen van het antwoord:

  • een leven lang ontwikkelen;
  • een positieve leercultuur; 
  • gezamenlijkheid.

Op ieder van deze onderdelen ga ik kort in.

Een leven lang ontwikkelen

Tijdens onze loopbaan zullen we allemaal veel meer dan nu moeten investeren in leren en ontwikkelen om onze kennis en vaardigheden up to date te houden. Een complexe uitdaging voor het onderwijs is dat we kinderen opleiden voor banen die nu nog niet bestaan. Die technologie zullen gebruiken, die nog niet is uitgevonden. Om problemen op te lossen die we nog niet kennen. Het is belangrijk dat jonge mensen op school worden voorbereid op deze dynamiek en onzekerheid. Maar niet alleen onze kinderen krijgen hiermee te maken. Kennis en vaardigheden verouderen in een hoog tempo. Een leven lang leren en ontwikkelen wordt voor ons allemaal “keiharde” noodzaak. Niet alleen voor de hoger opgeleiden – die doen dat vaak toch al wel - maar juist ook voor alle anderen voor wie het vaak minder vanzelfsprekend is. Bijvoorbeeld door slechte ervaringen vroeger in de schoolbanken. Naast het belang van bijscholen krijgen werkenden ook vaker te maken met omscholing doordat hun baan verdwijnt of dreigt te verdwijnen. Leven lang ontwikkelen zal niet alleen via scholing vorm moeten krijgen, maar ook op de werkplek zelf door het zogenoemde informeel leren. Dat alles vraagt om een sterke leercultuur.

Een positieve leercultuur

Daarmee bedoel ik een cultuur waarin iedereen zich kan ontwikkelen en die bijdraagt aan een sterke positie als kennis- en innovatieland. Die leercultuur is cruciaal om de maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden en de kansen van technologische transities en innovatie ten volle te benutten. Iedereen betrekken bij, en intensief investeren in een sterke leercultuur is nodig voor een sterke economie en voor een open, inclusieve samenleving waarin iedereen zijn weg kan vinden en een stapje verder kan komen. De SER heeft hierover vorig jaar een advies uitgebracht: Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan. Daarin is ook veel aandacht besteed aan goede faciliteiten voor het individu om de regie te nemen over de eigen loopbaan en om onafhankelijke ondersteuning te krijgen bij de loopbaanontwikkeling.

Blijven ontwikkelen zou net zo vanzelfsprekend moeten worden als eten en drinken. Die vanzelfsprekendheid ontstaat niet vanzelf. Om rond een leven lang ontwikkelen echt een stap verder te komen is gezamenlijke actie nodig.

Gezamenlijkheid

Ik wil kort inzoomen op de samenwerking tussen het onderwijs, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Naar mijn overtuiging is een nauwe samenwerking tussen onderwijs en praktijk nodig om aan te blijven sluiten bij de dynamiek van de arbeidsmarkt.

Opvoeden en opleiden is een maatschappelijke opgave. Daarbij denken we in de eerste plaats aan de onderwijsinstellingen. Zij zijn de pedagogische en didactische experts. Voor de inhoud en de uitvoering zou echter een veel breder en intensiever beroep op de samenleving gedaan kunnen worden. Verbinding met de samenleving is nodig om de inhoud van een opleiding aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt. Dat geldt voor initiële opleidingen, postinitiele opleidingen en korte bijscholingscursussen en -trainingen. Bedrijven en maatschappelijke organisaties willen hier graag bij helpen, is mijn ervaring. Ik merk dat bedrijfsleven, onderwijs en maatschappelijke organisaties hun eigen jargon, structuren en regels kennen. Dat betekent dat onderwijs en bedrijfsleven elkaar moeten leren verstaan. Dat begint met goed luisteren en inleven. Vandaag is een uitgelezen moment om dat te doen.

Het belang van een leven lang ontwikkelen loopt als een rode draad door het programma van deze dag heen. Vragen waarover vandaag wordt nagedacht zijn onder andere: welke vaardigheden heb ik nodig, nu en in de toekomst? Hoe kan ik mij blijven ontwikkelen? Welke rol hebben werkgevers en het onderwijs daarbij? Ik zag dat deze vragen onder andere aan de orde komen in de workshop ‘Innovatie in de techniek’. Het is belangrijk om met elkaar over deze vragen na te denken en vooral ook om dat op tijd te doen. We kunnen nu al met elkaar bouwen aan de arbeidsmarkt van over tien jaar. Wat dan erg helpt is om te beschikken over goede arbeidsmarktinformatie. Dat stelt ons in staat scherpere keuzes te maken voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Het kan ook zicht geven op de benodigde vaardigheden voor de arbeidsmarkt van de toekomst.

Het bevorderen van een leven lang ontwikkelen staat hoog op het prioriteitenlijstje van de SER. De ministers Koolmees en Van Engelshoven hebben de SER aan het begin van dit jaar de rol van ‘aanjager’ toebedeeld. Ik noemde dat al aan het begin van mijn verhaal. We hebben de dankbare opdracht gekregen om ervoor te zorgen dat een positieve leercultuur ontstaat onder de gehele (werkende en niet werkende) beroepsbevolking, in organisaties en bij onderwijsinstellingen. Oftewel, dat een leven lang ontwikkelen voor iedereen, voor mensen maar ook voor bedrijven en organisaties, vanzelfsprekend wordt. Dat is een hoge ambitie en dat kan de SER niet alleen. We kunnen in Den Haag samen met de Stichting van de Arbeid en verschillende ministeries werken aan het opstellen van randvoorwaarden, het wegnemen van belemmeringen, aanjagen en stimuleren.

Maar, de echte doorbraak gebeurt in de regio’s, bij bedrijven, gemeenten, onderwijsinstellingen en samenwerkingsverbanden die dagelijks bezig zijn om die positieve, sterke leercultuur in de praktijk vorm te geven. Daarom vind ik het zo belangrijk om hier vandaag te zijn. Onder u is al een heel aantal regionale en (inter)sectorale initiatieven gaande. Daar zit de energie en daar moet de echte doorbraak plaatsvinden.

Het belang van de regio

Het spreekt mij bijzonder aan dat er in de provincie Gelderland op regionaal niveau initiatieven zijn ontstaan die erop zijn gericht om de tekorten op de arbeidsmarkt terug te dringen. Een behoorlijk aantal is hier vandaag ook aanwezig. Een belangrijk uitgangspunt is om dat in gezamenlijkheid te doen, met alle betrokken partijen waaronder de overheid, het onderwijs, werkgeversorganisaties en de vakbonden. Zo heb ik gezien dat op de informatiemarkt het actieprogramma ‘Waard om voor te Werken!’ van de Werkgeversvereniging Zorg en Welzijn zich presenteert. Dit programma heeft als doel het terugdringen van de tekorten in de zorg in de provincie Gelderland. Een mooi voorbeeld van samenwerking in de regio met als uitgangspunt de vraag: waar hebben we elkaar nodig en hoe kunnen we elkaar versterken?

Een ander initiatief dat mijn aandacht trok en dat in een van de workshoprondes aan de orde zal komen is het Leve(n) Lang Gelders Vakmanschap. Ook dit initiatief is erop gericht tekorten op de arbeidsmarkt terug te dringen en wel in de techniek. Een tweede doel daarbij is het ondersteunen van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. En dat sluit aan op een andere belangrijke uitdaging voor de arbeidsmarkt van de toekomst: ervoor zorgen dat iedereen goede kansen op volwaardig werk wordt geboden. Op de arbeidsmarkt van de toekomst is iedereen nodig en moet iedereen mee kunnen doen.

Een dag als vandaag sluit één op één aan bij de ambitie van de SER: regionale initiatieven laten zien, uitwisselen en verbinden. Daarbij is het belangrijk niet alleen de kansen en goede voorbeelden te laten zien maar ook oog te hebben voor de knelpunten die er ongetwijfeld nog zijn. Ik wens u toe dat u vandaag ook de gelegenheid neemt om met elkaar te spreken over vragen zoals: Waar loopt u in uw dagelijkse praktijk tegenaan? Wat houdt u tegen om een volgende stap te zetten? Een dag als deze is er ook op gericht om dat boven tafel te krijgen. Ik ben zeer geïnteresseerd in het resultaat van de dag en de schijf van vijf die later vandaag aan Conny Bieze, gedeputeerde van de provincie Gelderland, zal worden overhandigd.

Het mbo heeft goud in handen

Het beroepsonderwijs heeft een belangrijke rol in het leven lang leren en ontwikkelen. In het advies Toekomstgericht beroepsonderwijs deel 2 constateert de SER dat het mbo een sterke uitgangspositie heeft om de gevolgen van al de ontwikkelingen die ik aan het begin noemde het hoofd te kunnen bieden. We moeten daarbij niet vergeten dat het beroepsonderwijs een meervoudige opdracht heeft. Het mbo heeft niet alleen de opdracht om studenten goed voor te bereiden op hun entree op de arbeidsmarkt, maar ook op het doorstromen naar een vervolgopleiding en op deelname aan de maatschappij. Het mbo is een cruciale sector voor Nederland. Ruim 40 procent van de beroepsbevolking heeft een mbo-opleiding gedaan. Internationaal staat het mbo goed aangeschreven, met zijn grote nadruk op praktijkgericht opleiden en de nauwe samenwerking tussen opleidingen en bedrijfsleven. Veel afgestudeerden komen bovendien snel aan het werk. Het mbo vervult daarbij een scharnierfunctie. Tussen verschillende typen beroepsonderwijs, tussen opleidingen en (leer)bedrijven én tussen de beroepsuitoefening en de scholing van werkenden.

U hebt de sleutel in handen

Ik zei het net ook al: de echte doorbraak voor een leven lang ontwikkelen vindt plaats in de regio’s, bij bedrijven, gemeenten, onderwijsinstellingen en samenwerkingsverbanden die dagelijks bezig zijn om die positieve, sterke leercultuur in de praktijk vorm te geven. U hebt de sleutel in handen. Vandaag is de dag om elkaar als betrokkenen in de provincie Gelderland te ontmoeten en elkaars initiatieven te leren kennen. Zodat we van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen versterken. Bespreek met elkaar hoe u dat kunt doen en wanneer u dat gaat doen. Het zou mooi zijn als u vanavond de deur uitstapt met een aantal nieuwe afspraken in de komende weken. Ik wens u een inspirerende dag toe en een gevulde agenda voor de komende tijd!

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Scholing en ontwikkeling.