Draagvlak in een gefragmenteerde samenleving (Tinbergen-conferentie)

Inleiding van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij de Tinbergen-conferentie Draagvlak in een gefragmenteerde samenleving, gehouden bij de SER.

24 september 2019

Het gesproken woord geldt. 

Ik heet u van allen van harte welkom. Vandaag hebben we het over de betekenis van Jan Tinbergen voor de aanpak van economische beleidsvraagstukken in Nederland, en de blijvende relevantie ervan in een gefragmenteerde samenleving. Hoe behouden we draagvlak in zo’n samenleving? Hoe blijft de erfenis van Tinbergen vitaal en levend?

Ik vind het passend dat deze bijeenkomst bij de SER plaatsvindt. Tinbergen was lid van de SER van 1950 -1962. Tot 1955 was hij dat als de eerste directeur van het CPB; na zijn vertrek bij het CPB tot 1962 als ‘gewoon’ kroonlid. Onder zijn voorzitterschap van de SER-commissie Lonen en prijzen is het eerste advies van de SER tot stand gekomen. Hij heeft er als geen ander ervoor gezorgd dat de ‘jonge’ SER gezag kreeg en behield. Het ‘jonge’ CPB had toen ook SER nodig om zijn adviserende rol te kunnen spelen.

De SER wil hiermee ook stil staan bij de rol en blijvende betekenis van Tinbergen voor de SER.

“Objectieve, wetenschappelijke benadering”

Zijn drive was om de wereld beter en rechtvaardiger te maken door maatschappelijke debatten en problemen op een wetenschappelijke wijze te benaderen. Met die instelling opereerde Tinbergen ook in de SER. Daarover zei hij in de raadsvergadering van 27 augustus 1954 het volgende: “De Sociaal-Economische Raad is een nieuwe instelling en men heeft hier te maken met een experiment om ook door een nieuw accent bij te dragen aan de sociaal-economische ontwikkeling van Nederland. Een accent, dat meer ligt in de richting van een objectieve, zelfs wetenschappelijke benadering van vraagstukken.”

In zijn ogen was dit experiment geslaagd. Daar heeft hij in belangrijke mate aan bijgedragen. Hij is als voorzitter van de voorbereidende commissie en vaak ook als schrijver direct verantwoordelijk geweest voor de eerste adviezen van de SER, die van hoge kwaliteit waren. De introductie van de doelstellingen van het economisch beleid in het eerste advies is van blijvende betekenis geweest voor het Nederlandse beleid.

Tinbergen genoot een groot gezag in de SER. “Je ging toch niet gauw tegen Tinbergen in,” volgens Marinus Ruppert, de voorman van de christelijke vakbeweging. Als vooraanstaand sociaal-democraat had Tinbergen ook een uitgebreid netwerk in de politiek en de vakbeweging, wat ook hielp om de vakbeweging te overtuigen van de noodzaak van loonbeheersing in de jaren vijftig.

Elementen voor gedragen SER-adviezen

Tinbergen heeft de grondslag gelegd voor drie essentiële elementen van het werk van de SER om tot een gedragen adviezen te komen en die we methode SER noemen:

  1. een gezamenlijke en gedeelde probleemanalyse en feitenbasis als grondslag voor het verkennen van beleidsopties;
  2. het hanteren van een breed welvaartsbegrip als ijkpunt voor het sociaal-economisch beleid. Dit maakt een balans tussen verschillende belangen mogelijk en vormt zodoende de basis voor een gemeenschappelijke hoofdoriëntatie voor de beleidsadvisering, maar laat ook zien welke afruilen er zijn en welke keuzes er gemaakt dienen te worden;
  3. een onderscheid tussen doelen en instrumenten van economisch beleid.

Deze elementen maken een trechtering van problemen en oplossingsrichtingen mogelijk – we noemen dat hier ‘afpellen’ - en vormen zo een basis voor overeenstemming en compromis.

Jan Tinbergen leefde in een andere wereld dan wij. Een wereld waarin feiten en analyses aan experts voorbehouden waren en de bestuurlijke voorhoede compromissen sloot namens een vaste achterban. Onze wereld is complexer en gefragmenteerder.

Twee voorbeelden. In de jaren vijftig konden de twee grootse partijen samen regeren op basis van een tweederde meerderheid in de Tweede Kamer. Nu bezitten de twee grootste partijen nog maar eenderde van de Tweede Kamerzetels; de vier huidige regeringspartijen hebben amper een meerderheid in de Tweede Kamer. In de jaren vijftig was er maar één tv- zender met een monopolie van de publieke omroep. Nu bevat een standaardpakket gemiddeld 47 tv-zenders en bedraagt het aandeel van de publieke omroep 35 procent.

Deze fragmentatie is op zich niet negatief. Ze biedt meer individuele keuzevrijheid en diversiteit. Maar ook meer spelers, meer opvattingen, en de mogelijkheid om via nieuwe media razendsnel deze opvattingen te verspreiden: het stelt ons allemaal wel voor uitdagingen in het vinden van draagvlak voor beleid.

Meer investeren in probleemanalyse en dialoog

We zullen nog meer moeten investeren in gezamenlijke probleemanalyse, beter moeten nagaan of we het over de doelen eens zijn. Meer nadruk ook op dialoog, mensen erbij betrekken. Vandaar dat ik vijf jaar geleden aan onze slogan Denken voor Draagvlak ‘door Dialoog’ heb toegevoegd. Hoe verschillend we ook denken, hoe uiteenlopend onze achtergronden of onze belangen ook zijn: de enige weg naar oplossingen die in de praktijk ook werken, is en blijft door er samen voor te gaan zitten en er samen uit te komen.

Basis is dat we onze gemeenschappelijke doelstellingen erkennen en dat we tot een gemeenschappelijke analyse komen op basis van gedeelde feiten. Dat betekent: luisteren naar elkaar. Spreken met elkaar. En puzzelen aan een oplossing met elkaar. Met respect voor elkaars opvattingen, positie en belangen.

Relevant blijven door te vernieuwen

De SER bestaat volgend jaar zeventig jaar. We kunnen alleen relevant blijven door ons steeds te vernieuwen. Dat hebben we bijvoorbeeld gedaan door het betrekken van jongeren via het Jongerenplatform. Met hen hebben we onlangs via een zorgvuldige analyse en op basis van veel feitenmateriaal de kansen en belemmeringen voor jongeren in 2019 in beeld gebracht in onze verkenning Hoge Verwachtingen. Deze werkwijze werd door hen als zeer leerzaam ervaren.

De verbinding met de politiek, het aandragen van gemeenschappelijke analyses en oplossingen is nu misschien nog wel meer nodig dan in de tijd van Tinbergen. Na een advies houdt het niet op voor de SER. De complexiteit van onze samenleving en het daaruit voortvloeiende politieke landschap vraagt om een doorlopend proces van niet alleen puzzelen aan oplossingsrichtingen, maar ook van ‘poweren’, het organiseren van maatschappelijk en politiek draagvlak voor de oplossingsrichtingen. Het pensioenakkoord is hiervan een goed voorbeeld.

‘Maatschappelijk verantwoord argumenteren en debatteren’

Beleid maken op basis van gemeenschappelijke doelstellingen, een gemeenschappelijk analysekader en feitenmateriaal, is dus een groot goed waarvan de maatschappij kan profiteren. Het waarborgen daarvan vraagt een discipline van de deelnemers aan het maatschappelijk debat, om bijvoorbeeld meningen niet als feiten te presenteren of feiten niet als meningen af te doen. Daarom wil ik een pleidooi houden voor ‘maatschappelijk verantwoord argumenteren en debatteren’ met respect voor feiten en wetenschappelijke analyses en de instituties die deze feiten en analyses aanleveren. En natuurlijk kunnen feiten en analyses worden betwist en worden verbeterd. Dat is immers de essentie van wetenschap. Maar doe dit wel op basis van goede argumenten die voor anderen na trekken zijn.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels