Over het draagvlak dat nodig is voor een rechtvaardig belastingstelsel

Speech voor de Bond voor Belastingbetalers

12 september 2018
Het gesproken woord geldt.

De organisatoren van deze boeiende middag hebben me gevraagd naar het geheim van de SER. De mens is nieuwsgierig van aard dus die vraag begrijp ik best en om een einde te maken aan alle geheimzinnigheid zal ik tot slot van mijn verhaal het geheim van de SER onthullen.

Belasting als last of teken van beschaving

Maar eerst wil ik het hebben over belang van belastingen. Belastingen worden als regel ervaren als een last. Maar belasting betalen kan ook worden gezien als een teken van beschaving. Belastingen vormen, als het goed is, een afspiegeling van onze collectieve verantwoordelijkheden. In ontwikkelde landen wordt in het algemeen meer belasting geheven dan in landen waar grote armoede heerst en waar essentiële voorzieningen ontbreken. Door belastingen kunnen we samen zaken mogelijk maken die individuen zelf niet kunnen realiseren, of het nu gaat om goed onderwijs, infrastructuur of veiligheid. Het gaat er dus niet om zoveel mogelijk of zo weinig mogelijk belasting te heffen, maar om zoveel belasting te heffen als nodig is en dit vervolgens doelmatig uit te geven. Het gaat daarbij om rechtvaardigheid, zodat mensen en bedrijven een fair share bijdragen en mensen krijgen waar ze recht op hebben. Belastingontduiking past daarin niet en vormen van belastingontwijking staan hiermee op gespannen voet. Dit vraagt om een brede belastingbasis waarin sommigen niet de dans ontspringen ten koste van anderen.

Advies van de SER

Mensen vragen soms of de SER ook wel adviseert over belastingonderwerpen. Die vraag ligt voor de hand omdat het alweer even geleden is dat de SER over het belastingstelsel een advies heeft uitgebracht.

Niet overal is bekend dat het SER-advies ‘Naar een robuust belastingstelsel uit 1998 aan de basis stond van de laatste grote belastingherziening in 2001. Sindsdien is er eigenlijk geen grote belastingherziening meer geweest. En is er ook geen advies aan de SER gevraagd. Of deze beide zaken met elkaar te maken hebben, laat ik in het midden. Maar voor belangrijke sociaaleconomische beslissingen zijn meestal wel coalities nodig met maatschappelijke organisaties. In de politiek is sprake van toenemende versnippering, zodat voor parlementaire meerderheden inmiddels veel partijen nodig zijn. De formule 75+1 voor een besluit in de Tweede Kamer werkt op korte termijn, maar niet als het gaat om het meenemen van de samenleving, zoals werknemers, werkgevers en in het algemeen belastingbetalers. Dit maakt het van belang om naast politiek draagvlak ook nadrukkelijk te kijken naar het maatschappelijke draagvlak.

Draagvlak en maatschappelijke dialoog

Wat is nu de relatie tussen belastingen en de rol van de SER? De SER adviseert gevraagd en soms ongevraagd over tal van onderwerpen. De SER heeft drie doelstellingen van het sociaaleconomische beleid waarop ook het belastingstelsel beoordeeld kan worden. Dit zijn:

  • een evenwichtige economische groei binnen het kader van het streven naar duurzame ontwikkeling;
  • een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie;
  • de totstandkoming van een redelijke inkomensverdeling.

Belastingen hebben invloed op alle drie de doelstellingen: op een evenwichtige economische groei via het vergroten en verdelen van de koek, op de arbeidsparticipatie via de lasten op arbeid en op een redelijke inkomensverdeling

We zijn als SER sterk in het organiseren van draagvlak en maatschappelijke dialoog. Of het nu gaat om arbeidsmarkt, pensioen of scholing, de IMVO-convenanten waarvan er in hoog tempo meer komen, of het Klimaatakkoord als opvolger van het Energieakkoord. En we hebben met de Kroonleden veel kennis en expertise in huis. Een eminent voormalig Kroonlid van de SER is Leo Stevens, die jarenlang is blijven hameren op noodzakelijke hervormingen in het belastingstelsel en zich altijd voorstander heeft getoond van een breed maatschappelijk draagvlak.

Verwante thema’s

Hoewel de SER zich dus niet recent heeft uitgesproken over het belastingstelsel als geheel, heeft de SER de laatste paar jaar volop geadviseerd over thema’s die raken aan de fiscaliteit of toeslagen, zoals de kinderopvang in een advies over het combineren van werken, leren en zorgen in de toekomst, het advies over armoede onder kinderen, een advies over de inkomenspositie in de culturele sector, en financiële instrumenten voor een circulaire economie. Op dit moment zorgen we ervoor dat werkgevers, werknemers, opleidingen en regionale overheden actiever bezig gaan met leven lang ontwikkelen. Hierbij zijn scholingsaftrek, ontwikkelrekeningen en bekostiging van opleidingen voor volwassenen belangrijke punten.

Ik ga hier vanmiddag niet in op de uitvoering door de Belastingdienst. De uitvoering is niet ons terrein en die laat ik graag over aan de staatssecretaris. Wel wil ik nog even opmerken dat het van belang is dat de Belastingdienst toegankelijk is en blijft voor mensen met minder basisvaardigheden, waaronder digitale vaardigheden en ook dat mensen krijgen waar ze recht op hebben. Zoals ook de Bond voor Belastingbetalers heeft gewezen op het feit dat substantiële groepen mensen niet gebruikmaken van toeslagen waar ze wel recht op hebben. Voor een belastinghervorming geldt dat zorgvuldigheid en draagvlak belangrijk zijn. Dus met een knipoog naar de staatssecretaris zeg ik: Snel is goed, maar goed is beter.

Nog eens: draagvlak

De afgelopen jaren is in de politiek al vaker uitgebreid gedebatteerd over de noodzaak om te komen tot een brede belastingherziening. Er ligt al een tijdje een stapel rapporten van fiscale commissies over de inkomstenbelasting en de toeslagen met in hoofdlijnen dezelfde denkrichting. Ook hier blijkt het papier geduldig. De vorige staatssecretaris, de heer Wiebes, kwam daarom met een ambitieuze brief om de fiscale zolder flink op te ruimen. Maar de belastingherziening was niet verankerd in het Regeerakkoord en er lag ook geen SER-advies aan ten grondslag. Er bleek onvoldoende draagvlak voor een brede belastingherziening. Ook in de huidige discussie over de dividendbelasting blijkt dat draagvlak een belangrijke rol speelt. In het huidige regeerakkoord staat een tekst over de hervorming van het belastingstelsel. De noodzaak blijft bestaan om ons hier fundamenteel op te bezinnen. Na de laatste belastingherziening is de complexiteit door het aantal instrumenten toegenomen en zijn de lasten op arbeid gestegen. Daarbij is het de vraag of het moet gaan om een grote belastingherziening in de vorm van een ‘big bang’, of dat het gaat om stevig werken aan achterstallig onderhoud.

Hiermee zit er weer beweging in het dossier. Voor een deel gaat het daarbij overigens om het doorzetten van beleid, soms met een schepje er bovenop, zoals in de woningmarkt. Ook is sprake van een verschuiving in de belastingmix, maar de lasten op arbeid blijven relatief hoog. De belasting op arbeid is met 48% drie keer zo hoog als de belasting op kapitaal, namelijk 16%. Ik vraag mij af: als we werk belangrijk vinden, waarom belasten we het dan zo zwaar?

Platformisering en persoonlijke diensten

Er zijn andere maatschappelijke ontwikkelingen die we ook scherp in de gaten houden, want ze leiden tot nieuwe risico’s en uitdagingen. Zo is nog onvoldoende duidelijk wat de gevolgen zijn van de platformisering van een deel van de diensteneconomie. Gaat dit zorgen voor het weglekken van belastingen? Wat zijn de gevolgen voor de bedrijven die hun bijdragen leveren en voor degenen die ontwijken? Wat is effect op de verhouding tussen de lasten op kapitaal en op arbeid? Oftewel, waar komt de onbetaalde rekening terecht?

In aansluiting hierop zien we een toenemende markt voor persoonlijke diensten ontstaan. Denk aan de diensten in en rond het huis voor mensen met een druk bestaan of voor ouderen van wie wordt verwacht dat ze langer thuis blijven wonen. Door de dubbele wig in het bruto-netto traject is het voor de meeste huishoudens heel lastig om uit het eigen nettoloon het brutoloon van een dienstverlener te betalen, en hebben veel schoonmakers aan huis geen sociale rechten. In andere landen, zoals Frankrijk en in Scandinavië, is dit beter geregeld door een fiscale faciliteit die het bruto-netto traject verkleint. Om de Nederlandse markt te ontwikkelen is het nodig om hiervoor een passende oplossing te vinden. In het kader van inclusieve groei ligt het in de rede om persoonlijke dienstverlening volwaardig te belonen. Dan kunnen werkenden in deze sector een behoorlijk inkomen verdienen en ontstaan er ook meer mogelijkheden om uitkeringsgerechtigden toe te leiden naar een type betaald werk waar steeds meer behoefte aan is.

Nog een belangrijk punt is zorgen voor voldoende scholing voor werknemers in een voortdurend veranderende arbeidsmarkt. Het kabinet heeft ambities uitgesproken om te komen tot een vorm van een individuele leerrekening. Het is goed om de ambitie voor een leven lang leren om te zetten in concrete handvatten voor mensen. Hiervoor hebben we als SER nadrukkelijk gepleit in ons advies ‘Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan’. Gezien het maatschappelijke belang ervan ligt het voor de hand dat de overheid een substantiële bijdrage levert. Na de crisis is er weer ruimte om een bijdrage te leveren aan zaken die we met zijn allen belangrijk vinden.

Het geheim van de SER

En dan kom ik nu, dames en heren, op het geheim van de SER. Na deze wat brutale vraag van Bond van Belastingbetalers hebben we bij de SER deze zomer driftig gezocht naar dat geheim. Daarbij zijn alle kamers doorzocht. Alle lades en kastjes zijn opengetrokken. Van de kelder tot de zolder, die ook meteen werd opgeruimd. En we hebben ‘t ontdekt, dat zorgvuldig bewaarde geheim. Het is dit.

Nederland is al sinds de Middeleeuwen een polderland. Als we werden aangevallen door het water, moesten we deze aanvallen gezamenlijk afslaan. Dat is nog steeds zo. Weinig mensen beseffen dat als onze gemalen vandaag stoppen met pompen, ruim de helft van Nederland binnen een paar dagen blank staat. We moeten dus, letterlijk en figuurlijk, polderen om het hoofd boven water én de voeten droog te houden. Polderen betekent: samen constructieve oplossingen verzinnen en onze dijken, gemalen en deltawerken ook samen financieren. Zo’n droge-voetenbelasting voorkomt dat we elke dag met de boot of in rubberlaarzen naar ons werk of naar school moeten. Dat belang heeft iedereen, ook wie niet pal aan de dijk woont.

Bij de SER krijgen we vaak buitenlandse delegaties op bezoek die interesse tonen voor ons geheimpje. In die zin is de polder ook een mooi exportproduct. Terwijl in eigen land de polder soms onder vuur ligt; de SER is even vaak bewierookt als dood verklaard. Want ja, soms gaat het soepel en soms is het stroperig. Dat is van alle tijden. Maar is het wijs om onze overlegcultuur af te schaffen als het eens wat stroever gaat? Is het slim om de dijk door te steken op een droge zomerdag?

De SER wordt soms een praathuis genoemd. En er wórdt ook veel overlegd. Tussen werkgevers en werknemers, met Kroonleden, met externe experts, met de overheid, met allerlei maatschappelijke organisaties. De SER haalt al die mensen bij elkaar, biedt een platform. We vragen mensen een bijdrage te leveren. Om te investeren in lange termijnrelaties, om tegenstellingen te overbruggen. Verbindend onderhandelen noemen we dat. En met resultaat: er worden unanieme adviezen gegeven, akkoorden en convenanten gesloten. Er is draagvlak voor regels en besluiten. We zijn samen verantwoordelijk. Het is eigenlijk net als met belastingen: we betalen er samen voor, en iedereen heeft er voordeel van. Dát, dames en heren, is het geheim van de SER.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels