Status van preventie in Nederland

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij de online-sessie Status van preventie in Nederland.

4 november 2020

Het gesproken woord geldt. 


Beste mensen,
Het is jammer dat onze gezamenlijke preventiereis niet kan doorgaan. Want samen op stap levert niet alleen veel informatie op over hoe het elders is georganiseerd. Het gaat ook om de goede gesprekken tussen de deelnemers. Die geven verdieping op de inhoud en maken de verbinding mogelijk tussen mensen, hun ideeën en hun organisaties. De ervaring bij de SER leert dat dat belangrijke stappen zijn om tot een goed en vooral ook gedragen resultaat te komen. Daarom is het goed dat we elkaar toch kunnen spreken, met dit mooie gezelschap, al is het onder aangepaste omstandigheden.

Status van preventie

Mij is gevraagd om iets te vertellen over ‘de status van preventie in Nederland’. En daarbij in te gaan op drie vragen.

Als eerste: hoe staat het met de doelstellingen van het Preventieakkoord?
Als tweede: wat speelt er op dit moment, in de aanloop naar de verkiezingen, op het gebied van preventie vanuit de SER en de Initiatiefgroep?
En als derde: hoe kunnen we samen een vuist maken nu we de wind zo in de zeilen lijken te hebben?

Preventieakkoord

Om met het preventieakkoord te beginnen, volgt hier een korte terugblik, die ook te maken heeft met wat we de komende maanden gaan doen. Een jaar of vier geleden kwam het idee op van een preventieakkoord of preventiecoalitie. Dat was in een driegesprek tussen Jolande Sap, Hugo Backx, beiden hier ook aanwezig, en mijzelf. Bij de informatie van het huidige kabinet in 2017 hebben we toen samen het initiatief genomen om met een dozijn betrokken organisaties en bestuurders een brief bij de informateur neer te leggen. Met de boodschap dat preventie prominent in het regeerakkoord terecht moest komen. En dat is gelukt.
Het regeerakkoord stelde dat er een preventieakkoord moest komen. Met onze brede en divers samengestelde coalitie hebben we een verschil kunnen maken. En dat andere partijen dat ondersteunden, heeft natuurlijk ook geholpen. Dat is een belangrijke les waarop ik op het eind van mijn verhaal nog terug kom.

Eerste stap

Wat vinden we dan van het preventieakkoord? Eerder hebben we aan staatssecretaris Blokhuis gemeld dat we het preventieakkoord een goede eerste stap vinden. Dat klinkt misschien wat zuinig maar het is vanuit een constructieve en betrokken visie. Het akkoord gaat over drie belangrijke en grote bronnen van ziekte en van zorguitgaven: roken, overgewicht en alcohol. Zo’n zeventig partijen uit de samenleving zijn aan de slag met acties en maatregelen. Dat levert veel energie en mooie initiatieven op. De doorrekeningen van het RIVM geven wel aan dat we er daarmee nog niet zijn. Met alle maatregelen rond roken komen we heel dicht bij de gestelde doelen, bij de tafels ‘overgewicht’ en ‘alcohol’ zitten we daar nog een heel eind vanaf. Bij ‘overgewicht’ zien we maar een heel beperkte afzwakking van de opwaartse trend van meer mensen met overgewicht, van zo’n vijftig procent nu naar zo’n zestig procent over twintig jaar. Ombuiging van de trend naar een daling wordt niet gehaald met het huidige pakket.

Bij alcohol wordt de daling van het aantal mensen met problematisch alcoholgebruik – nu bijna een op de tien – iets versterkt. Maar de ambitie van halvering van problematische gebruikers wordt bij lange na niet gehaald. Er is dus meer nodig.

Overkoepelende aspecten

Onderdeel van het preventieakkoord is de klankbordgroep. Dat is in feite de groep initiatiefnemers van het preventieakkoord. Onder die naam spreken we een tot twee keer per jaar met staatssecretaris Blokhuis over hoe het gaat met het preventieakkoord.
Maar, belangrijker, met deze groep hebben we ook een aantal meer overkoepelende aspecten van het preventiebeleid in het akkoord ondergebracht. Zoals dat het goed om te kijken naar de financiering van preventie. En: om mentale gezondheid mee te nemen.
En: om te kijken naar hoe je alle landelijke plannen goed kan omzetten naar lokale akkoorden.

Zoals gezegd, we zien het preventieakkoord als een goede eerste stap. Maar er is meer nodig.

Brede insteek

Het preventieakkoord laat een paar belangrijke zaken deels of grotendeels liggen. Kern van onze brief aan de informateur uit 2017 was dat versterking van preventie een brede insteek nodig maakt. Het is meer dan de onderwerpen van de drie thematafels. Het vraagt om een brede benadering die verder kijkt dan de zorg.

In onze brief aan de informateur uit 2017 hebben we gewezen op sociaal- economische gezondheidsverschillen. We moeten constateren dat die verschillen in de Nederlandse samenleving groot zijn. In de huidige prognoses voor de komende decennia zullen deze zelfs nog groeien. Met enkele decennia beleid hebben we daar blijkbaar nog weinig aan kunnen doen. En het preventieakkoord buigt die trend ook nog niet om. Daar is dus nog werk aan de winkel.

Mentale gezondheid en werk

Ik meldde al het belang van mentale gezondheid. In kwantitatieve zin voor de ziektelast minder groot dan roken, overgewicht en alcohol. Maar met een toenemende omvang van burn-out is het een onderwerp waar we wel wat mee moeten. En de coronacrisis met al het thuiswerken maakt dat alleen maar belangrijker.
Wat ook ontbreekt bij de drie tafels van het preventieakkoord is werk. Met het project Vitaal Bedrijf uit onze toekomstagenda staat het wel in het akkoord maar toch niet zo centraal als de drie genoemde hoofdonderwerpen.
Gelukkig is dit onderwerp opgepakt vanuit VNO-NCW en is het project eerder dit najaar van start gegaan. Ik wil dan ook van harte aanbevelen om daarbij aansluiting te zoeken.

Kortom, het preventieakkoord zoals dat er nu ligt, is een goede eerste stap. De mogelijke winst van preventie voor onze samenleving als geheel en voor de individuele Nederlandse burger is erg groot. Willen we die winst of opbrengst binnen bereik brengen, dan moeten we wel een forse stap voorwaarts maken.

Langetermijnvisie

Wat is daarvoor nodig? Ik kom hiermee op de tweede vraag die mij is voorgelegd: wat speelt er op dit moment allemaal rond de initiatiefgroep? Ik grijp daarvoor graag terug op de verkenning De toekomst van de zorg die de SER dit voorjaar heeft uitgebracht.
Een belangrijke les uit ons SER-rapport was dat preventie vraagt om een langetermijnvisie, met een consistente en meerjarige inzet van kabinet. Niet één kabinetsperiode, niet twéé, maar beleid over meerdere kabinetsperioden. Wel tien of twintig jaar. Ervaringen in Finland laten zien dat dan spectaculaire effecten haalbaar zijn.
Dat is nodig om preventie te versterken in lokale gemeenschappen. Integrale preventie gaat over de samenhang tussen werk, huisvesting, veiligheid en schulden. Daarvoor is betere samenwerking nodig op alle niveaus, geen verkokering. Het vraagt ook om structurele financiering van preventie, niet om tijdelijke programma’s.  

Preventie voor jongeren

Het is goed om preventie al voor jongeren goed te regelen. Dat gaat om een brede inzet op het welbevinden van de jeugd. De school is een belangrijke plaats om dat vorm te geven. Ook de werkvloer is een belangrijke plek voor preventie. Dan hebben we het over ondersteuning van re-integratiebeleid en over werk als medicijn.

Van nazorg naar voorzorg

Na het ‘wat’ is de vraag ‘hoe’ we daar gaan komen. Daarmee kom ik op mijn derde punt: hoe gaan we samen een vuist maken?
Op dit punt bent ook ú aan zet. Hoe kunnen we samen preventie verder helpen? Ik neem u daarbij graag mee in de plannen die we als initiatiefgroep hebben.

We hebben afgesproken dat we begin 2021, rond de verkiezingen, weer een brief aan de informateur gaan sturen. Daarvoor hebben we een visie uitgewerkt en er zijn op drie thema’s werkgroepen aan de slag om de komen met concrete voorstellen en maatregelen. De visie gaat uit van een brede en integrale benadering van preventie. Met als basis: van nazorg naar voorzorg. Met preventie in de zorg, en ook meer preventie buiten de zorg. Met samenwerking tussen alle betrokkenen over de schotten van de bestaande stelsel en systemen heen.

Drie terreinen

Die drie terreinen waarvoor we die visie uitwerken zijn de volgende. Als eerste: denken vanuit de burger. De burger moet in staat zijn om gezond te leven en daarbij ondersteund worden.
Als tweede: financiering en organisatie van preventie in ons stelsel. Hoe kunnen we meer geld voor preventie vrijmaken en alle perverse prikkels in het huidige stelsel die dat tegenhouden, aanpakken?
En als derde: digitalisering. Dat biedt kansen om de omslag van nazorg naar voorzorg te ondersteunen.

We hopen zo in het voorjaar met een brede visie en een ingevuld pakket de politiek te kunnen bestoken. Met de leden de initiatiefgroep als dragers gaan we er vanuit dat we ook nu weer het verschil kunnen maken, en preventie zo weer een stap verder te kunnen brengen. We zien dat het momentum daarvoor groeit.

Vergrootglas

De coronacrisis functioneert als een soort vergrootglas op de vraagstukken rond gezondheid en zorg. De al bestaande sociaal-economische gezondheidsverschillen worden versterkt. De effecten van de tekorten op de arbeidsmarkt voor de zorg komen nu harder aan. Het belang van goede gezondheid en goede ondersteuning vanuit een brede visie op preventie is voor iedereen nu duidelijk. We zien dat bijvoorbeeld terug in de Contourennota van het kabinet. Wat daarover al naar buiten is gekomen, maakt duidelijk dat preventie voor het kabinet bovenaan het lijstje staat van wat een volgend kabinet moet gaan doen.

Kortom, er is een groeiend draagvlak om in de komende kabinetsperiode een flinke slag te maken. Daar hopen we met alle deelnemers van de initiatiefgroep aan bij te dragen. Maar het zou natuurlijk nog mooier zijn als die boodschap nog sterker wordt en nog breder wordt gedragen.

Brede en integrale visie

Vanmiddag gaan we samen in gesprek over wat er in een nieuw regeerakkoord zou moeten komen te staan over preventie. We zijn benieuwd naar waar het voor u over zou moeten gaan. We nemen dat graag mee als verrijking. Na deze sessie gaan we kijken hoe we de kennis, ervaring en bestuurskracht van u hier aanwezig, kunnen benutten voor die brede en integrale visie op preventie. We willen in februari naar buiten gaan met onze visie.

Ik stel me zo voor dat we u in ieder geval op de hoogte houden, voor zover u nog niet actief betrokken bent bij het proces. En dat we u uitnodigen om die visie op preventie dan ook actief te ondersteunen en bij de politiek onder de aandacht te brengen. En daarmee ook een oproep aan iedereen hier in deze meeting, om u te laten horen, individueel en samen met anderen. Zodat we het momentum optimaal kunnen benutten.

De ervaring met het huidige regeerakkoord leert dat een goed plan, gedragen door een brede coalitie van maatschappelijke organisaties, het verschil kan maken.

Samen optrekken, vanuit een gedeelde visie, met een breed draagvlak. Dat wil ik u vandaag graag meegeven.
Ik dank u voor uw aandacht en hoop een mooie bijeenkomst.