LLO begint in regio’s, sectoren en onderwijsinstellingen

Inleiding van SER-voorzitter Mariëtte Hamer op de bijeenkomst Leven Lang Ontwikkelen, gehouden bij het Huis van het Werk.

20 juni 2019

Het gesproken woord geldt.

Deze locatie, een oude telefooncentrale, doet me terugdenken aan de draaischijftelefoon. Op een heel eenvoudige manier konden we daarmee een technisch ingewikkelde opdracht realiseren. Door een paar cijfers te draaien konden we met de hele wereld in contact komen.

Dat kunnen we nu nog steeds, door cijfers te kiezen of door een onlineverbinding te maken. Maar al met al kunnen we nu zoveel meer en daardoor wordt de bediening ook steeds complexer. De essentie, contact met andere mensen, is niet wezenlijk veranderd. De bediening wel, die is veel complexer geworden. Dat is ook de rode lijn van mijn bijdrage van vanmiddag.

Ook de arbeidsmarkt en de samenleving zijn steeds complexer worden. Fundamentele veranderingen in de samenleving hebben grote invloed op de manier waarop we leren, werken en zorgen. Bij de SER is daar veel aandacht voor. De SER is opgericht in 1950, met als doel de Nederlandse regering en parlement te adviseren over de sociale en economische orde. Bij de SER denken we vooral na over trends die de arbeidsverhoudingen beïnvloeden tussen bedrijven en ondernemers aan de ene kant, en werkenden aan de andere kant. Vervolgens maken we met deze partijen afspraken over hoe we Nederland samen met de overheid sterker kunnen staan.

Drie trends

Nadenkend over welke trends invloed hebben op de arbeidsmarkt van de toekomst, zien we drie belangrijke ontwikkelingen.

In de eerste plaats hebben nieuwe technologieën enorme invloed op zo mogelijk alle facetten van ons leven. De SER-verkenning Mens en technologie laat zien dat technologisering kansen biedt maar ook een aantal belangrijke aandachtspunten. De toegenomen dynamiek op de arbeidsmarkt stelt het aanpassingsvermogen van mensen en bedrijven enorm op de proef. Er zijn groepen burgers, werkenden en - met name kleinere - ondernemers voor wie het lastig is om alle veranderingen bij te houden.

Ten tweede is er veel gaande in de richting van een meer duurzame samenleving. Zo wordt op dit moment gewerkt aan een breed gedragen Klimaatakkoord. Om de klimaatdoelstellingen mogelijk te maken zijn tienduizenden extra vakkrachten nodig zoals netbeheerders, installateurs en mensen in de bouw. Die zijn nu al niet makkelijk te vinden. Bovendien wordt een beroep gedaan op andere vaardigheden, zoals IT- en technische vaardigheden. Daarmee zal ook de behoefte aan middelbaar opgeleiden groeien.

De laatste trend die ik wil benadrukken is de ‘combinatiedruk’. Doordat werken, leren en zorgen steeds meer verweven raken, moeten mensen steeds meer zaken combineren. Hoewel het verrijkend kan zijn om betaald werk met zorgen en leren te combineren, kan het ook belastend zijn. De combinatiedruk en gejaagdheid doen zich nu al tijdens verschillende levensfasen voor. Denk aan werken en zorgen voor kinderen, werken en zorgen voor naasten en werken en jezelf verder ontwikkelen.

Dynamiek

Zoals gezegd stelt de toegenomen dynamiek op de arbeidsmarkt het aanpassingsvermogen van mensen en bedrijven enorm op de proef. Het was zo’n tien jaar geleden nog een groot goed om een baan te vinden waarin je tot je pensioen zekerheid had. Tegenwoordig is dat anders. Uit onderzoek blijkt dat huidige studenten gemiddeld 14 banen hebben gehad, als ze 38 jaar oud zijn. Waar we dat vroeger beschreven zouden hebben als 12 ambachten en 13 ongelukken, is de toekomstige loopbaan dus heel divers.

  • 65 procent van de huidige studenten krijgen banen die nu nog niet bestaan.
  • De 10 meest gewilde banen van 2013 bestonden in 2004 nog niet.
  • De huidige studenten gaan technologieën gebruiken die nu nog niet bestaan, voor problemen waarvan we nu nog niet weten dat ze gaan ontstaan.
  • We zullen met z’n allen langer moeten werken.

Kansen voor de toekomst

Er zijn mensen voor wie het lastig is om alle veranderingen bij te houden. De vraag is daarom: Hoe zorgen we dat we klaar staan voor de toekomst op een manier dat we iedereen meenemen?

Een uitgebreid antwoord op die vraag kan in gaan op het stimuleren van duurzame en brede inzetbaarheid en over het creëren van soepele overgang tussen leren, werken en zorgen. Maar ik wil de vraag beantwoorden met het thema van vanmiddag: leven lang ontwikkelen.

Hoe de wereld er over 20 jaar uit ziet, weten we niet. Wel zien we nu een aantal grote, met elkaar verbonden trends die mede bepalen hoe u, als werkgever, als werkende, als burger, als arbeidsorganisatie, de komende tijd uw keuzes gaat maken. Moeten we daar bang voor zijn? Zeker niet, zou ik zeggen.

De ontwikkelingen bieden grote kansen om morgen dingen beter en slimmer te doen dan vandaag. Betere producten, sneller werken, duurzame energie, minder fysiek zwaar werk, en kansen voor mensen met een arbeidsbeperking.

Tegelijk zien we dat de ontwikkelingen het aanpassingsvermogen van mensen en bedrijven enorm op de proef stelt. Niet versnellen kan voor bedrijven betekenen dat ze achterop komen. En het is zorgelijk dat er grote tekorten aan personeel zijn, en er toch een grote groep mensen langdurig aan de kant staat.

Technologie en ontwikkeling

Ik wil even dieper ingaan op de effecten van technologie op de ontwikkeling van medewerkers. Of technologische vernieuwing gaat werken, hangt vooral af van de combinatie van mens en technologie. De bulk van het werk is niet technologie. Installaties bedienen, onderhouden, analyseren, interpreteren en bijsturen is uiteindelijk mensenwerk. Zonder de juiste bediening is een robot eigenlijk maar een dom ding.

In ons advies Mens en technologie heeft de SER gezegd dat dit de belangrijke vragen zijn:

  • Hoe veranderen werkprocessen?
  • Wat betekent dat voor de taken van medewerkers?
  • Verdwijnen er taken, komen er nieuwe taken bij?
  • Wordt dat takenpakket uitdagender voor mensen, leerrijker, of juist niet?
  • Wat betekent dat voor de ontwikkeling van medewerkers, maar ook voor de instroom in opleidingen en voor de curricula?
  • En uiteindelijk: hoe kunnen we het werk zó inrichten dat lerende organisaties ontstaan, die optimaal in staat zijn om zich technologische ontwikkeling eigen te maken en daarmee voorop te lopen?

Technologie gaat over kansen. Mensen zijn nodig om die kansen te benutten, om innovaties productief te maken.

Het belang van een leercultuur

En zo kom je automatisch bij het leren, of ontwikkelen. Om deze uitdaging aan te gaan, zullen leren en ontwikkelen veel centraler moeten komen te staan in organisaties. We hoeven niet bij nul te beginnen, zeg ik er meteen bij. Veel bedrijven en organisaties werken samen met opleidingsinstellingen en regionale overheden. Dat moeten we uitbouwen. Het belang van een leercultuur op de werkvloer en in de samenleving wordt steeds maar groter.

Nederland heeft er alle belang bij om intensief en structureel te investeren in een ieders ontwikkeling: omdat we ons geld verdienen met kennis, daar economische groei mee creëren. Omdat innovaties van vandaag de banen van morgen veroorzaken, en dus werkgelegenheid scheppen. Omdat we morgen de dingen slimmer willen doen dan vandaag, dus maatschappelijke kansen willen benutten. En tenslotte ook omdat we iedereen willen betrekken bij de complexer wordende samenleving en arbeidsmarkt, dus gelijkheid en inclusie willen garanderen. Dat is de solidariteit van onze samenleving, maar niet los gezien van gezond eigen belang.

Samenwerking voor ontwikkeling

Voor het aantrekken van technisch geschoolden wordt al snel naar het onderwijs gekeken. Zij moeten techniek promoten, hun oor te luisteren leggen bij bedrijven, hun curricula actueel houden, maatwerk bieden. Dat is waar, maar het is niet de enige waarheid.

Opleiden is niet de verantwoordelijkheid van alleen de onderwijsinstellingen, maar óók die van bedrijven en andere maatschappelijke organisaties. Wat je wilt, zijn studenten die ten eerste zijn voorbereid op de taken waarmee ze op de werkvloer en in de samenleving te maken krijgen. En ten tweede dat ze zijn voorbereid om zich na het afronden van hun opleiding te blijven ontwikkelen. En diezelfde wens heb je ook voor werknemers die voor hun ontwikkeling scholing volgen.

Als we dat willen, dan moeten we die leerlingen, medewerkers en scholen daarvoor wel gelegenheid bieden. De wisselwerking met onderwijs kan de ontwikkeling van een bedrijf helpen, bijvoorbeeld door de aantrekkingskracht van de opleidingen. Het gaat er dus om de jeugd en werkenden goed voor te bereiden op het werk en het leven in onze samenleving, en hen voor te bereiden op een leven lang ontwikkelen.

Dat hoeft dus niet in de schoolbanken te zijn. Je kunt ook goed leren van collega’s of mensen in de omgeving, door een keer andere werkzaamheden te doen of vrijwilligers werk.

Het is belangrijk tussen bedrijven, opleidingen en overheden het gesprek te voeren over de vaardigheden en ambities van de mensen, en van daaruit te kijken naar mogelijkheden. Over een leercultuur moet je goed nadenken, maar het is ook weer niet zo héél ingewikkeld. Tal van organisaties kunnen helpen. En vele partijen zijn al begonnen.

De SER jaagt aan

Als het allemaal niet zo heel ingewikkeld is, wat gaat de SER dan nog doen? hoor ik u denken. Inderdaad gebeurt er van alles, maar vaak heel versnipperd en ook niet altijd structureel. Onze ambitie is, als SER, om wat meer continuïteit en verbinding na te streven.

We beginnen niet met landelijke afspraken, maar in de regio. De energie en goede voorbeelden in de praktijk van alle dag willen we graag aan anderen laten zien, stimuleren, verbinden en verder brengen.
Dat gaan we niet maar één jaar doen, dat is een zaak van de lange adem. Sinds januari heeft de SER een team van mensen die hiervoor het land ingaan. Dat team doet meer dan alleen in regio’s en sectoren en met onderwijspartijen bezig zijn. De lessen en belemmeringen die we bij u tegenkomen, kunnen we vervolgens ‘optillen’ naar de juiste landelijke tafel.

Wij gaan de initiatieven in de regio van harte ondersteunen, mee denken, verbindingen leggen, goede voorbeelden laten zien. Maar: de echte doorbraak begint bij de regio zelf. En daarom beginnen wij als SER ook bij u. Misschien kan vandaag daarvoor voor u een aftrap zijn.
Ik hoop het van harte!

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Scholing en ontwikkeling.