Kaderopleiding CNV Vakmensen

Presentatie van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij de certificaatuitreiking van de kaderopleiding CNV Vakmensen.

24 april 2018
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

Goedemiddag allemaal en welkom bij de SER op deze voor jullie heugelijke dag waarop jullie je certificaat krijgen uitgereikt. 

Samenstelling van de SER (slide 2)

Wie weet zijn een aantal van jullie al eerder hier geweest, we zitten hier nu in het hart van de overlegeconomie – de raadzaal. Iedere laatste vrijdag van de maand vergadert hier de raad, 

  • met aan de ene kant de leden van de werkgeverskoepels, 
  • aan deze kant de kroonleden, de onafhankelijke deskundigen. 
  • En deze kant de leden van de vakbeweging –

zij hebben eigenlijk wel de mooiste plek want zij mogen genieten van het mooie kunstwerk. Het drieluik is eigenlijk de achterkant van een borduurwerk. De kijker ziet zo hoe het werk aan de achterkant tot stand is gekomen, net zoals dat bij de SER er ook aan toe gaat. De drie grote fotografische panelen staan voor het hoofd (middelste paneel), het hart (linkerpaneel) en de materie (rechterpaneel). 

  • In het komende kwartier vertel ik over de rol en betekenis van de SER in sociaal-economisch Nederland; het belang van samenwerking tussen sociale partners en wat dat kan betekenenen voor CNV Vakmensen en jullie als kaderleden.
  • Daarvoor kijk ik even naar de geschiedenis van de SER. 

SER in vogelvlucht (slide 3)

In 1950 is de wet tot stand gekomen waarmee de SER werd gevormd. Aan de wet was lang gewerkt. In de periode na de oorlog groeide de overtuiging dat de samenwerking tussen werkgevers en werknemers die de wederopbouw zo succesvol maakte, een vervolg verdiende in de SER.
Werkgevers en werknemers zouden hun particuliere belangen overstijgen, hierbij geholpen door de kroonleden. Economische groei en werkgelegenheid zouden worden bevorderd door samen te zoeken naar effectieve oplossingen voor lastige sociaal-economische problemen. Niet door conflict en strijd, maar door dialoog, consensus en samenwerking.

Doelstellingen van de SER (slide 4)

De SER is opgericht als adviesorgaan voor de regering. De raad streeft naar vergroting van de welvaart in de brede zin van het woord: zowel welstand als productiegroei, zowel sociale als economische welvaart. Binnen de SER wordt er hard gewerkt om een juist evenwicht te borgen.
Een ander streven is ook sociale vooruitgang waarvoor zowel welzijn als sociale cohesie belangrijke elementen zijn. En een ambitie die de SER ook al decennia heeft: een goede kwaliteit van de leefomgeving. Dus de kernwaarden zijn: sociaal economisch én duurzaam.

De taken van de SER (slide 5)

Wat zijn de taken van de SER? 

  • We adviseren over sociaal-economisch beleid richting regering én parlement (Eerste en Tweede Kamer); Dat doen we gevraagd en ongevraagd/op eigen initiatief.
  • We voeren wettelijke taken uit en regelen ‘zelfregulering’, onder andere: 
    • Medezeggenschap in het kader van WOR, Klachten bij Aanstellingskeuringen.
    • Naleving Fusiegedragsregels, Tweezijdige consumentenvoorwaarden
    • Grenswaarden gevaarlijke stoffen (Arbo).
  • We faciliteren en zorgen voor borging bij akkoorden en convenanten, zoals het
    • Energieakkoord.
    • Convenanten Internationaal MVO (zoals Textiel, Banken en Goud)
  • En tot slot hebben wij een platformfunctie: we organiseren dialoogsessies en agenderen belangrijke maatschappelijke kwesties op sociaal-economisch gebied. Niet voor niets is ons motto: Denkwerk voor draagvlak door dialoog.

Openheid naar ‘derden’ (slide 6)

Dialoog is een belangrijk onderdeel dat ik bij het aantreden als voorzitter heb toegevoegd. We vinden het belangrijk om in dialoog te zijn, niet alleen met de drie geleden van de raad – werkgevers, werknemers en kroonleden – maar ook met andere relevante partijen zoals: 

  • Participatie in commissies/projectgroepen
  • ‘Hearings’ van relevante groepen
  • Dialoog sessies met experts/praktijkdeskundigen
  • Jongerenplatform
  • Verzamelen van ‘interessante praktijkvoorbeelden’
  • Betrokkenheid ook soms van bredere publiek/burgers.

Adviezen (slide 7)

Onze adviezen gaan over heel diverse onderwerpen. Op 19 april j.l. stelden we nog een advies vast over de energietransitie. Daarin constateren we dat het overstappen van fossiele vormen van energie naar nieuwe vormen zoals wind, zon, of geothermie enorme investeringen vereist. Niet alleen in technologie maar vooral ook in mensen. We adviseren dat er snel moet worden geïnvesteerd in scholing en begeleiding van werk naar werk voor wie zijn functie ziet verdwijnen.

Een heel ander recent advies ging over het optimaliseren van het ouderschapsverlof na de geboorte van een kind. Daarin pleiten we voor vereenvoudiging van de verlofregelingen, een andere financiering en een wettelijk betaald verlof van zes weken voor vaders en moeders.
Een langer lopend traject is het advies over de toekomst van ons pensioenstelsel. Dat doen we op basis van uitgebreide analyse en dialoog. We kijken naar de sterke en zwakke punten in het huidige stelsel in de huidige tijd: waarom is hervorming nodig? 

Belang samenwerking (slide 8)

Gezamenlijke analyse werkgevers en vakbonden is belangrijk. Kijkend naar de arbeidsmarkt staat Nederland er goed voor, er zijn volop kansen, maar niet voor iedereen merkbaar, veel onzekerheid.

Risico’s aan werknemerszijde: (bestaans)onzekerheid, oneigenlijke verschillen tussen werkenden, groei flexcontracten en daardoor druk op contracten onbepaalde tijd.

Risico’s aan werkgeverszijde: sterke concurrentie door globalisering/flexibilisering; stapeling verantwoordelijkheden; niet aannemen op kwaliteit maar contractvorm. Gelijker speelveld op de arbeidsmarkt, gemakkelijker mensen kunnen aannemen in vaste dienst.

Solidariteit (silide 9)

Er is een grote bereidheid om met elkaar voor de langere termijn tot overeenstemming te komen. 
Onze basishouding: gemeenschappelijk belang = eigen belang. Soms lijkt het er wel eens op dat partijen niet tot elkaar willen komen, maar we blijven wel met elkaar het inhoudelijke gesprek voeren. Overigens, voor de buitenwereld ziet dat er wel eens anders uit dan wat er in het gebouw van de SER gebeurt.

Er zijn theorieën dat die basis gelegd is in onze strijd tegen het water. Een strijd die we alleen samen, met elkaar, konden winnen. We werken daar als gemeenschap in samen. En dat dat in onze genen is gaan zitten dat we niets anders kunnen dan polderen. We hebben elkaar nodig.
Dat in gesprek zijn met elkaar, dat doen heel veel andere landen ons niet na. Ik krijg dan ook bijna elke maand wel een internationale delegatie op bezoek die van de Nederlandse SER komt afkijken hoe je dat toch doet, dat tot elkaar komen van partijen met in beginsel grote tegenstellingen.

Ik wil daarmee niet zeggen dat wij Nederlanders een beter soort mensen zijn dan mensen in culturen waarvan de samenleving minder gebouwd is op solidariteit. Ik wil hiermee wel zeggen dat wij in Nederland een andere invulling geven van het begrip eigen belang dan in andere landen. Ik voel me er daarbij heel erg in thuis dat we het eigen belang dienen door solidair te zijn met andere mensen, met het dienen van het belang van de anderen in onze samenleving. Dat we kiezen voor een inclusieve samenleving waarin voor iedereen een plekje is. 

Meer actie? Minder polder? (slide 10)

Wat betekent dat voor CNV Vakmensen en voor jullie als kaderleden? Er gaan wel eens stemmen op om minder te polderen en meer actie te voeren. Men vindt de overheid niet altijd even betrouwbaar als het gaat om het nakomen van afspraken die mede tot stand komen door adviestrajecten.

Ik begrijp die geluiden wel. In onze adviestrajecten komt een groep mensen in beeld die niet kan meeprofiteren van de kansen op de arbeidsmarkt. Met name bij mensen die zijn aangewezen op lager betaald werk en werk dat beschikbaar is in kleine deeltijdbanen. Deze mensen hebben over het algemeen weinig vooruitzichten op persoonlijke ontwikkeling of scholing in het werk, en weinig perspectief om hieraan op eigen kracht te ontsnappen.

Bij ons advies over armoede onder kinderen bleek dat maar liefst 60 procent van deze groep kinderen werkende ouders heeft. De huishoudens hebben soms een redelijk inkomen, maar door hoge kosten en inhoudingen houden ze netto weinig geld over. Of ze knoopten de eindjes aan elkaar met laag betaalde baantjes.

We moeten er gezamenlijk met werknemers- en werkgeversorganisaties verder aan werken hoe we een samenleving creëren waarin iedereen volwaardig mee kan doen. Het gaat erom dat we iedereen perspectief kunnen bieden op duurzame arbeidsdeelname en economische zelfstandigheid.

Ik zie ook dat die solidariteit aan het veranderen is. Ik zie een ontwikkeling dat solidariteit ook weer persoonlijker en herkenbaar wordt. Ik zie juist steeds meer lokale en kleinschalige initiatieven dichtbij de mensen en gebaseerd op intrinsieke solidariteit. 

Steeds meer bedrijven die steeds meer mensen een kans willen geven. Lokale gemeenschappen die activiteiten toegankelijk maken voor alle buurtbewoners. Herwaardering voor diversiteit in onze samenleving, herwaardering voor zichtbare diversiteit in de straten en winkels. 

Ik zie die trend ook terug in de activiteiten die u als kaderleden ontplooit. Verbindingen die gemaakt worden om mensen een rijker leven te geven, van welke kant je dat ook bekijkt. Dat vind ik mooi. 

Ik wil u in van harte feliciteren met het behalen van uw certificaat. Ik wens u hiermee alle succes toe!

 
Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Arbeidsmarkt. Onderweg naar het werk.
Werk en privé. Moeder aan het werk aan de keukentafel. Dochtertje is aan het kleuren.