Leven lang ontwikkelen

Keynotespeech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij het jaarcongres van IMaintain.

14 maart 2019

Het gesproken woord geldt.

Hoe zorgen we dat onze medewerkers up-to-date blijven en meegaan met alle nieuwe ontwikkelingen? Is de vakman die al jaren met zijn handen werkt, en vertrouwt op zijn zintuigen, in staat om moderne gereedschappen en kennis toe te passen? Dit zijn de vragen die u zich vandaag stelt. Het zijn heel goede vragen wat mij betreft, die de kern raken van waar een Leven Lang Ontwikkelen over gaat. Ik zag dat u zelf spreekt van een leven lang leren. Zelf heb ik het liever over ‘ontwikkelen’ omdat ‘leren’ het beeld oproept van schoolbanken. Dat kan, maar ontwikkelen kan op heel veel meer manieren.

De SER is zeer nadrukkelijk bezig met een leven lang ontwikkelen. Ik zal u daar zo meer over vertellen. U kent de SER misschien als een belangrijke adviesraad met verstandige werkgevers, werknemers en onafhankelijke experts, die het kabinet gevraagd en ongevraagd adviseren over sociaaleconomische onderwerpen. Dat is een goed beeld en als u dat beeld heeft, moet u dat zeker vasthouden.

De SER jaagt aan

Wat ons door het kabinet óók gevraagd is, is om op het terrein van een leven lang ontwikkelen een aanjaagfunctie te vervullen. Aanjagen is níet beginnen met landelijke afspraken. Het is het helpen een beweging van onderop te creëren, in sectoren, regio’s en het onderwijs. Het doel is om het leren door mensen en bedrijven vanzelfsprekend te maken. Er gebeurt, ook in uw sector, al heel veel dat versterking, verspreiding, opschaling en waardering verdient. Met die voorbeelden en die energie zijn we begonnen. Want daar zit de doorbraak. Daarmee maken we dit groter en bereiken we steeds meer mensen. U merkt in uw tak van sport als geen ander hoe technologisering het werk beïnvloedt. Niet alleen vandaag, maar blijvend. De vragen van vandaag geven al aan hoe belangrijk ontwikkeling is. Daar komt nog bij dat de slimme oplossingen en innovaties die u bedenkt, zich via uw klanten verspreiden in de hele industrie. Dat maakt het nog belangrijker om werken, ontwikkelen en innoveren te verbinden. En u ziet het belang ervan, merk ik aan het thema van vandaag. En dat is winst.

Grote transities

Laten we kijken hoe we vandaag van daaruit een stap verder kunnen komen. Ik wil u een paar dingen vertellen. Allereerst wil ik iets dieper ingaan op waarom een leven lang ontwikkelen zo belangrijk is én steeds belangrijker voor u wordt. Daarna vertel ik iets over de rol van de SER. En tot slot kom ik op wat u zelf kunt doen. Laat mij beginnen met de vraag waarom een leven lang ontwikkelen zo belangrijk is. Hoe de wereld er over 20 jaar uit ziet, weten we niet. Wel zien we nu een aantal grote, met elkaar verbonden transities die mede bepalen hoe u, als werkende, als burger, als arbeidsorganisatie, de komende tijd uw keuzes gaat maken. Technologisering zorgt voor snelle innovaties. Ecologische ontwikkelingen dwingen ons tot een afscheid van fossiele brandstoffen. De doorgaande vergrijzing versterkt bestaande tekorten aan mensen. Mondialisering verandert productieketens. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Al die transities hebben grote invloed op de inrichting van organisaties, vaardigheden van mensen en de manier waarop wij werken, leren en samenleven.

Dynamiek en aanpassingsvermogen

Er komt van alles op ons af. Moeten we daar bang voor zijn? Zeker niet, zou ik zeggen. De ontwikkelingen bieden grote kansen om morgen dingen beter en slimmer te doen dan vandaag. Betere producten, sneller werken, duurzame energie, minder fysiek zwaar werk, en kansen voor mensen met een arbeidsbeperking. Tegelijk zien we dat die dynamiek het aanpassingsvermogen van mensen en bedrijven enorm op de proef stelt. Niet versnellen kan voor bedrijven betekenen dat ze achterop komen. En het is zorgelijk dat er grote tekorten aan personeel zijn, en er toch een grote groep mensen langdurig aan de kant staat. Wat betekenen die transities nu? Te beginnen met de snelle technologisering die, zeker in uw sector, zo in het oog springt. Voortdurende innovatie en snelle absorptie van nieuwe technologie worden steeds belangrijker. Maar, zoals ik las in de aankondiging van uw jaarcongres: zonder de juiste bediening is een robot eigenlijk maar een dom ding. Ik had het niet beter kunnen zeggen.

Technologie en de ontwikkeling van medewerkers

Of technologische vernieuwing gaat werken, hangt vooral af van de combinatie van mens en technologie. De bulk van uw werk is niet technologie. Installaties bedienen, onderhouden, analyseren, interpreteren en bijsturen is uiteindelijk mensenwerk. In ons advies Mens en Technologie heeft de SER gezegd dat dit de belangrijke vragen zijn: hoe veranderen werkprocessen? Wat betekent dat voor de taken van medewerkers? Verdwijnen er taken, komen er nieuwe taken bij? Wordt dat takenpakket uitdagender voor mensen, leerrijker, of juist niet? Wat betekent dat voor de ontwikkeling van medewerkers, maar ook voor de instroom in opleidingen en voor de curricula? En uiteindelijk: hoe kunnen we het werk zó inrichten dat lerende organisaties ontstaan, die optimaal in staat zijn om zich technologische ontwikkeling eigen te maken en daarmee voorop te lopen? Technologie gaat over kansen. Mensen zijn nodig om die kansen te benutten. Om innovaties productief te maken.

Het belang van een leercultuur

En zo kom je automatisch bij het leren. Om deze uitdaging aan te gaan, zullen leren en ontwikkelen veel centraler moeten komen te staan in organisaties. We hoeven niet bij nul te beginnen, zeg ik er meteen bij. U bent hier mee al bezig, veel bedrijven werken samen met opleidingsinstellingen en regionale overheden. Dat moeten we uitbouwen. Het belang van een leercultuur op de werkvloer wordt steeds maar groter. Nederland heeft er alle belang bij om intensief en structureel te investeren in een ieders leren: omdat we ons geld verdienen met kennis, daar economische groei mee creëren. Omdat innovaties van vandaag de banen van morgen veroorzaken, en dus werkgelegenheid scheppen. Omdat we morgen de dingen slimmer willen doen dan vandaag, dus maatschappelijke kansen willen benutten. En tenslotte ook omdat we iedereen willen betrekken bij de complexer wordende samenleving en arbeidsmarkt, dus gelijkheid en inclusie willen garanderen.

Tekort aan personeel

Daarmee hebben we het gehad over uw organisaties en de mensen die daar op dit moment werken. Een ander punt is dat, ook als ieders kennis helemaal up-to-date is, er te weinig mensen zijn om het werk te doen. Het tekort aan technisch personeel is een bron van zorg. Omdat we het vandaag hebben over een leven lang ontwikkelen wil ik daar nu niet te lang bij stilstaan. Enkele jaren geleden is het Techniekpact opgericht om meer leerlingen te laten kiezen voor een techniekopleiding. En vervolgens te zorgen dat die leerlingen ook in technische banen aan het werk komen, en liefst ook blijven. Ook hier liggen uitdagingen. Om te concurreren met andere sectoren die in de vijver van technisch geschoold personeel vissen. Of om nieuwe groepen aan te spreken, ik denk dan vooral aan vrouwen. Hiervoor moet de sector bij zichzelf te rade gaan: hoe kunnen wij nieuwe werknemers aantrekkelijke voorwaarden bieden, en hoe kunnen we vrouwen een aantrekkelijke werkomgeving bieden?

Rol van het onderwijs

Voor het aantrekken van technisch geschoolden wordt al snel naar het onderwijs gekeken. Zij moeten techniek promoten, hun oor te luisteren leggen bij bedrijven, hun curricula actueel houden, maatwerk bieden. Dat is waar, maar het is niet de enige waarheid. Opleiden is niet de verantwoordelijkheid van alleen de onderwijsinstellingen, maar óók die van bedrijven. Wat je wilt, zijn studenten die ten eerste zijn voorbereid op de taken waarmee ze in úw bedrijven te maken krijgen. En ten tweede dat ze zijn voorbereid om zich na het afronden van hun opleiding te blijven ontwikkelen. Als we dat willen, dan moet u die leerlingen en scholen daarvoor wel gelegenheid bieden. De wisselwerking met onderwijs kan de ontwikkeling van uw bedrijf helpen, bijvoorbeeld door de aantrekkingskracht van de opleidingen. Het gaat er dus om de jeugd goed voor te bereiden op het werk, en hen én de al werkenden voor te bereiden op een leven lang ontwikkelen. Dat hoeft dus niet in de schoolbanken te zijn. Je kunt ook goed leren van collega’s, door een keer andere werkzaamheden te doen. Het is belangrijk het gesprek te voeren over de ambities van het bedrijf, de vaardigheden van de mensen, en van daaruit te kijken naar mogelijkheden. Over een leercultuur moet je goed nadenken, maar het is ook weer niet zo héél ingewikkeld. Tal van organisaties kunnen helpen. En velen van u zijn al begonnen.

Rol van de SER

Als het allemaal niet zo heel ingewikkeld is, wat gaat de SER dan nog doen, hoor ik u denken. Inderdaad gebeurt er van alles, maar vaak heel versnipperd en ook niet altijd structureel. Onze ambitie is, als SER, om wat meer continuïteit en verbinding na te streven. Zoals ik al zei: we beginnen niet met landelijke afspraken, maar bij u. Uw energie en goede voorbeelden willen we graag aan anderen laten zien, stimuleren, verbinden en verder brengen. Dat gaan we niet maar één jaar doen, dat is een zaak van de lange adem. Sinds januari heeft de SER een team van mensen die hiervoor het land ingaan. Dat team doet meer dan alleen in regio’s en sectoren en met onderwijspartijen bezig zijn. De lessen en belemmeringen die we bij u tegenkomen, kunnen we vervolgens ‘optillen’ naar de juiste landelijke tafel. Dan gaat het om kansen en belemmeringen die ú waarneemt en die niet decentraal zijn op te lossen. Wij zijn van harte bereid u te ondersteunen, mee te denken, verbindingen te leggen, goede voorbeelden te laten zien. Maar: de echte doorbraak begint bij jullie. En daarom beginnen wij als SER ook bij u. Misschien kan vandaag daarvoor voor u een aftrap zijn. Ik hoop het van harte!

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Scholing en ontwikkeling.