Transparantie in de Fair Practice Code van de kunstsector

Gesproken column van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij het Paradisodebat, gehouden ter gelegenheid van de Uitmarkt te Amsterdam
26 augustus 2018
Het gesproken woord geldt.

Laat ik beginnen te zeggen in reactie op jouw eigen verzuchting Marian, dat ik veel vertrouwen heb in jouw toekomst. Je eerste speech net hier in Paradiso was top. En het deed me er aan denken dat ik net als jij hier ooit mijn eerste speech gaf als net aanstormend studentenvakbondleider. Ten eerste had ik het minder goed voorbereid dan jij. Ik stond niet op van die stevige sneakers maar te wiebelen op hoge hakken. En mijn verhaal was ook korter. Her meerendeel van mijn tekst betrof de simpele boodschap ‘aktie aktie aktie’. Overigens kwam ik in mijn jeugd ook vaak in Paradiso want ik ben opgegroeid in Amsterdam - Slotervaart en wij wandelden regelmatig op zaterdagavond naar hier om mooie concerten mee te maken. Bijzonder dus om hier terug te zijn.

Fatsoenlijke beloning

Helaas is een fatsoenlijk inkomen maar voor enkele succesvolle culturele en creatieve makers weggelegd. Gijs Scholten van Aschat schrijft in een opiniestuk voor Trouw: “Nederland produceert kunst van topniveau, maar slechts weinig kunstenaars worden top of zelfs maar fatsoenlijk betaald”. Einde citaat. Hoewel het gebouw van kunst en cultuur er aan de buitenkant nog goed uitziet, is de binnenkant er slecht aan toe.

Onderzoek SER en Raad voor Cultuur

De SER heeft, op verzoek van de minister van OCW, samen met de Raad voor Cultuur onderzoek gedaan naar de positie van werkenden in de culturele en creatieve sector. Wij zijn geschrokken van de uitkomsten! Mede door de bezuinigingen in de afgelopen jaren is het aantal vaste banen gedaald. Tegelijkertijd zijn er meer zzp’ers zonder sociaal vangnet. Verder zijn de inkomens laag en hebben de werkenden een zwakke positie om te onderhandelen. De teneur is: “Ben je niet tevreden over ons aanbod? Voor jou 10 anderen!”

Kunstenaars hebben vaak gezwegen over deze negatieve ontwikkelingen. Uit een soort schaamte en vanwege vooroordelen, want als je niet genoeg verdient is het je eigen schuld. En het zou ook een teken kunnen zijn dat je niet goed genoeg bent en zeker niet ondernemend genoeg. Maar we zijn de schaamte nu gelukkig voorbij. Er is steeds meer aandacht voor de soms schrijnende omstandigheden in de sector. De minister heeft inmiddels ook aangegeven haar best te zullen doen om de positie van kunst- en cultuurwerkers te verbeteren.

Aanbevelingen

Op verzoek van sociale partners hebben de SER en Raad voor Cultuur aanbevelingen gedaan om de positie van de werkenden te verbeteren. Volgens ons is de sector zélf als eerste aan zet. Niet alleen door de dialoog onderling en met de overheid te verbeteren. Maar óók door te zoeken naar manieren om de inkomsten te vergroten. Daarnaast spreken we overheden aan op hún verantwoordelijkheid: ondersteun de initiatieven uit de sector, creëer ruimte voor afspraken over tarieven en ontwikkel een sociaal vangnet voor jonge kunstenaars. Het is belangrijk is dat ook jonge mensen zich aansluiten bij de vakbond, omdat je een situatie alleen samen kunt veranderen. Dus toch weer een beetje die oproep van aktie-aktie-aktie.

Fair Practice Code

Veel van onze suggesties en adviezen zijn opgenomen in de Arbeidsmarktagenda waar de sector aan werkt. De ontwikkeling van een Fair Practice Code is daar een belangrijk onderdeel van. Vorig jaar is de eerste versie van deze code uitgekomen. Nu wordt hard gewerkt aan een instrument dat kan helpen bij het gesprek over fair practice tussen werkgever en werknemer en opdrachtgever en opdrachtnemer.

Een van de vijf kernwaarden in de Fair Practice Code is transparantie. Ik citeer met instemming: ”Een zekere mate van openheid in beleid en bedrijfsvoering is een voorwaarde voor vertrouwen en inzicht in elkaars belangen en mogelijkheden.” Einde citaat. Door transparant te zijn én transparantie te eisen kunnen we zichtbaar maken wat tot nu toe in het verborgene plaatsvond en kunnen werkgevers en opdrachtgevers, en werknemers en opdrachtnemers bewustere keuzes maken. Dat zie je op tal van andere terreinen óók gebeuren.

Code verantwoordelijk marktgedrag

Zo is er de code voor verantwoordelijk marktgedrag. Die zorgt ervoor dat bij aanbestedingen op gelijkwaardige wijze rekening wordt gehouden met de belangen van werknemers, werkgevers én de opdrachtgever. Een ander voorbeeld zijn de convenanten voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen die de SER ondersteunt. Die convenanten zijn erop gericht om misstanden zoals uitbuiting, dierenleed of milieuschade te voorkomen. Transparantie is daarbij steeds een belangrijk middel om deze doelstellingen te realiseren.

Aan het gebruik van de Fair Practice Code zijn duivelse dilemma’s verbonden. Want hoe staat het met de vrijheid van kunstenaars en producenten om zelf hun tarieven te bepalen? Of wat te denken van de financiële consequenties van het volgen van de code en de risico’s voor werkgevers en opdrachtgevers? Het kan volgens mij enorm helpen het gesprek hierover aan te gaan, de dilemma’s en gevolgen transparant te maken, hierover in gesprek te blijven en gezamenlijk naar oplossingen te zoeken.

Constructief overleg

In de SER hebben we de problemen in de sector en de mogelijke oplossingen verkend. Het was opvallend hoe constructief het overleg hierover was. We zijn gekomen tot een gezamenlijke analyse mét oplossingen. Ik heb veel energie gevoeld om er vervolgens gezamenlijk verder aan te werken, zoals nu gebeurt bij de Arbeidsmarktagenda.

Ik ben ervan overtuigd dat de huidige samenwerking in de sector tot iets moois kan leiden. Als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad weet ik bij uitstek hoe lastig het kan zijn om tegengestelde belangen te verenigen, maar ik ken gelukkig ook veel voorbeelden waarbij dat wèl is gelukt. De meerwaarde van georganiseerd overleg staat voor mij buiten kijf. Dat geldt ook voor úw sector waar de dialoog onderling en de dialoog met de overheid nog aan kracht kan winnen. Dit helpt om elkaars belangen te begrijpen, de verbinding te vinden, elkaar te versterken en tot oplossingen te komen.

De SER zal samen met de Raad van Cultuur blijven volgen hoe het met de aanbevelingen van ons advies Passie gewaardeerd verloopt en blijven bijdrage waar het nodig is. Wij zijn blij met de nieuwe opdracht van de minister aan de SER om in brede zin te kijken naar het vraagstuk over gender en culturele diversiteit aan de top. Ik voel me vandaag uitgedaagd bij de uitwerking van dat advies ook naar de culturele sector te kijken. Overigens is het zo dat de meeste mensen niet aan de top kunnen komen zonder ook op de weg daarna toe een plek te vinden. Daar gaan we ook naar kijken.

Wat is het ons waard?

Graag wil ik eindigen met de vraag die ik ook gesteld heb bij onze presentatie van het advies in de tweede kamer. Als we enerzijds de arbeidsvoorwaarden van de mensen die werken in deze sector fatsoenlijk willen regelen en we er anderzijds van overtuigd zijn dat kunst en cultuur in een land met zo’n lange historie en beschaving als Nederland de moeite waard is, dan moeten we ons ook de vraag durven stellen: wat is ons dat waard?