De aansluiting mbo-arbeidsmarkt

Op uitnodiging van minister-president Rutte en minister Van Engelshoven nam SER-voorzitter Mariëtte Hamer op 12 februari deel aan een gesprek in het Catshuis met studenten, docenten en onderwijsbestuurders over de aansluiting van het mbo op de arbeidsmarkt. Zij hield daar deze speech.

12 februari 2018 
Het gesproken woord geldt.

Hartelijk dank voor uw uitnodiging om ter inleiding op deze bijeenkomst kort iets te zeggen over het SER advies Toekomstgericht beroepsonderwijs Deel 2: Voorstellen voor een sterk en innovatief beroepsonderwijs.

Gelet op de tijd zal ik mij concentreren op enkele elementen uit dat advies die voor deze bijeenkomst in het bijzonder van belang zijn.

Centraal thema van vanmiddag is volgens mij het arbeidsmarktrelevant opleiden. Het discussiestuk dat we hebben ontvangen, benoemt al heel goed hoe het staat met de aansluiting van het mbo op de arbeidsmarkt. De opstellers hebben het SER-advies duidelijk goed gelezen, dus ik hoef de analyse van de SER hier niet te herhalen.

Dynamiek arbeidsmarkt

Wel wil ik benadrukken dat de toekomstige arbeidsmarkt erg veel dynamiek zal kennen, die gepaard met snelle veranderingen die zich lastig laten voorspellen. Ik hoor weleens dat maar liefst 65 procent van de huidige studenten in banen zullen gaan werken die nu nog niet eens bestaan! Dat komt door de stroomversnelling van technologische ontwikkelingen, automatisering, robotisering, maar ook door flexibilisering, verduurzaming en globalisering. Dat zijn veel ‘–ingen’ bij elkaar. Maar wat betekent dat voor de mbo studenten van nu?

Als ik het kort-door-de-bocht mag samenvatten: leren en jezelf ontwikkelen moet net zo normaal en vanzelfsprekend worden als eten en drinken. Wie deze leer- en ontwikkelvaardigheden onvoldoende in huis heeft, loopt groot risico geïsoleerd te raken. Moeilijk aan werk te komen, langdurig in onzekere en slecht betaalde banen te blijven hangen, in aanraking te komen met werkloosheid, inkomensonzekerheid, armoede, uitsluiting.

Echte zorgen zijn er vooral over laagopgeleiden, de mensen die geen startkwalificatie hebben. Maar ook de mensen die de basisvaardigheden missen om mee te doen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Ik wijs hierbij op de twee miljoen laaggeletterden in ons land. We riskeren een toenemende tweedeling in de samenleving. En dat baart ons grote zorgen.

Een sterk en innovatief mbo

In het advies constateert de SER dat het mbo een sterke uitgangspositie heeft om de gevolgen van deze ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden. We zien vijf prioriteiten voor een sterk en innovatief mbo:

  • het duurzaam toerusten van studenten voor de arbeidsmarkt én de samenleving;
  • een integrale aanpak voor jongeren in een kwetsbare positie
  • een grote rol van het mbo in een leven lang leren en ontwikkelen;
  • versterking van de regionale, sectorale en landelijke samenwerking;
  • creëer ruimte voor de school als lerende organisatie.

Ik ga die vijf prioriteiten hier niet verder toelichten, maar concentreer me op enkele elementen die in de discussie van vanmiddag centraal staan.

Het discussiestuk geeft goed aan dat het over het algemeen best goed is gesteld met de aansluiting tussen opleidingen en arbeidsmarkt. De genoemde zorgen over bepaalde opleidingen op mbo-niveau 2 in specifieke richtingen delen we.

Jongeren moeten goed worden voorbereid om hun rol te kunnen spelen in een veranderlijke wereld. Werk maakt daar een belangrijk deel van uit. Daarom pleit de SER ervoor hogere eisen te stellen aan het arbeidsmarktperspectief van opleidingen.

Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de normen in de Wet op de macrodoelmatigheid aan te scherpen. Die wet legt eisen op aan de arbeidsmarktrelevantie van opleidingen en die mogen best wat strenger.

Daarnaast stelt de SER voor om extra inspanningen te richten op meer bewuste studiekeuzes van jongeren en een goede loopbaanoriëntatie. De Studiebijsluiter moet verplicht worden gesteld, maar bovenal moet het gesprek met jongeren gevoerd worden over wie ze zijn, wat bij ze past en welke beroepsperspectieven daarbij aansluiten.

Voorbereiden op veranderlijkheid

Voorbereiden op veranderlijkheid betekent ook iets voor de vaardigheden die jongeren leren in het onderwijs. Wendbaarheid, weerbaarheid en het vermogen jezelf te blijven ontwikkelen zijn sleutelvaardigheden voor duurzame inzetbaarheid en maatschappelijke participatie.

De SER pleit voor een evenwichtige set van basisvaardigheden, vakvaardigheden en zogenaamde 21e-eeuwse vaardigheden. De combinatie van technische vaardigheden en meer algemene vaardigheden als samenwerken, presenteren en filosofie kan in vele beroepen voorkomen. Jongeren moeten genoeg in huis hebben om te kunnen starten op de arbeidsmarkt en zich daar verder te ontwikkelen. Maar er ligt ook een verantwoordelijkheid bij werkgevers om werkenden gedurende hun loopbaan te stimuleren zich verder te ontwikkelen.

De SER breekt in dit advies bovenal een lans voor het praktijkleren. Daarmee heeft het beroepsonderwijs goud in handen, en onderscheidt het zich gunstig van andere soorten onderwijs. Eerder deed de SER dat al in het eerste deel van het advies, getiteld Voorstellen ter versterking van de beroepsbegeleidende leerweg, uit oktober 2016. Daarin stelt hij voor betere voorlichting te geven over de uitstekende arbeidsmarkt-mogelijkheden van de bbl aan studenten, ouders en docenten. En pleit hij voor gezamenlijke acties, via de SBB, om de bbl te versterken en uit te breiden naar andere sectoren, met het zogenoemde BBL Offensief.

Innovatie in praktijkleren

In dit advies trekt de SER de lijn door en doet hij verdere voorstellen om innovatieve vormen van praktijkleren aan te moedigen. Het gaat erom dat de bedrijven binnen de school komen en dat leraren in de bedrijven komen. Ook algemeen vormende opleidingen doen er goed aan meer praktijkgericht onderwijs te ontwikkelen. Hierbij valt te denken aan hybride modellen. Dat kan leerlingen motiveren en ze meer inzicht te geven in de wereld van werk. Dat is hard nodig.

Dat betekent dat samenwerking tussen opleidingen en bedrijven erg belangrijk is. Docenten en praktijkopleiders moeten daarvoor voldoende gelegenheid krijgen. Maar ook tussen opleidingen onderling, binnen het mbo, tussen het vmbo en mbo en tussen het mbo en hbo. Hier is nog een wereld te winnen.

Tot slot ziet de SER een grote rol voor het mbo in een leven lang leren en ontwikkelen. Met sociale partners en anderen denkt de SER na over initiatieven voor een alliantie of een skills-akkoord om de leerculture in Nederland te bevorderen. Het moet normaal worden dat studenten en werkenden gedurende hun loopbaan af en toe terugkeren om zich bij-, op- of om te scholen. En daar is een flexibel aanbod voor nodig.

De tijd is rijp om samen met landelijke, sectorale en regionale betrokkenen in actie te komen om leven lang leren en ontwikkelen nu snel in daden om te zetten.

Dank u voor uw aandacht.

 

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Scholing en ontwikkeling.