Leven Lang Leren en O&O-fondsen

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij de conferentie Eenheid in diversiteit, gehouden bij de Stichting van de Arbeid (SER-gebouw)

6 april 2018
Het gesproken woord geldt.

Fijn dat ik u mag toespreken.

Ik zie een paar nieuwe gezichten, en veel bekende gezichten. Dat is logisch, veel partijen zijn zeer actief op het thema Leven Lang Ontwikkelen. De SER is met de sociale partners al langere tijd bezig met de stimulering van Leven Lang Leren. De ministeries van OCW en SZW en de onderwijsinstellingen zijn ook heel actief, net zo als de Stichting van de Arbeid met de O&O-fondsen en SBB.

Complexe opgave

Ik stel vast dat er veel brede aandacht is voor het op peil houden van de ‘fitheid’ van de beroepsbevolking om aan de eisen van de arbeidsmarkt te voldoen. Grote transities maken het noodzakelijk dat iedereen zich een leven lang blijft ontwikkelen. Er zijn veel hindernissen te overwinnen en nog meer kansen te benutten. Maar succesvol een leven lang ontwikkelen is veel complexer dan het organiseren van een scholingsaanbod en het instellen van een leerrekening.

Een doorbraak is echt nodig. Het is geen makkelijk vraagstuk, want er zijn veel structuren die met elkaar verweven zijn, en ook veel belangen. Maar er zijn ook veel goede voorbeelden van lerende organisaties en aanbod aan mensen om zich te ontwikkelen. Regionaal georganiseerd, in en tussen sectoren. Dus als je cynisch bent zeg je: we praten al 20 jaar en er gebeurt maar niets. Maar als je praktisch bent zeg je: in de praktijk gebeurt al veel moois. En de SER ís praktisch. We beginnen met die doorbraak, door van onderop beweging te stimuleren. 

Aftrap voor een doe-agenda

We doen daarvoor de aftrap op 30 mei. Een grote bijeenkomst als eerste stap op weg naar een doe-agenda. We gaan kijken en praten over wat er al gebeurt, wat verder versterkt kan worden en wat daarvoor nodig is. Wij hopen dat dit inspiratie en vervolgacties oplevert. Maar ook moet dit het begin markeren van lerende netwerken, waarin partijen samen optrekken. Voor een positieve, toegankelijke en vanzelfsprekende leercultuur is iedereen nodig, dus ook u! 

Maar terug naar vandaag. U behandelt vandaag belangrijke vragen. 

  • Eigen regie: hoe kunnen we mensen in beweging krijgen?  
  • Intersectoraal samenwerken: hoe kunnen O&O-fondsen anticiperen op veranderingen, mensen op de juiste plaats krijgen en iedereen een wenkend perspectief blijven bieden?
  • Een leven lang ontwikkelen: hoe kunnen we het aanbod laagdrempelig, flexibel, toegankelijk en transparant maken?

Vandaag zoomt u onder andere in op de eigen regie van de werkenden voor het op peil houden van de eigen kennis en vaardigheden, gezien de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en hun loopbaanambities. Dat is nogal wat.

Toegankelijk maken

Ik ben er erg voor dat alle werkenden verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen ontwikkeling en loopbaan. Maar ik denk ook dat we het stelsel van opleiden en ontwikkelen erg ingewikkeld hebben gemaakt. Het is al ingewikkeld voor ieder van ons zoals we hier zitten. Er zijn in Nederland mensen die minder thuis zijn in het onderwijs, die minder interesse hebben in opleiding en er zijn ook mensen die moeite hebben om de systemen in onze samenleving te doorgronden. Ik denk bijvoorbeeld aan de 2,5 miljoen laaggeletterden in Nederland. Hoe realistisch is het om alle werkenden aan te spreken op regie van de eigen loopbaan? Meer aandacht voor zelfregie is mooi, maar laten we éérst zorgen dat de structuur en toegankelijkheid op orde is en iedereen bij het leren betrekken, ook – of vooral – voor wie dat niet vanzelfsprekend is. 

Wat gebeurt er op de werkvloer?

Belangrijk voor de gretigheid van de werkende om zich te blijven ontwikkelen, is de aandacht daarvoor op de werkvloer. Dat betekent aandacht voor ontwikkeling in de werkzaamheden en de ordening van de werkverdeling, waardering voor ontwikkelingen die mensen hebben doorgemaakt, én aandacht voor de investering die mensen in hun loopbaan doen, ook buiten werktijd.

Dat begint met het ‘goede gesprek’ van werknemer en leidinggevende. Wat zijn de verwachtingen in de branche, voor het bedrijf en voor de medewerker? Wat kunnen bedrijf en medewerker voor elkaar betekenen, nu en in de toekomst?
Het goede gesprek is een goed begin van de ontwikkeling van een leercultuur in een bedrijf. Een leercultuur klinkt heel groot en veelomvattend. Dat is het soms ook als je ziet hoe een grote organisatie het leren en ontwikkelen heeft ingericht. Maar het kan ook klein en dichtbij huis beginnen. Leren van elkaar, feedback geven, eens bij een ander bedrijf gaan kijken, naar een beurs of een training doen.

Steun het mkb

Voor het mkb is de wereld van opleiden en ontwikkelen soms moeilijk te overzien. De ondernemer heeft daar doorgaans minder gelegenheid om het allemaal uit te zoeken. Laten we kijken hoe we de mkb-ondernemers hierbij kunnen ondersteunen en misschien voor een deel ontzorgen. Veel O&O-fondsen zijn daartoe heel goed in staat. Laten we dat in de toekomst voortzetten, ook voor ondernemers die nieuwe terreinen verkennen en misschien niet in één branche of sector passen. 

De samenwerking waarvoor ik al eerder pleitte, is hier weer een belangrijke randvoorwaarde. De 25 O&O-fondsen die hier vandaag aanwezig zijn, hebben een belangrijke rol voor 2 miljoen werkenden. Maar álle fondsen zijn nodig voor een doorbraak. Onderwijspartijen zijn nodig om een leven lang ontwikkelen verder te brengen. En bedenk daarbij dat niet iedereen een O&O-fonds heeft: sectoren zonder fonds(heffing), zzp-ers, niet-werkenden. 

Inzicht in de eigen scholingspot

De toegankelijkheid en inzichtelijkheid van het aanbod van opleidingen en ontwikkelingsmogelijkheden is een issue, dat heb ik zojuist al benoemd. De SER pleit ervoor om de financiële mogelijkheden van de werkende ook inzichtelijk te maken. Welke ruimte heb je om je te ontwikkelen? Hoeveel geld en tijd kost het om een opleiding of stage te gaan doen? Wat draagt je baas bij en wat moet je zelf betalen?

Heel vaak is dat voor medewerkers helemaal niet duidelijk. Het zou enorm helpen als mensen zicht hebben op wat ze aan opleidingsmiddelen tot hun beschikking hebben. 

Mijn laatste punt is misschien wel mijn belangrijkste punt. We zijn in Nederland erg gestructureerd en georganiseerd. Alles past in een vakje en overal past een labeltje op. Dat vinden we ook terug in het onderwijsstelsel. Maar in de praktijk gebeuren er heel veel meer dingen. Daar wordt heel veel geleerd waar geen labeltje op staat of waar verschillende labeltjes tegelijkertijd op zitten.

We weten dat in de praktijk meer wordt geleerd dan in opleidingen of cursussen. In ons gestructureerde landje maken we daar maar weinig gebruik van. Een vakman of vakvrouw die een nascholing gaat doen, moet niet zelden in theorie leren’ wat ze al jaren in praktijk brengt. Dat stimuleert niet. Vooral niet voor mensen die niet zoveel op hebben met theorie of met ‘leren’ in traditionele zin.

Nieuwe concepten voor erkenning praktijkervaring

We hebben daarvoor wel iets bedacht, het EVC-certificaat. En natuurlijk hebben we dat weer keurig georganiseerd. Maar iedereen die ik daarover spreek, vindt dat een EVC zodanig is verpakt in waarborgen en garanties dat het verworden is tot een bureaucratisch gedrocht. Dat moet toch beter kunnen. 

Ik daag u uit om daarvoor met oplossingen te komen. Die werken in de praktijk voor zowel de werkenden, als de werkgevers, de opleiding en ontwikkelorganisaties. Juist de O&O-fondsen kunnen de brug slaan tussen praktijk, werknemer en opleidingen. Er zijn al  initiatieven die veel pragmatischer zijn, zoals de praktijkverklaring van STOOF. Ik roep u op om met uw branche en sector tot werkbare, uitnodigende concepten te komen. 

Het kabinet heeft de ambitie om blijvend ontwikkelen structureel in de Nederlandse samenleving in te bedden. De SER is gevraagd dat aan te jagen. De SER kan u samenbrengen, de ontwikkelingen coördineren en initiatieven verzamelen, verrijken en verspreiden.

De aftrap op 30 mei is een vertrekpunt van een beweging. Daarin hebben de O&O-fondsen veel ervaring, veel mogelijkheden en ook veel verantwoordelijkheden. De beweging die we komende periode moeten gaan maken, is een beweging die u mede vorm en inhoud geeft. De beweging is ook van u!

Ik wens u vandaag veel succes.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Scholing en ontwikkeling.