Op weg naar een beter stelsel van kindvoorzieningen

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer tijdens de Nyenrodesessie over kindvoorzieningen.

27 maart 2019

Het gesproken woord geldt.

Goede ontwikkeling van kindvoorzieningen, dat is een onderwerp dat me aan het hart gaat. Ik hou mij er al heel lang mee bezig, ook in mijn tijd als Kamerlid. Gelukkig is er binnen de SER veel aandacht voor, het onderwerp staat bovenaan de agenda.

In ons recente advies over de kindvoorzieningen Gelijk goed van start is een belangrijke stap gezet in het denken over het belang van de kinderopvang. We hebben de conclusie getrokken dat kinderopvang niet alleen een belangrijk arbeidsmarktinstrument is, maar ook bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen. Daarbij gaat het om het verminderen van achterstanden en het bevorderen van gelijke kansen. Het belang van het investeren in kindvoorzieningen zal bovendien volgens ons advies in de komende jaren alleen maar toenemen. We zien nog steeds een lagere participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, daarnaast zien we de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden groeien. Waar iemands wieg staat lijkt nog steeds te bepalen wat iemands levenskansen zijn.

Kansenongelijkheid verminderen en inclusiviteit bevorderen

Kansenongelijkheid is in Nederland dus eerder toe- dan afgenomen. De kloof tussen meer en minder bedeelde kinderen is eerder groter dan kleiner geworden. We doen er dus goed aan om te werken aan inclusieve kindvoorzieningen. De OESO zegt het, Unicef zegt het en onze onderwijsinspectie zegt het ook: de kansenongelijkheid in ons onderwijs neemt toe. Wie je bent, wie je ouders zijn, welke diploma's zij hebben, maakt uit voor je kansen op school. Daar mogen we ons nooit bij neerleggen, want ieder kind verdient een eerlijke start.

Die kansenongelijkheid in ons onderwijs begint al vroeg. En daar schuilt dan ook het grote belang in van de voorzieningen voor jonge kinderen. Die voorzieningen kunnen de achterstanden verminderen en de inclusiviteit bevorderen. Onderzoek toont aan dat kinderopvang een goede voorbereiding is voor de basisschool. Denk hierbij aan sociale omgangsvormen, taalontwikkeling, samen leren en spelen. Kortom: ontwikkelen om een goede start op school te maken en de kans op leerachterstanden te verkleinen. Kindvoorzieningen kunnen een plek bieden waar kinderen samen spelen en van elkaar leren. Een omgeving waar een ‘speelse start’ kan worden gemaakt met het leren en ontwikkelen van de 21ste eeuwse vaardigheden.

Aanbevelingen Gelijk goed van start

De meeste van jullie die vandaag hier aanwezig zijn, zijn wel bekend met de aanbevelingen die wel in het advies hebben gedaan. Maar om het geheugen op te frissen toch nog even in het kort de belangrijkste aanbevelingen op een rij.

In het advies maken we een onderscheid tussen de lange termijn (de stip op de horizon), de middellange termijn (komende kabinetsperiode) en de korte termijn (periode tot nieuwe kabinet). Onze stip op de horizon is een universeel (inclusief) stelsel met extra ondersteuning van kinderen met een achterstand. Een goed kwalitatief en toegankelijk stelsel voor alle kinderen.

Hoe komen we daar? Belangrijke aanbeveling op de middellange termijn is dat de programma’s voor kinderen met een achterstand dienen te worden geïntensiveerd (16 uur per week). In aanvulling daarop dient er voor alle kinderen van 2 tot 4 jaar, ongeacht of hun ouders al dan niet werken, een aanbod van opvang en educatie van 16 uur per week te komen. De voorstellen beogen een inclusief en kwalitatief goed stelsel te realiseren waarin de versnippering in het aanbod van kinderopvang wordt tegengegaan. Waar doorlopende ontwikkel- en leerlijnen worden gecreëerd en samenwerking tussen de basisschool en kindvoorzieningen wordt bevorderd.

Ik wil nogmaals benadrukken dat we met deze voorstellen zeker geen knip willen in het aanbod. De uitvoering vindt plaats binnen organisaties van kinderen van 0 tot 4 jaar. De kinderopvang werkt nauw samen met scholen en jeugdwerk in de buurt en is daarbij belangrijk in het geheel van voorzieningen voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Van belang is dat die samenwerking gelijkwaardig is. Samen optrekken en samen werken om kinderen een plek te bieden waar ze hun talenten kunnen ontplooien.

Het stelsel dient bovendien financieel toegankelijk te zijn. In de visie van de SER blijven eigen bijdragen van ouders nodig, waarbij rekening wordt gehouden met de borging van de financiële toegankelijkheid. Ook de kwaliteit van het stelsel dient voor alle kinderen te worden verbeterd. Van belang is verder dat er een stabiel én betaalbaar systeem ontstaat dat het jojo-effect van de afgelopen jaren voorkomt.

De SER gaat ervan uit dat toegewerkt wordt naar één financieringssysteem. Op langere termijn kan worden bezien of de verdeling in de financiering aanpassing behoeft. Naarmate kindvoorzieningen meer dienen als een ontwikkelingsinstrument, kan een relatief hogere bijdrage van de overheid worden overwogen.

Sluitende dagarrangementen voor schoolgaande kinderen

Naast dit advies uit 2016 pleit de SER al heel lang voor het realiseren van sluitende dagarrangementen voor schoolgaande kinderen. We weten ook al heel lang wat de voordelen daarvan zijn. Een dagarrangement brengt rust in de dagindeling van de werkende ouder en van het kind. Het vergroot de mogelijkheden voor ouders om aan de arbeidsmarkt deel te nemen. En in pedagogisch opzicht draagt een eigentijds dagarrangement bij aan een doorgaande ontwikkelingslijn.

Scholen die werken met een sluitend dagarrangement noemen vooral de effecten op kinderen als voordeel:

-      Meer rust en regelmaat in het dagritme.

-      Na een gezamenlijke lunch met alle kinderen zijn er minder opstartproblemen

-      En kinderen hebben meer tijd om ’s middags met elkaar te spelen.

-      Daarnaast zijn er minder personele wisselingen (meer vaste gezichten)

-      En kunnen kinderen bij de naschoolse opvang deelnemen aan een aantrekkelijker aanbod van activiteiten, zoals uitstapjes, sport-, cultuur- en natuureducatie.

Waar staan we nu?

De balans opmakend kunnen we concluderen dat er sinds het uitkomen van ons advies in 2016 een aantal stappen in beleid zijn gezet. Zo wordt het aanbod van voor- en vroegschoolse educatie vergroot naar vier dagdelen om achterstanden te voorkomen of weg te nemen. Dit betekent een aanbod van 16 uur per week voor achterstandsleerlingen.

We zitten op de goede weg, maar het blijft van belang om zorgvuldig te doordenken waar bijsturing nodig is, nagaan waar de restricties zitten en hoe we die kunnen verminderen. Daarbij is het uiteraard relevant dat het kabinet heeft gekozen voor een intensivering van de programma’s voor de kinderen met een achterstand, maar een belangrijke vraag blijft uiteraard: hoe bereiken we deze kinderen met een achterstand?

In het SER advies hebben we om die reden ook gepleit voor een aanbod van 16 uur kinderopvang voor alle kinderen van 2 tot 4 jaar (ongeacht of ouders werken), binnen een kinderopvang organisatie die een aanbod realiseert voor 0 tot 4 jaar. Van dat aanbod moet nu echt werk worden gemaakt.

Ook heeft het huidige kabinet weinig aandacht geschonken aan het ontwikkelen van sluitende dagarrangementen.

Verschillende knelpunten in wet- en regelgeving die al in het SER-advies Tijden van de Samenleving werden genoemd, zijn nog steeds niet opgelost.

Praktijk: mooie ontwikkelingen

Tegelijkertijd wil ik ook benadrukken dat er in de praktijk talloze mooie initiatieven worden genomen en mooie dingen zijn gerealiseerd. Verschillende gemeenten zijn gewoon aan de slag gegaan en bieden nu een aanbod aan voor kinderen in de leeftijd 2 tot 4 jaar. We hebben vorig jaar nog een inspirerende en mooie SER-bijeenkomst gehad waar de wethouder uit Groningen vertelde dat in Groningen alle peuters (vanaf 2 jaar) de mogelijkheid krijgen om 16 uur in de week naar de kinderopvang te gaan. En ook het onderzoek van Oberon laat zien dat er in de praktijk al heel veel wordt samengewerkt tussen kinderopvang en onderwijs en dat hierdoor kindcentra worden gerealiseerd.

Hoe nu verder?

Er zijn dus mooie ontwikkelingen in de praktijk gaande, tegelijkertijd moeten er ook nog veel stappen worden gezet. Vanuit de SER zullen wij voor het onderwerp en ons advies continu aandacht blijven vragen. Zo zijn we nu druk met adviesvoorbereiding over de Diversiteit in de top bezig, een advies over het bevorderen van gender en culturele diversiteit in de top.

Dit SER-advies zal niet alleen gaan over de top van bedrijven. De invalshoek zal breder zijn. Het zal ook gaan over de arbeidsmarktpositie van vrouwen, de deeltijdcultuur in Nederland, de segregatie op de arbeidsmarkt en de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen. De kinderopvang en het realiseren van sluitende dagarrangementen spelen daarbij een sleutelrol.

Er zijn in de afgelopen tijd stappen in de richting van een kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar stelsel gezet, maar verbeteringen blijven nodig. Jullie onderzoek biedt daarvoor mooie aanknopingspunten. Door samen te werken, kunnen we bouwen aan een samenleving waarin het verdienvermogen op peil blijft en kindvoorzieningen onderdeel zijn van een plezierig woon-, werk- en leefklimaat.

Een samenleving waarin vrouwen en mannen zich beter kunnen ontplooien doordat er goede voorzieningen zijn om arbeid en zorg te kunnen combineren. En een samenleving die de ontwikkeling van kinderen vooropstelt; waarin kinderen de kans krijgen om met andere kinderen op te groeien en zich van jongs af aan spelenderwijs te ontwikkelen in een vertrouwde en veilige omgeving.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels