Internationale sectoren en IMVO-risicomanagement

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij de Algemene Ledenvergadering van GroentenFruit Huis, te Hilvarenbeek.

23 mei 2018
Het gesproken woord geldt.

Veel dank voor de uitnodiging bij deze speciale bijeenkomst over de toekomst en internationale handel voor de groente- en fruitsector 

Sinds de Tweede Wereldoorlog en zeker de afgelopen jaren is de internationale handel flink veranderd. Dankzij de ontwikkeling van nieuwe technologieën is er een forse toename in financiële stromen, informatie en producten. 

Wat ooit beperkt was tot een dorpje en het gebied eromheen, is vandaag de dag wereldwijd toegankelijk. De wereld is in zekere mate een ‘wereld-dorp’ geworden. Globalisering blijft zich ontwikkelen door de relatief lage transportkosten en technologische innovaties. 

Risico’s voor bedrijven

Dit maakt mogelijk dat de productie van goederen niet alleen in Nederland plaatsvindt, maar over de hele wereld. Voor betrokken bedrijven en consumenten kan dit voordelen opleveren, maar tegelijkertijd zijn er risico’s te benoemen. In sommige gevallen betekent dit zelfs dat internationaal opererende Nederlandse bedrijven direct of indirect betrokken kunnen raken bij mensenrechtenschendingen zoals bijvoorbeeld kinderarbeid of andere schendingen, zoals het onrechtmatig in bezit nemen van landbouwgronden en het toebrengen van schade aan kwetsbare ecosystemen.

Het gaat hier vaak om complexe situaties in opkomende markten en ontwikkelingslanden. Overheden schieten daar soms tekort in het beschermen van rechten. Bedrijven kunnen daarin dan hooguit een deel van de oplossing van een probleem bieden. 

Hoe kunnen wij daar vanuit internationale sectoren op reageren?

IMVO-risicomanagement

Van bedrijven wordt verwacht dat er zaken wordt gedaan met respect voor mensenrechten en milieu. Internationaal is dit vastgelegd in de zogenoemde OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en richtlijnen van de VN. Volgens deze richtlijnen moeten bedrijven de mogelijke negatieve gevolgen van hun handelen opsporen en verantwoording afleggen over hoe zij omgaan met de geïdentificeerde risico's. Dit wordt ook wel ‘due diligence’ of IMVO-risicomanagement genoemd.

Bij veel bedrijven en bedrijfstakken vinden al positieve inspanningen plaats ten aanzien van Internationaal Maatschappelijke Verantwoord Ondernemen, ofwel IMVO. Ondanks die inspanningen is er wereldwijd regelmatig sprake van schendingen van fundamentele rechten of verontreiniging van het milieu. Bovendien kent ook Nederland een groot aantal sectoren waarin maatschappelijke risico’s in de internationale keten hoog zijn. Onderzoeksbureau KPMG heeft in 2014 uitgezocht welke sectoren hierin het meeste risico lopen. 

Nieuwe instrumenten

Nieuwe instrumenten kunnen bedrijven helpen in hun IMVO-risicomanagement en hun verantwoordelijkheid om mensenrechten te respecteren in te vullen. Een van deze nieuwe instrumenten zijn de IMVO-convenanten. 

In april 2014 bracht de SER een advies uit over IMVO-convenanten als multistakeholderaanpak, die daarna direct in de praktijk is gebracht. IMVO-convenanten bieden bedrijven de kans om samen met de overheid en andere partijen complexe problemen aan te pakken en daarmee hun invloed te vergroten. 

Samen met andere partijen is de kans groter om oplossingen te realiseren. Daarom maken bedrijven afspraken tussen partijen die om tastbare resultaten te behalen. Andere partijen zijn bijvoorbeeld maatschappelijke organisaties, vakbonden en overheid.

De convenanten hebben een tweeledig doel. Ten eerste: concrete stappen van verbetering te bereiken voor groepen die negatieve effecten ervaren binnen een termijn van 3-5 jaar. En ten tweede: een gezamenlijke oplossing te bieden voor problemen die bedrijven alleen niet helemaal op kunnen lossen.

U kent de SER waarschijnlijk vanuit zijn traditionele taken, zoals het uitbrengen van advies aan het kabinet en het parlement over sociaal-economisch beleid. Maar ook de rol van de SER ontwikkelt zich. Door onze neutrale rol en ervaring met faciliteren van meerdere partijen, komen er nieuwe taken bij. 

SER als platform voor IMVO

In het geval van IMVO heeft de SER ervaring opgedaan door advies uit te brengen over dit onderwerp. Hierdoor volgen we en spelen we in op bestuurs- en beleidsontwikkelingen in het kader van IMVO. We bieden een platform voor kennisuitwisseling tussen partijen over IMVO en ontwikkeling van de convenanten. 

Ook organiseren we bijeenkomsten over thematische verdiepingen, zoals MVO-risicomanagement in een bepaalde sector. Hiernaast biedt de SER op verzoek van brancheorganisaties en stakeholders gerichte procesondersteuning bij de verkenning, totstandkoming en implementatie van IMVO-convenanten.

IMVO-convenanten

Op dit moment zijn er voor vijf sectoren convenanten ondertekend, waarvan drie gefaciliteerd door de SER. De kleding- en textielsector tekende in 2016 als eerste een convenant. Het kleding- en textielconvenant is gericht op verbetering in de hele keten. Denk daarbij aan productielanden zoals Bangladesh en India. Dat convenant focust zich op negen thema’s, uiteenlopend van discriminatie tot kinderarbeid en milieuschade.

Naast een convenant voor de kleding- en textiel sector zijn er convenanten voor de Bancaire Sector, Verantwoord Goud, Duurzaam Hout en Bosbeheer en Plantaardige Eiwitten afgesloten. En daar komt waarschijnlijk op korte termijn een groot aantal convenanten bij.

De sectoren Natuursteen, Voedingsmiddelen, Verzekeringen, Pensioenen, Sierteelt en de Metallurgische sector zijn momenteel bezig met de totstandkoming van een convenant. Er wordt ook al gekeken naar toekomstige nieuwe convenanten. Zo worden er mogelijkheden verkend voor sectoren zoals Land-en Tuinbouw, Toerisme en Palmolie.

Wat kan de eigen sector doen?

De vraag is nu: hoe nu verder? Wat kunt u zelf doen? Om het meeste effect te bereiken is het van belang dat het initiatief om afspraken te maken zo veel mogelijk bij het bedrijfsleven begint. Deze aanpak slaagt alleen als het bedrijfsleven zelf zo veel mogelijk het initiatief neemt om afspraken hierover te komen.

Weet u bijvoorbeeld welke internationale problemen de branche zelf heeft vastgesteld? En weten bedrijven in de branche zelf voldoende het gesprek hierover aan te gaan? Als bedrijven de problemen goed in kaart hebben, wordt de noodzaak voor het verbeteren van omstandigheden internationaal beter gevoeld. 

Hoe kunnen andere partijen, zoals internationale maatschappelijke organisaties, overheid en internationale vakbeweging meehelpen aan oplossingen voor de risico’s die zijn vastgesteld?  Veel van die internationale organisaties hebben kennis en ervaring op onderwerpen zoals vrijheid van vakvereniging, milieuproblematiek en het uitbannen van dwang- en kinderarbeid.

Dan ligt het voor de hand dat zij u als branche goed kunnen helpen. Samenwerken maakt het mogelijk om de beweging te maken van ‘naming and shaming’ naar ‘knowing and showing’
Het bewust zijn van risico’s en laten zien wat je hieraan doet. Met deze IMVO-convenantenaanpak kan de branche structureel veranderen en internationaal verduurzamen.

Proactieve aanpak is de sleutel tot succes

Ik zou graag een OPROEP doen. Ik zou u, als branche én als bedrijven, graag willen aanmoedigen om proactief met elkaar het gesprek aan te gaan om te bekijken wat u kunt doen. Hoe kunt u samen internationale risico’s in de groente- en fruitsector aanpakken en welke partijen kunnen u daarbij helpen? U hoeft het in ieder geval niet allemaal in uw eentje te doen, durf ook om hulp te vragen.

Een toekomstgerichte houding en de bereidheid om u zich te verdiepen in het perspectief van de ander, dát is een goede combinatie en de sleutel tot succes. Er is al veel bereikt, maar met elkaar valt er meer te bereiken. 

Dank voor uw tijd en aandacht.