Afscheid Hans Alders: Polderen in Schiphol en Den Haag

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij het afscheid van Hans Alders als voorzitter van de Omgevingsraad Schiphol.

9 juli 2019

Het gesproken woord geldt.

Deze speech is een bewerking van Mariëtte Hamers bijdrage aan de afscheidsbundel voor Hans Alders, en heeft als titel ‘Tussen polderen rond Schiphol en polderen in Den Haag’.


Beste Hans,

Je wordt wel eens gezien als de verpersoonlijking van de polder. Dat zou ik op een dag als vandaag niet willen tegenspreken. Maar… voor zover ik heb kunnen nagaan, heb je nog nooit in SER-commissies gezeten! Je kunt dus nog wat aan de lijstje als raspolderaar toevoegen.

Oke ik zal wat minder streng voor je zijn. Je liep een tijdje de deur plat bij de SER. Je was toen voorzitter van Energie-Nederland tijdens de onderhandelingen van het Energieakkoord. Uren bracht je door met Wiebe Draijer en andere hoofdrolspelers. Met resultaat. De sluiting van vijf oudere kolencentrales is vooral aan jou te danken. Dus bij dezen: Je bent een echte polderaar.

SER: maatschappelijke organisaties betrekken

Daarmee ben ik meteen bij de SER en het belang van polderen. Maar dat die ook natuurlijk ook omdat dat mij gevraagd is. Genereren van draagvlak is ons kenmerk. Wij onderscheiden ons van andere adviesraden doordat wij zoveel mogelijk de belangrijkste maatschappelijke organisaties in adviestrajecten betrekken. Het betrekken van de belangrijkste maatschappelijke organisaties is inmiddels geaccepteerd gebruik. Daarin ontwikkelen we ons permanent. 

Al twintig jaar participeren Natuur en Milieu en Milieudefensie op basis van gelijkwaardigheid in de SER-commissie Duurzame Ontwikkeling. Als wij over de gezondheidszorg spreken, betrekken we ook patiëntenorganisaties in dit proces. Het faciliteren van maatschappelijke akkoorden en convenanten is een nieuwe loot aan onze boom. Het Energieakkoord is hiervan een voorbeeld. Achter de schermen deden wij dit ook bij het Klimaatakkoord. 

Sinds 2015 faciliteren we sectorconvenanten op het gebied van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Bedrijven, overheid, vakbonden en maatschappelijke organisaties gaan hierin samen aan de slag om misstanden te voorkomen zoals uitbuiting, dierenleed of milieuschade. Partijen pakken zo structureel en gezamenlijk complexe problemen in de keten aan. Er zijn er inmiddels 11 afgesloten. Van textiel tot verzekeringen. Van metaal tot bloemen. 

We doen nog veel meer. Zo hielpen we met het grondstoffenakkoord over circulaire economie met adviezen en een reflectiegroep. We hielpen mee met het preventieakkoord door het te begeleiden en het opzetten van een klankbordgroep.

Draagvlak belangrijker dan ooit

Onze aangepaste rol en taak heeft veel te maken met de veranderende beleidscontext. Beleidsvraagstukken zijn veel complexer geworden. De toenemende politieke versplintering en de grote invloed van sociale media vormen een extra dimensie. Draagvlak voor nieuw beleid is daarom noodzakelijker dan ooit. Complexe vraagstukken zijn niet nieuw, maar op tal van terreinen wel een nieuwe fase ingaan. Bestaande systemen raken verouderd. Nieuwe systemen zijn er nog niet of onvoldoende beproefd en uitontwikkeld. Met andere woorden: we hebben te maken met systeemveranderingen met veel onzekerheden. 

De energietransitie en de snelle verspreiding van de digitalisering zijn voorbeelden van zo’n systeemverandering. Dit leidt tot spanningen met het bestuursmodel dat sinds de jaren negentig dominant is. Dan gaat het over de presterende overheid. Dat is een overheid waarbij centraal staat dat beleid effectief en efficiënt moet zijn. Zo’n overheid haalt de doelen tegen de laagste kosten. Daarnaast moet het ook aansluiten bij rechtvaardigheidsgevoelens. Dan gaat het om bescherming van kwetsbare groepen, om loon naar werken. Daarbij hoort ook transparantie en afrekenbaarheid. Met dit model is op zich niets mis. 

We willen allemaal dat de overheid zorgvuldig met de belastingopbrengsten omgaat en toeziet op goede kwaliteit voor alle burgers. De keerzijde is wel dat onzekerheid en risico’s worden vermeden. En dan wringt de schoen. Bij transities en systeemveranderingen zijn onzekerheden en risico’s namelijk onmiskenbaar en onvermijdbaar. Daarom is er behoefte aan een ander model. Met daarin een lerende overheid, adaptief beleid en samenwerking met de belangrijkste stakeholders.  

Driehoek van goed bestuur

Ik wil u daarom de volgende stelling voorhouden. Een maatschappelijk akkoord is een belangrijke bestuursvorm om met transities om te gaan. Ik zal dit toelichten met de driehoek van goed bestuur. Die bestaat uit:

  1. Complexe vraagstukken
  2. De hetrogene samenleving 
  3. De probleem oplossende overheid.

Ik begin bij de complexe vraagstukken. Een aantal trends heeft grote gevolgen voor de toekomstige welvaart van ons land. De belangrijkste zijn digitalisering, globalisering, klimaatverandering en milieuvervuiling, vergrijzing en migratie. De gevolgen zijn veelvormig. Ze hebben betrekking op ons sociaal, economisch, natuurlijk en menselijk kapitaal. We willen de maatschappelijke welvaart ook voor toekomstige generaties op peil te houden en voor iedereen toegankelijk maken. Dat is dus een verdelingsvraag. 

Bij transities zijn er winnaars en verliezers. Die laatste groep is extra kwetsbaar omdat het verlies zich bij sommige groepen dreigt te concentreren. Dat past niet bij de waarden die we in Nederland belangrijk vinden. 

Dan de tweede hoek: de heterogene samenleving. De burgers zijn tegenwoordig een klant van de overheid. Dit past bij de filosofie van een zakelijke overheid die moet leveren. Die klant eist in deze verzakelijkte relatie waar voor zijn geld. Dat is niet eenvoudig in een steeds heterogenere samenleving met uiteenlopende belangen.
 
Bovendien is de burger ongeduldig en in toenemende mate wantrouwig. Waar zaken fout gaan of vermeend fout gaan, verspreidt dit nieuws zich razendsnel. Wantrouwen wordt gevoed door berichten dat onze welvaart niet eerlijk verdeeld is. Dat schept geen klimaat waar veranderingen tot stand kunnen komen.

Dan de derde hoek: de overheid als probleemoplosser. Hoe lost de overheid de problemen op in een wereld van megatrends die systeemwijzigingen noodzakelijk maken?  Systeemwijzigingen waarbij burgers waar voor hun geld willen.

Wat is die overheid eigenlijk? Vaak gaat het om de politieke beleidsbeslissers en ambtelijke uitvoerders. De politieke versnippering maakt het extra lastig om een brede toekomstvisie te ontwikkelen, die de systeemwijzigingen rechtvaardigt. Het maakt het ook lastig deze consequent en consistent uit te voeren over meerdere verkiezingen heen. De taakverschuivingen richting de Europese Unie en decentrale overheden maakt het Rijksbeleid ook nog eens minder invloedrijk. De bestuurlijke doorzettingsmacht is hierdoor versnipperd. 

Verder hebben bestuurders te maken met verkiezingstermijnen. Die staan haaks op de noodzaak van langjarig en consistent beleid. De effecten van transitiebeleid zijn immers pas na jaren goed zichtbaar. Transities vergen andere werkwijzen en innovatief beleid en dat impliceert het nemen van risico’s. 

Ten slotte hebben ambtelijke organisaties moeite om hun taken goed uit te oefenen. Zeg “Belastingdienst” en iedereen weet waar we het over hebben. Dat komt door reorganisaties, bezuinigingen snelle functieveranderingen binnen overheidsorganisaties en een verslechterende arbeidsmarktpositie van ambtenaren. Kortom, ambtelijke apparaten zijn vaak onvoldoende op ingrijpende beleidsveranderingen toegerust. Zeker als meerdere transities gelijktijdig plaatsvinden. Dan ontbreekt in veel gevallen de inhoudelijke kennis en zijn er onvoldoende middelen.

Netwerkende overheid

Tegen deze achtergrond zie ik de noodzaak voor een netwerkende overheid. Die acteert vanuit een andere gedachte. Ingrijpende en langjarige veranderingen komen alleen tot stand als de belangrijkste belanghebbenden coalities aangaan vanuit een gemeenschappelijke visie met concrete doelen. Afspraken tussen de overheden, bedrijfsleven, andere maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen staan dan centraal. Vanuit deze gemeenschappelijke visie met afgeleide doelen brengt de overheid partijen en belangen bij elkaar en faciliteert zij processen. Doel is coalities te smeden die het beoogde doel realiseren. De vorm kan uiteenlopen: pps-constructies, convenanten of maatschappelijke akkoorden.  

Voorbeeld: Energieakkoord

Dit brengt me bij de ervaringen die wij als SER hebben met het Energieakkoord. De oorsprong ligt in de frustraties dat het met de energietransitie in Nederland niet opschoot. Die frustratie was zowel politiek als maatschappelijk. Opeenvolgende kabinetten wisselden steeds van koers. Zo’n jojo-beleid werkt belemmerend voor grote investeringen van bedrijven, burgers en netwerkbedrijven. Zonder een duidelijke en stabiele koers haken investeerders af. Ook speelde mee dat Nederland op geen stukken na de Europese afspraken over energiebesparing en het aandeel hernieuwbare energie leek te halen. Deze situatie leidde in 2011 tot de breed gesteunde Tweede-Kamermotie. Die riep op om “te komen tot een langjarig energietransitieakkoord […] teneinde in 2050 een duurzame energiehuishouding te hebben gerealiseerd.”

Als SER adviseerden wij hierover, kort na de start van het kabinet-Rutte II. Dit advies bevatte het aanbod om een breed gedragen Energieakkoord tot stand te brengen. Het kabinet nam dit aanbod aan. Op 4 september 2013 ondertekende 47 partijen het Energieakkoord, waaronder het Rijk en de drie decentrale overheden. Tot de dag van vandaag houdt dit akkoord stand. Het wordt nu onderdeel van het Klimaatakkoord.

Sleutelfactoren 

Het maakte belangrijke sleutelfactoren zichtbaar. Ik noem er drie:

  1. De politieke noodzaak. 
  2. De maatschappelijke druk
  3. De erkenning dat hier een gezamenlijke inspanning nodig is die past bij onze traditie van samenwerking en coalitievorming.

Ik rond af met volgende conclusies. Maatschappelijke akkoorden kunnen een passende sturingsvorm zijn bij complexe vraagstukken. Vooral bij vraagstukken met een langetermijnperspectief die een belangrijk deel van de samenleving raken en tot systeemwijzigingen leiden. Urgentie en maatschappelijke druk zijn dan drijvende krachten.

Een zorgvuldig procesontwerp is daarbij onmisbaar. Net als een duidelijke beleidsvisie met doelen. Een zorgvuldige selectie van deelnemers zorgt voor checks and balances. Kennisinstellingen ondersteunen het proces en leveren het inzicht in de effecten van de afspraken. Politici moeten hierover politieke verantwoording afleggen. Overheden bewaken het publieke belang en  hebben de verantwoordelijkheid zorgvuldig om te gaan met de gevolgen voor burgers en dan vooral de kwetsbare groepen. Een goede borging en monitoring zijn belangrijk zodat je weet wanneer je moet bijsturen.

Het Energieakkoord leert dat het onmogelijk is om de gevolgen van een ingrijpend transitieproces van tevoren goed in kaart te brengen. Neem de ontwikkeling van windparken op zee. Niemand had in 2013 durven voorzien dat we vandaag windparken kunnen aanleggen zonder subsidie. 

Akkoorden voor transities steeds belangrijker

Voor mij is duidelijk dat de komende jaren goede maatschappelijke akkoorden steeds belangrijker worden om  de transities die we gaan doormaken in goed banen te leiden.

Wat heeft dit nu met Hans Alders te maken? Hans, je stopt dan bij de omgevingsraad Schiphol. Maar mensen met verbindende kwaliteiten zijn hard nodig bij transities waar we nu middenin zitten. Ik denk dat er nog vaak een beroep op je wordt gedaan. Ik weet je te vinden.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels

Tussen polderen rond Schiphol en polderen in Den Haag

Bijdrage Mariëtte Hamer aan afscheidsbundel Hans Alders voor het symposium ‘Luchtvaartpolder in perspectief’, 9 juli 2019.