Gedachtenwisseling met de WRR over lopende en toekomstige projecten

Speech van Mariëtte Hamer bij een bijeenkomst met leden van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

21 maart 2017
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

 

Vriendelijk dank voor de uitnodiging en voor deze gelegenheid om iets te vertellen over het werk van de SER en van gedachten te wisselen over de ontwikkeling van die werkzaamheden door de jaren heen. Daarbij kunnen we ook ingaan op de samenwerking en werkverdeling tussen SER en WRR.

Als adviesorgaan dat gedragen wordt door sociale partners en onafhankelijke deskundigen, richt de SER zich op actuele sociaal-economische vraagstukken. De inzet is om deze van een gemeenschappelijk, breed gedragen antwoord te voorzien.

Daarbij maken wij graag gebruik van de gedegen, meer op de lange termijn gerichte analyses van de WRR. De WRR kan ons de ogen openen voor lange termijn ontwikkelingen en brede verbanden die wij nog niet op het netvlies hebben of nog onvoldoende hebben doordacht.

Voor ons bij de SER ligt de toegevoegde waarde van de WRR-rapporten vooral in de agenderende en de conceptuele doorwerking – die mede via SER-adviezen gestalte kan krijgen en dan ook van een passende instrumentele vormgeving kan worden voorzien. Passend, want van maatschappelijk draagvlak voorzien.

Ik geef graag eerst een overzicht van onze advieswerkzaamheden. Dat doe ik aan de hand van twee documenten: de SER-notitie Meerjarenperspectief 2025 en de Kabinetsbrief met voorgenomen adviesaanvragen 2017.

Meer dan beleidsadviezen alleen

Maar de SER is meer dan alleen adviesorgaan. We hadden altijd al bestuurlijke verantwoordelijkheden. Zo oefent de SER al vele jaren toezicht uit op de naleving van Fusiegedragsregels die verplichten tot het tijdig en goed informeren van vertegenwoordigers van werknemers. En ook al vele jaren faciliteert de SER zelfreguleringsoverleg tussen ondernemersorganisaties en consumentenorganisaties over algemene voorwaarden op consumententerrein (‘de kleine lettertjes’).

Ons werkterrein is de afgelopen jaren verder verbreed, vaak in het verlengde van onze advieswerkzaamheden. Dan gaat het vooral om:

  • Onze initiatieven voor het bevorderen van de (kwaliteit van) medezeggenschap.
  • Het faciliteren van IMVO-sectorconvenanten (te beginnen met textiel&kleding en banken).
  • De totstandkoming en borging van het Energieakkoord voor duurzame groei: ga ik straks graag nader op in, als voorbeeld van wat wel een ‘veel-partijen-overlegeconomie’ wordt genoemd.

Zeven adviesthema’s

Eerst nog even terug naar onze advieswerkzaamheden. Die hebben we gerangschikt in zeven thema’s:

  • Hoe het structurele groeivermogen en de werkgelegenheid versterken?
  • Dynamiek (en stabiliteit?) op de arbeidsmarkt
  • Kenniseconomie en leren in de toekomst
  • Combinatie van werken en leven in de toekomst
  • Vernieuwing sociaal stelsel
  • Duurzame en inclusieve groei
  • Duurzame globalisering en Europese integratie

Deze zeven centrale thema’s laten de breedte van onze advieswerkzaamheden zien. Met het ‘bolletjesschema’ willen we de onderlinge samenhang tussen de thema’s benadrukken. We willen deze onderwerpen niet onderbrengen in op zichzelf staande kokers of silo’s.

Advies Mens en technologie

Een aantal van die onderlinge samenhangen, op het raakvlak van technologische ontwikkeling, arbeidsmarkt en onderwijs en het combineren van werken en leven, wil ik graag verder met u verkennen. Kapstok daarvoor is ons recente verkennende advies over Mens en technologie, samen aan het werk. Dit advies bouwt voort op WRR-rapport De robot de baas.

De meerwaarde van de SER-verkenning is drieledig:

  • Een gezamenlijke analyse over de aard en omvang van het transitieproces;
  • Een beleidsagenda voor de korte en middellange termijn;
  • Een eerste aanzet voor de agenda van de SER tijdens de komende kabinetsperiode.

De volgende thema’s zullen een plek krijgen op deze agenda:

  • Bevorderen van duurzame economische groei;
  • Versterken van de positie van Nederland in de wereld;
  • Omgaan met maatschappelijk onbehagen;
  • Werk maken van een inclusieve arbeidsmarkt en samenleving;
  • Streven naar een balans in wendbaarheid en werk- en inkomenszekerheid.

Veranderingen door digitalisering

Het tempo waarmee nieuwe techniek een onderdeel van ons leven wordt, ligt enorm hoog. Denk maar aan de snelle opkomst van platformen als AirBnb, Uber en bezorgdiensten als Ubereats, Deliveroo en Foodora die in steden als Amsterdam zeer populair zijn. Jongens en meisjes op de fiets, met grote bezorgtassen op hun rug, krijgen via hun telefoon door bij welk restaurant in hun buurt een bestelling is geplaatst door buurtgenoten. Slimme algoritmes bepalen wie welke bestelling gaat bezorgen. Dit alles leidt tot veranderende organisaties, denk ook aan de geleidelijke transformatie van banken tot ICT-bedrijven.

Of denk aan de landbouw, werken in de landbouw is nu compleet anders dan vroeger. Voor het runnen van een boerenbedrijf is ICT-kennis net zo belangrijk als kennis van koeien, kippen of aardappels.

De snel voortschrijdende digitalisering stelt steeds hoger eisen aan de digitale infrastructuur. Deze moet zowel sneller als veiliger worden.

Ondertussen verandert het werk met de techniek mee: banen ontstaan en verdwijnen, functies krijgen een andere invulling. Nieuwe technologieën zorgen voor nieuwe behoeftes, nieuwe werkgelegenheid, die we ons nu nog moeilijk voor kunnen stellen. Maar een beetje fantaseren kan wel: wat te denken van robotmonteurs, ruimtereisbegeleiders en verticale-tuinarchitecten. En daarnaast verwachten we dat de markt voor persoonlijke dienstverlening en de transitie naar een duurzame samenleving de nodige aanvullende werkgelegenheid zal opleveren.

Digitalisering brengt voor iedereen veranderingen met zich mee, maar voor de een zijn de consequenties groter dan voor de ander.

In de havens zien we bijvoorbeeld dat mensen die meer dan 25 jaar als kraanmachinist werken, hun baan verliezen vanwege havenrobots. En bij de banken zijn steeds meer mensen met een administratieopleiding op mbo-niveau overbodig. Het is voor deze groepen moeilijk om ander werk te vinden. Mensen vrezen niet alleen werkloosheid maar ook een verslechtering van de arbeidsomstandigheden, een afname van menselijk contact en een grotere kloof tussen arm en rijk.

Het is dan ook logisch dat de digitalisering sommige groepen in de samenleving angst inboezemt, terwijl andere groepen juist de kansen zien.

Kortom…

De snelheid waarmee dingen veranderen is hoog, dit zorgt voor een hoge mate van onberekenbaarheid: we weten zoveel nog niet.

We zien nu al en verwachten verdere veranderingen op een breed palet: organisatie van werk, bedrijfskenmerken, flexibele arbeid, kwaliteit van de arbeid, werk-privé balans, competenties. En we weten dat de vorige drie industriële revoluties uiteindelijk meer welvaart en werkgelegenheid hebben opgeleverd. We kunnen echter niet garanderen dat dat nu weer gaat gebeuren. We zien dus zowel (innovatie)kansen als bedreigingen.

Kansen benutten: experimenteren en sociale innovatie

Innovatiekansen benutten, dit kan alleen als er voldoende ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen, ruimte om te experimenteren. Secretaris-generaal Camps doet hier opnieuw een pleidooi voor in Durf te leren, zijn nieuwjaarsartikel in de ESB.

Uit onderzoek blijkt dat technologische innovaties die samengaan met sociale innovatie het beste resultaat opleveren. Sociale innovatie gaat primair over hoe mensen in organisaties met elkaar omgaan, over talentontwikkeling en inrichting van de arbeidsorganisatie. Sociale innovatie is daarmee een kritische voorwaarde voor het succes van technologische innovatie. Initiatieven van de FME, het field lab sociale innovatie in het kader van Smart Industry, zijn een mooi begin.

Tegelijkertijd de bedreigingen serieus nemen

We zijn aan het nadenken hoe we de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt kunnen monitoren, zodat we meer kennis krijgen over wat er nu allemaal al aan het veranderen is en wat er voor de nabije toekomst verwacht wordt. Daarbij willen we zowel naar de werkgelegenheid als naar kwaliteit van de arbeid kijken.

Wat er sowieso moet gebeuren is de vaardigheden van de beroepsbevolking op peil houden (Skills Strategy, postinitieel leren, toekomstbestendig beroepsonderwijs, kindvoorzieningen).
Verder is het belangrijk om mensen weerbaarder te maken tegen veranderingen – in elke fase van het leven – van peuter tot gepensioneerde.

Balans werk en privé (Een werkende combinatie)

Uiteindelijk gaat het om het streven naar een inclusieve arbeidsmarkt en een open samenleving – waarin mensen de verbinding met elkaar zoeken.
Raakvlakken met het werkprogramma van de WRR
De thematiek van ‘Mens en technologie’ brengt mij op de raakvlakken met het werkprogramma van de WRR. Ik noemde al het WRR-rapport De robot de baas dat mede aan de basis stond van ons eigen verkennende advies.

Raakvlakken met projecten WRR

Ik zie verder belangrijke raakvlakken met WRR-projecten ‘Maatschappelijke scheidslijnen’, ‘Middenklassen onder druk?’ en met ‘Toekomst van werk’.

Vooral het project ‘Maatschappelijke scheidslijnen’ lijkt mij een goede kapstok te bieden voor fundamentele vragen die ons in deze tijden van ‘fact free politics’ bezig houden over:

  • de toekomst van de media en de ontwikkeling van parallelle werelden en waarheden;
  • het vertrouwen van burgers in politiek en overheid;
  • de waarde van wetenschappelijke kennis en de waardering voor deskundigheid;
  • de waarborgen voor de rechtsstaat.

Maatschappelijke scheidslijnen worden in toenemende mate getrokken langs lijnen van afkomst en religie. Welke plek komt religie toe in onze samenleving? En hoe moeten we omgaan met vormen van fundamentalisme?

Dit is een reeks fundamentele vragen die vragen om een gedegen en tegelijkertijd vernieuwende analyse.

Vernieuwend in de traditie van het WRR-rapport Vertrouwen in de buurt van een jaar of twaalf geleden. Ik wil de WRR aanmoedigen om zijn tanden in deze lastige materie te zetten.

In het WRR-programma staat ook een project over Europa vermeld. Aandacht voor de Europese integratie is heel belangrijk. Tijdens de recente verkiezingscampagne schitterde Europa door afwezigheid. De vraag is hoe de WRR een positieve impuls kan geven aan het Nederlandse Europadebat dat maar niet van de grond wil komen – behalve wanneer een referendum wordt georganiseerd.

Kijkend naar het WRR-programma lijkt het mij ook belangrijk om invulling te blijven geven aan het project ‘Handelingsperspectieven voor duurzaamheid’. De meerwaarde zit hem daar niet in aanbevelingen voor instrumentalisering, maar meer in een brede maatschappelijke verkenning van de vraag hoe we de transitie naar een circulaire economie en samenleving kunnen vormgeven.

Energieakkoord

Dit brengt mij bij de afronding van mijn inleiding. Ik beloofde u nog iets te vertellen over het Energieakkoord. De SER als platform voor brede akkoorden: het Energieakkoord is een mooi voorbeeld.

In september 2013 is het Energieakkoord voor duurzame groei gesloten. Een akkoord met 175 concrete, afrekenbare afspraken, voor een coherent, consistent en ambitieus transitiebeleid - om continuïteit te brengen over verschillende kabinetsperioden heen.

Het akkoord is gesloten door 47 verschillende organisaties, waaronder:

  • Rijk, provincies en gemeenten
  • Ondernemers
  • organisaties en vakbeweging
  • Natuur-en milieuorganisaties en andere ngo’s.

Let op: Overheid heeft hier een nieuwe rol: als partner in een brede samenwerking (netwerk).

De monitoring en de borging zijn belegd bij een vaste commissie van de SER: de Borgingscommissie onder onafhankelijke voorzitter, Ed Nijpels. Alle ondertekenaars van het akkoord zijn lid van de commissie, zijn zelf aan zet in de uitvoering, en dragen daarvoor samen de verantwoordelijkheid.

De transparantie in de voortgang is terug te vinden in:

  • Jaarlijkse voortgangsrapportage Borgingscommissie
  • Jaarlijkse Nationale Energieverkenning: een onafhankelijke effectmeting door ECN, PBL, CBS en RvO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

In 2016 heeft een tussentijdse evaluatie door een onafhankelijk bureau plaatsgevonden. De conclusie was: doorgaan op ingeslagen weg, maar inzet op aantal punten versterken.

Voorwaarden voor succes:

  • Maatschappelijke en politieke urgentie
  • Georganiseerde belangen en legitieme vertegenwoordigers
  • Leiderschap: gezag en bindend vermogen
  • Samenwerking: hulpvraag en gunfactor
  • Neutrale, veilige omgeving en professionele ondersteuning
  • Onafhankelijke (wetenschappelijke) monitoring
  • Transparante governance en borging.

Het Energieakkoord is gericht op 2020 en 2023. Het klimaatakkoord van Parijs dwingt ons verder te kijken, naar 2030 en 2050.

Samen met WRR vorige maand high level conferentie over governance van energie- en klimaatbeleid. Heel waardevolle gedachtewisseling tussen verschillende deskundigen en belanghebbenden. In het verlengde daarvan brengt SER binnenkort – mogelijk deze week al – een briefadvies uit.

Vier bouwstenen staan centraal:

  1. Een consistent beleidskader: een wettelijke verankering en een goede beleidscoördinatie voor eenheid van beleid;
  2. Een samenhangende uitvoeringsagenda, vast te leggen in een maatschappelijk akkoord, dat tot stand komt op basis van een iteratief proces van meerlaags programmeren;
  3. Onafhankelijke monitoring en borging van de uitvoering – waarbij direct betrokken partijen verantwoordelijk blijven voor de uitvoering van de aan hen toebedachte onderdelen;
  4. Flankerend beleid: om de noodzakelijke voorwaarden te scheppen voor het geven van richting, ruimte en versnelling aan maatschappelijke transformatie:
    1. Bevorderen stimulerend investeringsklimaat;
    2. Gericht sociaal beleid voor scholing en werkgelegenheid;
    3. Sterke kennisinfrastructuur om innovatie te bevorderen.

Energieakkoord voor duurzame groei heeft energietransitie op gang gebracht door samenhang, samenwerking, doelgerichtheid en continuïteit te borgen die eerder ontbraken.

Nu continuering en versnelling van de energietransitie nodig – in ecologisch, economisch en sociaal opzicht. Daar willen we als SER ook een bijdrage aan leveren.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels