Presentatie Skills Strategy Diagnostic report: Netherlands

Speech van voorzitter Mariëtte Hamer bij de bijeenkomst ‘Leren en ontwikkelen in de toekomst: van strategie naar actie’, ter gelegenheid van de presentatie van het Skills Strategy Diagnostic report: Netherlands (OESO).

20 april 2017
Alleen de gesproken tekst geldt.

 

Een aantal weken geleden las ik in De Groene Amsterdammer het verhaal van Hizir Cengiz, een Turks-Nederlandse jongen die woont in de Schilderswijk in Den Haag. Hij zit op de middelbare school en heeft de droom dat hij en zijn buurtgenoten niet alleen goed onderwijs kunnen volgen, maar ook volop deel kunnen nemen aan de samenleving. Om topfuncties te behalen en opiniestukken te schrijven. Zoals Hizir zegt: ‘’Wij willen ook sturen. Wij willen de samenleving ook maken’’. Met ‘wij’ bedoelt Hizir naast zijn buurtgenoten, jongeren met een migratie-achtergrond. Voor hen is dat helaas nog geen vanzelfsprekendheid in Nederland. Daarom voeg ik er aan toe dat dit voor iederéén moet gelden: je afkomst, leeftijd, opleidingsniveau of thuissituatie mogen niet belemmerend zijn om samen te leven. Iedereen moet toegang hebben tot een goede opleiding, met uitzicht op werk en een betekenisvolle plek in deze samenleving.

Het is ontzettend belangrijk dat Hizir uitstekend onderwijs kan volgen. Dit begint niet pas op de middelbare school. Nee, de eerste levensjaren zijn juist belangrijk om latere achterstanden te voorkomen. Goede kindvoorzieningen die thuismilieus aanvullen helpen daarbij. Ze dragen ook bij aan de brede ontwikkelkansen van kinderen en zorgen dat Hizir later op school net zo veel potentie heeft om zijn talenten te ontplooien als zijn vriendjes van wie de ouders hoogopgeleid zijn. Dat Hizir niet net als de 2,5 miljoen laaggeletterden in Nederland moeite krijgt met lezen, schrijven en rekenen. Dat deze aantallen afnemen. Dat ook deze kinderen mee kunnen komen in de samenleving. Hiervoor is een goede samenwerking tussen de kindvoorzieningen en scholen nodig en moet de toegankelijkheid worden vergroot. Op jonge leeftijd moet al de basis worden gelegd voor een positieve leercultuur.

Hizir zal op de basisschool en het middelbaar onderwijs verder gaan met taal en rekenen. Digitale vaardigheden zullen ook steeds meer een vanzelfsprekendheid worden. Daarnaast zal hij moeten leren om samen te werken, kritisch te denken, problemen op te lossen en creatief te zijn. Dit is nu en in de toekomst de basis om flexibel, wendbaar en weerbaar te worden en om te leren gaan met de onzekere ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de samenleving.

Het is cruciaal dat Hizir op school en daarbuiten rolmodellen vindt. Leraren en andere volwassenen die hem inspireren en laten zien wat goed is, stimuleren om ergens voor te werken, de moed geven om door te gaan wanneer het niet meteen wilt lukken. Daar is een diverse lerarenkring en stimulerend sociaal netwerk voor nodig. Rolmodellen die zelf ook loopbaanperspectieven hebben en midden in de samenleving staan. Leraren en andere opvoeders die regelmatig worden bijgeschoold om zelf ook de ontwikkelingen in de samenleving bij te kunnen houden. Mannen, vrouwen, wit of gekleurd die goed opgeleid zijn en hem leren wat belangrijk is in het leven.

Wanneer Hizir een vervolgopleiding gaat kiezen, is het belangrijk dat hij voor de juiste gaat. Een studie waar hij enthousiast van wordt en waar hij zijn talenten kan ontplooien. Maar ook een studie waar in de digitaliserende samenleving werk voor hem is. Het is daarvoor van belang dat scholen goed in contact staan met hun omgeving, waaronder het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen, en andersom, de omgeving die het contact opzoeken met de scholen. Zo worden de regionale arbeidsmarkt en het opleidingsaanbod op elkaar afgestemd en krijgen leerlingen duidelijkheid over hun (beroeps)mogelijkheden.

Maar, wanneer Hizir na zijn eerste opleiding klaar is, heeft hij misschien grotere ambities en wilt hij doorstromen naar het hoger onderwijs of de universiteit. Het is mijn wens dat het stapelen van opleidingen makkelijk is voor iedereen. Dat Hizir niet wordt tegengehouden door een bureaucratisch stelsel of financiële belemmeringen.

Ik hoop dat Hizir doorzet, afstudeert en een baan krijgt. Maar dan houdt het leren niet op. Ook dan is het essentieel voor hem om zichzelf en zijn vaardigheden te blijven ontwikkelen. Door onder andere digitalisering en technologisering verandert de inhoud van het werk, verdwijnen er banen en ontstaan er nieuwe banen. Blijven ontwikkelen is voor Hizir steeds relevanter om de veranderingen op de arbeidsmarkt bij te houden. Daarvoor is een positieve leercultuur ontzettend belangrijk, want je blijven ontwikkelen doe je overal, tijdens het werken, in je hobby en in privéactiviteiten. Voor een positieve leerhouding is Hizir zelf verantwoordelijk, maar ook zijn werkgever, de overheid en de rest van de samenleving spelen een belangrijke rol om tot een positieve leercultuur te komen.

Bedrijven realiseren zich steeds meer dat zij, om de kansen van onder andere digitalisering en overige technologische ontwikkelingen te benutten, mensen met de juiste vaardigheden nodig hebben. En dat die benodigde vaardigheden door de tijd kunnen veranderen. Hoe hier mee om te gaan is ook voor bedrijven – en zeker voor de kleinere bedrijven - een forse uitdaging. Kortom, een sterke leercultuur tot stand brengen is in het belang van de hele samenleving, waarbij iedereen een eigen rol heeft, maar ook moet kunnen rekenen op ondersteuning en medewerking van andere partijen.

Als Hizir dan naast zijn baan verder gaat met leren, is het essentieel dat er een goed netwerk is van scholen en opleidingen waar hij bij terecht kan. Opleidingen die maatwerk bieden en rekening houden met de zorg- en opvoedtaken en andere persoonlijke omstandigheden. Scholen die rekening houden met wat Hizir al kent en kan. En scholen die aansluiten op de beroepspraktijk waarin Hizir werkt. Kortom, scholen die aansluiten bij de behoeften van Hizir en de arbeidsmarkt.

Dames en Heren,
In mijn gedroomde toekomst zijn we samen gedreven aan de slag om die sterke leercultuur te realiseren bij Hizir en alle anderen, bij bedrijven en maatschappelijke organisaties, in onderwijsinstellingen… in de hele samenleving. De uitdaging is groot, de urgentie nog groter!
Laten we daarom vandaag de handen ineenslaan en de eerste stap zetten om er samen voor te zorgen dat leren en ontwikkelen net zo vanzelfsprekend worden als eten en drinken. Ook voor de Hizir’s, Janneke’s, Sharissa’s en Daan-en. Zou het niet geweldig zijn dat het meer vanzelfsprekend wordt dat mensen ook op latere leeftijd nog aan een tweede, derde of vierde carrière kunnen beginnen. Iedereen verdient gelijke kansen om zich te ontwikkelen, te leren en mee te doen. Daar varen we als samenleving wel bij en het helpt onze bedrijven en economie om concurrerend te blijven in dynamische maar onzekere tijden. Het is tijd om onze krachten te bundelen, de verantwoordelijkheden op te pakken en van strategie naar actie te gaan!

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Scholing en ontwikkeling.