Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan

Speech en presentatie van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij het congres SER-werk voor medezeggenschap op 9 mei 2017 te Amersfoort.

9 mei 2017
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

Download presentatie

Dia 1: Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan

Titelpagina en titel van rapport

Welkom

Dia 2: Noodzaak postinitieel leren

Ontwikkelingen die zijn beschreven in adviezen Mens en technologie: samen aan het werk en Een werkende combinatie.

Afgelopen jaren veel adviezen uitgebracht over Leven Lang Leren.

  • Door de SER (Werk maken van scholing (2012) en Het nieuwe leren (2002) over LLL in de kenniseconomie)
  • Onderwijsraad (Over de drempel van postinitieel leren (2012))
  • Commissie Rinnooy Kan (Flexibel hoger onderwijs voor volwassenen).

Hebben al die adviezen niet gewerkt? Doen we het zo beroerd met Leven Lang Leren in Nederland? Nee, we doen het goed:

  • In 2014 heeft 18 procent van de volwassenen deelgenomen aan postinitiële scholing. Dat is meer dan het Europees gemiddelde.
  • Uit PIAAC-meting in 2013 blijken de vaardigheden (taal, rekenen, probleemoplossen en ICT) zeer goed te zijn.
  • Meer dan 95 procent van de werkenden geeft aan te hebben geleerd op de werkvloer (informeel leren).

 

Op de sheet:

  • Technologische ontwikkelingen en internationalisering vragen om voortdurende scholing om op zelfde niveau te blijven presteren.
  • Langer werken betekent langer leren.
  • De economie vraagt steeds meer goed opgeleide mensen.
  • Groei arbeidsproductiviteit belangrijker voor economische groei (door vergrijzing).
  • Economische zelfredzaamheid wordt belangrijker (door meer verantwoordelijkheden bij het individu in plaats van de overheid). 
  • Vanzelfsprekend als eten en drinken: zo vroeg mogelijk beginnen, in de kinderopvang.

Dia 3: Belemmeringen Postinitieel leren

Vanaf SER-advies Het nieuwe leren (2002) wordt het individu centraal gesteld bij Leven Lang Leren.

Dat betekent dat werkenden zelf ruimte en verantwoordelijkheid krijgen om hun scholing en hun inzetbaarheid op orde te houden.

Die aanpassing van het systeem vraagt tijd. Er doen zich daarbij een aantal belemmeringen voor, die we hier in kaart hebben gebracht:

  • Niet iedereen voelt de noodzaak genoeg om ook in actie te komen.
  • Werkenden hebben niet altijd voldoende middelen voor sommige dure opleidingen. Een commissielid gaf aan dat zij bijna 25.000 euro kwijt was aan een opleiding die ze zelf wilde doen voor haar loopbaan.
  • Dat tijd een probleem kan zijn, bleek al in het advies Een werkende combinatie. In sommige levensfasen heb je het druk met gezin en/of mantelzorg.
  • Ook is de wereld van het onderwijs en wat een opleiding oplevert lang niet altijd duidelijk.
  • Sommige mensen hebben in de initiële fase slechte ervaringen opgedaan en waren blij dat ze de schoolbanken achter zich konden laten.

 

Dia 4: Belangrijkste aanbevelingen

Wat gaan we doen met het oog op de noodzaak voor postinitiële ontwikkeling en met in het achterhoofd de belemmeringen?

Op de eerste plaats: twee sporen.

Eerste spoor is voor de huidige jonge kinderen. Zij beginnen al op 2-jarige leeftijd met Leven Lang Leren. Leren moet zo spannend, uitdagend en leuk zijn dat ze dat hun hele leven willen blijven doen.

Voor de huidige beroepsbevolking moeten we een inhaalslag maken.

Een groot deel van het onderwijs sluit niet aan op de wereld van de werkenden. Dat kan beter wat betreft: roosters en organisatie (levensfasen), inhoudelijke aansluiting bij de beroepspraktijk (actueel, innovaties volgend, realistisch), flexibel en rekening houdend met wat werkenden al kunnen, deelcertificaten naar diploma, verschillende vormen van erkend onderwijs.

Trekkingsrecht geeft iedereen recht tot aan een master: er is al veel mogelijk (in wereld van onderwijs), maar nauwelijks bekend (in de wereld van arbeidsmarkt).
Met trekkingsrecht ook mogelijkheid geven voor deelcertificaten bij publieke en private erkende opleidingen

Ontwikkelrekening: sparen en combineren van potjes voor eigen gekozen ontwikkeltraject.

Ondersteuning; in HR beleid (APK-gesprek) en door loopbaanontwikkelcentra bijvoorbeeld bij leerwerkloketten, perspectiefcentra of adviescentra (SER-advies Werkloosheid voorkomen). Laat dit afhangen van de regio.

In Nederland moet blijven leren vanzelfsprekend worden: een leercultuur.

Informeel leren is hier heel belangrijk in.

Dia 5: Vervolg

OECD Rapport Skills Strategy Diagnostic Report: Netherlands is 20 april gepresenteerd.

Hoofdpunten van skills strategy voor Nederland:

  • Betere benutting van vaardigheden en talenten
  • Stimuleer het ontwikkelen op de werkplek
  • Bevorder een sterke leercultuur in Nederland.

Skills akkoord: 

  • Vanuit traject met OECD over skills strategy.
  • Samen met vragen van ministerie EZ voor voortzetting en verbreding Techniekpact.
  • Komende periode werken aan breed maatschappelijk akkoord waarin vaardigheden en weerbaarheid van de beroepsbevolking gezamenlijk worden opgepakt.

Samenhang met Adviescommissie Vraagfinanciering MBO, de commissie Sap.
Adviseren ook om meer in te zetten op postinitiële scholing en daar komende jaren flink in te investeren. Rapport is in april gepresenteerd.

Aanbevelingen in dit advies kunnen nog verder worden uitgewerkt. Meer duidelijkheid over de uitwerking geeft ook meer duidelijkheid over de financiën.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Scholing en ontwikkeling.