De inclusieve regio

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij SER Noord Nederland, op 15 mei 2017 in Groningen.

15 mei 2017
Het gesproken woord geldt.

 

Introductie

De inclusieve regio, het is eigenlijk een abstracte term. Wie kan zich er een voorstelling bij vormen? Ik heb een beeld voor ogen van regio’s die zorgen voor duurzame economische groei en tegelijkertijd zorgen dat zoveel mogelijk mensen hieraan meedoen en van meeprofiteren. Een toekomstbeeld van een regio waar het fijn wonen, werken en leven is en waar mensen meedoen aan de samenleving, ook bij veranderende omstandigheden.
Nu lijkt dat misschien nog ver weg, gegeven de vraagstukken waar het noorden mee te kampen heeft. Maar er zijn hier in het noorden al veel mooie initiatieven die hier naartoe werken.

Neem bijvoorbeeld de ambities van Circulair Fryslân, waar een groot aantal organisaties de handen ineen heeft geslagen om een toekomstbeeld te realiseren dat niet meer op fossiele brandstoffen draait, circulair is en die zorgt voor nieuwe banen. Banen die passen bij de toekomst en waar het onderwijs op wordt ingericht.
Dit geeft mijns inziens de essentie precies weer waar het om gaat bij een inclusieve regio: namelijk het investeren in het permanent leren en ontwikkelen van organisaties en individuen en dat we dit samen moeten doen, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid.

Daar gaat mijn verhaal over, waarbij ik eerst kort de urgentie zal schetsen, in zal gaan op de huidige situatie en dan de route zal beschrijven hoe mijns inziens tot een inclusieve regio te komen.

Urgentie: wat is er aan de hand?

  • De wereld om ons heen verandert heel snel als gevolg van oa globalisering en digitalisering. Het tempo waarmee nieuwe techniek een onderdeel van ons leven wordt, ligt enorm hoog. Denk ook aan de veranderingen in de Eemshaven hier vlakbij. Wie had bijvoorbeeld 10 jaar geleden gedacht dat een wereldwijd bedrijf als google hier een groot datacentrum zou bouwen. Maar wat ik hier omschrijf geldt niet alleen voor grote energie of ICT-bedrijven. De effecten van technologische ontwikkeling zijn veel breder en gaan veel verder. Denk bij veranderende organisaties ook aan de geleidelijke omvorming van banken tot ICT-bedrijven. Of denk aan de landbouw, werken in de landbouw is nu compleet anders dan vroeger. Voor het runnen van een boerenbedrijf is ICT-kennis net zo belangrijk als kennis van koeien, kippen of aardappels. 
  • Ondertussen verandert het werk met de techniek mee: banen ontstaan en verdwijnen, functies krijgen een andere invulling. Nieuwe technologieën zorgen voor nieuwe behoeftes, nieuwe werkgelegenheid, die we ons nu nog moeilijk voor kunnen stellen. Dit vraagt ook om nieuwe competenties en vaardigheden van mensen.
  • Deze transities bieden kansen, maar brengen ook onzekerheid met zich mee. Want wat zijn de bedrijven van de toekomst en aan welke competenties en vaardigheden zal behoefte zijn?
  • Zowel de dynamiek als de verschillen nemen toe. Dit zien we niet alleen aan toenemende verschillen tussen landen, maar ook aan toenemende binnen landen; tussen randstad en periferie, en tussen stad en regio, tussen groei- en krimpgebieden. Kijk naar waar we ons nu bevinden, midden in het centrum van de stad Groningen, met een grote aantrekkingskracht op mensen en bedrijven. Deze stad doet het zowel economisch als cultureel en maatschappelijk goed. Terwijl op nog geen half uur hier vandaan Oost-Groningen kampt met hoge en hardnekkige werkloosheidspercentages.
  • Naast ruimtelijke verschillen zien we ook toenemende verschillen tussen mensen; tussen hoog- en lager opgeleiden; tussen mensen met en zonder baan, tussen mensen in de stad en daar buiten.
  • Voorkomen moet worden dat mensen buiten de boot vallen.
  • Dit geldt voor Nederland als geheel, maar geldt nog extra voor het Noorden.
  • Er is in het noorden een relatief grote groep lageropgeleiden (mbo 1 en lager) en langdurig werklozen. Cijfers van 2015 laten een werkloosheidspercentage van 7,6 procent zien; er zijn in de drie noordelijke provincies relatief veel mensen met een uitkering, in het bijzonder in Oost-Groningen, Noordoost Fryslân en Zuidoost Drenthe.
  • Dit maakt de urgentie extra groot om hier in de regio gezamenlijk te zorgen dat iedereen mee kan blijven doen.

Hoe staan we er voor?

  • De OESO heeft in samenwerking met de Nederlandse regering en de SER recent een uitgebreid diagnoserapport uitgebracht over de vaardigheden (skills) van de Nederlandse beroepsbevolking. Kort samengevat stelt de OESO hierin dat het nu nog goed gaat, maar dat de resultaten teruglopen en dat dit kan leiden tot een toenemende ongelijkheid met sociale onrust als gevolg.
  • “Nederland is vandaag welvarend, maar succes in de toekomst is niet verzekerd” zegt de OESO. Het hebben en ontwikkelen van vaardigheden (skills) zijn cruciaal voor het aanpassingsvermogen en de kansen op de arbeidsmarkt. Het gaat dan over vaardigheden als wendbaarheid, netwerken en goed kunnen samenwerken. 
  • SER Noord heeft in haar advies Naar een werkend alternatief voor Noord-Nederland de uitdagingen geschetst voor het noorden. 
  • In het noorden van het land is het aandeel mbo opgeleiden in de meerderheid. Dat geldt in heel Nederland, maar in het Noorden nog sterker. De situatie van deze beroepsbevolking van mbo 2 tot en met mbo 4 vraagt extra aandacht. Juist deze groep is kwetsbaar voor de gevolgen van de eerder genoemde digitalisering en heeft behoefte aan scholing. Dit terwijl volgens cijfers van de noordelijke SER scholing nu vooral wordt gevolgd door hoger opgeleiden. 
  • Ik kan me dat eigenlijk ook wel voorstellen, want veel mensen hebben geen tijd of misschien wel een hekel aan dat schoolse. Jezelf ontwikkelen hoéft ook niet in de schoolbanken, het kan ook tijdens het werk; op de werkvloer of bijvoorbeeld tijdens een stage. Juist voor lager opgeleiden die een groter risico lopen op baanverlies is dit heel belangrijk. De problemen aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn groot in het noorden.

De route naar een inclusieve regio: een gezamenlijke sociaaleconomische agenda

  • Er liggen grote uitdagingen hier voor het noorden. Neem bijvoorbeeld de aardbevingsproblematiek als gevolg van de gaswinning in Groningen. Los van het drama voor betrokkenen ligt hier ook een enorme maatschappelijke opgave voor schade herstel en renovatie, liefst meteen gekoppeld aan verduurzaming. Dit betekent werkgelegenheid en vraagt om vakmanschap en vraagt daarmee wat van het onderwijs.
  • Ook andere maatschappelijke vraagstukken bieden kansen. Zoals de energietransitie en de activiteiten hieromheen. Of de vergrijzing en initiatieven rondom healthy ageing, om gezond ouder te worden. Allemaal opgaven waarbij kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheden samenwerken om innovatie en duurzame groei te bevorderen. Ik noem bedrijfsleven, maar specifieker nog sociale partners, want ook de vakbeweging speelt hierbij een belangrijke rol. 
  • Het ideaal van een inclusieve regio vraagt namelijk om nog meer dan groei en innovatie. Het vraagt ook om beleid dat investeert in mensen, in hun weerbaarheid op de regionale arbeidsmarkt en om beleid dat hen die kant op duwt, juist in het Noorden. 
  • Nu is die arbeidsmarkt steeds meer regionaal. De regio is het schaalniveau waarop mensen wonen, werken, leven en recreëren. Daarom kunnen we niet volstaan met blauwdrukken op nationaal niveau. Op dit regionale niveau zullen bedrijfsleven, sociale partners, onderwijsinstellingen en overheden de handen ineen moeten slaan om tot een gezamenlijke agenda te komen. 
  • Die agenda zou moeten gaan over waar de richting van de toekomstige economische ontwikkeling? Waar liggen de kansen, passend bij wat de regio in huis heeft? En hoe gaan we die verzilveren?
  • Die agenda zou ook over sociaaleconomische vragen moeten gaan om te zorgen dat de economische ontwikkeling hand in hand gaat met de ontwikkeling van de vaardigheden van de beroepsbevolking. Hierin is een grote rol weggelegd voor onderwijsinstellingen samen met het bedrijfsleven.

Wat moet er dan gebeuren op gebied van onderwijs en arbeidsmarkt?

  • Om te beginnen investeren in permanent leren en ontwikkelen.
  • Volgens de OESO zijn de beleidsprioriteiten hierbij het bevorderen van meer evenwichtige skillsresultaten; meer leren op de werkplek en het zorgen voor een positieve leercultuur. Juist dit leren op de werkplek, het informeel leren, vraagt nog aandacht. Er wordt wel geleerd, maar niet geregistreerd. In een snel veranderende wereld moeten mensen zich kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. Daarom zeg ik vaak dat permanent leren en ontwikkelen net zo vanzelfsprekend zou moeten worden als eten en drinken.
  • Het advies van SER Noord heeft voor deze regio een aantal heldere aanbevelingen gedaan die hier naadloos op aansluiten:
  • Een mooie hiervan vind ik maak een regionaal opleidings- en ontwikkelingsfonds voor mbo-ers; en zorg ook dat het voor kleine ondernemers makkelijker wordt om scholing te organiseren, bijvoorbeeld door clustering in de regio. 
  • Voor een meer inclusieve arbeidsmarkt moeten knelpunten worden weggewerkt. Het vraagt effectieve samenwerking om vraag en aanbod goed bij elkaar te brengen. Zodat ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hun weg vinden naar werk. En zodat mensen die hun baan dreigen te verliezen soepel van werk naar werk kunnen gaan, ook buiten hun eigen sector.
    In het noorden gaat het om relatief grote groepen mensen met arbeidsbeperkingen, of langdurig werklozen. Voor de meest kwetsbaren is een sluitend vangnet nodig. Ontwikkel de regionale infrastructuur met sociale werkvoorzieningsbedrijven en benut de kansen van sociale ondernemingen en van de markt voor persoonlijke dienstverlening.
  • We hebben het in Nederland knap ingewikkeld georganiseerd, met bijvoorbeeld gedeelde verantwoordelijkheden tussen gemeenten en UWV, en daarnaast sociale partners die vanuit sectoren werken. We maken ons bij de SER zorgen over de effectiviteit van de dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden. We ondersteunen de adviezen van SER noord over het verbeteren van de samenwerking.
  • Die samenwerking mag niet vrijblijvend zijn en moet onnodige concurrentie vanwege regelingen en doelgroepen wegnemen. Het advies roept op tot een gezamenlijke aanpak voor werkenden en werkzoekenden. Voeg bijvoorbeeld bestanden van gemeenten en UWV samen. Zorg ook voor een betere aansluiting van WW en bijstand om geen tijd verloren te laten gaan en mensen direct met scholing aan de slag te laten gaan.
  • Ga versnippering tegen. De arbeidsmarkt functioneert regionaal, maar gemeenten zijn nog eindverantwoordelijk voor hun eigen werkzoekenden. Dit vereist samenwerking en een veel stevigere rol voor de arbeidsmarktregio’s. Breng elkaar in positie.
  • Dat samenwerken gaat niet altijd vanzelf. Het vraagt om regionaal denken, over de gemeente en organisatiegrenzen heen, het vraagt ook om het herkennen en erkennen van elkaars belangen en rollen en kijken hoe er in gezamenlijkheid een gemeenschappelijk belang nagestreefd kan worden.
  • Maatschappelijke opgaven benutten gaat niet vanzelf en kunnen partijen ook niet alleen. Publieke en private partijen hebben elkaar nodig om via gerichte investeringen nieuwe en duurzame werkgelegenheid tot stand te brengen.

Daarom sluit ik af met de conclusie dat een inclusieve regio vraagt om een omslag

  • Niet alleen in het denken, maar ook in het doen.
  • En niet alleen bij een kleine groep denkers, maar bij alle betrokkenen: overheden, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven (werkgevers en werknemers) en UWV’s.
  • Kijk wat hier in het noorden nodig is. Er zijn veel kansen, maar we moeten de ogen niet sluiten voor bedreigingen.
  • SER Noord heeft hier een mooie aanzet voor gedaan.
  • Ga hiermee samen aan de slag.
  • Alleen dan bereiken we onze ideale inclusieve regio waar het fijn wonen, werken en leven is en waar de mensen mee kunnen doen en mee profiteren. 

 

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Bouwerken in de stad.