Een werkende combinatie

Presentatie van Mariëtte Hamer op de bijeenkomst Arbeid en zorgbijeenkomst.

31 oktober 2016
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

Download presentatie

Inleiding (slide 2)

  • Graag wil ik u hartelijk danken voor deze uitnodiging en gelegenheid om ons recent verschenen advies Een werkende combinatie (een advies over het combineren van werken, leren en zorgen in de toekomst) aan te bieden en toe te lichten.
  • Een onderwerp dat kan rekenen op een brede maatschappelijke belangstelling, een onderwerp waar iedereen mee te maken heeft of te maken krijgt. Het gaat immers over de drie pijlers in ons leven: werken, leren en zorgen, hoe we dat inrichten en hoe we die activiteiten combineren.
  • Vorig jaar mei ontvingen wij de adviesaanvraag met de titel “Werken en Leven in de toekomst”, waarin het kabinet de SER vroeg in te gaan op een drietal onderwerpen:
    • Allereerst de huidige situatie en de wijze waarop het combineren van rollen en taken kan worden verbeterd;
    • Ten tweede de toekomstige ontwikkelingen en de betekenis ervan voor de meervoudige verantwoordelijkheden in de verschillende levensfasen;
    • En tot slot de toerusting en facilitering nu en in de toekomst.

     

  • Ook bevatte de adviesaanvraag enkele vragen over de voorzieningen voor jonge kinderen. Een onderwerp dat mij aan het hart gaat en gelukkig nu ook in allerlei verkiezingsprogramma’s prominent op de agenda is komen te staan
  • De SER heeft dit onderwerp met voorrang behandeld en in januari het SER-advies Gelijk goed van start uitgebracht. Dit advies laat zien dat het loont om te investeren in deze kindvoorzieningen.
  • Ze vormen een belangrijk arbeidsmarktinstrument en ze leveren een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen, aan het verminderen van achterstanden en aan het bevorderen van gelijke kansen.
    De SER heeft voorgesteld dat kinderen met een achterstand in aanmerking moeten komen voor extra stimuleringsprogramma’s (VVE). Gekozen is voor een aanbod van 16 uur per week. In aanvulling daarop dient er voor alle kinderen van 2 tot 4 jaar, ongeacht of hun ouders werken, een aanbod van 16 uur per week te komen, met een eigen bijdrage van ouders.

  • Vervolgens zijn we aan de slag gegaan met het bredere thema Werken en leven in de toekomst, waarin verschillende levensfasen centraal staan. We kijken naar de schoolgaande kinderen, naar de jongeren, maar ook naar de levensfase rond het vijftigste levensjaar.

Aanpak (slide 3)

Hoe hebben we de verkenning van dit brede onderwerp aangepakt? In feite in drie blokjes of langs drie sporen:

  • Allereerst hebben we het combineren in kaart gebracht. Hoe combineren mensen in verschillende levensfasen, wat combineren ze en hoeveel tijd besteden ze daaraan. Daarbij is naast de zorg voor kinderen ook gekeken naar de zorg voor naasten (mantelzorg) en is er ook aandacht voor het leren. Bovendien zijn we in het advies ook ingegaan op de verschillen tussen sociale groepen. Lager opgeleiden combineren anders dan hoger opgeleiden. Tot nu toe is dit onderwerp niet zo breed en diepgaand verkend als we in dit advies hebben gedaan. Het SCP met wie we intensief hebben samengewerkt heeft daarvoor mooi nieuw materiaal aangeleverd.
  • Ten tweede hebben we de kansen en risico’s geïnventariseerd, wat ziet de raad als kansen en risico’s?
  • Tot slot hebben we een aantal oplossingsrichtingen benoemd.

In deze presentatie wil ik een korte toelichting geven op die drie lijnen, maar laten we eerst eens kijken hoe die toekomst eruit ziet, wat kunnen we verwachten?

Toekomst van het combineren (slide 4)

  • De toekomst laat zien dat wij steeds meer gaan combineren. De levensloop van mensen verandert, zo is er meer variatie in arbeidspatronen ontstaan, meer mensen werken langer door, het aantal samengestelde gezinnen en alleenstaanden groeit, zorgtaken nemen toe en de noodzaak om je te blijven ontwikkelen tijdens het werkzame leven is vergroot. Het vergt alles bij elkaar veel van onze tijd.
  • Daarbij wil ik opmerken dat het altijd al ingewikkeld was om arbeid en zorg te combineren, maar nu komt er ook nog de noodzaak bij om je permanent te blijven ontwikkelen in je loopbaan en er nieuwe dingen bij te leren. Het gaat om een stapeling van taken, die allemaal een beroep doen op tijd.
  • Juist om al die ballen in de lucht te kunnen (of alle bodjes draaiende), is het afstemmen van al die verantwoordelijkheden enorm belangrijk. Zeker omdat de grenzen tussen werk en privé steeds verder zullen vervagen. We zullen vaker vanuit huis werken en op het werk zullen we steeds meer het thuisfront (via de app) in de gaten houden. De technologie biedt veel mogelijkheden om goed af te kunnen stemmen, maar kan ook zorgen voor stress en drukte. Niet voor niets wordt dit wel een ‘mixed blessing’ genoemd.
  • Het combineren van het werken, leren en zorgen is dus een belangrijke ontwikkeling in de samenleving en zal steeds belangrijker worden. Dat vraagt om een brede maatschappelijke discussie. Hoe gaan we al dat ‘gecombineer’ organiseren en hoe gaan we mensen toerusten en faciliteren zodat ze duurzaam inzetbaar blijven op de arbeidsmarkt, maar ook tijd hebben voor zorg, voor het blijven leren en zich blijven ontwikkelen en voor ontspanning (pilates/yoga) en familie en vrienden?

Combineren per levensfase; 4 levensfasen (slide 5)

  • De vraag die daarbij aan bod kwam, was welke verschillen tussen de levensfasen zich voordoen, wat de gevolgen van het combineren zijn en - niet onbelangrijk - wat de verschillen tussen sociale groepen (opleiding en herkomst) zijn.
  • We hebben vier levensfasen onderscheiden aan de hand van zogenoemde kantelpunten in zowel de werksfeer als het persoonlijke leven. Denk daarbij aan gebeurtenissen zoals het krijgen van een kind of het starten met werken. Dat zijn gebeurtenissen die leiden tot een verschuiving in de rollen en verantwoordelijkheden die iemand heeft.
  • De vier levensfasen zijn:
    • Jongvolwassenen (20-30 jaar)
    • Gezinsfase (31-45 jaar)
    • Mid careerfase (46-60 jaar)
    • Actieve seniorenfase (61-67 jaar)
  • Op de factsheets die in dit advies zijn opgenomen en waarvan u een mooi exemplaar heeft ontvangen zijn de analyses van het advies eigenlijk samengevat. Aan de linkerkant zien we welke rollen werkenden combineren en hoeveel tijd ze per week besteden aan de verschillende activiteiten. Aan de rechterkant zijn de gevolgen van het combineren in kaart gebracht.

Combineren per levensfase: bevindingen (slide 6)

  • Allereerst dat in elke levensfasen nu al druk wordt gecombineerd. De plaatjes laten zien dat werkenden in verschillende levensfasen op verschillende manieren combineren. In de ene fase is dat werken en leren, in een andere fase (de gezinsfase) werken en zorgen voor kinderen, in de volgende fase (de mid¬careerfase) is het werken in combinatie met mantelzorg en wellicht ook nog de zorg voor kleinkinderen.
  • Daarnaast zie je dat de tijdsdruk zich niet alleen meer voordoet in de gezinsfase, gejaagdheid en drukte doen zich ook voor tijdens de andere levensfasen. En in al die levensfasen is het druk. Erg druk. En dit druk, druk, druk heeft niet alleen te maken met de technologie en de smartphones waardoor we permanent bereikbaar zijn, maar het is ook een ‘cijfermatige realiteit’. Mensen zijn in allerlei levensfasen activiteiten aan het stapelen. Door dit ‘en-en-en’ krijgen mensen het vanzelf erg druk en wordt de vaardigheid om jouw eigen grenzen te bewaken steeds belangrijker.

  • Daarbij denken we vooral aan vrouwen, die van hot naar her rennen en werk combineren met zorg, maar mannen zo blijkt uit de cijfers hebben het ook druk; vooral hoogopgeleide mannen besteden veel tijd aan werk en zorg.
  • Een andere ontwikkeling die je ziet is dat mensen in steeds meer verschillende levensfasen te maken krijgen met zorg. Eerst hebben we de zorg voor kinderen, dan de zorg voor ouders of schoonouders en partner en soms vinden die verschillende zorgtaken gelijktijdig plaats (stapelen van de verschillende zorgactiviteiten).
  • Uit de factsheets blijkt ook nog iets anders: het leven lang leren of het zich een leven lang blijven ontwikkelen komt niet echt van de grond; in de latere levensfasen combineert nog maar 3 procent van de werkenden werk met leren. Een verklaring hiervoor is wellicht dat we er domweg niet aan toe komen om naast werken en zorgen ook nog eens tijd te besteden aan leren.
  • Tot slot wat betreft het combineren, dat is niet te zien op deze factsheets maar is wel een belangrijke bevinding uit ons advies: er zijn aanzienlijke verschillen tussen sociale groepen. Het valt op dat hoger opgeleiden drukker zijn, maar ook meer middelen en regelmogelijkheden hebben. Lager opgeleiden besteden relatief minder tijd aan werk en zorg, maar hebben ook minder middelen en mogelijkheden om te combineren.

Combineren in de verschillende levensfasen; gevolgen (slide 7)

  • Op de factsheets zijn ook de gevolgen van het combineren in kaart gebracht. Een kanttekening is hier direct op haar plaats, het zijn mogelijke gevolgen, er is geen directe oorzaak-gevolg relatie. Uiteraard kan een burn-out ook worden veroorzaakt door andere factoren dan combineren, bijvoorbeeld prestatiedruk of keuzestress.
  • Bovendien geldt wat voor de een te druk is, vindt de ander wel prettig, dat is sterk persoonsgebonden. Daar doen wij ook geen uitspraak over. Maar wat wij constateren is dat tijd een schaars goed is geworden.
  • Gevoelens van gejaagdheid geven wel een indicatie van de tijdsdruk die mensen ervaren.
  • Het SCP heeft recent ook laten zien dat 1 op de 5 mensen combinatiedruk ervaart.
  • Burn-outklachten schommelen in alle levensfasen rondom de 15 procent. Ook jongeren ervaren relatief veel burn-out klachten. Een complex van factoren ligt hier aan ten grondslag, maar in een recent artikel in het NRC stond hierover dat een belangrijke factor een gezonde werksituatie is waarin autonomie over hoe we ons werk doen en onze tijd indelen en de waardering die we daarvoor ontvangen, van belang is.
  • Ook hebben we gekeken naar welzijn; mensen die aangeven tevreden te zijn met hun leven en zeggen zich gezond te voelen genieten een groot welzijn. Mensen die op een van beide minder goed scoren, ervaren een klein(er) welzijn. Vooral bij de actieve senioren geeft een relatief groot aandeel aan een kleiner welzijn te ervaren. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de gezondheid.

Kansen (slide 8)

  • Vervolgens is in dit advies gekeken naar wat we als kansen en risico’s zien en welke oplossingsrichtingen we voor ogen hebben.
  • Kansen ziet de SER in de technologie bij het ‘ontzorgen’.
  • Denk daarbij bijvoorbeeld aan allerlei slimme toepassingen zoals de robotstofzuiger, het online bestellen van de huishoudelijke boodschappen maar ook ondersteuning van de mantelzorger bijvoorbeeld via de ambrecelet (de persoonsalarmering).
  • Ook de markt voor persoonlijke en huishoudelijke dienstverlening biedt kansen; het uitbesteden van klussen in en rondom huis kan bijvoorbeeld tijd besparen en tegelijkertijd werkgelegenheid creëren. Van belang daarbij is wel dat dit fatsoenlijk werk is.

Risico’s (slide 9)

  • Naast kansen zijn er ook risico’s. Knelpunten ziet de raad vooral ten aanzien van het bevorderen van de arbeidsparticipatie en het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt.
  • Vrouwen hanteren nog steeds vooral de deeltijdstrategie om alle verschillende rollen en taken te kunnen combineren. Er is maar weinig ruimte voor variatie in de arbeidspatronen gedurende de levensloop.
  • Ook in allerlei combinaties doen zich knelpunten voor; ik heb al de hectiek en gejaagdheid tijdens de gezinsfase genoemd.
  • Aandacht verdient volgens de SER ook de combinatie van werk en mantelzorg. Die combinatie knelt nu al, vooral bij de intensieve en langerdurende mantelzorg (meer dan 4 uur per week en meer dan drie maanden). Mantelzorgers houden het niet vol, raken overbelast, sommige gaan minder werken of worden ziek. De SER verwacht dat dit probleem zich in de toekomst meer zal gaan voordoen omdat we meer zullen moeten gaan zorgen voor onze naasten. We worden ouder, we leven langer, maar krijgen ook meer chronische aandoeningen.
  • Het laatste risico betreft het leven lang leren/ zich blijven ontwikkelen. Door de technologie verouderen kennis en vaardigheden sneller dan ooit, de noodzaak om bij te blijven neemt dan ook navenant toe.

Risico’s bij facilitering en toerusting (slide 10)

  • En dan komen we bij het derde blokje in mijn verhaal: de facilitering en toerusting van mensen bij het combineren van rollen en taken.
  • Het blijkt dat deze facilitering nog niet echt is toegesneden op de ‘taakcombineerder’. Bestaande regelingen gaan nog te sterk uit van gescheiden domeinen en hebben te weinig oog voor de diversiteit en de behoeften die zich tijdens de verschillende levensfasen voordoen.
  • Tegen de achtergrond van de toenemende scheidslijnen in onze samenleving is het bovendien van belang te constateren dat de combinatie niet voor iedereen haalbaar blijkt te zijn, niet iedereen is even goed toegerust. Zo zijn mensen met een hogere opleiding en een hoger inkomen, ik heb het eerder gezegd, beter toegerust voor het combineren dan mensen met een lagere opleiding en een lager inkomen. Die laatsten hebben ook minder regelmogelijkheden, bijvoorbeeld omdat het werk dat zij doen nu eenmaal niet thuis kan worden gedaan.
  • En dan zijn er ook bepaalde groepen in de samenleving die met het oog op de toerusting aandacht verdienen: alleenstaanden en zzp’ers. Alleenstaanden zullen bijvoorbeeld andere behoeften hebben dan gezinnen die taken combineren. Zzp’ers komen niet in aanmerking voor de huidige regelingen en de vraag is hoe zij combineren en wat daarbij goed gaat en minder goed.
  • De facilitering is bovendien sterk gericht op tijd en/of geld, terwijl ook diensten een bijdrage kunnen leveren aan het ‘ontzorgen’.

Breed palet Oplossingsrichtingen (slide 11)

  • Om de toerusting en facilitering te moderniseren en t verbeteren spreekt de SER zich in het advies uit over een breed palet aan oplossingsrichtingen.
  • Het zijn thema’s waarop directe actie mogelijk en nodig is, zoals het slimmer organiseren van tijden en het creëren van sluitende dagarrangementen voor schoolgaande kinderen.
  • Ik vind het persoonlijk eigenlijk niet te geloven dat het overblijven op school tussen de middag nog steeds niet is geregeld. Daar moeten we dus nu echt werk van gaan maken.
  • Ook van belang is de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang te verbeteren en de versnippering in het naschoolse aanbod tegen te gaan. Creer een integaal aantrekkelijk en toegankelijk aanbod voor schoolgaande kinderen.

  • Daarnaast noemt de SER een aantal thema’s die nog nadere doordenking verdienen. Wel zijn voor deze onderwerpen richtingen geschetst en vervolgactiviteiten vermeld:
    • het optimaliseren van verlof na geboorte;
    • het verbeteren van de combinatie van betaalde arbeid en mantelzorg;
    • het stimuleren van een leven lang leren.

     

  • Voor het verlof is de aanbeveling gedaan om het verlof in het eerste jaar na de geboorte van het eerste kind te gaan concentreren en nader te gaan onderzoeken hoe we een financiering van het verlof kunnen vormgeven.
  • Ook is de aanbeveling gedaan om de knelpunten in de combinatie werk en mantelzorg te gaan oplossen. Meer maatwerk en flexibiliteit is daar gewenst maar ook bijvoorbeeld het verbeteren van de samenwerking tussen professionele zorgverlening en mantelzorg.
  • Daarnaast moeten we echt werk gaan maken van een leven lang leren en dat ook mogelijk maken. Want het is nog steeds niet gelukt om dat van de grond te krijgen. Minder dan 5 procent van de mensen tussen de 46 en 67 jaar combineert werken met scholing.
  • In dit nieuwe advies kijken we ook naar oplossingen in de vorm van diensten. Tot nu toe zijn de oplossingen vooral in de sfeer gezocht van tijd en geld, maar er is juist in deze tijd een enorme behoefte aan persoonlijke diensten: klusjes thuis, boodschappendiensten, schoonmaken, de tuin onderhouden. Daar liggen grote kansen voor mensen om werk te doen. Dat komt heel goed uit, omdat veel ander werk door de digitalisering en robotisering juist verdwijnt.
  • En in dit drukke bestaan kan de uitbestedingsstrategie voor de taakcombineerder tijd besparen of zelfs opleveren.
    We zeggen niet dat het dé oplossing is, maar we zien hier zeker kansen in. In andere landen is deze vorm van persoonlijke dienstverlening al verder ontwikkeld.
  • Wij hopen met dit advies een agenda te hebben geformuleerd voor een meer toekomstig (levensloop)bestendig stelsel, waarin rekening wordt gehouden met de behoeften van de ‘taakcombineerder’ zodat hij of zij werken, leren en zorgen duurzaam kan combineren.

Hoe verder? (slide 12)

  • Wij gaan op korte termijn een (internationale) conferentie organiseren om de kansen van de markt voor nieuwe dienstverlening te verkennen en oplossingen uit te werken. Hoe pakken andere landen dit aan en hoe slagen ze erin om hier fatsoenlijk werk van te maken.’
  • Ons doel is om de discussie over de combineerbaarheid van werken, leren en zorgen hoog op de agenda te krijgen.
  • Dit is een wezenlijk probleem in de samenleving, daarom moeten er oplossingen komen. En dat kan alleen als iedereen met elkaar in gesprek gaat, want daardoor ontstaat er draagvlak voor oplossingen.
  • Volgens de SER is het van belang om bij deze modernisering van de toerusting en facilitering en het nader invullen van de oplossingsrichtingen steeds voor ogen te houden dat zowel individu, werkgever als de overheid een rol te vervullen hebben. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid.
  • Het onderwerp wordt ongetwijfeld een belangrijk punt bij de vorming van het kabinet volgend jaar. Hoe gaan we mensen faciliteren om op een gezonde manier taken te combineren.

 

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Werk en privé. Moeder aan het werk aan de keukentafel. Dochtertje is aan het kleuren.