Vluchtelingen aan het werk: kansrijke oplossingen

Inleiding van SER-voorzitter Mariëtte Hamer tijdens de bijeenkomst ‘Vluchtelingen aan het werk: kansrijke oplossingen’ in het SER-gebouw.

14 november 2016
Het gesproken woord geldt.

 

(Dia 1 Introductie)

(Dia 2)
Ik ben zeer verheugd u hier allen aan te treffen. Nog maar net voor de zomer van 2016 hebben wij als SER een website gelanceerd, bedoeld om alle initiatieven bijeen te brengen die een bijdrage willen leveren aan het vergroten van de maatschappelijke participatie van vluchtelingen. In minder dan een half jaar tijd heeft u ervoor gezorgd dat er niet minder dan zestig bijzondere projecten op de site staan. Deze initiatieven variëren van bijzondere scholingsprojecten tot nieuwe werkwijzen om vluchtelingen aan werkgevers te koppelen of om hen te ondersteunen bij het vinden van vrijwilligerswerk.
Daarmee heeft u als geen ander begrepen dat met de komst van grote aantallen asielmigranten extra inspanningen nodig zijn. Gebeurt dit niet, dan is de kans groot dat vele duizenden nieuwkomers in dit land de aansluiting met de Nederlandse samenleving zullen verliezen. Gebleken is namelijk dat het statushouders in de regel maar moeilijk lukt om op eigen kracht een succesvolle maatschappelijke positie op te bouwen. Recente cijfers laten zien dat van de Syrische vluchtelingen die gedurende de afgelopen jaren in Nederland politiek asiel hebben gekregen, momenteel ongeveer 75 procent een bijstandsuitkering ontvangt.

(Dia 3)
We moeten dan ook constateren dat het beeld van ‘de hoogopgeleide en snel inzetbare vluchteling’ slechts voor een zeer beperkte groep opgaat. Velen hebben beduidend meer tijd nodig om een plaats in de Nederlandse samenleving te verwerven. Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei zaken te regelen in verband met de huisvesting, de gezinshereniging, maar ook met het leren van de Nederlandse taal in het kader van de inburgeringsplicht. Daarnaast is gebleken dat veel statushouders moeilijk aan het werk komen omdat zij niet over de juiste diploma’s beschikken. Uit cijfers blijkt dat ongeveer 10% van de statushouders direct bemiddelbaar is naar de arbeidsmarkt.

(Dia 4)
Toch moeten we ook constateren dat het integratieproces mede stokt door een aantal specifieke kenmerken van de opvang en ondersteuning in Nederland. Ik wil hier graag op drie elementen kort ingaan

(Dia 5)

Late start met integratie door lange wachttijden

Allereerst zien we dat de integratie pas laat op gang komt doordat de procedures vaak lang duren en de mogelijkheden op inburgering, scholing en werk tot het moment van statusverlening beperkt zijn. Voor vluchtelingen betekent de eerste periode: wachten, wachten, wachten. Of je nu veel of weinig kans maakt op een voorlopige verblijfsvergunning. Het kan een half jaar tot ruim een jaar duren voordat een asielzoeker in Nederland als statushouder wordt erkend. Vervolgens is er het wachten op uitplaatsing in een gemeente. Statushouders wachten na het verkrijgen van de vergunning gemiddeld nog zo’n acht maanden op huisvesting. Al dat wachten belemmert een serieuze start met het integratieproces.

(Dia 6)

Haperende integratie na uitplaatsing in een gemeente

Maar ook nadat statushouders in een gemeente zijn gehuisvest, hapert het integratieproces. Deze nieuwkomers zien zich vaak gesteld voor een langdurige en vaak inefficiënte zoektocht naar onderwijs en werk. Op een vroegtijdige en adequate ondersteuning ten behoeve van het actief meedoen in de (lokale) samenleving kunnen deze statushouders lang niet altijd rekenen. De huidige vorm van de inburgering staat het vroegtijdig aanbieden van meer geïntegreerde en effectieve trajecten in de weg. Een overgrote meerderheid van de gemeenten geeft aan dat er geen regie is over de inburgering. Niet over de start van het traject, niet over de kwaliteit van de aanbieder en niet over de aansluiting met re-integratieactiviteiten, zoals de werktijden voor stages of leerwerktrajecten. Veel gemeenten in Nederland bieden statushouders dan ook pas na het behalen van een inburgeringsdiploma een traject aan gericht op re-integratie of arbeidsmarkttoeleiding.

(Dia 7)

Werkgevers en statushouders weten elkaar niet te vinden

Niet in de laatste plaats blijken statushouders en werkgevers in Nederland elkaar maar moeilijk te vinden. Hiervoor zijn diverse oorzaken. Zonder een actieve benadering van werkgevers en een intensief ondersteuningsaanbod komt een succesvolle koppeling van vraag en aanbod niet van de grond. Een overwegend digitaal georganiseerde dienstverlening waarbij vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld wordt, blijkt voor deze groep ontoereikend. Het gaat erom dat werkzoekenden en werkgevers elkaar kunnen ontmoeten. Werkgevers die vluchtelingen een opstapje willen bieden, hebben soms vragen over de vorm van het contract en realiseren zich dat extra begeleiding nodig is. Lokaal en regionaal moet duidelijkheid worden geboden wat een werkgever aan begeleiding mag verwachten van gemeenten en maatschappelijke organisaties. Ook op de werkvloer is het mogelijk de taal te leren. Omdat werk vaak de beste vorm van integratie is, is ook hier nog een wereld te winnen.

(Dia 8)

Al deze tekortkomingen ten behoeve van een voortvarende integratie van statushouders in Nederland zijn nog lang niet overwonnen. Tegelijkertijd zien we dat met de alarmerende policy brief ‘Geen tijd te verliezen’ van de WRR nieuwe energie is vrijgekomen om de integratie van statushouders op een meer voortvarende wijze te ondersteunen. Zowel het rijk, gemeenten, onderwijsinstellingen als verschillende particuliere organisaties en werkgevers zijn door het WRR-rapport wakker geschud en hebben gedurende het afgelopen jaar op uiteenlopende wijzen geprobeerd het integratieprobleem van vluchtelingen het hoofd te bieden. Voor het aangeven van concrete resultaten is het in de meeste gevallen nog te vroeg. Wel zien we dat deze initiatieven actief inzetten op het wegnemen van concrete knelpunten rondom de maatschappelijke participatie van statushouders.

(Dia 9)

Veel van deze initiatieven vindt u op de website Werkwijzer vluchtelingen.nl. Deze is op 12 mei door de SER gelanceerd, mede met hulp van zowel het UAF, Vluchtelingenwerk als de rijksoverheid. Van de website wordt inmiddels veel gebruik gemaakt. Afgelopen maand waren er maar liefst ruim 10.000 bezoekers. Veel van deze bezoekers kijken vooral naar al die mooie initiatieven die u heeft aangedragen. Helaas is de tijd te kort om aan al deze mooie voorbeelden apart aandacht te besteden. Wel wil ik enkele activiteiten noemen, waarvan ik meen dat ze voor een succesvolle invulling van toekomstig beleid zeer relevant zijn. Ik noem er vier:

  • Kleinschalige initiatieven tonen aan dat het gericht inzetten van ondersteuning in de centrale opvang – onder andere door het verzamelen van relevante informatie en het mobiliseren van zowel publieke partijen als uitzendbureaus en bedrijven – bijdraagt tot een snellere start van de integratie van statushouders.
  • Steeds meer gemeenten maken een snelle start met het bieden van ondersteuning aan statushouders in hun woonplaats. Dit betekent dat niet langer gewacht wordt tot het moment dat de statushouder is ingeburgerd, maar dat direct na uitplaatsing samen met andere lokale organisaties actieve ondersteuning wordt geboden.
  • Het is van groot belang gebleken dat partijen elkaar in de regio kennen en gezamenlijk zorgdragen voor trajecten die aansluiten bij de mogelijkheden van statushouders. We zien dat hierin zowel gemeenten, werkgeverservicepunten als leerwerkbedrijven een actieve rol in kunnen vervullen.
  • Diverse werkgevers zijn bereid te investeren in statushouders. Deze werkgevers laten zien dat het beslist mogelijk is om statushouders op de arbeidsmarkt te laten participeren. Wel is het daarvoor nodig dat werkgevers samen met gemeenten een vluchtelingenorganisaties afspraken maken over de gewenste begeleiding van statushouders en ondersteuning van werkgevers.

(Dia 10)
Al deze voorbeelden laten zien dat de Nederlandse samenleving de komst van deze nieuwe migranten beslist niet onberoerd laat. Elementen die steevast in de initiatieven terugkeren, hebben betrekking op het bieden van op maat gerichte ondersteuning en begeleiding, het vroegtijdig inzetten van interventies en het actief investeren in lokale en regionale samenwerking.

Juist in deze elementen ziet de SER de oplossing voor een betere ondersteuning van statushouders in Nederland. Daarom achten wij het van groot belang om de ervaringen met deze nieuwe werkwijzen in breed verband te delen en de mogelijkheden te onderzoeken om deze ook elders in te kunnen zetten. Dit gebeurt momenteel nog onvoldoende. Veel initiatieven bestaan naast elkaar, zonder dat zij door anderen worden opgemerkt. Van systematische kennisdeling is dan ook onvoldoende sprake. Het gevolg hiervan is niet alleen dat nuttige kennis verloren gaat, maar vooral ook dat statushouders onvoldoende profiteren van een meer succesvolle ondersteuningsinfrastructuur.

(Dia 11)
Wij hopen in elk geval om deze middag te gebruiken om een start met deze uitwisseling te maken en ook om samen tot een aantal gedachten te komen waarvan we met zijn allen vinden dat ze een plekje moeten krijgen in de vormgeving van een meer succesvol integratiebeleid voor deze groep. Ik hoop van harte dat deze bijeenkomst hieraan een belangrijke bijdrage kan leveren.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Arbeidsmarkt. Onderweg naar het werk.