Vijf transities in onze economie en hun belang voor de regio

Toespraak van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij de Ondernemersmanifestatie Midden-Delftland

24 november 2016
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

  • U hebt mij gevraagd iets te vertellen over de grote ontwikkelingen die gaande zijn in de wereld en de gevolgen die deze hebben voor de regio en voor ondernemers.
  • Ik ken deze omgeving goed, woon zelf al jaren in Maassluis. Ik heb de omgeving zien veranderen.
  • Er verandert dus nogal wat in de wereld en dat is ook merkbaar hier in Midden-Delfland.
  • Over SER
  • De SER houdt zich volop bezig met dit type veranderingen.
  • De SER is het belangrijkste adviesorgaan van de regering op sociaal-economisch terrein. Wij bestaan uit 3 geledingen: werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en onafhankelijke experts (kroonleden). Samen adviseren wij over allerlei thema’s: van arbeidsmarkt tot gezondheidszorg en energie.
  • Op dit moment zijn we druk met de toekomst van onze economie en arbeidsmarkt. Hoe werken en ondernemen we in de toekomst?
  • Om die vraag te beantwoorden onderzoeken wij de impact van de grote ontwikkelingen die op Nederland afkomen. Daar wil ik met u dieper op ingaan.
  • Transities
  • Ik zal de 5 belangrijkste transities die wij bij de SER zien, langslopen.

1. Globalisering


De eerste transitie: globalisering.

Verdiepen en verbreden

  • Nederland is een open economie. We profiteren van handel over de grenzen en hebben veel bedrijven die in het buitenland actief zijn.
  • U weet dat als geen ander. Vanuit Midden-Delfsland worden tomaten, paprika’s en bloemen over de hele wereld geëxporteerd.
  • Dat proces is niet nieuw. Globalisering is al decennia, zo niet eeuwen, gaande.
  • Een verschil is wel dat de laatste jaren het tempo heel hoog ligt. De globalisering is zich aan het verdiepen én verbreden.
  • Verbreden in de zin dat we met méér landen handelen dan voorheen. Steeds meer Aziatische landen zijn concurrerend op de wereldmarkt. En deze landen vormen ook belangrijke afzetmarkten voor ons.
  • Bovendien verdiept globalisering zich. We importeren en exporteren intensiever, steeds vaker buiten de EU.
  • Ondernemingen kiezen ervoor om de productie dáár uit te voeren waar dit het meeste toegevoegde waarde heeft, ook als dat ver van het hoofdkantoor is.

Economische gevolgen

  • Een gevolg is dat Nederlandse bedrijven zich steeds meer specialiseren in een deel van het productieproces. Nederland richt zich bijvoorbeeld vooral op het begin en het einde van de productieketen: innovatie en productontwikkeling, en distributie en marketing.
  • Die specialisatie brengt grote veranderingen met zich mee: sommige bedrijven vallen om, andere bedrijven floreren en er komen nieuwe initiatieven bij, denk maar aan de start-ups en platformen.
  • Voor ondernemers, werknemers en de overheid een hele uitdaging.

Politieke en maatschappelijke impact

  • Maar laten we niet vergeten dat naast een grote economische impact, de globalisering ook politieke en maatschappelijke gevolgen heeft.
  • Ons nationale beleid wordt bijvoorbeeld steeds meer ingekaderd door Europese regels en beleid.
  • En gebeurtenissen op het wereldtoneel zijn van grote invloed, denk maar aan de Brexit en de verkiezing van Trump. Die ontwikkelingen worden mede gevoed door weerstand tégen de globalisering.
  • Het is onzeker hoe landen als het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zich de komende jaren zullen opstellen: kiezen zij een isolationische koers? Of gaat de integratie van de wereldeconomie door? Het antwoord op die vragen is van groot belang voor de verdere ontwikkeling van Nederland.
  • De globalisering biedt kortom kansen, maar brengt ook bedreigingen met zich mee.

 

2. Digitalisering

Een tweede transitie: digitalisering en technologische ontwikkelingen die daarmee samenhangen.

Vierde industriële revolutie

  • De SER heeft onlangs een rapport uitgebracht over de impact van digitalisering: Mens en technologie.
  • Wij constateren dat we aan de vooravond staan van de vierde industriële revolutie. Daarbij zien we dat steeds meer toepassingen van ICT ons werken en leven beïnvloeden. Maar denk naast ICT ook aan de snelle ontwikkeling van robots en 3D-printing.

Werkgelegenheid

  • Op sommige plekken zijn deze veranderingen al volop zichtbaar.
  • Hier in Midden-Delfland in de land- en tuinbouw lopen ondernemers misschien zelfs wel voorop in de implementatie van robotica.
  • Wat de gevolgen hiervan zijn, is moeilijk te overzien. Eerdere technologische revoluties hebben altijd tot meer welvaart en werkgelegenheid geleid, maar of dat nu het geval is? Dat lijkt vooral afhankelijk van de wijze waarop we deze transitie begeleiden.
  • Wat we weten is dat er banen zullen ontstaan, maar ook verdwijnen. Dat is nu al op verschillende plekken zichtbaar. Bij de banken en verzekeraars verdwijnt bijvoorbeeld administratief werk op MBO-niveau, in de havens nemen robots het werk van de traditionele havenarbeider over.
  • Maar ook nieuwe banen zijn er al volop, denk maar aan app-ontwikkelaars. In de ICT kunnen ze stijgende vraag zelfs niet bijbenen. En welke grote organisatie heeft geen social media-medewerker in dienst?

Skills

  • We hebben het in de discussie over technologie veel over werkgelegenheid.
  • Maar de SER constateert dat veel meer mensen te maken zullen krijgen met veranderingen binnen hun werk.
  • Voor veel mensen is de uitdaging om hun kennis en skills aan te passen. Vaardigheden als communiceren, toezicht houden, proces begeleiden en samenwerken worden in een digitale economie steeds belangrijker.

3. Verduurzaming

De derde transitie: verduurzaming.

  • Mensen worden zich bewust van het belang van duurzaamheid. In Nederland zijn tal van projecten voor recycling, energie opwekken en kleinschalig produceren in buurten en regio’s.
  • Consumenten en werknemers verwachten van bedrijven dat zij produceren met oog voor mens, dier en milieu. Ze zijn kritischer op hoe iets gemaakt wordt. Bedrijven en overheidsinstellingen die aan duurzaamheid voorbijgaan, zullen het moeilijker krijgen.
  • Maatschappelijk verantwoord ondernemen is bovendien niet langer ‘nice to have’, het is ‘need to have’.
  • Ook met deze thema’s is de SER druk bezig. We monitoren het Energieakkoord en hebben een verkenning uitgebracht over de circulaire economie.
  • Bovendien faciliteren we de totstandkoming van IMVO-convenanten in diverse sectoren samen met die sectoren. Voor de textiel en banken zijn al convenanten afgesloten, de komende jaren volgen er nog veel meer.

4. Vergrijzing en verstedelijking

  • De vierde transitie: vergrijzing en verstedelijking. Oftewel een veranderende samenstelling van onze beroepsbevolking
  • De bevolking en de arbeidsmarkt vergrijzen. De laatste jaren is er een spectaculaire groei te zien van ouderen die nog aan het werk zijn, mede door het verhogen van de pensioenleeftijd en afschaffen VUT-regelingen. Dit zal de komende jaren doorzetten.
  • Het zet druk op onze sociale voorzieningen. We moeten goed nadenken hoe we de sociale zekerheid en gezondheidszorg betaalbaar houden, zonder de kwaliteit achteruit te laten gaan.
  • En het is de uitdaging om mensen vitaal en met plezier te laten werken tot hun pensioen.
  • Een andere demografische factor is dat de werkgelegenheid zich meer en meer concentreert in steden en dat er in de grensgebieden sprake is van krimp. Voor een regio met veel dorpen, zoals Midden-Delfland, is dat een hele uitdaging: hoe houd je de regio aantrekkelijk?

 

5. Flexibilisering

De laatste transitie: flexibilisering.

  • De afgelopen jaren neemt het aantal flexibele werknemers en zzp’ers snel toe. Voor een deel is dat een gevolg van de crisis en van de geschetste transities als globalisering en digitalisering.
  • Maar er gaat meer achter schuil. Het is ook een maatschappelijke ontwikkeling. Mensen zijn op zoek naar meer flexibiliteit en dat is voor een deel een verklaring voor de toename van het aantal zzp’ers.
  • Flexibilisering gaat bovendien over meer dan contractvormen, het gaat ook om flexibel omgaan met werktijden, taken en verantwoordelijkheden.
  • We leven in een 24-uurseconomie en dat betekent dat werken en ondernemen niet aan standaardtijden gebonden zijn.
  • Mensen combineren bovendien steeds meer taken: ze werken, leren en zorgen. Per levensfase verschillen de behoeften. Dat vraagt ook de nodige flexibiliteit van werknemers en ondernemers.

Belang van 5 transities

  • Wat betekenen deze 5 transities nu voor Nederland? Wat mij betreft dat er meer dynamiek en diversiteit is dan voorheen.
  • Nederland heeft als land met veel export en een hoog kennisniveau een goede uitgangspositie om van deze ontwikkelingen te profiteren.
  • Maar dynamiek maakt de wereld ook een stukje onvoorspelbaarder.
  • Ondernemingen durven minder risico’s te nemen en schrikken ervoor terug om mensen lang in dienst te nemen.
  • Burgers zijn bang om hun werk en zekerheden te verliezen. Een deel van hen weinig vertrouwen in de toekomst, zijn bang dat hun kinderen het slechter zullen krijgen dan zijzelf. En ze vrezen dat politici hier weinig aan kunnen veranderen. We moeten de onvrede in delen van de samenleving niet onderschatten.
  • Juist daarom is het zo belangrijk om te zorgen dat we de kansen van de transities pakken én de transities zorgvuldig begeleiden. We moeten iedereen zoveel mogelijk meenemen en laten meeprofiteren.
  • Dat is de opgave voor de komende jaren. Voor het kabinet, maar ook voor de SER en voor u hier in de regio.

Belang van de regio

  • Nu vraagt u zich misschien af: in die grote, dynamische wereld, wat heeft de regio daarin te zoeken?
  • Ik denk dat de regio steeds belangrijker wordt. Dat klinkt paradoxaal maar is het niet. In het advies Agenda Stad leggen we dit uit.
  • Ik noem twee belangrijke kanten van de regio.
  • Een eerste voordeel van de regio zijn de agglomeratievoordelen. Bedrijven en werknemers zijn productiever als ze in een hecht netwerk functioneren. Dit komt omdat ze profiteren van elkaars nabijheid.
  • De regio kan daarbij als een vliegwiel werken: bedrijven werken gemakkelijker samen. Daarmee zorgen zij voor werkgelegenheid en dat trekt mensen aan. Dat maakt het voor (nieuwe) bedrijven weer aantrekkelijk zich er te vestigen.
  • De toestroom van mensen en bedrijven stimuleert goede en hoogwaardige voorzieningen en verbindingen, waardoor het vestigings- en woonklimaat nog aantrekkelijker wordt.
  • Dit effect is al zo oud als de mensheid. Het bijzondere van deze tijd is dat de nadruk niet zozeer ligt op expansie van de regio, maar op het beter benutten van de regio.
  • Anders gezegd: slimmer in plaats van meer, langer, dieper.

  • Een tweede belangrijke factor is de decentralisering. Beleid wordt steeds meer op regionaal niveau vormgegeven. Daarmee kan het beter op de regionale context worden afgestemd. Ik zie overal in het land interessante regionale experimenten ontstaan.
  • Regio’s zitten dus steeds meer aan het stuur, zij het dat zij dat doen binnen de kaders die de rijksoverheid stelt.
    Sleutels tot succes
  • De vraag is nu natuurlijk: wat moet er de komende jaren gebeuren om de kansen van de transities te pakken en de negatieve gevolgen tegen te gaan? Wat kan de regio daarin betekenen?
  • Daar denken we bij de SER hard over na. Laat ik alvast een paar acties noemen.

  • Ten eerste: investeer in kennis en vaardigheden. De SER is warm pleitbezorger van blijvend leren en ontwikkelen. In de toekomst wordt dat steeds belangrijker omdat vaardigheden en kennis snel verouderen. Leren moet net zo gewoon worden als eten, drinken en bewegen.
  • Onderwijsinstellingen, sociale partners, gemeenten en bedrijven moeten in de regio samenwerken om het aanbod af te stemmen op de vraag. Dat betekent dus ook dat er meer intersectoraal geschoold moet kunnen worden.

  • Ten tweede: laat technologische innovatie en sociale innovatie samengaan. Mensen denken bij innovatie vaak aan robots en ICT. Maar innovatie zit ook in het anders organiseren van werk en het beter betrekken van werknemers bij het werk. Zeker voor een diensteneconomie als de Nederlandse is veel meer uit sociale innovatie te halen dan nu gebeurt.
  • Ook op dat vlak kunnen regionale partijen de handen ineenslaan.

  • Ten derde: heb oog voor mensen die niet ‘zomaar’ mee kunnen. Scholing en ontwikkeling is voor een groot deel van de mensen een manier om hun kennis en ervaring up-to-date te houden. Maar niet iedereen kan mee in de dynamiek.
  • Een goede infrastructuur voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is cruciaal. Deze verantwoordelijkheid ligt sinds vorig jaar bij de gemeenten en in potentie is dat een interessante route. Maar we zien dat gemeenten nog moeite hebben om deze mensen te begeleiden. Daar ligt dus nog een opgave.

  • Tot slot: betrek alle relevante partijen en mensen, en benut hun kennis. De neiging is al snel om met de partijen samen te werken die je al kent. Toch zien wij dat een regionale aanpak het beste werkt als alle hoofdrolspelers betrokken zijn.
  • Dat betekent dus ook: ga in dialoog met burgers en ondernemers. Doe het als gemeente niet alleen.
  • Een initiatief als dat van vandaag juich ik dan ook van harte toe.
  • Ik ben heel benieuwd naar uw meningen en ideeën over de transities waarmee we te maken hebben. Uw ervaringen willen wij bij de SER graag benutten, dus aarzel niet om ons daarover te benaderen.

 

 

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Bouwerken in de stad.