Het belang van regionale samenwerking voor de Nederlandse kenniseconomie

Keynote speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij het symposium ‘Van beleid naar impact – Wat leren we van Techniekpact en Zorgpact?’

21 juni 2016
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

Download presentatie 'De regio als veilige haven'

Sheet 1: Opening

  • Dank voor uitnodiging.
  • Ben gevraagd om iets te vertellen over het belang van de regio voor de Nederlandse kenniseconomie.
  • De vraag die ik in mijn bedrage wil stellen, is: is de regio een ‘veilige haven’ in deze veranderende wereld? Ik denk van wel. Volgens mij biedt de regio volop kansen om de Nederlandse kenniseconomie naar een hoger plan te tillen, concurrerend te blijven en perspectief te bieden aan mensen.
  • Maar het kan alleen onder bepaalde voorwaarden. Daar kom ik straks op terug.

Sheet 2: Rotterdamse haven

  • Is de wereld echt zo snel aan het veranderen als sommigen mensen zeggen? Nu we toch in de havens terecht zijn gekomen, laten we de Rotterdamse haven als voorbeeld nemen.
  • Op 6 mei 1966 arriveerde de eerste container in de Rotterdamse haven.
  • 50 jaar later worden er meer dan 7 miljoen containers per jaar de haven binnen gevaren.
  • Over 20 jaar zal de haven er weer heel anders uitzien. Onbemande schepen vertrekken vanuit Shanghai. In Rotterdam krijgen de medewerkers een seintje, computer berekenen de aankomsttijd. Als het containerschip aankomt, sluit het door magnetische werking automatisch aan op een binnenvaartschip. Robotkranen lossen vervolgens het zeeschip.
  • Toekomstmuziek? Niet helemaal. Vorig jaar opende de APM Terminal in Rotterdam. Voor het eerst werd een containerschip door een robotkraan volautomatisch gelost. Kraanmachinisten kregen een nieuwe rol als toezichthouder. Dit was een wereldprimeur.

Sheet 3: Trends

  • Mooie van het voorbeeld van de Rotterdamse haven is dat het in praktijk laat zien met welke trends we te maken hebben.
  • Globalisering: Het gaat zowel om verdieping van de globalisering als verbreding. We handelen met méér landen en we handelen intensiever, ook steeds vaker buiten de EU. De productie wordt daar uitgevoerd waar dit het meeste toegevoegde waarde heeft.
  • Nationaal: Voor Nederland betekent dit dat we eerder aan het begin en het einde van de productieketen meerwaarde bieden dan in het midden: dus we zijn goed in innovatie en productontwikkeling aan het begin en distributie en marketing aan het einde. Deze focus vraagt afstemming van ons nationale beleid. Ik zie het topsectorenbeleid als een poging daartoe. 
  • Robotisering en digitalisering: In de haven is het al volop gaande: meer ICT en robots, ook voor handelingen die we voorheen als typische mensenarbeid zagen. Er verdwijnen daardoor banen, maar er komen ook banen bij, zeker in de dienstensector en aan de bovenkant van de arbeidsmarkt.
  • De aard van het werk verandert ook. Skills als communicatie, toezicht houden, proces begeleiden en samenwerken worden belangrijker.
  • Met de gevolgen van technologische ontwikkelingen is de SER overigens volop bezig in SER-advies Robotisering en arbeid dat naar verwachting na de zomer verschijnt.
  • Verduurzaming: Mensen worden zich steeds meer bewust van het belang van duurzaamheid. In Nederland zijn tal van projecten voor recycling, energie opwekken en kleinschalig produceren in buurten en regio’s. Het nationale energieakkoord ondersteunt de ontwikkeling op regionaal niveau.
  • Consumenten en werknemers verwachten ook van bedrijven dat zij produceren met oog voor mens, dier en milieu. Ze zijn kritischer op hoe iets gemaakt wordt. Bedrijven en overheidsinstellingen die aan duurzaamheid voorbij gaan, zullen het moeilijker krijgen.
  • Denk maar aan de populariteit van duurzame chocolaatjes en de druk die dit op andere chocoladeproducenten zette om ook duurzamer te produceren.
  • MVO is niet langer ‘nice to have’, het is ‘need to have’.
  • Ook met deze thema’s is SER de druk bezig, in de uitvoering van het Energieakkoord, maar ook in traject Circulaire economie en ondersteunen van convenanten IMVO in diverse sectoren. Er is een voortdurende zoektocht naar een effectief evenwicht van nationale en regionale initiatieven.
  • Vergrijzing en verstedelijking: de bevolking en de arbeidsmarkt vergrijzen. De laatste jaren is er een spectaculaire groei te zien van ouderen die nog aan het werk zijn, mede door het verhogen van de pensioenleeftijd en afschaffen VUT-regelingen. Zal de komende jaren doorzetten. Dat zet druk op onze sociale voorzieningen. En het is de uitdaging om mensen vitaal en met plezier te laten werken tot hun pensioen.
  • Andere demografische factor is dat de werkgelegenheid zich meer en meer concentreert in steden en dat er in de grensgebieden sprake is van krimp. Elke regio kent zijn eigen uitdagingen.
  • Wat zegt dit? Wat mij betreft dat er meer dynamiek in de samenleving en in de economie is. Nederland heeft als land met veel export en hoge kennisintensiteit goede uitgangspositie om van deze ontwikkelingen te profiteren.
  • Maar: dynamiek maakt de wereld ook een stukje meer onvoorspelbaar. Ondernemingen durven minder risico’s te nemen en schrikken er voor terug om mensen in vaste dienst te nemen.
  • Mensen zijn bang om hun werk en zekerheden te verliezen. De protesten in de Rotterdamse haven zijn daar een treffend voorbeeld van.
  • Hier moeten we een antwoord op verzinnen. Antwoorden op regionaal én nationaal niveau.

Sheet 4: Wendbaarheid én weerbaarheid

  • Volgens mij zijn twee kernwoorden voor iedereen van belang: wendbaarheid en weerbaarheid. Of zoals de plaatjes laten zien – passend in het maritieme thema van vandaag: iedereen moet tegelijk speedboot én olietanker zijn.
  • Om te illustreren wat dat voor partijen betekent, pak ik er drie uit.
  • Voor werkenden betekent wendbaarheid: skills en vaardigheden updaten, overstappen van de ene naar de andere taak, baan of sector en flexibel omgaan met werktijden en werkplek. Maar dit kan niet zonder weerbaarheid: voldoende werk- en inkomenszekerheid, vangnet om op terug te vallen, goede opleiding.
  • Voor ondernemingen: wendbare bedrijfsvoering, flexibiliteit in productie, tijden, plaats, etc. Maar ook: investeren in personeel, zorgen voor betrokkenheid en binding met werknemers.
  • Voor rijksoverheid: ‘durven loslaten’, stimuleren en experimenteren, snel inspelen op veranderende wereld.
  • Maar ook: kader scheppen, zorgen dat er rust en regelmaat is, borgen van rechten en plichten.

Sheet 5: Belang van de regio

  • Terug naar de regio. Het lijkt paradoxaal. Waarom is de regio in een steeds meer internationale context, een ankerpunt voor wendbaarheid en weerbaarheid? Waarom kan juist de regio een veilige haven bieden?
  • SER gaat hier dieper op in in het advies over de Agenda Stad uit 2015. Ik noem twee zaken.
  • Een belangrijk voordeel zijn de agglomeratievoordelen. De regio werkt als een vliegwiel: bedrijven werken samen. Daarmee zorgen zij voor werkgelegenheid en dat trekt mensen aan. Door de toestroom van mensen, ontstaat ruimte voor nieuwe bedrijfjes. Dat stimuleert de ontwikkeling van goede voorzieningen en verbindingen, waardoor het vestigings- en woonklimaat nog aantrekkelijker wordt. Het is kortom een vliegwiel.
  • Dit effect is al zo oud als de mensheid. Het bijzondere van deze tijd is dat de nadruk niet zozeer ligt op expansie van de regio, maar op het beter benutten van de regio.
  • Anders gezegd: slimmer in plaats van meer, langer, dieper.
  • Een andere belangrijke factor is de decentralisering. Beleid wordt steeds meer op regionaal niveau vormgegeven. Daarmee kan het ook beter op de regionale context worden afgestemd.
  • U zult zich afvragen, maakt dit alles ‘de polder’, het centrale overleg, dan overbodig? Zeker niet! Regio’s kunnen alleen goed functioneren als op centraal niveau de juiste kaders worden geschapen, als er een platform is waar ervaringen gedeeld kunnen worden.
  • Kaders: op nationaal niveau worden de kaders en afspraken uitonderhandeld, die op regionaal en internationaal niveau worden uitgewerkt. Denk aan arbeidsmigratie / TAW / IMVO / TTIP.
  • SER neemt ook steeds vaker die rol. Niet alleen door het advies over de stad, maar door werkbezoeken te organiseren, afspraken te maken over de nationale kaders, platform te zijn voor regionale uitwisseling (begin dit jaar nog een grote regionale conferentie gehouden) en goede voorbeelden te delen.
  • We maken hierbij onderscheid tussen verzekering (nationaal) en voorziening (decentraal)

Sheet 6: Sleutels tot succes

  • De regio is dus een belangrijk ankerpunt. Maar wat zijn de sleutels tot succes?
  • Op de sheet ziet u enkele sleutels die de SER in verschillende adviezen heeft genoemd. Zowel wat moet gebeuren, als hoe dat het beste gedaan kan worden.
  • Ik pak er een paar uit.
  • Investeren in kennis en vaardigheden: SER is warm pleitbezorger van blijvend leren en ontwikkelen. In de toekomst wordt dat steeds belangrijker omdat vaardigheden en kennis snel verouderen. Leren moet net zo gewoon worden als eten, drinken en bewegen.
  • Onderwijsinstellingen, sociale partners, gemeenten en bedrijven moeten in de regio samenwerken om het aanbod af te stemmen op de vraag. Dat betekent dus ook dat er intersectoraal geschoold moet kunnen worden. Op nationaal niveau moeten daarvoor de juiste randvoorwaarden worden gerealiseerd: passende bekostigingsystematiek en regelgeving.
  • Technologische innovatie én sociale innovatie: Mensen denken bij innovatie vaak aan robots en computers. Maar innovatie zit ook in het anders organiseren van werk en het beter betrekken van werknemers bij het werk. Zeker voor een diensteneconomie als de Nederlandse is veel meer uit sociale innovatie te halen dan nu gebeurt.
  • Ook op dat vlak kunnen regionale partijen handen de ineen slaan. Bedrijfspanden die in de avond leeg staan, kunnen die bijvoorbeeld worden benut voor buurtprojecten?
  • Oog voor mensen die niet ‘zomaar’ mee kunnen: Scholing is voor een groot deel van de mensen een oplossing om wendbaar te zijn. Maar niet iedereen kan mee in de dynamiek. Een goede infrastructuur voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is cruciaal. Deze verantwoordelijkheid ligt sinds vorig jaar bij de gemeenten en in potentie kan dat een interessante route zijn. Maar we moeten niet het kind met het badwater weggooien, gevaar is dat de bezuinigingen ten koste gaan van beschutte werkplekken (daarom is SER nu bezig met een brief hierover).
  • Alle partijen aan boord: de neiging is al snel om met de partijen samen te werken die je al kent. Toch zien wij dat een regionale aanpak het beste werkt als alle hoofdrolspelers betrokken zijn. Dat vraagt best wel wat van partijen. De vakbeweging is bijvoorbeeld met een grote operatie bezig om zich ook regionaal goed te organiseren.
  • Goede voorbeelden benutten en uitwisselen: Vandaag zult u nog uitgebreid stilstaan bij het Techniekpact en Zorgpact. Wat mij betreft zitten er in beide aanpakken interessante elementen voor succesvolle regionale en sectorale samenwerking. Ik hoop van harte dat anderen hier hun voordeel mee doen en niet opnieuw het wiel gaan uitvinden. Als gezegd, de SER spant zich in om een platform voor goede initiatieven te zijn en die uitwisseling op gang te brengen.
  • De SER kijkt daarbij ook naar wat er boven de regio en sector uit gaat. We hanteren daarbij beeld vanuit het vliegtuig:
    - Hoog over Nederland zie je eigenlijk één groot stedelijk gebied
    - Als je iets lager vliegt: regio’s, steden en plattelandsgebieden, allemaal verschillend
    - Nog lager: wijken die sterk van andere wijken kunnen verschillen (bv Rotterdam Noord).

Sheet 7: Terug naar de haven

  • Tot slot neem ik u nog even terug naar de haven. Hoe wordt daar aan de regio gewerkt?
  • Onderwijsinstellingen werken steeds meer samen met de havenbedrijven om jongeren op te leiden voor havenarbeid 2.0, namelijk het besturen van drones en programmeren van transport-apps.
  • Heeft het Havenbedrijf Rotterdam een inspiratieruimte opgezet om werknemers de ruimte te geven om creatieve ideeën te ontwikkelen.
  • Is er een project om start-ups te stimuleren.
  • Begeleidt de gemeenten drop-outs uit Rotterdamse buurten om aan de slag te gaan in de haven.
  • Worden er biobrandstoffenfabrieken opgezet, om minder afhankelijk te zijn van fossiele energie.
  • In de Rotterdamse haven hebben ze zeker niet alle sleutels gevonden om de regionale samenwerking tot een succes te maken. Maar er zijn wel hoopvolle ontwikkelingen gaande.
  • De haven is nog niet bereikt, maar hij is zeker in zicht.

 

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Bouwerken in de stad.