Medezeggenschap en werknemers in relatie tot de SER

Presentatie van Mariëtte Hamer bij de werkconferentie van de Centrale ondernemingsraad (COR) van KPN.

3 november 2016
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

 

Introductie

  • Het gaat vandaag om discussie en dialoog. Dat past ook bij mij en dat past bij jullie. Er is me gevraagd om een aftrap te doen en dat doe ik graag. Maar val me gerust in de rede als jullie iets willen uitdiepen: we hebben twee uur de tijd!
  • Sinds september 2014 ben ik voorzitter van de SER. Waarom die stap?
  • Om te beginnen heeft de SER op grond van de wet een mooie en belangrijke opdracht, namelijk – ik probeer het een beetje in mijn eigen woorden te zeggen, maar het blijft een mondvol – het bevorderen van de werkzaamheid van het bedrijfsleven in het algemeen belang, en het behartigen van het belang het bedrijfsleven en de daartoe behorende personen. De missie van de SER is om als advies- en overlegorgaan van ondernemers, werknemers en kroonleden een bijdrage te leveren aan duurzame economische groei door te komen tot onderlinge consensus over nationale en internationale onderwerpen op sociaal-economisch terrein. De SER streeft hierbij naar kwaliteit en draagvlak: hoge deskundigheid in combinatie met breed gedragen overeenstemming en steun in de samenleving.

Waarom overleg en dialoog?

  • Voor elke onderneming of organisatie is de context van groot belang. Tegenwoordig wellicht meer dan ooit. Om goed te presteren en om te overleven moet een organisatie snel kunnen reageren, en een wendbare en flexibele organisatie zijn. Dit is een belangrijke succesfactor voor organisaties.
  • Goed overleg binnen een organisatie draagt onder meer bij aan productiviteit, het verminderen van personeelsverloop en aan innovatie. Dit blijkt uit divers – nationaal en internationaal – onderzoek.
  • Ook de SER is – en ik persoonlijk ben – ervan overtuigd dat goed overleg belangrijk is. Of je dat nou vanuit de sociale, of vanuit de economische invalshoek benadert: het is van belang voor zowel de mensen die er werken als voor de onderneming als organisatie die een goed product moet maken om voort te bestaan. En in het verlengde daarvan ook voor de Nederlandse economie en de Nederlandse samenleving.
  • In Nederland proberen we via overleg overeenstemming te bereiken over doelen en middelen van het sociaal-economisch beleid. Dat gebeurt op verschillende niveaus. Binnen KPN overlegt bijvoorbeeld de COR met de bedrijfsleiding. Op brancheniveau onderhandelen vakbonden met ondernemers¬organisaties over de collectieve arbeidsvoorwaarden. En op nationaal niveau zijn er de SER en de Stichting van de Arbeid. Al deze vormen van overleg maken deel uit van de zogeheten overlegeconomie.

Wat doet de SER met medezeggenschap?

  • Slogan van de SER: ‘Denkwerk voor Draagvlak voor Dialoog’ is zeer goed toepasbaar op medezeggenschap.
  • Denkwerk: het gaat om morgen, de verbinding naar de toekomst. Organisaties veranderen. Meedoen is beter. Cocreatie, met anderen. De medezeggenschap moet meebewegen. Wil je mee blijven doen, dan moet je je meerwaarde laten zien.
  • Draagvlak: achterban (toe aan een nieuw begrip?) meenemen.
  • Dialoog: dat is toch wat het dichtst bij ons mensen staat, het meeste oplevert.
  • De SER heeft op het terrein van de medezeggenschap een aantal specifieke (wettelijke) taken die daar heel goed bij passen, m.n. het bevorderen van medezeggenschap en de kwaliteit daarvan.
  • We hebben daar een aparte commissie, de Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM), voor in het leven geroepen. Daarin zitten vertegenwoordigers van werknemers én werkgevers én onafhankelijke (kroon)leden. Het belang van een kwalitatief goede medezeggenschap is onomstreden in de CBM.
  • De CBM heeft een breed takenpakket. Naast advisering valt daaronder ook het maken van voorlichtingsbrochures over specifieke onderwerpen, en het bezoeken van beurzen. De CBM kan aanbevelingen (met handreikingen voor toepassing in de praktijk) doen aan ondernemers, OR’en en cao-partijen met betrekking tot het gehele terrein van de medezeggenschap.
  • De CBM ziet in de huidige periode de volgende drie aan elkaar gerelateerde aandachtsgebieden als de belangrijkste:
    - Medezeggenschapsmogelijkheden gebruiken: onderbenutting en knelpunten
    - Bevorderen kwaliteit van medezeggenschap
    - Innovatie van medezeggenschap

  • Ook bevordert de CBM het doen van onderzoek. Soms geven we zelf opdracht daartoe. Zo heeft de SER (in samenwerking met ITS Nijmegen) een onderzoek verricht naar de gevolgen van de wijzigingen rondom het scholingsrecht van OR-leden. Dit is een zeer grondig, uitgebreid en representatief onderzoek waarvan de resultaten zijn gepresenteerd op het congres van de CBM op 5 oktober jl.. [Eventueel: Een belangrijke uitkomst van dit onderzoek was dat veel OR’en geen duidelijk beeld hebben van de scholing die zij nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen. Tweederde van de OR’en heeft geen scholings- of ontwikkelingsplan. Waar wel een plan is, is dit zelden concreet ingevuld en uitgewerkt. Is bij jullie vast anders…]
  • En voor de volledigheid:
    - Een bijdrage aan deskundigheidsbevordering in OR’en wordt daarnaast geleverd door de Stichting Certificering Opleiding Ondernemingsraden
    (SCOOR) die tot doel heeft om de kwaliteit van de scholing en vorming van OR-leden te bewaken. Zij doet dit via (niet-verplichte) certificering van opleidingsinstituten.
    - De SER heeft verder ook bedrijfscommissies ingesteld. Die zorgen voor bemiddeling bij een geschil tussen een OR en zijn bestuurder, over de toepassing van de WOR.

Invloed en beïnvloeding

  • Medezeggenschap gaat ook dan vooral om invloed uitoefenen, formeel én informeel. De WOR is gericht op formele invloed op het bestuur van de onderneming. Daarnaast kan je vanuit de OR informeel veel voor elkaar krijgen. Door te netwerken, richting bestuurder, managers, HRM, commissarissen, achterban. Dat netwerken is in mijn visie ook een heel belangrijk onderdeel van goed OR-werk. Daarmee kan je veel dingen voor elkaar krijgen. En dus beïnvloeden.
  • Maar formele en informele invloed zijn niet altijd voldoende. Een apart probleem speelt bij de internationale holding.
  • In 2010 heeft de Tweede Kamer de motie Hamer aangenomen. In deze motie wordt de regering verzocht om in samenwerking met werkgevers- en werknemersorganisaties te onderzoeken hoe ondernemingsraden intensiever betrokken kunnen worden bij overnames, fusies, splitsingen of verplaatsingen van in het bijzonder internationale ondernemingen. Ter uitvoering van deze motie is in de WOR opgenomen dat het informatierecht zich ook uitstrekt over internationale zeggenschapsverhoudingen. Misschien nog niet de panacee die alles oplost, maar wel een hulpmiddel om te komen tot een versterking van de positie van werknemers leidt.

SER en beïnvloeding

  • Hoe kan je als OR nou buiten de onderneming beïnvloeden, in het bijzonder ‘in het Haagse’?
  • Als voorbeeld daarvoor eerst even terug naar het SER-werk. Zoals gezegd: de raad werkt met drie geledingen: werkgevers, werknemers en kroonleden. Het voorbereidende en uitvoerende werk gebeurt in commissies, zoals de CBM. In geval van CBM is betrokkenheid van ‘het veld’ van groot belang, onontbeerlijk om werk goed te kunnen doen (zoals een advies over instemmingsrecht voor de OR bij de arbeidsvoorwaarde pensioen).
  • De SER betrekt altijd andere groeperingen. Zeker ook als het gaat om onderwerpen die buiten het klassieke sociaal-economische terrein liggen, is de inbreng van andere groe¬peringen wenselijk. Zo kan een advies of ander product winnen aan kwaliteit én draagvlak. Organisaties die op het desbetreffende terrein een specifieke invalshoek hebben of een specifiek belang behartigen, kunnen worden betrokken bij de voorbereiding van een advies in een commissie.
  • Vanuit de SER worden steeds vaker verschillende initiatieven genomen, veel meer dan advisering alleen. En er wordt (meer dan vroeger) samengewerkt met partners, spelers, het veld. Voorbeelden: het Energie-akkoord, IMVO (convenanten textiel & banken e.a.). Op terrein medezeggenschap: Alliantie Medezeggenschap & Governance.

  • De CBM heeft nauwe contacten met allerlei organisaties uit ‘het veld’. Bijvoorbeeld:
    - de Stichting Multi Nationale Ondernemingsradenoverleg (MNO),
    - de Nederlandse Vereniging voor Medezeggenschap (NVMz),
    - de Beroepsvereniging voor Medezeggenschapprofessionals (BVMP) en
    - de Branchevereniging Medezeggenschap (BVMZ).

  • De CBM heeft regelmatig overleg met deze organisaties.
  • Verder zijn bijvoorbeeld ook de vele OR-platforms belangrijke stakeholders en gesprekspartners van de SER/CBM. Via dergelijke platforms bréngen we onze informatie en boodschappen. Maar halen we vooral ook veel op.
  • Wellicht dat de COR KNP ook lid is van één of meer van zojuist genoemde platvormen? Waarschijnlijk MNO? Misschien een platform?
  • Je kunt beïnvloeden via al die deelnemers: via vakbonden in de raad en de CBM, via genoemde organisaties.

Ministeries en parlement en beïnvloeding

  • Je moet er een beetje de weg zoeken maar ook ministeries staan open voor beïnvloeding. Lobby-bureau’s zien daar in elk geval brood in. Maar je kunt het ook zelf, liefst met een beetje hulp van iemand die er de weg kent.
  • Bij het parlement gaat het nog iets makkelijker. 150 mensen met zeer beperkte ondersteuning, dus niet alles in de peiling. Maar wel openstaand voor misstanden in het land, om daar iets mee te doen. Gericht op de kiezer. Dus open voor signalen ‘uit het land’.
Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Vergadering van de ondernemingsraad.