Wat doen werkgevers en vakbonden in de strijd tegen laaggeletterdheid?

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer op de Kennisdelingsdag van de Stichting Lezen en Schrijven op 23 november 2016.

23 november 2016
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de reactie van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

 

Introductie SER

  • SER is belangrijkste adviesorgaan van de regering.
  • Bestaat uit 33 leden: werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, kroonleden. 
  • Meestal aan de hand van adviesvraag van kabinet, soms parlement, soms uit eigen beweging.
  • Drie centrale doelstellingen:
    - evenwichtige en duurzame economische groei
    - zo groot mogelijke arbeidsparticipatie
    - redelijke inkomensverdeling
  • Binnen die doelen houdt SER zich bezig met uiteenlopende kwesties: van arbeidsmarkt en sociale zekerheid tot zorg en energie. Altijd met sociaal-economische ‘bril’. Bij zorg bvb wél betaalbaarheid en arbeidsrelaties, maar niet kwesties rond medicijngebruik.
  • Vaak middellange termijn, gestoeld op gedegen analyse (belangrijke rol kroonleden)
  • Bijzonder t.o.v. andere adviesorganen zoals WRR: niet alleen analyseren, maar ook aandragen oplossingen en daarvoor draagvlak van sociale partners.
  • Unaniem advies voor kabinet moeilijk naast zich neer te leggen: kan rekenen op draagvlak in maatschappij.
  • Werkgevers, werknemers en de kroonleden vinden het heel belangrijk dat iedereen in Nederland mee kan doen. Dat gaat niet alleen over betaald werk hebben. Dat betekent ook dat iedereen deel uit moet maken van de samenleving, van de buurt en van de stad en van de economie.
  • Om echt mee te kunnen doen in Nederland, is het heel belangrijk om te kunnen lezen en schrijven, om te kunnen rekenen en om een computer of telefoon te kunnen gebruiken. Daarom vinden we het als SER zo belangrijk dat alle mensen in Nederland dat kunnen of dat alsnog gaan leren.

Meerjarenprogramma

  • Bij aantreden op een rij laten zetten op welke thema’s SER actief is en deze te groeperen naar 7 thema’s die voor de sociaal-economische toekomst van Nederland belangrijk zijn.
  • Kortweg:
    - Groeivermogen
    - Dynamiek arbeidsmarkt (o.a. flex en zzp)
    - Scholing en kenniseconomie (o.a. post-initieel scholen)
    - Werken en leven in de toekomst (o.a. combinatie arbeid en zorg)
    - Vernieuwing sociale stelsel (o.a. pensioen, werknemersverzekeringen)
    - Duurzame en inclusieve groei (o.a. circulaire economie)
    - Globalisering en Europa

Werkprogramma

Een paar recente en komende adviezen of verkenningen:

  • Robotisering en arbeid: kabinet heeft SER gevraagd om de effecten van technologische ontwikkelingen voor de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen in kaart te brengen. Door robotisering en automatisering zal werk verdwijnen én ontstaan. Voor middelbaar opgeleiden zullen er waarschijnlijk minder mogelijkheden zijn, voor hogeropgeleiden juist meer. Ook zullen we zien dat het steeds meer gaat over banen en klussen in plaats van banen. Denk ook aan de opkomst van platformen als Uber en Peerby.
    In de verkenning wordt benadrukt dat “een behoorlijk deel van de (potentiële) beroepsbevolking niet over de noodzakelijke digitale vaardigheden beschikt, hetgeen ook te maken kan hebben met het onvoldoende kunnen schrijven en lezen in de Nederlandse taal. Verwacht kan worden dat deze groep te maken dreigt te krijgen met een toenemende achterstand ten opzichte van de digitale technologieën. Het aanpakken van laaggeletterdheid vraagt grote urgentie.”

  • Werken en Leven in de toekomst: over combineren van verantwoordelijkheden tijdens alle levensfasen: werken, zorgen (voor kinderen en ouders), leren, ontspannen. Actueel met de discussie over de participatiemaatschappij. SER constateert dat je niet meer kunt spreken van 1 spitsuur in het leven, elke levensfase kent zijn eigen uitdagingen. Alle mensen moeten steeds meer taken combineren. Mensen moeten hierin ondersteund worden en de voorzieningen moeten daarbij passen: kindvoorzieningen en dagarrangementen op scholen, voorlichting, mogelijkheden voor persoonlijke dienstverlening en passend leven lang leren.
    Zorgen voor de lager opgeleiden en laaggeletterden omdat zij minder instrumenten hebben om hun leven in regie te nemen. Oproep voor leven lang leren, voor iedereen, ook voor laaggeletterden. Ook een relatie met gelijk goed van start en dagopvang van kinderen om al op jonge leeftijd onderwijs en taal- en leerachterstanden wegwerken of beter nog, voorkomen.

  • Leren in de toekomst, Toekomstgericht beroepsonderwijs en post-initieel leren brede adviesvraag van min. Bussemaker over onderwijs en opleiding, o.a. welke vaardigheden in toekomst nodig zijn om beroep uit te oefenen, hoe onderwijs en bedrijfsleven kunnen samenwerken en hoe blijvend leren nu écht van de grond kan komen.
    Onlangs een advies uitgebracht over de positie van beroepsbegeleidend onderwijs, BBL, werken en leren. Met name voor mensen die niet veel affiniteit met het schoolse leren hebben, is dit spoor in het onderwijs van groot belang. De SER adviseert onder andere om vanaf de werkvloer, vanuit werkgevers of door vakorganisaties, mensen te stimuleren tot het volgen passende scholing. Ook als gaat om basisvaardigheden als taal, rekenen en computervaardigheden. Betrokkenheid van werkgevers kan dat leren aansprekender en beter toepasbaar maken. Leren gebeurt dan niet alleen in de onderwijsinstelling, maar ook op de werkvloer, al werkender weg. Mits goed uitgevoerd is dit juist voor laaggeletterden een aantrekkelijke en laagdrempelige werkwijze.
    Daarnaast zouden ook de opleidingen beter in moeten spelen op de behoeften en mogelijkheden van de deelnemers en de werkenden. Niet alleen wat betreft vakvaardigheden, maar ook algemene basisvaardigheden.

  • Naast advieswerk heeft SER overigens ook andere taken. Zo is de raad zeer actief in medezeggenschap en bieden van handreikingen aan OR’en, toezicht houden op fusie- en gedragsregels, scholing voor OR’en, afsluiten convenanten IMVO, etc.

Toekomst van de overlegeconomie

  • Regelmatig wordt de vraag gesteld hoe ik de toekomst van de SER zie. Bij aantreden werd gezegd dat ik ‘de deur dicht kwam doen’.
  • Zoals wel duidelijk werd uit voorgaande, is het tegendeel waar: SER is zeer actief. Dit kabinet betrekt de SER actief bij grote thema’s.
  • In versplinterd politiek landschap is een instantie als de SER die kan zorgen voor maatschappelijk draagvlak van groot belang. Grote politieke tegenstellingen kunnen wij helpen overbruggen.
  • Wel heeft de overlegeconomie te maken met representativiteitsvragen, iets dat breder in politiek speelt. Burgers hebben het idee dat wat ‘in Den Haag’ gebeurt, niet over hen gaat en dat hun belangen niet genoeg worden meegenomen. Daarom is SER er sterk op gericht om mensen steeds meer te betreken bij adviesproces: werkbezoeken, internetconsultaties, dialoogbijeenkomsten.
  • Ook stellen we vast dat op veel thema’s meer belanghebbenden zijn dan alleen de ‘vaste’ partijen van de SER. Vakbeweging en ondernemersorganisaties vormen het hart, maar daaromheen is grote betrokkenheid van andere organisaties. Denk aan Energieakkoord dat met 47 partijen is afgesloten. SER fungeert in die gevallen als platform om tot brede akkoorden te komen.
  • Andere relevante ontwikkeling is decentralisering. Veel beleidsvragen liggen nu op het bord van regio’s en gemeenten. Toch blijft een kader nodig van rechten, plichten en doelen en dat wordt op centraal niveau vastgesteld. SER heeft rol in het adviseren over dat kader.
  • Wij krijgen steeds meer signalen dat regionale partijen graag ervaringen willen delen, van elkaar willen leren. Niet in elke regio het wiel opnieuw uitvinden. SER biedt platform voor regionale partijen om bijeen te komen. In maart dit jaar bijvoorbeeld een grote regionale conferentie gehouden. Bedoeling is om dit in toekomst op diverse thema’s te blijven doen. Daarbij hoort ook agenderen en signaleren van thema’s ‘uit de regio’ en deze breder onder de aandacht brengen. Zo heeft SER afgelopen dinsdag zorg uitgesproken over beschut werk, na signalen te hebben gekregen dat de nieuwe voorzieningen in veel regio’s nog niet van de grond komen.

Waarom is de aanpak van laaggeletterdheid belangrijk volgens de SER?

Zoals gezegd, het is enorm belangrijk dat iedereen in Nederland mee kan doen. Dat is belangrijk voor drie dingen: 1) de economie, 2) het zelfvertrouwen en 3) de samenleving.

  • Economie: belangrijk op de communicatie op de werkvloer.
  • Prettig samenleven vraagt ook dat we lekaar begrijpen en dat we met elkaar kunnen communiceren en dat we dingen kunnen navragen en kunnen opzoeken en kunnen lezen.
  • Om prettig met andere mensen samen te leven, moet jezelf ook prettig in je vel zitten. Ook daarvoor is het fijn dat je je zelf kunt redden met taal, rekenen en de computer. Dat helpt enorm voor je zelfvertrouwen.
  • Tenslotte, als mensen kunnen lezen en schrijven en de computer kunnen bedienen, laten ze zich minder gemakkelijk gek maken met ideeen die niet kloppen. Als mensen lezen en schrijven is de samenleving meer in evenwicht, meer in balans. Dat is voor iedereen plezierig.
  • We doen het in Nederland helemaal niet zo slecht wat het leren van taal en rekenen betreft. Maar als welvarend land moeten we ons schamen over wat er niet goed gaat. Ik vind dat we ons als goed georganiseerd, rijk land met korte lijnen en goede scholen moeten schamen voor het grote aantal mensen wat niet goed genoeg kan lezen en schrijven. Daarvoor krijg ik binnen de SER veel medestanders.

Hoe gaan we met het Taaloffensief vier keer zoveel mensen bereiken?

Zoals gezegd, 1 op de 5 of 6 mensen die onvoldoende kunnen lezen en schrijven, rekenen en de computer kunnen bedienen. Dat zijn er veel te veel.

De overheid doet er al het nodige voor en heeft daar voor 2016 € 74 miljoen voor beschikbaar. Daarmee worden 45.000 mensen per jaar bereikt. Dat is zo’n € 1.600,- per persoon.
Als we de huidige 2,5 miljoen mensen willen bereiken in stappen van 45.000 mensen per jaar, doen we daar ruim 55 jaar over. In totaal zou daar dan ruim 4 miljard euro aan overheidssubsidie aan betaald zijn, als al de prijzen niet zouden stijgen.

Als we alleen naar de overheid zouden kijken en de ambitie van 100.000 mensen per jaar overeind houden voor € 1.600,-, dan is daar ruim € 164 miljoen per jaar voor nodig. Dat is natuurlijk wel een fors bedrag. Maar we willen niet alleen naar de overheid kijken. Het is niet alleen een verantwoordelijkheid van de overheid, maar van de hele samenleving. Ook andere partijen zijn betrokken bij de stimulering van mensen die niet zo goed zijn taal, rekenen en computergebruik. Dit probleem moeten we met de hele samenleving oppakken.

Waar vind je die 2,5 miljoen mensen die hulp nodig hebben bij taal, rekenen en computergebruik?

Niet alleen op scholen. Sterker nog, de meeste van die mensen zullen denk ik niet meer op school zitten en ook niet zo’n goede herinnering aan school hebben.
Dat betekent dat je die mensen op andere plekken moet zoeken. Ik denk dat de werkplek een belangrijke plek is om mensen die ondersteuning nodig hebben bij taal, rekenen en gebruik van de computer op de werkvloer kunnen worden gevonden.
Tegelijk ligt daar ook een deel van de oplossing. Het blijkt namelijk dat mensen heel veel leren op de werkplek. Al doende leren. Dan leer je wat belangrijk is, dan leer je op een manier die aansluit bij je werkzaamheden en je hoeft er niet apart voor naar een schoolklas ofzo.

De partijen in de SER zitten ook allemaal op de werkplek. Zij kunnen er heel gericht mee aan de slag. Werkgevers kunnen medewerkers overhalen en helpen bij het leren van taal en rekenen. Ook de vakbonden spelen daarbij een rol. Dat is als het ware een collegiaal advies. Lekker dichtbij en van mensen die begrijpen wat je de hele dag doet en wat je nodig hebt, en wat niet.
De partijen in de SER zullen de organisaties die zij vertegenwoordigen: werkgevers- en werknemersorganisaties oproepen om meer werk te maken van de stimulering en begeleiding van mensen die niet zo makkelijk lezen en schrijven. Zoals eerder gezegd, die partijen hebben daar zelf ook belang bij: voor hun eigen buisiness, voor de economie, voor de stabiliteit van de samenleving en om ervoor te zorgen dat mensen prettig in hun vel zitten op de werkvloer.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels