Een fatsoenlijk bestaan

Anita Andriesen-lezing, gehouden door Mariëtte Hamer, op 16 september 2016.

16 september 2016
Alleen het gesproken woord geldt.

 

Het is een grote eer om vandaag de Anita Andriesen-lezing te mogen uitspreken. Anita Andriesen was een bekendheid binnen de PvdA. Zelfs in het verre Den Haag wisten wij over haar indrukwekkende wijze van politiek bedrijven, hier in Friesland. Het bijzondere van Anita Andriesen was dat zij zo dicht bij de mensen stond. Het provinciebestuur wordt vaak als afstandelijk en intransparant gezien, maar niet toen Anita bestuurder was. Iedereen in Friesland kende haar. Zij stond pal voor de provincie en haar inwoners. En ook inhoudelijk kreeg Anita veel voor elkaar. Eén van haar grootste mijlpalen was het streekplan voor Friesland. Het bijzondere van dit plan was dat Anita met meer dan 1000 mensen sprak voordat het plan tot stand kwam. Dat was volgens haar de enige manier.

Week alfabetisering

Vandaag wil ik het met u hebben over een fatsoenlijk bestaan. Over wat een fatsoenlijk bestaan precies betekent, hoe het onder druk staat en welke kansen er zijn om meer mensen een fatsoenlijk bestaan te bieden. Maar in de geest van Anita Andriesen wil ik eerst het menselijke centraal stellen. Laat ik daarom beginnen met Hans.

Hans was één van de mensen die het woord voerde tijdens de Week van de Alfabetisering. Die vond precies een week geleden plaats. Als voorzitter van de Stichting Lezen en Schrijven mocht ik de Week openen. Hans is 64 jaar. Hij bleef in de vierde klas van de lagere school zitten. Toen bleek dat hij niet goed mee kon met de rest, werd hij achterin de klas geplaatst. Hij volgde de LTS en werd timmerman. In 1996 begon hij als zzp’er.

Het slecht kunnen lezen en schrijven wordt lastiger. Op zijn werk verloopt alles steeds meer digitaal. Snelle mailtjes en berichtjes kan hij niet altijd volgen. Maar ook buiten het werk is het steeds lastiger, bijvoorbeeld als hij een paspoort aanvraagt bij het gemeentehuis. Dat loopt allemaal via een digitaal loket. Hans heeft de knop omgezet: hij is bij het ROC een opleiding aan het volgen. Het is niet makkelijk, maar hij is blij dat hij deze stap heeft gezet. Er zijn 2,5 miljoen mensen zoals Hans in Nederland!

Fatsoenlijk bestaan

Het voorbeeld van Hans laat zien dat een fatsoenlijk bestaan voor lang niet iedereen vanzelfsprekend is. Ook in 2016 zijn mensen op zoek naar een stabiel inkomen, decent work, een perspectief op een goed leven en voor als het tegenzit, een stevig sociaal vangnet.

Het voorbeeld illustreert ook dat een fatsoenlijk bestaan in 2016 een extra dimensie heeft gekregen. Niet langer is het hebben van een vaste baan de enige manier om zekerheid op te bouwen. Zekerheid, perspectief en veilige werkomstandigheden moeten er ook zijn voor de mensen die als zzp’er werken, als flexwerker of in kleine baantjes.  Daarnaast zijn basisvaardigheden als lezen en schrijven én digivaardigheden in deze tijd onmisbaar. Er is geen weg meer om de digitale wereld heen.
Tot slot betekent een fatsoenlijk bestaan ook een veilig en waardig bestaan. Dit heeft een bredere betekenis dan inkomen alleen. Mensen willen dat er oog is voor hun leven en dat van hun kinderen. Krijgen hun kinderen het wel beter dan zijzelf? In wat voor land groeien zij op?

Kloof

Ik zie de scheidslijnen toenemen tussen mensen voor wie een fatsoenlijk bestaan vanzelfsprekend is en mensen voor wie het een gevecht is.
Vooral de kloof tussen hoogopgeleiden en laag en middelbaar opgeleiden is zorgwekkend. Onderzoek van SCP laat zien dat lageropgeleiden een lagere levensverwachting hebben, minder kansen hebben in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, en een groter wantrouwen hebben ten opzichte van bijvoorbeeld globalisering.

Ook etnische scheidslijnen nemen toe. Die scheidslijnen ontstaan al vroeg, volgens de Onderwijsinspectie. Al in de eerste stapjes binnen het onderwijs blijkt dat kinderen van hoogopgeleide ouders veel meer ontwikkelmogelijkheden hebben dan kinderen van laagopgeleide of allochtone ouders.
Voor de laatste groep kinderen is de schoolloopbaan vaak een hordeloop. Voor de eerste groep eerder een mooi aangelegde weg naar boven.

Zorgwekkend is dat bij veel mensen het geloof weg is dat vertegenwoordigers hun kansen kunnen vergroten. Mensen zijn dus niet alleen onzeker over hun eigen leven, maar ook over het vermogen van politici en bestuurders om daar verandering in te brengen. Als je dat op je in laat werken, is de situatie heel zorgelijk.

Kruispunt

In Nederland staan we van oudsher pal voor gelijke kansen voor iedereen. En we mogen best trots zijn dat de sociale gelijkheid in Nederland groot is. Groter dan in de meeste landen om ons heen.

Maar de kansengelijkheid staat wel onder druk. Mensen als Hans dreigen de aansluiting op de samenleving en de arbeidsmarkt te verliezen.
We staan dus op een kruispunt. Hoe zorgen we ervoor dat iedereen weer een fatsoenlijk bestaan kan opbouwen, ook in een toekomst vol dynamiek? Hoe geven we weer vertrouwen aan mensen in henzelf en in hun vertegenwoordigers?
Ik wil u kort meenemen in de ontwikkelingen die druk zetten op een fatsoenlijk bestaan én in de ontwikkelingen die het organiseren ervan juist vergemakkelijken.

Druk op fatsoenlijk bestaan

Allereerst technologie. We staan aan de vooravond van de 4e technologische revolutie. ICT-toepassingen, slimme apparaten en het internet dringen door in ons dagelijkse leven. En het tempo daarvan ligt hoger dan ooit. Werk verandert voortdurend mee. Van mensen vraagt dit aanpassingsvermogen. Sommige mensen floreren erbij, maar dynamiek is niet voor iedereen weggelegd. In de havens zien we bijvoorbeeld dat mensen die meer dan 25 jaar als kraanmachinist werken, hun baan verliezen vanwege havenrobots. Dat leidt tot protest en dat is begrijpelijk.

De grote technologische ontwikkelingen gaan ook nog eens samen met globalisering. Dat merken we op verschillende vlakken: er is meer arbeidsmigratie vanuit landen in Oost-Europa. En er is toenemende concurrentie tussen bedrijven, waardoor er in sommige sectoren een neerwaartse drukontstaat op de arbeidsvoorwaarden.

Tot slot zien we ook dat het leven van mensen dynamischer is. Niet langer hebben mensen in hun leven één baan, één huis en zelfs één partner. Werken, zorgen, opvoeden en ontspannen; het bestaat allemaal naast elkaar. Het is voor sommigen constant spitsuur.

Maar ook kansen

Maar er is ook een andere kant. Deze tijd biedt volop kansen om een fatsoenlijk bestaan te bestendigen en te actualiseren.
Bijvoorbeeld door de introductie van cobots (coöperatieve robots). Door cobots kunnen onder andere mensen met een arbeidshandicap gemakkelijker deeltaken uitvoeren. Waren taken eerst nog te ingewikkeld, nu neemt de cobot het moeilijke of zware werk over. Daar wordt al succesvol mee geëxperimenteerd in de sociale werkvoorziening.

Ook digitale platformen zijn interessant. Platformen staan nog in de kinderschoenen en ze werken zeker niet positief uit op alle fronten. Zo is een terechte zorg dat platformen regulier werk verdringen. Denk maar aan de discussie rondom Uber. Het werkgever- en werknemerschap is in deze constructies diffuus. Dat roept terecht veel vragen op. Maar platformen kunnen ook werk creëren voor mensen die anders moeilijk aan de slag komen. Zoals mensen die onvoorspelbaar en beperkt beschikbaar zijn omdat ze zware zorgtaken hebben. Dat gebeurt bijvoorbeeld via Thuisafgehaald.nl, waar thuiskoks iets kunnen bijverdienen door maaltijden te verkopen aan de buurt.

Kansen zijn er ook in de markt voor persoonlijke dienstverlening. Nu het leven van mensen steeds drukker wordt, is er in potentie volop ruimte voor diensten die kunnen ontzorgen, bijvoorbeeld in de huishoudelijke hulp en in de kinderopvang. Dat levert nieuwe werkgelegenheid op.
Een andere mooie ontwikkeling is dat leren steeds gemakkelijker wordt. Mensen die er niet aan moeten denken om terug in de schoolbankjes te gaan, schrikken veel minder terug als leren via bijvoorbeeld de iPad gaat. Kennis wordt overal aangeboden en is voor steeds meer mensen toegankelijk.
En een laatste kansrijke trend. Apparaten in het huishouden en de mantelzorg zorgen voor enorme tijdsbesparing. Dat maakt het gemakkelijk om meer uren te werken en meer tijd te hebben voor ontspanning.

Kijk op de toekomst

De dynamische, digitale toekomst is niet te stoppen, en dat moeten we ook niet willen. Op basis van het verleden weten we dat grote technologische en economische veranderingen altijd tot meer welvaart hebben geleid.
Maar ook toen ging niet zonder horten of stoten. Ook in vorige revoluties moesten overheid, werkgevers- en werknemersorganisatis flink aan de bak om de transitieproblemen te verzachten.

In deze vierde revolutie, op weg naar de digitale economie, zullen mensen opnieuw moeite hebben om in ontwikkelingen mee te komen en zullen sommigen zonder werk komen te zitten. Daarom moet we ervoor waken dat waarden als een fatsoenlijk inkomen, decent work en een goed sociaal vangnet niet in het gedrang komen. Op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid zien we dat het begint te botsen en schuren. Dat vraagt de komende jaren om actie. De SER is hier op dit moment volop mee bezig.

Actie 1: vangnet

Laat ik een aantal acties noemen die wat mij betreft prioriteit hebben.
Allereerst ons sociaal bestel. De meeste mensen kunnen aanspraak maken op het vangnet dat we in de afgelopen decennia hebben opgebouwd bij werkloosheid, ziekte of arbeidsongeschiktheid. Maar steeds meer mensen vallen buiten de boot. Juist ook degenen waarvoor een vangnet cruciaal is: mensen met gezondheidsproblemen, zzp’ers met een laag inkomen en mensen die van baantje naar baantje gaan of geen nieuw werk kunnen vinden. Dat betekent dat groepen werkenden onvoldoende beschermd zijn. Het betekent ook dat zij niet bijdragen aan het systeem en dat zij goedkope concurrenten vormen voor werknemers die wél premies betalen. Daardoor komt de betaalbaarheid van onze sociale zekerheid onder druk te staan. Het is wat mij betreft één van de belangrijkste opgaven voor de toekomst om te zorgen dat alle mensen toegang krijgen tot een transparant, sociaal bestel. Want wat niet moet veranderen, is het principe dat we samen opkomen voor risico’s die we niet individueel kunnen dragen.

Actie 2: onzeker werk

Een tweede actiepunt. Ruim een kwart van de arbeidsmarkt werkt op basis van een flexibel contract. Voor velen is dat prima. Flexwerk is een goede opstap om de arbeidsmarkt op te komen, zeker voor pas afgestudeerde jongeren en voor mensen die lange tijd niet hebben gewerkt.
Maar sommige flexwerkers verblijven structureel in de flexibele schil, tot wel 10 jaar na hun eerste flexbaan. Ze gaan van nuluren- naar uitzendcontract en weer terug. Daardoor kunnen zij niet bouwen aan hun toekomst, zoals het kopen van een huis of het krijgen van kinderen.

Structureel in een onzekere situatie verkeren is voor mensen niet goed, maar ook niet voor de economie en voor de samenleving. Dit hoort niet bij het fatsoenlijk bestaan dat we mensen in Nederland willen bieden. Er moet dus worden gewerkt aan een basis van zekerheden voor alle werkenden die minder afhankelijk zijn van de gekozen contractvorm.

Actie 3: weerbaarheid en leren

Een derde en laatste actiepunt. Een toekomstbestendig sociaal bestel en voldoende zekerheden zijn belangrijk, maar daar houdt het niet bij op.
We moeten er net zo goed voor zorgen dat mensen weerbaarder worden tegen veranderingen. Weerbaarheid door zelf regie te nemen over je leven en je voor te bereiden op periodes waarin er misschien minder inkomen is. En weerbaarheid betekent ook: over de juiste kennis en vaardigheden beschikken en inspelen op de behoeften van de arbeidsmarkt. Leren en ontwikkelen moeten daarom net zo vanzelfsprekend worden als eten, drinken en bewegen.

Voor vooral laag- en middelbaar opgeleiden is dit beeld nu nog ver weg. Zij volgen minder scholing dan andere werknemers, terwijl juist zij er baat bij hebben. De uitdaging is om in de komende jaren te zorgen dat deze groepen betere toegang krijgen tot scholing. Dat vraagt iets van het onderwijs en van de wijze waarop we scholing financieren. Door goede prikkels kunnen we deze groepen stimuleren om weerbaarder te worden.

Aanpak

Ik kom tot een einde van mijn verhaal.
De vraag die nu nog resteert, is: Hoe gaan we deze acties in gang zetten?
Ik geloof net als Anita Andriessen niet in het eenzijdig opleggen van veranderingen, maar in zeggenschap. De grote veranderingen waar we voor staan, kunnen niet over de hoofden van mensen worden doorgevoerd.
Juist niet nu er een groeiende kloof is tussen winnaars en verliezers. Tussen mensen die de toekomst zonnig inzien en mensen die somber zijn. Iets dat trouwens niet typisch Nederlands is. Denk maar aan de Brexit en de verkiezingsstrijd in Amerika.

Ik denk dat beleidsveranderingen alleen kunnen slagen als mensen betrokken zijn, als ze het gevoel hebben mee te doen. Dat vraagt om nieuwe vormen van zeggenschap, zowel binnen bedrijven als in de politiek.
Zo moeten werkgevers technologische innovatie zoveel mogelijk combineren met sociale innovatie en de betrokkenheid van werknemers. Werknemers moeten veel meer kunnen mee praten over de ontwikkelingen binnen bedrijven.
De vakbeweging moet betrokken worden bij scholing en ontwikkeling. Bonden kunnen actiever gaan meedenken met mensen in adviescentra en vakbondshuizen. Zij kunnen werkenden helpen eigen regie over hun leven en loopbaan te voeren.
Politici, tot slot, moeten de afstand met de burger overbruggen door burgers te betrekken, door mee te nemen wat voor hen van waarde is.

Terug naar Hans

Wat betekent dit nu voor iemand als Hans? Wat mij betreft is de les dat we veel meer rekening moeten houden met de grote groepen mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. In die digitale economie zijn zij de meest kwetsbaren voor wie een fatsoenlijk bestaan niet zeker is.
En een tweede les is dat de 64-jarige Hans wel degelijk bereid is om zich te ontwikkelen. Tegen alle vooroordelen in. Maar hij moet wel over een drempel geholpen worden. Laten we Hans en anderen die kansen bieden.

Terug naar kruispunt

Ik rond af. Ik zei al eerder in mijn verhaal: we staan op een kruispunt. Er liggen volop kansen, maar we moeten die kansen wel pakken.
En mijn oproep is: laten we dat we met elkaar doen. Overheid, werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en burgers.
Die aanpak zou Anita Andriesen ongetwijfeld aanspreken.
Dank voor uw aandacht.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Arbeidsmarkt. Onderweg naar het werk.