Kindvoorziening

Inleiding van SER-voorzitter Mariëtte Hamer op de bijeenkomst ‘Kindvoorziening’, gehouden in het SER-gebouw.

5 juli 2016
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

  • Allereerst natuurlijk van harte welkom op deze bijeenkomst over ons advies Gelijk goed van start dat we in januari hebben uitgebracht.
  • Ik ben zeer blij dat u als belangenhebbende (als ouder, als professional, als bestuurder, als vertegenwoordiger van de gemeente of school) vandaag bent gekomen om van gedachten te wisselen over het SER advies.
  • De korte inleidingen die we net hebben gehoord illustreren volgens mij treffend hoe belangrijk de voorzieningen voor kinderen zijn. Voor ons als ouders en voor ons als werkgevers en werknemers in de branche.
  • En het onderwerp staat weer goed op de kaart, na verschijning van ons advies zijn er zeer veel publicaties verschenen (OESO, CPB, Leseman). Vorig week was er de kabinetsreactie op ons advies. Het is mooi om te zien dat veel van onze aanbevelingen zijn overgenomen en zeer goed dat er nu op korte termijn veel aandacht is voor de verbetering van de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs.
  • Ook heel belangrijk is dat de Minister onze aanbeveling om nader onderzoek te doen naar het gebruik van kinderopvang door ouders met lage inkomens meteen heeft opgevolgd. Vorige week kwam het SCP met het advies daarover; er blijkt meer nodig te zijn dan alleen het aanpakken van de financiele barrières om de voorzieningen voor jonge kinderen voor iedereen even aantrekkelijk te maken.
  • Kortom er is veel werk aan de winkel en het is dan ook goed om met u samen aan de tafels verder te praten over enkele thema’s uit het advies.
  • En ik ben ook blij dat onze werkgroepleden die hard aan de adviesvoorbereiding hebben gewerkt er zijn om het gesprek met u te voeren.
  • Maar voordat we verder gaan aan de tafels wil ik met u toch nog even kort stilstaan bij de kern van ons advies Gelijk goed van start.

Samenvatting advies: hoofdconclusie (zie slide 1)

  • Met de werkgroep kindvoorzieningen die dit advies heeft voorbereid hebben we de conclusie getrokken dat kinderopvang niet alleen een belangrijk arbeidsmarktinstrument is, maar ook bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen, het verminderen van achterstanden en het bevorderen van gelijke kansen
  • Het belang van het investeren in die voorzieningen zal bovendien volgens dit advies in de komende jaren alleen maar toenemen. We zien nog steeds een lagere participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, daarnaast zien we de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden groeien. Waar iemands wieg staat lijkt nog steeds te bepalen wat iemands levenskansen zijn.
  • Kindvoorzieningen kunnen die achterstanden verminderen
  • En ze kunnen een plek bieden waar kinderen samen spelen en van elkaar leren, een omgeving waar een ‘speelse start’ kan worden gemaakt met het leren en ontwikkelen van de 21ste eeuwse vaardigheden.
  • Onze stip op de horizon is een universeel (inclusief) stelsel met extra ondersteuning van kinderen met een achterstand.

Agenda voor de middellange termijn (zie slide 2)

  • Voor de middellange termijn hebben we een agenda opgesteld met daarin de volgende actiepunten:
    • intensivering doelgerichte aanpak achterstanden van 10 naar 16 uur per week. Een van de belangrijkste aanbevelingen op de middellange termijn is dat kinderen met een achterstand in aanmerking moeten komen voor extra stimuleringsprogramma’s (VVE). Gekozen is voor een aanbod van minimaal 16 uur per week. (De kosten van dit voorstel zijn geraamd op 169 mln).
    • Integraal aanbod voor alle kinderen van 16 uur per week . In aanvulling daarop dient er voor alle kinderen van 2 tot 4 jaar, ongeacht of hun ouders werken, een aanbod van 16 uur per week te komen, met een eigen bijdrage van ouders. Dat betekent dus dat niet werkende ouders in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. (De kosten van dit voorstel variëren van 176 tot 231 miljoen euro).
    • verbeteren samenwerking en vereenvoudiging van de financieringsstromen. Deze kindvoorzieningen werken nauw samen met scholen en jeugdwerk in de buurt en nemen daarbij een belangrijke plaats in in het geheel van voorzieningen voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Ook de versnippering in de finacieringsstromen wordt tegengegaan.
    • verdere verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van het stelsel. Verbetering van de kwaliteit blijft uiteraard ook nodig. Kwaliteit vormt de sleutel, zowel voor het bevorderen van de ontwikkeling, als voor het verminderen van de achterstanden. En de kosten mogen niet te hoog zijn. Voor alle groepen moet het betaalbaar zijn. Een eigen bijdrage van ouders blijft nodig, maar het systeem moet financieel toegankelijk zijn en werken stimuleren.
    • stabiliteit en bestendigheid van het stelsel op middellange termijn . Tot slot is het heel belangrijk dat we stoppen met het jojobeleid. De sector heeft behoefte aan financiële stabiliteit en ouders en hun kinderen zijn gebaat bij meer zekerheid en continuïteit.
    • Een nadere doordenking van de verdeling van kosten . Als de ontwikkelfunctie aan belang wint dan ligt het voor de hand dat de financiele verantwoordelijkheden worden heroverwogen en dat de overheid meer gaat betalen

Agenda voor de korte termijn (slide 3)

  • Voor de korte termijn (tot aan de volgende kabinetsperiode) zijn experimenteermogelijkheden voor samenwerking wenselijk.
  • Het is noodzakelijk dat er een intensieve samenwerking is tussen het kindcentrum en de basisschool waar het kind naar toegaat. Dit in verband met de doorlopende leer- en ontwikkelingslijnen van het jonge kind. Een vloeiende overgang is van belang, leert ook het onderzoek.
  • In de praktijk is er al een toenemend aantal samenwerkingsverbanden of – afspraken. De inzet van organisaties, onder andere van initiatieven als Kindcentra 2020 en andere lokale en landelijke samenwerkingsverbanden, dragen bij aan de intensivering van de samenwerking.
  • De SER stelt voor om binnen het bestaande stelsel voor een aantal samenwerkingspartners van kindercentra en basisscholen afspraken te maken over een aantal onderwerpen ten einde te komen tot een gezamenlijke aanpak en ervaringen die daarbij worden opgedaan te volgen (experimenten Kindcentra 2020).
  • Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de coördinatie, de afstemming tussen de voorzieningen en school en het jeugdwerk.
  • De raad onderschrijft het voorstel van de VNG om voor de korte termijn in een aantal gemeenten, die bereid zijn te investeren samen met bereidwillige lokale partners, proeftuinen kindcentra (verder)te ontwikkelen. Voor die proeftuinen is vrije regelruimte nodig. Dat betekent dat vrijstelling komt van knellende regelgeving.

Afronding

  • Wij hopen dat we met dit advies een agenda hebben geformuleerd om de langetermijnvisie te realiseren
  • Ook hopen we dat met dit advies een stapje dichterbij een samenleving zijn gekomen waarin kindvoorzieningen onderdeel zijn van een plezierig woon-, werk- en leefklimaat.
  • Een samenleving waarin vrouwen en mannen zich beter kunnen ontplooien doordat er goede voorzieningen zijn om arbeid en zorg te kunnen combineren.
  • Maar ook een samenleving die de ontwikkeling van kinderen vooropstelt; waarin kinderen de kans krijgen om met andere kinderen op te groeien en zich van jongs af aan spelenderwijs te ontwikkelen in een vertrouwde en veilige omgeving.
  • Ik praat graag zo met u verder aan een van de tafels

 

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Werk en privé. Moeder aan het werk aan de keukentafel. Dochtertje is aan het kleuren.