Inleiding SER, overlegeconomie en arbeidsverhoudingen in Nederland

Inleiding van SER-voorzitter Marriëtte Hamer bij de werkgroep Partijpolitieke processen van de Wiardi Beckman Stichting.

16 juni 2016
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

 

SER

  • SER is belangrijkste adviesorgaan van de regering.
  • Bestaat uit 33 leden: werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, kroonleden.
  • Meestal aan de hand van adviesvraag van kabinet, soms parlement, soms uit eigen beweging.
  • Drie centrale doelstellingen:
    • evenwichtige en duurzame economische groei
    • zo groot mogelijke arbeidsparticipatie
    • redelijke inkomensverdeling
  • Binnen die doelen houdt SER zich bezig met uiteenlopende kwesties: van arbeidsmarkt en sociale zekerheid tot zorg en energie. Altijd met sociaal-economische ‘bril’. Bij zorg bvb wél betaalbaarheid en arbeidsrelaties, maar niet kwesties rond medicijngebruik.
  • Vaak middellange termijn, gestoeld op gedegen analyse (belangrijke rol kroonleden)
  • Bijzonder t.o.v. andere adviesorganen zoals WRR: niet alleen analyseren, maar ook aandragen oplossingen en daarvoor draagvlak creëren.
  • Unaniem advies voor kabinet moeilijk naast zich neer te leggen: kan rekenen op draagvlak in maatschappij.

Meerjarenprogramma / bolletjesschema

  • Bij aantreden op een rij laten zetten op welke thema’s SER actief is en deze te groeperen naar 7 thema’s die voor de sociaal-economische toekomst van Nederland belangrijk zijn.
    • Groeivermogen
    • Dynamiek arbeidsmarkt (o.a. flex en zzp)
    • Scholing en kenniseconomie (o.a. post-initieel scholen)
    • Werken en leven in de toekomst (o.a. combinatie arbeid en zorg)
    • Vernieuwing sociale stelsel (o.a. pensioen, werknemersverzekeringen)
    • Duurzame en inclusieve groei (o.a. circulaire economie)
    • Globalisering en Europa

Werkprogramma 2016

  • Op dit moment op elk van deze thema’s bezig met relevante adviestrajecten. Ik licht er een paar uit.
  • Robotisering en arbeid: kabinet heeft SER gevraagd om de effecten van technologische ontwikkelingen voor de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen in kaart te brengen. Door robotisering en automatisering zal werk verdwijnen én ontstaan. Voor middelbaar opgeleiden zullen er waarschijnlijk minder mogelijkheden zijn, voor hogeropgeleiden juist meer. Ook zullen we zien dat het steeds meer gaat over banen en klussen in plaats van banen. Denk ook aan de opkomst van platformen als Uber en Peerby. Hoe kunnen we ons hierop voorbereiden zodat bedrijven en werkenden klaar zijn voor de toekomst? Hoe kunnen we kansen pakken? Hoe kunnen we zekerheden behouden?
  • Werken en Leven in de toekomst: over combineren van verantwoordelijkheden tijdens alle levensfasen: werken, zorgen (voor kinderen en ouders), leren, ontspannen. Actueel met de discussie over de participatiemaatschappij. SER constateert dat je niet meer kunt spreken van 1 spitsuur in het leven, elke levensfase kent zijn eigen uitdagingen. Vraag is hoe mensen taken kunnen combineren én langer kunnen doorwerken. Wat betekent dit voor kindvoorzieningen, voor dagarrangementen en voor markt voor persoonlijke dienstverlening?
  • Leren in de toekomst / praktijkleren in het mbo: brede adviesvraag van min. Bussemaker over onderwijs en opleiding, o.a. welke vaardigheden in toekomst nodig zijn om beroep uit te oefenen, hoe onderwijs en bedrijfsleven kunnen samenwerken en hoe blijvend leren nu écht van de grond kan komen.
  • Ook is er recent advies gevraagd over praktijkleren in het mbo, naar aanleiding van de constatering dat steeds minder MBO’ers kiezen voor de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Dit terwijl samenwerking onderwijs en arbeidsmarkt met het oog op de snel veranderende economie juist belangrijker is dan ooit.
  • Loondoorbetaling bij ziekte en langdurige werkloosheid: adviesaanvraag naar aanleiding van een begrotingsdebat in de Tweede Kamer eind vorig jaar, waarin Pieter Heerma kwam met een plan voor een algemene basisverzekering voor loondoorbetaling, voor werknemers én zzp’ers. Vraag is enerzijds of het nodig is om iets te doen aan de huidige loondoorbetalings- en reintegratieverplichtingen van werkgevers. Zorgen de huidige regelingen ervoor dat werkgevers kopschuw worden, en mensen niet aannemen of alleen op basis van een flexcontract of als zzp’er? Anderzijds is de vraag of het nodig is om zzp’ers tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid te verzekeren, als we vaststellen dat minder dan een kwart een particuliere verzekering heeft. Hoe kunnen we zorgen voor een gelijk speelveld?
  • Naast advieswerk heeft SER overigens ook andere taken. Zo is de raad zeer actief in medezeggenschap en bieden van handreikingen aan OR’en, toezicht houden op fusie- en gedragsregels, scholing voor OR’en, afsluiten convenanten IMVO, etc.

Toekomst van de overlegeconomie

  • Regelmatig wordt de vraag gesteld hoe ik de toekomst van de SER zie. Bij aantreden werd gezegd dat ik ‘de deur dicht kwam doen’.
  • Zoals wel duidelijk werd uit voorgaande, is het tegendeel waar: SER is zeer actief. Dit kabinet betrekt de SER actief bij grote thema’s.
  • In versplinterd politiek landschap is een instantie als de SER die kan zorgen voor maatschappelijk draagvlak van groot belang. Grote politieke tegenstellingen kunnen wij helpen overbruggen.
  • Wel heeft de overlegeconomie te maken met representativiteitsvragen, iets dat breder in politiek speelt. Burgers hebben het idee dat wat ‘in Den Haag’ gebeurt, niet over hen gaat en dat hun belangen niet genoeg worden meegenomen. Daarom is SER er sterk op gericht om mensen steeds meer te betreken bij adviesproces: werkbezoeken, internetconsultaties, dialoogbijeenkomsten.
  • Ook stellen we vast dat op veel thema’s meer belanghebbenden zijn dan alleen de ‘vaste’ partijen van de SER. Vakbeweging en ondernemersorganisaties vormen het hart, maar daaromheen is grote betrokkenheid van andere organisaties. Denk aan Energieakkoord dat met 47 partijen is afgesloten. SER fungeert in die gevallen als platform om tot brede akkoorden te komen.
  • Andere relevante ontwikkeling is decentralisering. Veel beleidsvragen liggen nu op het bord van regio’s en gemeenten. Toch blijft een kader nodig van rechten, plichten en doelen en dat wordt op centraal niveau vastgesteld. SER heeft rol in het adviseren over dat kader.
  • Wij krijgen steeds meer signalen dat regionale partijen graag ervaringen willen delen, van elkaar willen leren. Niet in elke regio het wiel opnieuw uitvinden. SER biedt platform voor regionale partijen om bijeen te komen. In maart dit jaar bijvoorbeeld een grote regionale conferentie gehouden. Bedoeling is om dit in toekomst op diverse thema’s te blijven doen.
  • Daarbij hoort ook agenderen en signaleren van thema’s ‘uit de regio’ en deze breder onder de aandacht brengen. Zo heeft SER afgelopen dinsdag zorg uitgesproken over beschut werk, na signalen te hebben gekregen dat de nieuwe voorzieningen in veel regio’s nog niet van de grond komen.
Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels