Het belang van de aanpak van laaggeletterdheid

Deze woorden heeft Mariëtte Hamer gesproken tijdens de opening van de week van de Alfabetisering in de Tolhuistuin te Amsterdam, 5 september 2016.

5 september 2016
Alleen het gesproken woord geldt.

 

In de Sociaal Economische Raad praten werkgevers, werknemers en onafhankelijk kroonleden met elkaar. Ze bespreken de ontwikkelingen in Nederland hoe mensen met elkaar samenleven en de economie. Ze maken afspraken hoe werkgevers en werknemers samen kunnen werken voor een goede toekomst van Nederland.

Werkgevers, werknemers en de kroonleden vinden het heel belangrijk dat iedereen in Nederland mee kan doen. Dat gaat niet alleen over betaald werk hebben. Dat betekent ook dat iedereen deel uit moet maken van de samenleving, van de buurt en van de stad en van de economie.
Om echt mee te kunnen doen in Nederland, is het heel belangrijk om te kunnen lezen en schrijven, om te kunnen rekenen en om een computer of telefoon te kunnen gebruiken. Daarom vinden we het als SER zo belangrijk dat alle mensen in Nederland dat kunnen of dat alsnog gaan leren.

Het belang van de aanpak van laaggeletterdheid

Zoals gezegd, het is enorm belangrijk dat iedereen in Nederland mee kan doen. Dat is belangrijk voor drie dingen: de economie, het zelfvertrouwen en de samenleving.
Dat mensen kunnen lezen en schrijven is belangrijk op de communicatie op de werkvloer. En dat is belangrijk voor de economie, voor dat we met elkaar genoeg blijven verdienen om te kunnen leven zoals we dat graag doen.
Maar het is niet alleen belangrijk voor de economie. Het gaat er mij niet om dat iedereen perse een betaalde baan moet hebben en daarvoor moet kunnen lezen en schrijven. Het is ook enorm belangrijk dat we prettig samen kunnen leven. Daarvoor is het ook belangrijk dat we elkaar goed begrijpen, dat we dingen kunnen navragen en kunnen opzoeken en kunnen lezen. Om prettig met andere mensen samen te leven, moet jezelf ook prettig in je vel zitten. Ook daarvoor is het fijn dat je je zelf kunt redden met taal, rekenen en de computer. Dat helpt enorm voor je zelfvertrouwen.
Tenslotte, als mensen kunnen lezen en schrijven en de computer kunnen bedienen, laten ze zich minder gemakkelijk gek maken met ideeen die niet kloppen. Als mensen lezen en schrijven is de samenleving meer in evenwicht, meer in balans. Dat is voor iedereen plezierig.

Nog te veel mensen kunnen niet goed lezen en schrijven

Wat het leren van taal en rekenen betreft, we doen het als Nederland helemaal niet zo slecht. Als we ons vergelijken met landen in Zuid of Oost Europa doen we het gewoon goed. Maar als we onszelf vergelijken met Scandinavië, dan moeten we ons schamen. Ook op zichzelf vind ik dat we ons als goed georganiseerd, rijk land met korte lijnen en goede scholen moeten schamen voor het grote aantal mensen wat niet goed genoeg kan lezen en schrijven.
In een onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat 2,5 miljoen mensen (ouder dan 16 jaar) niet goed genoeg zijn in taal, rekenen en computergebruik om helemaal mee te kunnen doen in de samenleving. 2,5 miljoen! Dat is ruim 18 procent van alle Nederlanders boven de 16! Of van elke 10 mensen in Nederland hebben er bijna 2 mensen moeite met taal, rekenen of computergebruik. Dat zijn er veel te veel. Dat moet natuurlijk veel beter in Nederland. Dat kan natuurlijk ook veel beter!

Meer mensen bereiken

Namens de SER heb ik het Taaloffensief ondertekend. Wat gaan we doen om vier keer zoveel mensen te bereiken?

Zoals gezegd, 1 op de 5 of 6 mensen die onvoldoende kunnen lezen en schrijven, rekenen en de computer kunnen bedienen. Dat zijn er veel te veel. De overheid doet er al het nodige voor en heeft daar voor 2016 74 euro miljoen voor beschikbaar. Daarmee worden 45.000 mensen per jaar bereikt. Dat is zo’n 1600 euro per persoon.
Om de huidige 2,5 miljoen mensen te bereiken in stappen van 45 duizend mensen per jaar, dan doen we daar ruim 55 jaar over. In totaal zou daar dan ruim 4 miljard euro aan overheidssubsidie aan betaald zijn, als al de prijzen niet zouden stijgen.

Als we alleen naar de overheid zouden kijken en de ambitie van 100 duizend mensen per jaar overeind houden voor 1600 euro dan is daar ruim 164 miljoen euro per jaar voor nodig. Dat is natuurlijk wel een fors bedrag. Maar we willen niet alleen naar de overheid kijken. Het is niet alleen een verantwoordelijkheid van de overheid, maar van de hele samenleving. Ook andere partijen zijn betrokken bij de stimulering van mensen die niet zo goed zijn taal, rekenen en computergebruik. Dit probleem moeten we met de hele samenleving oppakken.

Op het werk

Hoe bereik die 2,5 miljoen mensen die hulp nodig hebben bij taal, rekenen en computergebruik? Niet alleen op scholen. Sterker nog, de meeste van die mensen zullen denk ik niet meer op school zitten en ook niet zo’n goede herinnering aan school hebben.
Dat betekent dat je die mensen op andere plekken moet zoeken. Ik denk dat de werkplek een belangrijke plek is om mensen die ondersteuning nodig hebben bij taal, rekenen en gebruik van de computer op de werkvloer kunnen worden gevonden.
Tegelijk ligt daar ook een deel van de oplossing. Het blijkt namelijk dat mensen heel veel leren op de werkplek. Al doende leren. Dan leer je wat belangrijk is, dan leer je op een manier die aansluit bij je werkzaamheden en je hoeft er niet apart voor naar een schoolklas ofzo.

Collegiaal advies

De partijen in de SER zitten ook allemaal op de werkplek. Zij kunnen er heel gericht mee aan de slag. Werkgevers kunnen medewerkers overhalen en helpen bij het leren van taal en rekenen. Ook de vakbonden spelen daarbij een rol. Dat is als het ware een collegiaal advies. Lekker dichtbij en van mensen die begrijpen wat je de hele dag doet en wat je nodig hebt, en wat niet.
De partijen in de SER zullen de organisaties die zij vertegenwoordigen: werkgevers- en werknemersorganisaties oproepen om meer werk te maken van de stimulering en begeleiding van mensen die niet zo makkelijk lezen en schrijven. Zoals eerder gezegd, die partijen hebben daar zelf ook belang bij: voor hun eigen buisiness, voor de economie, voor de stabiliteit van de samenleving en om ervoor te zorgen dat mensen prettig in hun vel zitten op de werkvloer.

Er zijn zo’n 350 duizend bedrijven in Nederland die groter zijn dan 1 persoon. Er zijn ongeveer 1,7 miljoen mensen lid van een vakbond. Als we ons gezamenlijk verantwoordelijk voelen dat iedereen mee moet kunnen doen en dat bespreekbaar maken én de handen uit de mouwen steken om elkaar te helpen en te stimuleren, dan moeten we toch een eind kunnen komen? Ik ga daar mijn gesprekspartners in de Sociaal Economische Raad voor oproepen.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Scholing en ontwikkeling.