Nederland Nu: De kracht en waarde van het overleg in verleden, heden en toekomst

Toespraak van Mariëtte Hamer tijdens de Nederland Nu-lezing ter gelegenheid van 65 jaar SER

7 december 2015
Het gesproken woord geldt.

 

Mr Ryder, Dear Guy, 

Thank you for your speech. It’s very inspiring. 

I am honoured to hear that you see the Dutch model of social dialogue as one of the leading models in Europe. 

(As you all may know,) the social dialogue is a very dynamic system, especially here in the Netherlands. 

We work hard to stay connected with developments in society. This means that our social model is constantly developing. 
(Thank you again I’ll continu in Dutch). 

Ik ben nu ruim één jaar voorzitter van dit prachtige instituut dat 65 jaar geleden het licht zag. 65 jaar waarin Nederland zich heeft ontwikkeld tot een welvarende sociaal-economische voorloper in de wereld. Naar mijn bescheiden mening ook mede dankzij het overlegmodel. Gelukkig sta ik daarin niet alleen, luisterend naar het betoog van Guy Ryder. 

De laatste jaren is het politieke en sociale landschap rigoureus veranderd. Het is dan ook logisch dat de vraag aan de orde is: Welke plek heeft de SER in dat landschap? En hoe speelt de SER in op deze dynamische tijd en op actuele vraagstukken? 

De vragen sluiten naadloos aan bij het thema van deze Nederland Nu lezing: de kracht en waarde van overleg in heden, verleden en toekomst. In mijn bijdrage wil ik u laten zien wat wij doen om in deze voortdurend veranderende samenleving blijvend relevant te zijn. Ik zal dat illustreren aan de hand van drie woorden die kenmerkend zijn voor de SER: denkwerk, draagvlak en dialoog. 

1. Denkwerk

 Te beginnen met denkwerk. Laat ik u meenemen naar mijn eerste weken bij de SER. Toen ik hier binnenkwam zag ik een veelheid aan dossiers. Grappend heb ik dat weleens vergeleken met een enorme snoepwinkel waarin ik verlekkerd stond te kijken. In die eerste periode kwamen medewerkers binnenwandelen met het ene na het andere interessante dossier: pensioenen, medezeggenschap, sociale ondernemingen, internationaal verantwoord ondernemen, circulaire economie. De lijst leek eindeloos. Maar als SER realiseerden we ook meteen het risico. Met zo’n veelheid aan relevante en ook belangrijke onderwerpen: waar ligt onze focus? Wat heeft onze prioriteit? 

Toen we het assortiment van de snoepwinkel goed in beeld hadden, zijn we teruggegaan naar de drie centrale doelstellingen van de SER: een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie, duurzame economische groei en een evenwichtige inkomensverdeling. Met als kern een breed welvaartsbegrip: economische groei is geen doel op zich, maar een middel om maatschappelijke welvaart te realiseren. 

We hebben de drie hoofddoelen naast de actuele onderwerpen gelegd en hebben op basis daarvan zeven hoofdthema’s geïdentificeerd. Op elk van deze thema's lopen op dit moment trajecten of houden we de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Het bolletjesschema, zoals wij het hier zijn gaan noemen, ziet u nu op het scherm. U vindt het op onze website en het overzicht ligt ook voor u klaar bij vertrek.

Het aanscherpen van onze focus betekent niet dat we ons op enkele thema's blindstaren. De ontwikkelingen gaan daarvoor veel te snel. Ook daar zal ik u zo nog iets over vertellen. Het betekent voor de SER dat een advies nooit helemaal klaar is. Na publicatie blijven we het traject volgen en zullen wij daar waar nodig onze denkkracht aanwenden. Voorbeelden zijn het advies over de Agenda Stad waarop volgend jaar een vervolg zal komen en het advies over sociale ondernemingen waarbij we kijken naar de relatie met beschut werk.

Dynamiek arbeidsmarkt 

Om de snelheid van verandering aan te geven, wil ik u een paar ontwikkelingen op de arbeidsmarkt schetsen. Vijf jaar geleden verscheen het advies ‘Zzp’ers in beeld, een integrale visie op zelfstandigen zonder personeel’. We dachten toen een redelijk overzichtelijk beeld te kunnen geven van de verschijningsvormen van zzp’ers. Meer aandacht voor deze doelgroep was hard nodig.

Hoe anders kan de wereld er vijf jaar later uitzien? Aan aandacht geen gebrek. In 2010 ging het om 600.000 mensen die als zzp’er werkzaam waren, inmiddels zijn het meer dan 1 miljoen. En we weten dat binnen die groep een gigantische diversiteit bestaat. Het laat wel zien hoe snel een ontwikkeling op de arbeidsmarkt kan gaan. 

Nog zo’n ontwikkeling. Rond diezelfde tijd constateerden we dat het aantal tijdelijke contracten sterk toenam. Maar niemand kon precies vertellen hoe dat zat. Cijfers kwamen ook niet boven tafel. Sommigen dachten nog dat het vooral studentenbaantjes waren. 
Terugkijkend weten we dat het om een veel substantiëlere groep ging en dat het geen eenmalige toename was. 

Betekent dit dat een advies als ‘Zzp’ers in beeld’ achterhaald is? Zeker niet. Het markeerde toen al de ontwikkeling van nieuwe soorten arbeidsrelaties waar we nu volop mee te maken hebben. We zijn nog steeds op zoek naar de juiste manier om de diversiteit te vatten. De urgentie is in vijf jaar tijd alleen maar toegenomen. 

Daarnaast zijn nog niet alle obstakels die de SER in het advies heeft gesignaleerd, opgelost. 
Denk bijvoorbeeld aan de fiscale behandeling van zzp’ers, scholing en arbeidsongeschiktheid. En ook het afsluiten van een hypotheek of opbouwen van een goed pensioen voor flexwerkers. De uitdaging is om bestaande systemen, zoals de sociale zekerheid en het pensioenstelsel, op nieuwe ontwikkelingen af te stemmen. We moeten op zoek naar nieuwe zekerheden in een onzekere wereld. Op dit vlak hebben SER en politiek nog een hoop werk te doen. 

Vorige week tijdens de begrotingsbehandeling van SZW heeft de minister een adviesaanvraag aangekondigd over langdurige werkloosheid en loondoorbetaling bij ziekte, met daarin speciale aandacht voor ouderen en zzp’ers. Dit mede naar aanleiding van de motie-Ester in de Eerste Kamer en het CDA-plan dat tijdens de begrotingsbehandeling is gelanceerd. Een brede opdracht dus, vanuit zowel kabinet als parlement, die we voortvarend zullen oppakken.

Scholing en kenniseconomie 

Een tweede voorbeeld van een thema waar de ontwikkelingen snel gaan: de kenniseconomie en leren in de toekomst. Door de snel ontwikkelende technologie zien we banen verdwijnen en nieuwe banen ontstaan. In het traject Robotisering kijken we naar de impact daarvan op de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid. Eén ding weten we nu al zeker: de behoefte aan goed opgeleid personeel blijft groot en vormt de basis van onze kenniseconomie. De veranderingen gaan alleen zo snel dat een deel van de kennis verouderd is voordat een student het in de praktijk kan brengen. Werknemers zullen hun kennis dus bij moeten houden na hun studie of opleiding, ook omdat zij vaker van functie zullen wisselen. En het gaat niet alleen om kennis uit de boeken, de moderne arbeidsmarkt vraagt ook steeds vaker om vaardigheden als communiceren, probleem oplossen, samenwerken en programmeren. Deze zogenaamde 21-eeuwse vaardigheden zijn cruciaal. 

Permanent leren moet daarom een basisvaardigheid worden. Eerder heb ik al eens gezegd dat leren eigenlijk net zo belangrijk is als eten en drinken. Eind oktober heeft minister Bussemaker de SER een brede opdrachtbrief overhandigd waarin zij de SER vraagt regelmatig advies uit te brengen over thema’s die te maken hebben met een lange termijnagenda voor skills en leren. Zij zal ons daar ongetwijfeld straks meer over vertellen. 

Belangrijk is ook dat er voldoende tijd is om te leren. Interessante vraag daarbij is of nieuwe technologie ons ontzorgt of juist meer tijd kost. Kijk maar naar de jongeren van nu: zij staan continu met elkaar in verbinding. Dat levert veel op, maar het is ook behoorlijk stressvol. En dan zijn er nog andere maatschappelijke ontwikkelingen die ons leven dynamischer maken. We hebben in ons leven niet meer één baan, één opleiding en wonen soms ook niet meer een levenlang in hetzelfde huis, met dezelfde partner of hetzelfde gezin, denk aan de samengestelde gezinnen. Daar komen verschillende verantwoordelijkheden bij kijken: werken, leren, ontspannen en zorgen. En dan bedoel ik de zorg voor kinderen, mantelzorg en ook de zorg voor onszelf. Hoe zorgen we dat mensen die meervoudige verantwoordelijkheden in verschillende levensfasen goed kunnen combineren? Dat is het denkwerk dat we aan het verrichten zijn in het traject Werken en Leven in de Toekomst.

Duurzame en inclusieve groei 

Ten slotte wil ik het thema duurzaamheid niet onvermeld laten. Dit onderwerp is in de afgelopen vijf jaar bovenaan onze agenda’s komen te staan. Het is inmiddels zo omvangrijk dat het niet in één advies te vatten is. Het komt terug bij het Energieakkoord, bij IMVO, bij circulaire economie, bij sociale ondernemingen, bij robotisering en deeleconomie. En zo hoort het ook, want een advies over de economie is niet compleet zonder oog te hebben voor de zorg van de wereld om ons heen.

2. Draagvlak

Ik stap over naar mijn tweede onderwerp: draagvlak. Waar ik mij meer en meer van bewust ben is dat het werk van de SER zich in het midden van een driehoek bevindt, met andere kennisinstituten, politiek en samenleving aan de drie zijden. SER-adviezen zijn naast een reflectie van ons denkwerk, ook altijd het resultaat van onderhandeling. Tussen sociale partners onderling en met de kroonleden en uiteraard met betrokkenen waar we op dat moment over adviseren. Daarin zijn we bijzonder en onderscheiden we ons niet alleen van andere adviesraden, maar ook van veel 'SERren' in de wereld.

Bij ons staan de kroonleden misschien wel symbool voor de betrokkenheid van de samenleving in haar volle breedte. Maar ook de werkgevers- en werknemersorganisaties staan in hun contact met hun achterbannen midden in het dagelijkse werk. Dit maakt onze adviezen voor onze opdrachtgevers speciaal: de totstandkoming van een advies markeert het ontstaan van draagvlak. De trajecten die daaraan voorafgaan, zijn complex. We kunnen het tijdpad niet altijd overzien. Soms gaat het snel, soms duurt het even en ligt het een tijdje stil. Maar bijna altijd komen wij er uit. 

Draagvlak voor beleid is in onze samenleving meer dan ooit nodig. Juist omdat verantwoordelijkheden verdeeld zijn en coalitievorming moeilijk is. Het gaat om draagvlak waarop burgers kunnen rekenen en dat steunt op de bestendigheid van de organisaties en groepen erachter. De samenleving heeft behoefte aan houvast, zeker in een tijd van meer ad hoc verbanden en snelle sociale media. Want tot actie oproepen is één ding, maar tot afspraken komen en je daaraan houden, dat is de belangrijke volgende stap. Werkgevers en werknemersorganisaties hebben talloze keren laten zien dat ze daartoe in staat zijn en ik ben ervan overtuigd dat dit in de toekomst zo zal blijven. Georganiseerd zijn blijft dus belangrijk, ook als de vormen waarin dat gebeurt vernieuwen.

3. Dialoog

Dit brengt me bij het laatste kernwoord: dialoog. De manier waarop we het adviesproces inrichten is in ontwikkeling. Ook hier is sprake van dynamiek en vernieuwing. Bij mijn aantreden heb ik gewezen op de opkomst en noodzaak van co-creatie. Vandaag zou ik dat willen vatten in het woord dialoog. Steeds meer partijen en mensen zijn betrokken bij ons werk en zijn met ons in gesprek. We zetten daarvoor verschillende werkvormen in en raken daarin steeds meer bedreven. 

Zo hebben we bij de adviezen over de toekomst van de arbeidsmarkt, onderwijs en de pensioenen dialoogbijeenkomsten georganiseerd. Enkele honderden stakeholders hebben we op deze wijze bij ons werk betrokken. Voor de dialoog over de arbeidsmarkt gingen we de regio’s in: meer dan 400 mensen zaten bij ons aan tafel. Voor de Agenda stad gingen we op werkbezoek in verschillende steden, zowel in de Randstad als daarbuiten.

Er ontstaan ook steeds meer platformen bij de SER: rondom het Energieakkoord, medezeggenschap, de convenanten IMVO en het digitale platform vluchtelingen. Nog maar een paar weken geleden beleefden we de oprichting van het jongerenplatform. Hierin komen jongerenorganisaties samen om de SER gevraagd en ongevraagd te adviseren. Jongeren die zijn gelieerd aan werkgevers- en werknemersorganisaties, maar ook aan het jongerennetwerk NJR en aan het onderwijs. Met een aantal van hen gaan we later in het programma in gesprek.

Internationale context 

Het werk van de SER houdt niet op bij de landsgrenzen. En zo kom ik bij het laatste onderwerp dat ik vandaag wil aansnijden: de internationale context waarin we ons werk doen. Hoe kan het anders aan de vooravond van het Europees voorzitterschap. 
Dit jaar eindigt met een heel ander gevoel dan waarmee we begonnen, met name door de vluchtelingenstroom en de verschrikkelijke gebeurtenissen in Parijs. Nederland is meer dan ooit afhankelijk van ontwikkelingen in de wereld. Niet alleen voor onze economie maar ook voor onze manier van leven. Dat inzicht is niet nieuw. Wel wordt het de laatste maanden zichtbaarder.

Ik geloof dat dialoog alleen maar belangrijker zal zijn in een wereld waarin de tegenstellingen groter worden en opvattingen versplinterd raken. Daarom ben ik ook zo blij met onze beide sprekers. De een symboliseert voor mij het belang van internationale samenwerking, de ander van de ontwikkeling van mensen om aan de dialoog mee te kunnen doen. Ik wil maar zeggen: het is belangrijk de stabiliteit van onze raad te koesteren. 

Uit het verhaal van Guy Ryder is opnieuw duidelijk geworden: we mogen trots zijn dat ‘onze’ werkgevers- en werknemersorganisaties en ‘onze’ kroonleden als vertegenwoordigers van wetenschap en samenleving, elkaar weten te vinden, ook als het ingewikkeld is. 

Ik rond af. Aan het begin van mijn bijdrage stelde ik de vragen: is er een plek voor de SER in de voortdurend veranderende samenleving? Kunnen we snel en alert genoeg antwoord geven op actuele vragen? Uit het voorgaande heeft u al kunnen opmaken dat ik die vragen positief beantwoord. 
Kijkend naar het overleg in heden en verleden, kan ik voor de toekomst niet anders concluderen dan dat het overleg een blijvende kracht in onze samenleving zal zijn. Door goed denkwerk te leveren en breed draagvlak te organiseren. Maar niet door denkwerk en draagvlak alleen. De dialoog speelt een cruciale rol, juist om de verbinding met die snelle en dynamische samenleving te leggen. Om dat uit te drukken gaan we ons oude motto ‘Denkwerk voor draagvlak’ verbreden. Vanaf vandaag introduceren we ‘Denkwerk voor draagvlak door dialoog’.

Ik hoop dat we de komende jaren aan dit nieuwe motto uitvoering kunnen geven. En ik hoop dat we daarbij weer op uw steun en bijdragen mogen rekenen, of het nu via denkwerk, draagvlak of dialoog is. 

Hartelijk dank voor uw aandacht. 

 

Download presentatie

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels