Uitdagingen voor de Vlaams-Nederlandse delta

Toespraak Mariëtte Hamer tijdens de Vlaams-Nederlandse deltaconferentie.

25 november 2015
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

 

Zoals vandaag al eerder aan de orde is geweest is er een aantal megatrends die effect hebben op de arbeidsmarkt: globalisering, technologische ontwikkeling / robotisering, duurzaamheid en demografie.

Mij is gevraagd wat meer in detail in te gaan op de gevolgen van robotisering.

Automatisch geleide voertuigen, zelfvarende schepen: toekomstmuziek of al realiteit?

Volgens een recent artikel in Trouw doen bij de gloednieuwe terminal Rotterdam World Gateway op de Tweede Maasvlakte robots al bijna al het werk. De mens kijkt toe en grijpt alleen in als het fout gaat. Daarmee is de Rotterdam World Gateway volgens de directeur niet meer een containerbedrijf maar een IT-bedrijf. Dit vraagt ook een nieuwe generatie werknemers.

Techniek is overal in de haven. Er zijn veel startups die apps ontwikkelen. Zo heeft de programma manager innovatie van de Rotterdamse haven de verwachting dat er binnen afzienbare tijd een systeem als Über voor de haven zal komen. Zoals je met Über een taxi kon bestellen, kun je met die app straks scheepsvracht boeken en precies zien waar je container zich bevindt. Vrachtwagenchauffeurs weten dan hoe laat ze bij een terminal moeten zijn om een container op te halen en klanten weten hoe laat de vracht bij hen aankomt. Een enorme efficiëntieslag. Voorwaarde is dan natuurlijk wel dat door ICT-toepassingen ook de beladingsgraad omhoog gaat.

Wat betekent dit nu?

  • Wat zijn de gevolgen voor de werkgelegenheid?
  • Wat zijn de gevolgen voor sociale ongelijkheid?
  • Wat is het effect op werkomstandigheden?

Dit zijn lastige vragen die onderwerp zijn van een adviestraject waar we bij de SER net mee gestart zijn naar de gevolgen van technologische ontwikkeling en robotisering.

De discussie over de maatschappelijke en economische gevolgen van technologische vernieuwing wordt al gevoerd vanaf het begin van de industriële revolutie. Waar destijds sommige denkers en politici vooral de zwarte kant benadrukten: het leidde tot slecht werk, tot minder werk en tot meer armoede, benadrukten de optimisten vooral de voordelen van technologische vernieuwing benadrukten: minder saai werk, bevrijding van de arbeider en meer welvaart.

Terugkijkend kunnen we stellen dat de sociaal-economische werkelijkheid destijds niet zo eenduidig was. Aanvankelijk nam de werkloosheid toe, maar uiteindelijk is het tij gekeerd en zijn de sociaal-economische gevolgen verzacht door de inkomensgroei. Ook kreeg de menselijke factor in de productie meer aandacht en er kwam een betere verdeling van de welvaart.

Vooruitkijkend kunnen we zeggen dat technologische vernieuwingen onontkoombaar zijn, het gaat er om hoe we de techniek gebruiken.
Ik zou willen pleiten voor een dynamische visie op de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt bestaat niet uit een beperkte hoeveelheid arbeid, maar is ook afhankelijk van de keuzes die bij de inrichting van de (arbeids)markt en de bedrijfsorganisatie worden gemaakt en van de behoeften die wij hebben. We moeten het op lange termijn van de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit hebben, van innovatie dus.

Het antwoord op alle vragen uit slide 4 hebben we nog niet.

Wat het verleden laat zien is dat ontwikkelingen soms razendsnel gaan en onverwachte wendingen kennen. Er wordt wel gezegd dat dit nu nog sneller gaat dan vroeger. De verwachting is dat bepaalde banen in het middensegment zullen verdwijnen. Er kan ook nieuwe vraag ontstaan en nieuwe toepassingen. Nieuwe banen ontstaan op alle niveaus, ze zijn moeilijk te voorspellen.
Betekent de opkomst van de 3D-printer dat we straks veel om de hoek printen en niet meer uit China importeren? Of wat gaan technologische ontwikkelingen voor de gezondheidszorg betekenen?

Dynamiek biedt ook kansen, bedrijven moeten deze kansen grijpen als ze zich voordoen, daarbij gefaciliteerd door de overheid. Dit vraagt om aanpassingsvermogen en samenwerking.

Hier ga ik nu nader op in.

Het economisch bureau van de ING heeft de uitdagingen voor Nederland handelsland in kaart gebracht.

Veel parallellen met Vlaanderen:

  • Nederland en Vlaanderen zijn succesvol als exporteurs.
  • Deze export is gestoeld op ligging, sterke infrastructuur en handelsgeest

Met de aan het begin genoemde uitdagingen blijven er volgens ING kansen om te groeien, vooral buiten Europa. Dit vraagt om:

  • Nieuwe handelsgeest verrijkt met organisatiekracht en digitale kwaliteit.
    Van groothandelaar naar ketenregisseur. Nederland is vooral een transitland, hoe zorgen we dat we meer waarde toevoegen.

Het vraagt ook om:

  • Nieuwe handelsroutes: Er wordt veel ingevoerd, maar hoe zorgen we dat de terugreis ook efficiënt wordt benut? Europese producten exporteren en toenemende handelsstromen binnen Europa.

De havens zijn al volop bezig hier op in te spelen. Getuige ook de Havenvisie Rotterdam & de missie van de Haven van Antwerpen:

  • Beide zetten in op de combinatie van het zijn van een global hub en industrial cluster;
  • Op een samenspel van industrie, logistiek en maritieme overslag.

Beide bekijken de toekomst van de haven in relatie tot de welvaart van de regio. En duurzaamheid is een speerpunt bij lange termijn investeringen. Deze gaan hand in hand.

Ik ben het helemaal eens met mijn Vlaamse collega: samenwerking in de regio tussen betrokken partijen is cruciaal.
Dit geldt in het bijzonder voor de havens. In de Rotterdamse haven bijvoorbeeld investeren toonaangevende bedrijven blijvend in de meest moderne faciliteiten. Nauwe samenwerking tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen leidt tot een hoogwaardige arbeidsmarkt, leefomgeving en bereikbaarheid. Met aanpassingsvermogen als handelsmerk.

Door de geschetste ontwikkelingen vindt concurrentie steeds meer plaats tussen grootstedelijke regio’s.
Op wereldwijde schaal, bijvoorbeeld door de Chinezen, wordt de Vlaams-Nederlandse delta hoogst waarschijnlijk als één regio gezien. Zo zien de Chinezen de Eemshaven in Noord-Nederland als voorhaven van Rotterdam.
Daarom is het zo van belang om agglomeratievoordelen te benutten met goede samenwerking, dit helpt om de internationale concurrentie aan te kunnen; om ook voor de toekomst onze welvaart zeker te stellen; en om te zorgen dat zoveel mogelijk mensen hier aan meedoen en van meeprofiteren.

Deze samenwerking zou niet op moeten houden bij de landsgrenzen. Grensoverschrijdende samenwerking kan ons beide verder brengen.

Dit geldt ook voor de havens. Al weet ik ook dat hier allerlei haken en ogen aan zitten. Dat dit binnenlands al lastig is, en over de landsgrenzen heen vaak nog lastiger.

Maar zorg dat we de kansen hiervan beter benutten, of zoals mijn Vlaamse collega het noemde “de troeven samen valoriseren” en elkaar zo versterken.

Grensoverschrijdende samenwerking tussen de regio’s biedt ook op tal van andere terreinen kansen:

  • Denk aan wat er gebeurt op het gebied van innovatie, kijk naar samenwerking tussen de regio Brainport Eindhoven en Leuven,
  • Maar kijk ook naar toerisme en recreatie, zeker ook in het delta-gebied van Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen
  • Qua infrastructuur: zorg dat landen ook fysiek goed op elkaar zijn aangesloten, bijvoorbeeld op het gebied van elektriciteit om te voorkomen dat België tekorten kent terwijl Nederland overschotten heeft.
  • En last but not least op de arbeidsmarkt.

Het versterken van regionale kracht en van het verdienvermogen betekent ook investeren in mensen en hun talenten. En zorgen dat bedrijven over de juiste mensen kunnen beschikken.

Met sneller verouderende vaardigheden en de grote dynamiek op de arbeidsmarkt is onze opdracht om mensen weerbaar te maken, om mensen hun talenten te laten ontwikkelen en deze te benutten. Dit vraagt veel van mensen en van onderwijs, bedrijven en overheid, maar biedt ook kansen.
Bij de SER zijn we o.a. bezig met een groot adviestraject leren in de toekomst: welke vaardigheden hebben we nodig en hoe houden we de vaardigheden actueel (en relevant)? We doen dit samen met de OESO.

De juiste vaardigheden kunnen het verschil maken of men mee kan doen of niet. Het actueel houden van deze vaardigheden en daarmee permanent leren is meer dan ooit nodig, maar komt in de praktijk nog te weinig van de grond. Dit is niet alleen een opgave voor werkgevers om hun personeel bij te scholen, ook de werknemer zelf draagt verantwoordelijkheid voor zijn positie op de arbeidsmarkt. Het gaat om vragen als wat is nodig? Hoe houd ik aansluiting bij de (technologische) ontwikkelingen? Hoe sluit dit optimaal aan bij de behoeften van bedrijven? Maar ook hoe maken we leren leuk, nuttig en inpasbaar? Kortom, we zijn een leercultuur aan het opbouwen.

Werken en leren gaan steeds meer door elkaar lopen. In Nederland wordt veel in de praktijk geleerd, maar de op die manier geleerde vaardigheden worden niet altijd goed vastgelegd en gewaardeerd. In de eigen werkkring gaat dat meestal nog wel. Maar als iemand een overstap wil maken naar een ander bedrijf of een heel andere sector, dan kijkt men toch vaak naar een diploma. Dit geldt overigens nog sterker wanneer men over de grens aan het werk zou willen. Er is wel een systeem van Elders of Eerder Verworven Competenties (EVC), maar dat ervaren veel mensen als erg bureaucratisch. Hier is nog een wereld te winnen.

Het onderwijs voor volwassenen moet nog meer maatwerk gaan leveren dan thans al het geval is. Dit vraagt om intensieve samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven op regionaal niveau en aanpassing van de regelgeving (en financiering) op nationaal niveau.

Tot slot: technologische vernieuwing mag dan onontkoombaar zijn, in de wijze waarop we haar gebruiken kunnen we wel degelijk keuzes maken zo laat het verleden zien. Dit roept allerlei vragen op waarbij ik denk dat we als Nederlandse en Vlaamse SER veel van elkaar kunnen leren.
Dit geldt voor onderwijs en postinitiële scholing, maar ook op tal van andere gebieden waar we mee bezig zijn.
Veelal kennen we dezelfde problematiek en ik neem dan ook graag de uitnodiging van mijn Vlaamse collega aan om meer uit te wisselen en samenwerking op de arbeidsmarkt te promoten.

Download presentatie

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Bouwerken in de stad.