Ontvangst boek Kindcentra 2020

Toespraak van Mariëtte Hamer bij de ontvangst van het boek Kindcentra 2020.

9 oktober 2015
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

 

Dames en heren, het is genoegen hier te zijn en een eer om dit boek in ontvangst te mogen nemen. Zoals u weet heeft ons stelsel van voorzieningen voor jonge kinderen al lange tijd mijn aandacht. Als ik in de bijlagen van het boek zie hoeveel mensen vanuit verschillende invalshoeken in diverse werkgroepen hebben meegewerkt aan dit boek is dit wat mij betreft een mooi voorbeeld van co-creatie en wat ik bij mijn installatie als SER-voorzitter een jaar geleden ‘Polderen 3.0’ heb genoemd.

Zoals u wellicht ook weet is de SER op dit moment druk bezig met de voorbereiding van een advies over de voorzieningen voor jonge kinderen, naar aanleiding van een adviesvraag die we hierover hebben ontvangen van het kabinet. Ik kan op dit moment weinig over dat proces vertellen en vanwege dit proces ook niet uitgebreid ingaan op de inhoud van het boek.

Maar ik kan u wel zeggen dat de timing van het boek heel goed is en dat wij het in de SER-werkgroep zeker zullen gaan bespreken en mee zullen nemen bij de adviesvoorbereiding. De uitwerking van het juridische kader, de geïdentificeerde knelpunten in de huidige wet- en regelgeving en de doorrekening van de voorstellen zijn daarbij voor ons heel interessant en behulpzaam.

Naar aanleiding van de recente voorstellen van het kabinet voor de kinderopvang was in de werkgroep onlangs nog de vraag hoe ons advies zich verhoudt tot het nu ingezette beleid. (Heeft een SER-advies nog wel zin?) Ik denk dat uw boek heel goed laat zien welke langetermijn vraagstukken er voor ons liggen en welke toegevoegde waarde het SER-advies hierbij kan leveren.

Het onderwerp staat ook langer op de agenda van de SER. In 2011 stelde de raad in het advies Tijden van de samenleving al vast dat in het onderwijs en de kinderopvang een meer eigentijds en sluitend dagarrangement nodig is voor 4-12-jarigen. De raad gaf toen al aan de implementatie van een eigentijds en sluitend dagarrangement voor 4-12-jarigen te beschouwen als een eerste stap in de ontwikkeling naar integrale kindvriendelijke centra voor 0-12-jarigen.

Zoals het boek ook aangeeft is het kindcentrum geen doel op zich maar een middel om ieder kind van nul tot en met twaalf jaar zodanig te begeleiden en te stimuleren dat het haar of zijn eigen plek weet te vinden in een sterk veranderende wereld die we nu nog niet kennen.

Wat we wel weten is dat verandering de nieuwe constante factor en dat de Nederlandse kenniseconomie moet het hebben van haar menselijk kapitaal. Naast onze gunstige ligging in Europa en een goed vestigingsklimaat zullen onze beroepsbevolking en ons innovatievermogen doorslaggevend zijn voor de positie van Nederland in de wereldeconomie. En die bepaalt ons toekomstig verdienvermogen, onze welvaart en ons welzijn.

Dit betekent dat de Nederlandse samenleving al het aanwezige en potentiële talent maximaal moet stimuleren en ontwikkelen om te excelleren in de banen die er zijn en om nieuwe banen te creëren. Investeren in jonge kinderen is daarvoor cruciaal.

De 21st century skills die daarvoor nodig zijn en waar wij bij de SER in andere trajecten ook aan werken, komen op verschillende manieren terug in het boek. Ten eerste uiteraard in de bijdrage die de kindcentra kunnen leveren aan die skills van de toekomstige beroepsbevolking. Maar daarnaast ook in de 21st century skills van de professionals die deze voorzieningen en in de toekomst vorm geven en hier met veel passie aan werken.

Ten slotte vond ik het ook heel leuk en inspirerend om te lezen over UN1EK onderwijs en opvang die inmiddels vier integrale kindcentra heeft in Vlaardingen, Schiedam en ‘mijn’ Maassluis, waar opvang, onderwijs, ontwikkeling, opvoeding en ouderbetrokkenheid in een doorgaande lijn aangeboden wordt. Als een van de belangrijkste knelpunten noemt bestuurder Claudia Doesburg het werken met twee CAO’s. Ook daar kunnen sociale partners dus nog een belangrijke bijdrage leveren.

Ik neem dit boek heel graag mee naar de SER-werkgroep en wens u veel succes met de verdere landing van het boek en het in de praktijk realiseren van de voorstellen die in het boek worden voorgesteld.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Arbeidsmarkt. Onderweg naar het werk.
Scholing en ontwikkeling.