Jaarcongres CAOP-Leerstoelen over Nederlandse publieke sector

Openingswoord Mariëtte Hamer bij het CAOP-congres ‘Natte voeten in de polder – agenda 2020 Publieke Sector’.

10 december 2015
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.


Opening: ambtenaren van over de wereld

In 2013 reisde de Nederlandse fotograaf Jan Banning de wereld over om foto’s te maken van overheidsfunctionarissen op hun werkplek.
Grote verschillen: in India zitten ambtenaren in kleurrijke ruimtes met portretten van Ghandi, in Jemen gesluierde vrouwen met niet meer dan een rekenmachine en een kasboek, in de VS vind je in elk kantoor een Amerikaanse vlag.

Maar er zijn ook opvallende overeenkomsten: vrijwel alle ambtenaren zitten achter een bureau, de meesten hebben grote stapels papier naast zich.
Dit is het – behoorlijk clichématige – beeld dat we al decennialang van ambtenaren hebben. Maar als we een foto van een ambtenaar maken in 2020, wat zien we dan? Ik denk dat het er anders uit zal zien. Ik wil in mijn korte bijdrage drie uitdagingen met u langslopen die dat illustreren.

Drie uitdagingen

1. Technologische ontwikkelingen
Er zijn exponentiële veranderingen gaande op gebied van ICT, automatisering, big data. IT wordt steeds belangrijker, als sector, maar eigenlijk voor alle beroepen en dus ook voor de publieke sector.

De overheid heeft grote ambities op het gebied van de digitale overheid. Bedoeling is dat in 2017 het contact met burgers en bedrijven zoveel mogelijk digitaal verloopt. Hoewel er in de media veel aandacht is voor misgelopen ICT-projecten, zijn er veel goede voorbeelden. Denk maar eens aan het digitale belastingformulier of aan DigiD. Dit levert veel voordelen en efficiencywinst op.

Nadelen zijn er ook. Met de digitalisering wordt veel dienstverlening versoberd, privacy komt onder druk te staan en er wordt meer van burgers zelf verwacht. Specifieke groepen zullen daarvan eerder nadelen ondervinden dan anderen.

De digitalisering bij het UWV is daarvan een voorbeeld. De minister heeft inmiddels besloten om weer deels persoonlijke gesprekken in te voeren voor werkloze werkzoekenden. Opgave is om een balans te vinden tussen techniek en persoonlijk contact.

Technologische ontwikkelingen hebben ook impact op de werkgelegenheidsstructuur. Financieel-administratieve beroepen en werk op middelbaar niveau staan onder druk, terwijl de vraag naar hoogopgeleid personeel toeneemt. Bij de Belastingdienst is dit bijvoorbeeld al merkbaar.

De SER heeft een adviesaanvraag over robotisering en nieuwe technologieën ontvangen. Daarin worden wij gevraagd te onderzoeken wat er met de werkgelegenheid gebeurt als robotisering en andere technologische ontwikkelingen doorzetten. En vooral, hoe hiermee om te gaan. Dat antwoord is ook voor de publieke sector van belang.

2. Arbeidsmobiliteit
Een tweede uitdaging die met de eerste samenhangt: arbeidsmobiliteit.
De overheid heeft de afgelopen jaar flink moeten bezuinigen. Dat heeft effect gehad op de instroom.

Zo is de instroom bij het openbaar bestuur en de sector veiligheid tussen 2004 en 2014 teruggelopen van 5 naar 3%.
En daarmee is ook de personeelsopbouw veranderd. Er is een forse toename van de oudste leeftijdsgroepen. Het aandeel 55-plussers is gestegen van 15% in 2004 naar 26% in 2014. Door de stijging van de AOW-leeftijd zal het aantal ouderen verder toenemen.

Ook de externe arbeidsmobiliteit is laag. Er zijn wel veel ambtenaren op zoek naar ander werk, maar 70-80% zoekt bij de eigen werkgever of sector. Al vanaf 35 jaar neemt het zoekgedrag sterk af.

Deze situatie is onhoudbaar. De arbeidsmobiliteit zal de komende jaren moeten toenemen, binnen de overheid en daarbuiten. Om in te kunnen spelen op eerdergenoemde technologische ontwikkelingen, om jonge mensen een kans te gunnen, maar bijvoorbeeld ook om mensen tot aan hun pensioen inzetbaar te houden.

Maar hoe stimuleer je mobiliteit? Minister Blok lanceerde daarvoor ruim 2 weken geleden een plan. Dat is een eerste stap. Het zal nog niet genoeg zijn. Een cultuuromslag vraagt om voortdurende aandacht.

3. Diversiteit
Tot slot de derde uitdaging: diversiteit.
Misschien nog wel meer dan het bedrijfsleven is het aan de publieke sector om een afspiegeling te vormen van onze maatschappij. Dat is niet alleen een morele plicht, maar is ook nodig om burgers beter te bedienen. Een diverse publieke sector is alleen nog ver weg.

Zo is het aandeel niet-westerse allochtonen tussen 2004 en 2014 met 1 procentpunt gestegen: van 5 naar 6%. En vorig jaar meldde het CAOP dat het aantal ambtenaren met een arbeidsbeperking in de jaren daarvoor was gedaald. Er is dus nog veel werk te doen.

Het goede nieuws is dat meer dan de helft van de werkgevers binnen het rijk het Charter Diversiteit heeft ondertekend. Dit is een initiatief van de SER en StvdA om gelijke behandeling en inclusie te bevorderen.

Ook voor dit onderwerp geldt: een intentie is niet genoeg. Het komt de komende jaren aan op actie. Zeker als de publieke sector het imago van goed werkgever wil behouden.

Troeven

Vraag is nu natuurlijk: wat kan de publieke sector doen om deze drie uitdagingen aan te gaan? En daarmee ook in 2020 voorop te lopen?
Ik denk dat u een aantal belangrijke troeven in handen heeft.

1. Sociaal overleg en cao’s

Allereerst het sociaal overleg. Nu het weer wat beter gaat met Nederland worden er weer volop cao’s afgesloten, ook in de publieke sector. Natuurlijk spelen er op dit moment ingewikkelde discussies rondom het loonakkoord, maar ik heb er alle vertrouwen in dat partijen elkaar weer weten te vinden.

Cao’s zullen ook in de toekomst een belangrijk instrument zijn om afspraken te maken over onderwerpen als diversiteit, mobiliteit, opleiding, loopbaan, etc.

2. Verspreiden kennis en delen ervaringen

Ten tweede: het verspreiden van kennis en het delen van ervaringen. De publieke sector is daar goed in, o.a. door het werk van CAOP.

De CAOP-leerstoelen zijn daarvan een voorbeeld. Deze kunnen een bijdrage leveren aan het ordenen van de thema's en het objectiveren van feiten en problemen. Een “waardevrije” analyse helpt o.a. cao-onderhandelaars om vanuit een breed perspectief met elkaar aan tafel te gaan.

De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) – die later vandaag wordt uitgereikt – heb ik al even kunnen bekijken. Dit is een prima voorbeeld van de kennisfunctie van de leerstoelen en een proeve van het verspreiden van kennis en ervaringen.

Slot: foto uit 2020

Tot slot, terug naar de foto uit 2020. Wat zien we? Dezelfde medewerkers met de stapels papier? Of dynamiek, diversiteit en medewerkers in allerlei soorten en maten? Een sector die kortom niet in één foto te vangen is? Ik geloof in het laatste. Ik denk dat Nederland alles in huis heeft om ook in 2020 een publieke sector te hebben waar we trots op kunnen zijn, die up-to-date is en een aantrekkelijk werkgever is.

Vandaag gelegenheid om aan de agenda van de toekomst te werken. Ik wens u daarbij veel succes.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Arbeidsmarkt. Onderweg naar het werk.