Gezondheid en preventie

Speech Mariëtte Hamer Preventie via arbeidsgerelateerde zorg voor de NPHF-lezing 2015

4 december 2015
Het gesproken woord geldt.

 

Dames en heren,

Veel dank aan de NPHF dat ik hier vanmiddag mag spreken over een onderwerp dat mij en u allen zeer ter harte gaat: gezondheid en preventie en in het bijzonder preventie via de arbeidsgerelateerde zorg. En dat in tegen de achtergrond van het overkoepelende thema dat in onze samenleving volop speelt: de duurzame inzetbaarheid.

Wat is arbeidsgerelateerde zorg eigenlijk? Voor het antwoord op die vraag neem ik u mee naar het advies Betere zorg voor werkenden, dat de SER in 2014 heeft uitgebracht en dat, zoals de ondertitel luidt, een visie op de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg geeft.
Arbeidsgerelateerde zorg, zo stelt de SER in zijn advies, omvat bedrijfsgezondheidszorg, preventieve zorg en reguliere zorg.

Om goede arbeidsgerelateerde zorg te realiseren is het zaak de eerder geïnventariseerde knelpunten (1), die in die zorg spelen, waaronder onvoldoende aandacht voor preventie, op te lossen. Daarbij is het belangrijk rekening te houden met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt:

  • Ik denk aan andere arbeidsrelaties die naast een vast dienstverband tussen werkgever – werknemer steeds vaker voorkomen. Ook deze werkenden, bijvoorbeeld zzp’ers zouden toegang moeten hebben tot adequate en kwalitatief goede arbeidsgerelateerde zorg.
  • Ook denk ik aan de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd waardoor u en ik langer mogen doorwerken. Om dat vol te kunnen houden is duurzame inzetbaarheid onontbeerlijk.

Het behoeft geen nader betoog dat werken aan duurzame inzetbaarheid en preventie daarom elementaire onderdelen vormen van de arbeidsgerelateerde zorg. Het doel van toekomstbestendige arbeidsgerelateerde zorg is immers dat zij zich richt op behoud, herstel en verbetering van de gezondheid en duurzame inzetbaarheid voor alle werkenden (dat wil zeggen werknemers, flexwerknemers, zzp’ers, ik noemde ze al, werkzoekenden, mantelzorgers en vrijwiliigers) én op het voorkomen van gezondheidsproblemen (waaronder beroepsziekten), verzuim en uitval.

Bij de arbeidsgerelateerde zorg zijn veel verschillende actoren betrokken; ik noem zonder overigens de pretentie te hebben dat deze opsomming uitputtend is: werknemers en werkgevers op centraal en individueel niveau; de overheid; de bedrijfsartsen; reguliere zorgaanbieders zoals huisartsen maar ook specialisten; zorgprofessionals zoals fysiotherapeuten, psychologen, ergonomen en arboverpleegkundigen;en zorg- en verzuimverzekeraars.
Allemaal hebben zij belang bij en/of dragen zij verantwoordelijkheid voor een goede arbeidsgerelateerde zorg. Werkgevers en werknemers, voeg ik daar aan toe, dragen (ook) een gezamenlijke verantwoordelijkheid als het gaat om het versterken van de gezondheid van werkend Nederland en in het bijzonder de arbeidsgerelateerde zorg.

Wat te denken van de inrichting van de arbeidsgerelateerde zorg? Opnieuw neem ik u mee naar het eerder genoemde SER-advies uit 2014. Voor de inrichting van de arbeidsgerelateerde zorg beschrijft dit advies drie (organisatie)vormen:

  • binnen het bedrijf;
  • binnen de branche / sector en/of regio;
  • door de huisarts / in de eerstelijnszorg.

Met het oog op preventie sta ik even nader stil bij de middelste vorm, de branche- of sectorale georganiseerde arbeidsgerelateerde zorg, en blik ik terug en kijk ik vooruit.

Mijn terugblik omvat al bestaande voorbeelden van branche- of sectorgeorganiseerde bedrijfsgezondheidszorg met daarin veel aandacht voor preventie, zoals Stigas (Stichting gezondheidszorg in de agrarische sectoren) in de agrarische en groene sectoren, Gezond Transport in de sector transport en logistiek en ook noem ik nog Arbouw in de bouwsector. Naast meer aandacht voor preventie levert deze organisatievorm sectorspecifieke kennis en inzicht in arbeidsrisico’s en verzuim op sectorniveau op. Belangrijke baten zijn in dat verband bijvoorbeeld:

  • betere gezondheid en leefomstandigheden voor werknemers;
  • hogere productiviteit;
  • verzuimreductie, die tot lagere vervangingskosten leidt;

Én daarnaast levert het ook nog als voordelen op dat:

  • er meer aandacht voor bedrijfsgezondheidszorg onder werkgevers is;
  • werkgevers worden ontzorgd, vooral fijn voor de MKB-werkgevers;
  • preventie toegankelijk is voor bedrijven en werknemers (2).

Kijk ik vooruit dan vallen er ontwikkelingen waar te nemen die meer preventie op het werk tot onderwerp hebben, zowel bij de overheid als in het veld. Bij de overheid blijkt dat uit de kabinetsreactie van begin dit jaar, 28 januari 2015 om precies te zijn, op het SER-advies Betere zorg voor werkenden. Het kabinet richt zich op concrete maatregelen die de dienstverlening in de bedrijfsgezondheidszorg en de reguliere zorg verbeteren waaronder maatregelen die betrekking hebben op meer preventie op het werk. Zo roept het kabinet de sociale partners op om over preventie en preventieve activiteiten afspraken te maken (vergelijkbaar met scholing) en in de StvdA initiatieven te ontplooien.

Verder blijkt dat uit de begroting voor 2016 van het ministerie van SZW waarin staat vermeld dat het kabinet:

  • initiatieven gericht op preventiebeleid en slimme arrangementen voor arbodienstverlening ondersteunt;
  • met nieuwe regelgeving komt om de arbodienstverlening te versterken. Het ministerie SZW streeft ernaar het desbetreffende wetsvoorstel nog voor het einde van dit jaar naar de Tweede Kamer te sturen en de verwachte inwerkingtreding van de wet is 2016. Het gaat daarbij om onderwerpen als: versterking van de positie van de preventiemedewerker, de samenwerking met arbodienstverleners, het verduidelijken van de adviserende rol van de bedrijfsarts en het kunnen consulteren van de bedrijfsarts;
  • (dat het kabinet) sociale partners stimuleert en waar nodig faciliteert om aan de slag te gaan met sectorale en regionale initiatieven, onder andere gericht op preventie.

Vraagt u mij om concrete voorbeelden uit het veld dan noem ik:

  1. de toolkit voor arbo- en verzuimbeleid die OVAL (Organisatie voor Vitaliteit, Activering en Loopbaan) begin oktober heeft gelanceerd (3)
  2. de onlangs gestarte proeftuin Arbozorg nieuwe stijl, een samenwerkingsverband van Arbodienstverlener Richting, UNETO-VNI-Verzekeringen en TNO, die zich richt op de ontwikkeling van geïntegreerde arbeidsgerelateerde zorg op sectoraal niveau (de technische installatiebranche) inclusief een geïntegreerde bekostiging (zorgverzekeraar, verzuimverzekeraar), en 
  3. meer aandacht voor preventie en de vroegtijdige opsporing van longklachten door bakkersastma en meelstofallergie in de bakkersbranche.

Dames en heren, dit alles toont aan hoe wezenlijk preventie (dus) is voor de arbeidsgerelateerde zorg: preventie voorkomt dat mensen door hun werk en/of arbeidsomstandigheden gezondheidsschade oplopen, waardoor zij – al dan niet tijdelijk- uitvallen en draagt bij aan duurzame inzetbaarheid van de werkenden.

Dat betekent dat het accent / de nadruk in de arbeidsgerelateerde zorg dan ligt op voorzorg in plaats van op nazorg. Van nazorg naar voorzorg dat is in feite ook het leidmotief van onze bijeenkomst hier. Thomas Plochg vatte dat in zijn betoog kernachtig samen in: anders denken anders doen.
Eerder dit jaar, in april tijdens het Nederlands Congres Volksgezondheid in de Rotterdamse Doelen, heb ik gezegd dat daarvoor een kanteling in het denken nodig is.

Waarom is dat nodig? Omdat, dames en heren, preventie loont: zowel voor de individuele werkgever als werknemer maar ook voor de Nederlandse samenleving, die daarvan als geheel profiteert.

Preventie, en in het bijzonder de onmogelijkheid van gezondheidsbevordering zonder preventiebeleid vormt een bestendige lijn in de SER-advisering. Of vrij naar hoogleraar Public Health, Dirk Ruwaard: “een betere gezondheid draagt bij aan de economie en daarbij aan de welvaart van een land en is van groot belang voor de mens als persoon”. Hoe belangrijk gezondheid en werk zijn, passeerde vorige week nog, 23 november jl., weer de revue tijdens een door het ministerie van SZW georganiseerde stakeholdersbijeenkomst Voorlichting arbeidsgerelateerde zorg in de vorm van het statement: Werk maakt gelukkig en gezond!

Nodig is een preventiebeleid in de arbeidsorganisaties dat arbo-, verzuim- en re-integratiebeleid omvat naast (delen van) HRM-beleid en leefstijlbeleid. In zijn advies Een kwestie van gezond verstand: Breed preventiebeleid binnen arbeidsorganisaties uit 2009 sprak de SER al uit dat structurele aandacht voor de gezondheid van werknemers voortdurende aandacht voor en controle van de gezondheid en arbeidsomstandigheden van de werkenden veronderstelt.

Dat preventie loont heeft de SER betoogd in zijn advies Stelsel voor gezond en veilig werken dat in 2012 is uitgebracht. Preventie bespaart kosten; voor verschillend interventies is aangetoond dat er sprake is voor return on investment (4). Ook staan in dit advies enkele instrumenten beschreven waarmee werkgevers en werknemers werk kunnen maken van preventie (5).

Van nazorg naar voorzorg, het belang van preventie, daarvoor pleit de SER ook in zijn advies Naar een kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare zorg: een tussentijds advies op hoofdlijnen (2012). De SER zegt in dat advies dat het nodig is de prikkels in de regelingen zodanig vorm te geven dat de focus in de zorgverlening verschuift van behandeling van ziekte naar behoud en bevordering van kwaliteit van leven.
Deze lijn wordt, verder voortgezet in het advies uit 2014 Betere zorg voor werkenden, ik noemde het al: preventie als onderdeel van de arbeidsgerelateerde zorg mede met het oog op duurzame inzetbaarheid.

Op dit moment is de SER bezig met de voorbereiding van een advies over chronisch zieke werkenden met als centrale vraag hoe kunnen betrokken partijen het toenemend aantal chronisch zieken aan het werk houden en krijgen. Preventie in de vorm van werkbehoud ofwel het voorkomen van uitval is hier eveneens van wezenlijk belang.

Ook op andere terreinen, dan het terrein van arbeid en zorg, waarop de SER adviezen geeft, speelt preventie een rol. Preventie kent een berde economische invalshoek.

In het begin van dit jaar heeft de SER een advies uitgebracht over de toekomst van de WW en de arbeidsmarktinfrastructuur (advies Werkloosheid voorkomen, beperken en goed verzekeren. Een toekomstbestendige arbeidsmarktinfrastructuur en Werkloosheidswet). De SER pleit er in dat advies voor om mensen die met werkloosheid worden bedreigd of van wie het arbeidscontract afloopt zo snel mogelijk te ondersteunen en te begeleiden naar ander werk.

Verder werkt de SER nu aan een advies over voorzieningen voor jonge kinderen, waarbij onder meer de kwaliteit van kindvoorzieningen aan bod komt. Door de kwaliteit ervan te verhogen en door deze voorzieningen onder het bereik van kwetsbare kinderen en kinderen met een achterstand te brengen, wordt voorkomen dat deze kinderen bij het betreden van de basisschool een onoverkomelijke achterstand hebben opgelopen.

Ook op het terrein van onderwijs in het kader van de verschillende activiteiten voor leren in de toekomst speelt preventie een rol. In die zin dat kinderen op een vroeg moment leren leren zodat ze later in hun werkende leven in staat zijn de dynamische ontwikkelingen bij te houden en hun actieve deelname aan de arbeidsmarkt kunnen behouden.

Tot slot:

Het speelveld van preventie is erg groot, groot is ook het aantal spelers dat bij preventie betrokken is. Verschillende partijen hebben een belang en een verantwoordelijkheid bij het voorkomen van ziekten en uitval in de meest brede zin van het woord, en het verbeteren van de gezondheid.
Allereerst de mensen/werkenden zelf, anderen in de directe leefomgeving: bedrijven, werkgevers, arbeidsorganisaties, school, organisaties in de wijk, overheid (centraal en decentraal), het grotere geheel van de samenleving.

Al die verschillende actoren samen kunnen op hun eigen manier bijdragen aan preventie. Dat pleit ervoor om met alle betrokken actoren sterker in te zetten op preventie in de arbeidsorganisatie, op het zorgdomein en op de arbeidsmarkt! U en ik we weten allemaal dat preventie loont.
Daarom herhaal ik mijn oproep die ik in het voorjaar heb gedaan: nodig is een brede alliantie preventie. Nu dames en heren is de tijd aangebroken om daar echt werk van te maken, om te doen!

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1.De belangrijkste knelpunten naast preventie zijn:

  • onvoldoende samenwerking tussen bedrijfsarts en reguliere zorg;

  • tekortschietend vertrouwen in de onafhankelijkheid van de bedrijfsarts;

  • onvoldoende herkennen en melden van beroepsziekten;

  • tekortschietende instroom in opleiding bedrijfsartsen.

2. Dat komt althans naar voren uit het onderzoek van Cap Gemini Consulting uit 2014 over Sector- en branchegeorganiseerde Bedrijfsgezondheidszorg, waarin zes casussen van sectoren en branches onder de loep zijn genomen.

3. Zie Persbericht: OVAL lanceert toolkit voor arbo- en verzuimbeleid.

4. In dat advies uit 2012 wordt genoemd het rendement van maatregelen in de bouwnijverheid om blootstelling aan kwarts met her risico van silicose aan te pakken , en van bewegings- en voedingsinterventies op het werk.

5. Zoals:

  • preventie opnemen in het contract met arbodienst of bedrijfsarts;

  • het persoonlijk dossier, dat de individuele werknemer gedurende zijn loopbaan met zich meeneemt, met informatie over de hele werkgeschiedenis, arbeidsomstandigheden en risico’s van de werknemer;

  • de inzetbaarheidsscan, om regelmatig de duurzame inzetbaarheid van werknemers te peilen.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Lunchwandeling in het Haagse Bos.