Energieakkoord: van papier naar praktijk

Speech Mariëtte Hamer bij inspiratiebijeenkomst ‘Zeeland op weg naar meer duurzame energie’

11 maart 2015
Het gesproken woord geldt.

 

Op 30 januari vond in het SER-gebouw een werkconferentie plaats met als titel: De praktijk van het Energieakkoord in de regio.

Ook Zeeland was vertegenwoordigd. In een van de workshops stond het initiatief van de Smart Delta Resources centraal. Dat is wat mij betreft een prachtig voorbeeld van hoe je van een bedreiging een kans maakt. Onder druk van de verslechterende concurrentiepositie werken elf energie- en grondstofintensieve industriële bedrijven in de Deltaregio samen om elkaars reststromen zoveel mogelijk aan elkaar te koppelen. Het gaat om water, energie en grondstoffen. De reststroom van bedrijf A wordt zo grondstof van bedrijf B. Met een mooi woord heet dit ‘industriële symbiose’. Dat is nog niet alles. Een kritische blik op de bedrijfsprocessen heeft tot de constatering geleid dat er ook nog veel winst valt te halen op het gebied van energie-efficiency.

Dit voorbeeld laat zien dat bedreigingen kunnen omslaan in kansen. Een mooi voorbeeld hoe we op de snel veranderende wereld kunnen inspelen.

Want laten we wel zijn: snelle veranderingen leiden tot onzekerheid. Die les hebben we de afgelopen jaren wel geleerd. Die onzekerheid geldt voor ons als burger en consument maar ook voor ons als werknemer, ondernemer of bestuurder. Uit de psychologie weten we dat bij snelle veranderingen er drie reactiemogelijkheden zijn:

  • Negeren of ontkennen (struisvogelpolitiek),
  • In de verdediging gaan (beschermen van het oude) of
  • Verandering aangrijpen om te innoveren.

De laatste strategie is het moeilijkst maar op de lange termijn wel het productiefst. Om met Einstein te spreken: “We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.” Met andere woorden: maak van een probleem een uitdaging en zoek naar creatieve oplossingen.

Het voorbeeld van de Smart Delta Resources illustreert dat deze aanpak werkt. Want de samenwerking tussen de bedrijven was ingegeven door de verslechterende concurrentiepositie van deze bedrijven door de schaliegasrevolutie in de VS. Hierdoor zijn de energieprijzen van de Amerikaanse energie- en grondstofintensieve bedrijven fors gedaald waardoor zij hun concurrentiepositie sterk zagen verbeteren. Meer investeringen, meer economische groei en meer banen zijn het gevolg. Europese bedrijven zijn hiervan het slachtoffer. Dat gold dus ook voor een flink deel van de Zeeuwse industrie.

Dames en heren,

Ik gebruikte het Zeeuwse voorbeeld om aan te geven dat we creatief moeten omgaan met de uitdagingen van nu, morgen en overmorgen. Die uitdagingen zijn steeds zichtbaarder. De wereldbevolking groeit van ruim 7 miljard mensen nu naar ruim 9 miljard in 2050. Het goede nieuws is dat een steeds groter deel van de wereldbevolking tot de middenklasse is gaan behoren. De welvaartsgroei in opkomende landen als China en India is daar voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor. De toerist die de metropolen in Azië, Zuid-Amerika of Afrika bezoekt, begrijpt wat er in de wereld aan de hand is. Overigens: ondanks deze welvaartsgroei leeft helaas nog steeds een groot deel van de wereldbevolking in armoede.

Maar die welvaartsgroei heeft ook een keerzijde. Als we bestaande patronen doortrekken, betekent dit dat de mondiale vraag naar energie tot 2040 nog fors zal toenemen: met naar schatting ruim een derde.

Hoewel die vraag steeds meer door duurzame energie – zonne-energie, windenergie en biomassa – zal worden vervuld, laat het middenscenario’s van het Internationaal Energie Agentschap desondanks zien dat in 2040 nog steeds driekwart van de wereldenergieproductie uit kolen, gas of olie afkomstig zal zijn. Het gevolg hiervan is dat de klimaatverandering doorzet. Verder zal duidelijk zijn dat ook de vraag naar zoet water en allerlei grondstoffen explosief blijft stijgen als we het roer de komende jaren niet drastisch omgooien.

Ik vertel dit omdat dit toekomstbeeld de richting van het Energieakkoord voor duurzame groei inkleurt.

Waar staan we nu met het Energieakkoord?

Het is natuurlijk niet niks om in korte tijd een bestaand systeem stapsgewijs uit te faseren en een nieuw systeem op te bouwen.

Natuurlijk gaat het er uiteindelijk om dat we ook in de toekomst een betrouwbare energievoorziening blijven houden, dat die toekomstige energie betaalbaar is en dat die ook schoon wordt. Dat wil zeggen: minder broeikasgassen en luchtverontreiniging.

Dat betekent dat we fors energie moeten besparen en dat we onze afhankelijkheid van kolen, gas en olie moeten beperken. Dat betekent ook dat de kosten die we maken voor een deel investeringen zijn die we later terugverdienen. Als een zonnepaneel eenmaal op je dak ligt, ga je immers je investering terugverdienen. En als een windturbine er eenmaal staat, hoef je geen brandstof uit het buitenland meer te importeren.

Het Energieakkoord moet dan ook een impuls geven aan innovatie en resulteren in nieuwe, regionale bedrijvigheid en groene banen.

Dat proces gaat niet van de ene dag op de andere maar is een opgave van decennia. Ook weten we dat er vele betrokkenen zijn en dat de korte termijnbelangen flink kunnen botsen. Over die botsende belangen lezen we vrijwel dagelijks in de krant. Om heel verschillende redenen willen we geen gas van Poetin maar ook niet uit Groningen. Windenergie op land is prima als het op een bedrijventerrein is, maar niet in de achtertuin of op zichtafstand voor de kust. Ook willen we geen schaliegas of kernenergie. En uiteraard mag het ook niks kosten. En dat is lastig als je bedenkt dat veel van de negatieve effecten van verbruik van fossiele energie niet in de prijs zijn opgenomen. Het is natuurlijk leuk als je goedkoop kunt vliegen, maar waarom betalen we geen belasting op kerosine?

Zo beschouwd blijft het een hele prestatie dat de uitvoering van het Energieakkoord nu loopt. Natuurlijk zijn er horten en stoten maar dat hoort bij het proces. Het ‘kind’ begint bij wijze van spreken nog maar net te lopen. Waar staan we nu?

In 2014 is vooral gewerkt aan maatregelen om de juiste randvoorwaarden te scheppen voor het bereiken van de doelen. Voor veel van deze maatregelen was de Rijksoverheid verantwoordelijk en deze zijn in het algemeen voortvarend opgepakt.

In 2015 moeten alle partijen binnen de nieuwe randvoorwaarden uitvoering geven aan de afspraken uit het Energieakkoord. Het is nu aan ondernemers, lokale overheden, natuur- en milieuorganisaties en burgers om de feitelijke productie van hernieuwbare energie te realiseren en te investeren in energiebesparing.

Om dit proces te bevorderen hebben de organisaties die het Energieakkoord steunen en uitvoeren vorige maand de prioriteiten voor dit jaar vastgelegd in een Uitvoeringsagenda.

Wat is de bijdrage van het Energieakkoord aan duurzame groei?

Als voorzitter van de SER ben ik uiteraard bijzonder geïnteresseerd in de kansen van het Energieakkoord: welke bijdrage kan het akkoord aan duurzame groei leveren?

Het beeld is nog onvolledig omdat veel afspraken nog niet zijn door te rekenen. Wat we weten uit de Nationale Energieverkenning 2014 is het volgende:

  • Op termijn lopen de investeringen aan hernieuwbare energie op tot zo’n €5 miljard in 2020 en zo’n €8 miljard in 2023, uitgaande van het voorgenomen (en doorrekenbare) beleid.
  • De investeringen in energiebesparing bedragen volgens de Nationale Energie Verkenning in 2020 €9 à 10 miljard.
  • Het aantal voltijdbanen in beide activiteiten tezamen neemt volgens de raming toe van 105.000 in 2013 tot 163.000 in 2020; er is geen rekening gehouden met verdringingseffecten.
  • De werkgelegenheid in de conventionele sectoren en netwerken blijft in deze periode grofweg gelijk, 90.000 à 100.000 voltijdbanen.

Waar zijn we in de SER verder mee bezig?

  • Enkele voorbeelden van andere SER-onderwerpen die inspelen op de snel veranderende wereld: toekomstbestendig maken van het pensioensysteem, betere aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, het up-to-date houden van de beroepsbevolking, de toekomst van de stad en de circulaire economie.
  • Daarnaast is er een constante dialoog met sociale partners en experts over de vraag hoe we het Nederlandse verdienvermogen kunnen verbeteren. Op de achtergrond speelt hier ook de belastinghervorming die dit kabinet heeft aangekondigd. Kortom, wat is de Nederlandse groeiagenda? Het gaat dan om verbeteren van onze sterke punten – en daar hebben we er gelukkig veel van – maar ook om de vraag hoe om te gaan met mensen die buiten de boot dreigen te vallen.

Dames en heren,

Met die groeiagenda wil ik afsluiten. Iedere regio heeft zo zijn eigen sterke en zwakke punten. Het voorbeeld van de Smart Delta Resources laat zien dat het onderscheid tussen zwak en sterk niet zo eenvoudig te maken is. Het is daarom goed dat elke regio voor zichzelf bepaalt waar de kansen liggen. Zeeland heeft dat uiteraard ook gedaan.

Zo heeft de SER-Zeeland anderhalf jaar geleden gerapporteerd over de groeikansen van dit deel van Nederland. Samen met West-Brabant heeft Zeeland groeikansen op het gebied van de bio-based economy in kaart laten brengen. Het gaat hierbij om een economie die zich vooral baseert op groene grondstoffen en reststromen als alternatief voor fossiele grondstoffen. Afhankelijk van de veronderstellingen zijn in deze opkomende sector honderden tot enkele duizenden extra arbeidsplaatsen mogelijk. En daarnaast zijn er ook nog allerlei indirecte werkgelegenheidseffecten.

Ik weet dat veel partijen bezig zijn om deze kansen ook te verzilveren. Het voorbeeld van dat in het SER-gebouw werd gepresenteerd laat zien dat het in Zeeland niet bij papier blijft. De praktijk die we met het Energieakkoord willen bereiken, is in uw provincie al volop zichtbaar. Ik vertrouw er op dat u in staat bent hier de komende jaren nog vele voorbeelden aan toe te voegen.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Plaatsen van zonnepanelen als geluidsschermen langs de snelweg.