Interview met Mariëtte Hamer voor boek ‘Hoe ziet de economie van Nederland er in 2025 uit?'

Bouwstenen voor een interview met Mariëtte Hamer ten behoeve van het boek ‘Hoe ziet de economie van Nederland er in 2025 uit?’

13 mei 2015
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor het interview met Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

Het gepubliceerde interview kunt u ook downloaden.

Deel 1: De grootste (on) zekerheden

Wat zijn wat u betreft de drie tot vijf grootste onzekerheden als het gaat om de Nederlandse economie in 2025?

1. Politieke stabiliteit
Nederlandse politiek is afgelopen jaren instabiel en onvoorspelbaar gebleken. De electorale schommelingen zijn groot: partij die op enig moment een sleutelrol vervult in de coalitie, kan bij de volgende verkiezingen gemarginaliseerd zijn. Bij verschillende groepen in de samenleving heerst onvrede over de politiek en het maatschappelijk middenveld, burgers wenden zich steeds vaker af. Ook de versplintering van partijen maakt onzeker: toename partijen die voor deelbelangen of voor één groep opkomen. Wie bewaakt het algemeen belang?

En tegelijkertijd wordt de beleidsvorming steeds complexer: zowel more local als more global. We zijn bezig met een forse decentraliseringslag op het gebied van zorg en arbeidsmarkt (Participatiewet). Gemeenten krijgen meer voor het zeggen. Daarnaast komt meer beleid op internationaal niveau tot stand, denk aan monetair beleid en handelsverdrag TTIP. In die onzekerheid en dynamiek is één ding zeker: coalities zullen moeten zoeken naar brede steun voor hervormingen. SER is daarin een belangrijke partij.

2. Groeitempo
Groei is niet meer vanzelfsprekend. Ons verdienvermogen wordt niet alleen bepaald door binnenlandse factoren, maar steeds meer door de wereldeconomie. Op het wereldtoneel verschuiven economische machtsverhoudingen: van Noord-Amerika en Europa naar landen als China en India. Wat betekent dat voor Nederland?

We weten dat 4% groei (zoals eind jaren ’90) de komende jaren niet reëel is, eerder 1 - 1,5%. Waar halen we groei vandaan, in de wetenschap dat groei beperkt maakbaar is? En hoe bereiden we ons voor op minder of andere werkgelegenheid, vooral op laag en middelbaar niveau?

3. Verschijningsvormen/diversiteit arbeidsrelaties
Uitzenden, payrolling, contracting en zzp: typen arbeidsrelaties die de laatste jaren populair zijn. Deze vallen buiten de gebruikelijke arbeidsovereenkomst.

Dat systeem is ruim 100 jaar oud. Toen bestond de Nederlandse economie grotendeels uit landbouw en industrie. Het “Fordisme” won terrein: idee dat werknemers zich moeten specialiseren in één taak, veelal achter de productieband. Dat de traditionele arbeidsovereenkomst niet helemaal voldoet, is niet vreemd. We zijn ontwikkeld tot een diensteneconomie en de behoefte om werk flexibel te organiseren is toegenomen.

Het lastige is een balans te vinden tussen flexibiliteit en zekerheid. Waarom zou je ‘oude’ zekerheden opgeven als er geen goed alternatief is? Vrijwel niemand wil af van cao’s, sociale zekerheid of pensioen, hoewel die aan (vaste) arbeidsovereenkomst zijn verbonden. En hoe kunnen we voorkomen dat het water naar het laagste punt stroomt? Het versterken van de ene arbeidsrelatie, leidt tot een vlucht naar een arbeidsrelatie met minder lasten (zoals in sommige sectoren met zzp’ers is gebeurd).

4. Benodigde skills
We weten dat kennis en vaardigheden steeds sneller verouderen.
En dat blijkt ook: 1 op de 6 werkgevers stellen dat werknemers niet over de juiste kennis en vaardigheden beschikken. Een derde van de werknemers vindt dat zij worden onderbenut (TNO, 2014).

Het tempo wordt mede bepaald door technologie en robotisering. De iPad is amper 5 jaar uit en is in veel organisaties niet meer weg te denken. En toch kopte een krant onlangs: ‘Komt het nog goed met de iPad?’ Niet zo gek dus dat het onderwijs het niet kan bijbenen. Dit brengt onzekerheid en vooral een uitdaging: om leren als vanzelfsprekend deel van de loopbaan te zien. Bij de SER bezig met de verkenning Leren in de toekomst waarin vragen rond leven lang leren, skills en aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt aan de orde komen.

Kunt u ze ordenen naar belangrijkheid?


Politiek bovenaan. Het bepaalt mede randvoorwaarden waarbinnen de economie zich kan ontwikkelen en is dus van groot belang. Tegelijkertijd kan politiek snel uit balans raken: kabinet kan door ogenschijnlijk klein incident vallen. Het is moeilijk anticiperen op politieke ontwikkelingen. Dit terwijl ondernemers en werknemers steeds vaker pleiten voor stabiliteit.

Wat zijn wat u betreft de drie tot vijf grootste zekerheden?


1. Samenstelling bevolking: vergrijzing en ontgroening

Zeker is dat de bevolking er in 2025 anders uitziet en dat dit consequenties heeft voor het beleid.
In 2025 is een vijfde van de bevolking 65 jaar of ouder. Voor iedere oudere staan nu nog 4 potentiële werknemers klaar, in de toekomst nog maar 2 (‘grijze druk’) (CBS). Dat betekent dat steeds minder mensen de lasten van de vergrijzing dragen en dat het dus moeilijker zal zijn zorg, pensioenen en sociale zekerheid te bekostigen.

2. Verdere globalisering en verstrengeling economieën

Een andere zekerheid is dat economieën zich in de toekomst nog minder zullen aantrekken van landsgrenzen. Economieën zullen bestaan uit internationale netwerken van bedrijven en werkenden, die snel kunnen veranderen. Nu is het al zo dat van elke 100 euro die Nederland verdient, 32 euro dankzij de export van goederen en diensten binnenkomt (CBS). Maar het gaat om meer dan im- en export van producten. Hele productieprocessen worden internationaler. We spreken van ‘mondiale waardeketens’: productieprocessen worden in stukjes opgeknipt waarbij elk stukje in het land wordt uitgevoerd waar dit het meest efficiënt is. Nederland is een belangrijke hub in dit proces en dat zal gezien onze sterke ligging en open economie in de toekomst niet anders zijn.

3. Belang van kennis en scholing


Het is misschien onzeker welke skills we moeten ontwikkelen, maar dat we ons moeten ontwikkelen is een zekerheid.
Nederland loopt nog behoorlijk achter in het volgen van scholing naast het werk. Maar we maken stapjes: steeds meer cao’s bevatten scholing- en ontwikkelingsafspraken. Onlangs presenteerden jongerenvakbonden hun ideeën voor de toekomst van de arbeidsmarkt (Reflexlab) en daarin was één rode draad te bekennen: scholing. Verkenning Leren in de toekomst laat zien dat sociale partners dit voortvarend oppakken.

4. Nederland als welvarend land

Er zijn genoeg uitdagingen, maar laten we niet vergeten dat Nederland tot de meest welvarende landen ter wereld behoort. Ook in de crisisjaren hebben we die positie weten te behouden.

Kunt u ze ordenen naar belangrijkheid?

Vergrijzing/ontgroening bovenaan. Heeft op veel terreinen impact: zorg, pensioen, arbeidsmarkt, consumptie, etc. En hoewel we al jaren weten wat er op ons afkomt, hebben we nog niet voor alles structurele oplossingen bedacht.

Wat zijn binnen de belangrijkste onzekerheden en zekerheden mogelijke gamechangers (mogelijke grote gebeurtenissen)?

1. Internationale veiligheid
Afgelopen tijd zijn we er van doordrongen dat vrijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn. Nederland is gelukkig tot nu toe ernstige incidenten bespaard gebleven. En toch werken internationale crises ook hier door. Kijk bijvoorbeeld naar de situatie in Oekraïne. De sancties tegen Rusland hebben grote gevolgen voor Nederland, vooral voor de groente- en fruittelers. In een globaliserende wereld is stabiliteit op wereldniveau meer bepalend dan ooit.

2. Europese samenwerking
Cruciaal voor de toekomst van Nederland is ook het antwoord op de vraag hoe de Europese samenwerking zich ontwikkelt.
De afgelopen jaren is het enthousiasme voor de Europese Unie afgenomen. Door de vele incidenten (euro, Griekenland) zien burgers en politici de voordelen niet scherp. Ook is de beeldvorming over bvb arbeidsmigratie in korte tijd veranderd van overwegend positief naar kritisch.
De voordelen van Europa zijn er natuurlijk wel degelijk. Alleen al dat we op Europese schaal effectief invloed uitoefenen op de wereld. Maar of dat betekent dat de integratie, bijvoorbeeld op sociaal terrein, verder doorzet?

3. Ontwikkeling arbeidsverhoudingenNederland is een polderland en het is nauwelijks denkbaar dat dit de komende decennia zal veranderen. Wel tal van uitdagingen. Welke rol gaat bvb de vakbeweging innemen? Daar gebeurt nu van alles: van een sectorale naar regionale organisatie, van vele bonden naar één bond, van collectieve aanpak naar meer individuele dienstverlening.

En ook werkgevers hebben met veranderingen te maken. Hoe bvb omgaan met directies die in het buitenland gevestigd zijn? Wat betekent dat voor sociaal overleg? Het is dus bepalend, ook voor de SER, hoe de arbeidsverhoudingen zich ontwikkelen en hoe sociale partners hun samenwerking voortzetten. Opgave is om die net zo waardevol te laten zijn als de afgelopen 100 jaar.

4. Cultuuromslag richting meer duurzaamheid
Een minder zichtbare gamechanger zijn onze denkbeelden. Die veranderen langzaam maar gestaag. In steeds meer SER-trajecten speelt de vraag hoe Nederland kan verduurzamen, in brede zin: aandacht voor planet én people. De bankensector en kleding- en textielsector kloppen bvb zelf bij SER aan om tot convenanten voor IMVO te komen. Ook op andere plekken is kentering zichtbaar: supermarkten vechten om goede biologische producten in de schappen te krijgen. CEO van H&M heeft onlangs gezegd dat het bedrijf zich in concurrentiestrijd maar op één punt wil onderscheiden: duurzame en milieuvriendelijke productie.

Deel 2: De diepte in op drie thema’s


1. Economische groei

Welke sectoren zijn in de Nederlandse economie van 2025 kleiner en groter, en waarom?

Sectorgrenzen zullen vervagen. Dat is is vooral te danken aan globalisering en ICT. In de toekomst gaat het er meer om welke schakels Nederlandse bedrijven voor hun rekening kunnen nemen in de mondiale waardeketens. Het ligt voor de hand dat Nederland als kenniseconomie vooral in het deel van de keten actief is waar het meest toegevoegde waarde wordt bereikt: innovatie (bvb ontwikkelen van nieuwe producten) en distributie (marketing en verspreiding)
(zie ‘de glimlach van de waardeketen’ hieronder)

Ontleend aan: WRR, 2013, Naar een lerende economie, p. 142.

Hoe ziet de Nederlandse concurrentiepositie er in 2025 uit?

Nederlanders zijn van oudsher aanpassingsgericht: we lopen voorop in het overnemen van nieuwe technologieën. Als we dat kunnen doorzetten, zal de Nederlandse economie concurrerend blijven.

Veelbelovend zijn start-ups rond universiteiten, bvb Brainport Eindhoven en Yes Delft! In die publiek-private samenwerkingsverbanden zit een sleutel. Een andere sleutel is om bedrijven meer onderling te laten samenwerken, zoals bij Smart Delta Resources. In de Deltaregio werken 11 energie- en grondstofintensieve bedrijven samen om reststromen als water, energie en grondstoffen zo veel mogelijk met elkaar te delen. Duurzaamheid zal sowieso bepalend zijn voor onze concurrentiepositie. We willen in 2030 in de top 10 van de CleanTech Ranking komen. In het Energieakkoord is afgesproken om in 2023 tot een aandeel hernieuwbare energieopwekking van 16% te komen (nu ruim 4%).

Wat zijn nieuwe belangrijke verdienmodellen in 2025, en welke rol speelt duurzaamheid daarin?

Duurzaamheid biedt marktkansen voor Nederland. Eerder werden de hoge kwaliteits- en milieueisen van Nederland en Europa gezien als nadeel. Nu is het een voordeel: consumenten hebben meer vertrouwen in Europese producten. Denk aan de grote vraag vanuit China naar Nederlandse babymelkpoeder.

Ook een circulaire economie lijkt goed bij Nederland te passen. In recycling loopt Nederland voorop: 79% van het afval wordt gerecycled. Een circulaire economie kan ook positieve gevolgen hebben voor werkenden. TNO heeft onlangs berekend dat áls we bereid zijn in de circulaire economie te investeren, dat 54.000 banen kan opleveren, o.a. in de kleinmetaal en landbouw. SER gaat dit nader onderzoeken.

Welke bedrijven overleven in 2025 en welke niet?

Bedrijven die zich alleen richten op een race to the bottom, overleven het niet. Mede onder invloed van de crisis zijn er bedrijven die met schijnconstructies werken en regels en wetten proberen te ontwijken. Dat lijkt op de korte termijn aantrekkelijk, maar uiteindelijk is het ineffectief. Een productieve en creatieve werknemer is een gelukkige werknemer.

Nederland is een echt mkb-land. Dat moeten we koesteren en tegelijkertijd moeten we bedrijven die kunnen en willen, stimuleren door te groeien. Financiering van het mkb is daarvoor nog te vaak een obstakel, zo bleek uit vorig jaar uitgebracht SER-rapport. Mkb heeft behoefte aan meer risicodragend kapitaal. Er liggen kansen in alternatieve vormen van financiering, zoals via institutionele beleggers en crowdfunding, maar ook banken zullen moeten meewerken.

Welke gevolgen hebben Europese en mondiale ontwikkelingen voor de groei van de Nederlandse economie in 2025?

Opkomende landen nemen geen genoegen met een rol als exporteur van bijvoorbeeld grondstoffen. Zij zullen ook steeds meer aantrekkelijke onderdelen van de productieketen opeisen. China produceert bvb veel meer machines en apparatuur en relatief steeds minder speelgoed en kleding. Daardoor worden Chinese bedrijven meer concurrerend.

Met de Europese Unie staan (bedrijven in) de lidstaten sterker: we maken goed gebruik van de schaalvoordelen. De EU speelt ook een rol om risico’s te verminderen. Dankzij de grootte van de Europese markt vervullen de EU-normen wereldwijd een aanjagende rol.

2. Innovatie

Welke impact hebben nieuwe technologische ontwikkelingen op de economie in 2025?

Grote impact. Asscher heeft robotisering terecht op de kaart gezet, bijvoorbeeld zelfrijdende voertuigen en universele robots in de industrie en landbouw. Daarnaast niet de impact onderschatten van ICT en big data.

Technologische ontwikkelingen gaan steeds sneller en zetten bestaande verdienmodellen – en daarmee bestaande werkgelegenheid – onder druk. Zorgen gaan vooral uit naar het lage en middensegment, bvb caissières, administratief medewerkers en chauffeurs.
Tegelijkertijd schept het ook nieuwe kansen voor groei en werkgelegenheid. Het gaat niet zozeer om meer of minder werk, maar een andere invulling van de werkgelegenheid. SER gaat met robotisering en gevolgen daarvan aan de slag.

Is Nederland in 2025 een hotspot van innovatie? Waarom?

Verschillende goede initiatieven laten zien dat dit nu zeker het geval is (zie ook onderdeel 1). We hebben een aantal innovatieve, grote bedrijven als ASML, DSM en Philips. Daarnaast veel start-ups en mkb, vooral in de creatieve industrie.

Willen we die positie voortzetten dan zal wel de knop om moeten: meer investeren in kennis en vaardigheden en meer ruimte voor innovatie.
Het topsectorenbeleid is een aanknopingspunt. Dat heeft geleid tot meer R&D-uitgaven binnen die sectoren. Nu moeten we ervoor zorgen dat dit op niveau blijft en dat ook andere kansrijke sectoren tot investeringen overgaan.

Luiden de ‘exponentieel’ groeiende start-ups een nieuw tijdperk in? Zijn de start-ups van nu de grote bedrijven van 2025?

Er is veel ondernemerschap, zeker onder jongeren. De meest innovatie start-ups zijn gestart door twintigers: WeTransfer, Blendle, Thuisbezorgd.nl. Dit kunnen zeker nog grotere successen worden. Een zorgpunt is wel dat mkb-bedrijven weinig doorgroei vertonen. Financiering is een obstakel (zie eerder), maar ook kennis en kunde van kleine ondernemers. Bijscholing kan helpen, naast het toegankelijker en transparanter maken van beleid/subsidies om ondernemerschap te stimuleren.

3. Arbeidsmarkt

Hoe ziet de Nederlandse arbeidsmarkt er in 2025 uit? (vast / flexibel, cao, zzp)

Zie onderdeel 1: flex is here to stay. De diversiteit aan arbeidsrelaties zal niet afnemen, maar de verschillende vormen zullen wel genormaliseerd zijn.
Voorwaarde is een betere balans is tussen vast en flex. Voorzieningen zullen bvb minder afhankelijk zijn van een vast contract. Al jaren wordt gesproken over een transitie van baan- naar werkzekerheid: in 2025 moet dat echt voor elkaar zijn.

Het betekent ook dat het gemakkelijker is om over de arbeidsmarkt te bewegen: van baan naar baan en van zelfstandige naar werknemer. En wat mij betreft ook: van werk naar privé. We gaan steeds meer verantwoordelijkheden zelf dragen: werk, opvoeding, zorg, leren. Daar moeten onze voorzieningen en ons werk op zijn toegesneden. Dit vraagstuk verkennen we bij SER binnen traject Leven en Werken.

Hoe ziet het Nederlandse onderwijsstelsel er in 2025 uit en sluit dat aan op de arbeidsmarkt?

Voor een groot deel zullen dezelfde basisvaardigheden van belang blijven. Rekenen is bvb onmisbaar. Maar of we dat blijven onderwijzen door sommen te oefenen? Misschien is het in de toekomst logischer om kinderen te leren programmeren. Een goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt zit niet alleen in het aanbieden van de juiste vakken. Het gaat er ook om vroegtijdig de verbinding met het bedrijfsleven te leggen. Er zijn veel goede experimenten in publiek-private samenwerkingen. De duurzaamheidsfabriek in Dordrecht is daarvan een uitstekend voorbeeld. Dat soort verbindingen zal in 2025 veel gebruikelijker zijn. Hiermee hangt samen dat er minder onderscheid zal zijn tussen initieel en post-initieel onderwijs. Nu zien we nog (te) vaak dat onderwijsinstellingen op voltijds onderwijs zijn gericht. Het aanbod is daardoor niet flexibel en toegankelijk genoeg voor volwassenen.

Zal de arbeidsmarkt in 2025 verder geïnternationaliseerd zijn?

Als economieën meer verstrengeld raken, gaan arbeidsmarkten waarschijnlijk ook meer integreren.
Grenzen vormen geen belemmering meer: diploma’s worden wereldwijd erkend, reizen is goedkoper en gemakkelijker, ICT maakt het mogelijk om op grote afstand te werven en te werken.

Bij studenten zie je het denken al veranderen: die trekken massaal naar het buitenland voor een stage of studie.
Dit zal overigens niet betekenen dat iedereen zich permanent in het buitenland vestigt, want we zullen ook in de toekomst blijven hechten aan onze eigen regio.

Op welke manier kan Nederland in 2025 (inter)nationaal toptalent aantrekken en binden?

De SER heeft hierover in 2013 advies uitgebracht (Make it in the Netherlands!): observatie was dat Nederland veel studenten trekt, maar dat driekwart weer teruggaat naar het eigen land. Dit terwijl bedrijven internationaal talent verwelkomen.

Twee hoofdaanbevelingen: werkgelegenheid en vraag leidend laten zijn bij de instroom. En: meer profilering van Nederland als aantrekkelijk land door bvb op internationale platforms stage- en traineeplekken aan te bieden.

Hoe zullen technologische ontwikkelingen in 2025 het verrichten van arbeid gaan beïnvloeden?

Zie onder innovatie: werk zal verdwijnen en er zal nieuw werk ontstaan. Beide ontwikkelingen (verdwijnen en ontstaan) zullen sneller gaan dan we nu gewend zijn. Eén beroep een leven lang uitvoeren zal eerder uitzondering dan regel zijn.

Deel 3: U en uw organisatie
Hoe ziet uw organisatie er in 2025 uit?

Zijn in 2025 de core business en het verdienmodel van uw organisatie hetzelfde als nu?

‘Verdienen’ bij de SER betekent: van toegevoegde waarde zijn voor politiek en sociale partners. SER stond in zijn 65-jarig bestaan aan de basis van diverse hervormingen op sociaaleconomisch terrein. Dat zal niet veranderen.
Wel is de manier aan het veranderen waarop we tot draagvlak komen. Op verschillende onderwerpen worden ook andere partijen dan sociale partners en kroonleden betrokken, zie bvb het Energieakkoord.

Dit zal in de toekomst verder doorzetten. SER zal nog meer moeten openstaan voor initiatieven van onderop. We zullen daarom steeds vaker in gesprek gaan met belangengroepen, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, burgerinitiatieven, etc. SER ontwikkelt zich al steeds meer tot een breed platform en zet de deuren open voor uiteenlopende geluiden uit de samenleving, bvb door dialoogbijeenkomsten, werkbezoeken en online consultaties te organiseren.

Welke gamechangers ziet u aankomen rondom uw organisatie?

Eerder geschetste politieke (in)stabiliteit heeft ook gevolgen voor de SER. Coalities zullen breed draagvlak moeten zoeken en dan kan SER een waardevolle partij zijn. Veronderstelt wel dat toekomstige kabinetten en parlement verder kijken dan de waan van de dag. De SER is er vooral voor de dossiers die diepere doordenking vergen. En het aller belangrijkste: er moet bereidheid en vermogen zijn bij sociale partners om tot overeenstemming binnen de SER te komen.

Wat voor type leiderschap is er nodig in 2025?

Visionair én verbindend: helder maken welke doelen we in Nederland nastreven, mensen daarvoor enthousiasmeren en in staat stellen zich daarvoor in te zetten.

Wat is uw motto?

Met kleine stappen kom je tot grote veranderingen / Grote veranderingen bereik je door kleine stappen te zetten. (Dat is een rode draad door jouw carrière, maar ook door het bestaan van de SER)

Afsluitend
Wat zullen in 2025 de belangrijkste zeker- en onzekerheden zijn voor jonge generaties?

Jongeren zullen zich over een aantal onzekerheden minder zorgen maken. Zo zijn zij minder bezig met het onderscheid tussen vaste en flexibele contracten. Voor hen telt het uitoefenen van aantrekkelijk werk, waar en in welke vorm dan ook.

Ook zijn zij opgegroeid in een periode van economische tegenslag en een terugtrekkende overheid. Ze zijn daardoor behoorlijk zelfredzaam.
Een zorg is wel dat er een goed vangnet moet blijven: ook deze generatie kan ziek worden en moet pensioen opbouwen. Dat betekent dat er een oplossing gevonden moet worden voor de groepen die niet tot nauwelijks premies betalen en zich daar onvoldoende bewust van zijn.
Een andere onzekerheid is het verloop van een loopbaan. Jongeren zijn ervan doordrongen dat ze niet een leven lang één functie kunnen uitvoeren. Dat willen de meesten trouwens ook niet. Ook weten ze dat leren na een opleiding niet stopt. Maar hoe ze een ontwikkelingsplan moeten maken en uitvoeren? Dat vergt nog wel de nodige ondersteuning.

 

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Bouwerken in de stad.